Er heeft zich iets wonderbaarlijks voorgedaan bij de beraadslaging van de Hercule Poirotprijs. In nog geen halve minuut was de jury het eens over de laureaat. Mogelijk omdat geen van de juryleden begreep waarover het ging. De jury van de Knack Hercule Poirot prijs was niettemin danig onder de indruk van de veelgelaagdheid die Mark Cloostermans moeiteloos optast in Alleen de Duivel heeft een Plan. De titel loopt parallel met een song van de Rolling Stones, Sympathy for the Devil: “I’ve been around for a long, long year / Stole many a man’s soul and faith / (….) Just as every cop is a criminal / And all the sinners saints”, het rechtvaardigt steeds waarom elke groep de gedragscodes van de samenleving ombuigt naar eigen voordeel, leefregel en afgedwongen loyaliteit.
Er is daarom geen echte hoofdpersoon in deze thriller – in deel 1, ruim 100 bladzijden, introduceert de schrijver steeds andere personages. Het is de vervlechting van hun lot dat als een weefgetouw het beeld van de samenleving bepaalt. Cloostermans zelf is de spinner, die hij verhult achter de wat mysterieuze zestiger, Meneer Chakkouche. Een man die vertrouwen en koude rillingen uitlokt, een nihilist die grote bezorgdheid toont, een diplomatiek bemiddelaar zonder scrupules, een wijze die koppige weerstand met mes en kogel beslecht als alle bemiddeling faalt.
Alleen de Duivel heeft een Plan is een zwarte parabel over de onafwendbaarheid van ondergang. Symbolisch gebruikt Cloostermans daartoe een clanoorlog in het Antwerps moeras tussen Schelde en Schijn. Drie Marokkaanse drugbendes trachten elkaar te elimineren na een per ongeluk doodgeschoten dochter. De ingehuurde Surinaamse daders worden zelf vermoord met zwaar geschut, wat een jonge sloeber toelaat een rugzak vol cocaïne uit hun auto mee te grissen.
Ik erken dat ik het boek verkeerd gelezen heb. Cloostermans bespeelt namelijk het noodlot in een ouderwets mengelwerk zoals de vroegere vervolgverhalen in de kranten. Elk van de 36 hoofdstukken krijgt een verklarende titel die de samenhang voorrang geeft: “Waarin iemand als geroepen komt”, “Waarin onze heldin ten tonele verschijnt”, “Waarin een rugzak van zich laat horen”, enzovoort… Eigenlijk moet je dit boek lezen zoals het vroeger met de krantenfeuilletons ging: dag na dag een verteerbare aflevering van één hoofdstukje, en je kijkt gretig uit naar wat de volgende cliffhanger zal zijn. Forceer jezelf niet, het genot duurt zo veel langer. Wie traag leest, leest goed, niet zoals de juryleden die 75 steeds dikkere boeken te verhapstukken kregen.
Cloostermans sleurt zowat iedereen de afgrond in, gepeperd met diepzinnige overpeinzingen, psychologische sessies en niet altijd geslaagde humoristische commentaren op actualiteits-extracten. Tegelijk doorprikt hij het machismo dat evengoed de boeven als de politie kenmerkt, en veegt hij de vloer aan met het cynisme van politiek en van moraal. Je kunt bij hem zelfs spreken van feminisme (al borrelt homoseksualiteit bijna automatisch op).
Eén van de krachtigste personages is een vrouw (“onze heldin”), penitentiair beambte op de lijst van Vlaams Belang, Nicky Heldt. (What’s in a name?) Zij voelt zich van in den beginne goed bij Meneer Chakkouche, als ze samen naar de lijken in het stukgeschoten Renaultje kijken. De Sjaitan (Satan), oppert Chakkouche, is de enige die nog plannen maakt. Want God huist in de chaos. “Hij heeft geen plan meer voor ons, want het werk is al achter de rug. (…) Een chaos waarin wij [mensen] volmaakt vrij zijn, ten goede of ten kwade”.
De personages in Alleen de Duivel heeft een Plan kunnen die vrijheid niet aan. Zij trimmen daarom hun eigen oprispingen, ook politiecommissaris Karl Terrin (“zeg: Terrien”). Vrijheid leidt immers onvermijdelijk tot slavernij, tot buiging voor een andere, grotere macht. Terrin heeft helaas geen natuurlijke aanleg voor politiewerk, maar kan zich vermommen door aan de band toe te geven. Tot hij Winston Smith uit Orwells 1984 is geworden: “Hij had zichzelf overwonnen”. Voeg eraan toe: “He loved Big Brother”.
Alleen de Duivel heeft een Plan is van een wonderbaarlijke originaliteit. Nu eens roept Cloostermans de gezapige, zoekende en mistige sfeer op die hij gebruikte in zijn reeks Conscience (voorlopig vier misdaadromans), en die zich afspeelt in de negentiende eeuw; dan weer de gruwel van hedendaagse kilte en bandeloosheid. Alleen een schizofreen als Chakkouche, “de fixer die Harvey Keitel zo heerlijk neerzette in Tarantino’s Pulp Fiction” (John Vervoort in Het Nieuwsblad), kan die overstijgen. Maar als het moet grijpt Chakkouche ook even koudbloedig in als Tarantino in Reservoir Dogs.
De jury van de Knack Hercule Poirotprijs kende Cloostermans al de debuutprijs toe in 2020 voor Conscience 1: De Terugkeer. Zes jaar later krijgt hij met unanimiteit terecht de Grote Prijs voor zijn verontrustende, verrassende en meesterlijke Alleen de Duivel heeft een Plan. “He’s a man of wealth and fame”, om nogmaals de Stones te parafraseren. Of zoals de fixer zelf zegt: “Ik zou zeggen: bel Meneer Chakkouche en ’t is in de sjakkosj”. Of zou de schrijver toch bedoelen: “ça couche”, “het slaapt”, dat plan van de duivel? Het is altijd onderhuids aanwezig. Of is Chakkouche eigenlijk de djinn van de woestijn ? Hoedanook, daar past alleen een ootmoedige gelukwens bij.
Nog een slotnoot. Misschien is het uitzonderlijke van deze knallende thriller en illusieloze maatschappij-ontleding te danken aan een geheel nieuw fenomeen. Uitgevers die zelf gaan schrijven. Het zal u opvallen dat van de zes genomineerden drie bij een grote uitgever zitten (Lannoo, Borgerhoff & Lamberigts, en Manteau) en drie bij een eigenmachtige kleine mededinger: Poespas Producties, Krummholz en Parador. Het is een nieuwe trend die al ingezet was door Jozef Deleu die wij woensdag nog ten grave hebben gedragen. Deleu zei openlijk: “ik vermeld graag uw giften, maar van de teksten blijft u af”. Dat doen nu de auteurs van betere kunne. Blijf baas over je eigen verhaal.
Het viel me al op dat de winnaar van de Arkprijs van het Vrije Woord, Erik Vlaminck, dezelfde stap heeft gezet en met twee vrienden een eigen uitgeverij heeft opgestart, Weerwerk. En prompt laat hij zijn eigen teksten, nog vóór publicatie, door een onafhankelijke lezersgroep beoordelen. Eerder was ook Sandra Paul al begonnen met een huisuitgeverij, deels om haar productie te kunnen opbouwen naar eigen inzicht, deels om meer vrouwen de kans te geven in het genre uit te blinken. De jury van de Knack Hercule Poirotprijs stelt vast dat die aanpak werkt: twee van de genomineerden zijn vrouwen, de debuutprijs gaat ook naar een vrouw. Nog eens dertig jaar en we komen er wel. Het mag natuurlijk wat sneller.
Ik hecht eraan alle genomineerden van harte te feliciteren met de hoge kwaliteit van hun ingestuurde spannende romans. Wouter Dehairs, de enige die al tweemaal de Knack Hercule Poirotprijs won, blijft op zeer hoog nivo doorgaan. Paul Jacobs maakt een merkwaardige remonte, Guido Eekhaut breidt zijn genrebeheersing uit tot een stevige geschiedkundige thriller. En de dames Ines Nijs en Sofie Delporte hebben de poort naar roem voorgoed gerammeid. De laureaat ten slotte is door de poorten van Dantes hel gekropen, en houdt zijn lezers de gebeitelde waarschuwing voor: “Per me si va tra la perduta gente / (…) Lasciate ogne speranza, voi ch’intrate” (“Door mij loopt het verdoemde volk . (…) Laat alle hoop varen, gij die hier binnen treedt”. Echt opwekkend klinkt dat niet, maar dit is onze wereld.
En de laureaat krijgt wat hij verdient: de bewondering van de jury, de gepaste Montblancpen, en een appeltje voor de dorst dat Knack genereus overhandigt. Alleen blijft de vraag: wie is nu eigenlijk de duivel? Misschien de schrijver zelf? Van harte gefeliciteerd met deze promotie.
Lukas De Vos
(*) Icarino (mini in quiltid nappa) is een even duur (2.900 euro) als klein handtasje van Saint Laurent. Het moet niet altijd Prada zijn.