Op aanraden van mijn nogal excentrieke vriend W.C. ben ik op dit moment “The Third Policeman” van Flann O’Brien aan het lezen. Ik heb me blijkbaar laten leiden door de titel die de indruk geeft dat we hier met een thriller of althans toch een detectiveverhaal te maken hebben (dan zou mijn vrouw er alvast wel iets aan gevonden hebben) en misschien ook wel door het feit dat “fietsen” er volgens de kaft ook iets mee te maken heeft (zie onderstaande afbeelding). Maar ik had me beter moeten informeren, want het boek blijkt op de eerste plaats een “humoristische cultklassieker” te zijn en meestal heb ik het moeilijk met dergelijke werken. Denk maar aan The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy van Douglas Adams, dat ik me op basis van een andere “excentrieke vriend” (G.S.) heb aangeschaft en waarin ik zeker al drie keer ben begonnen, zonder ooit tot het einde te geraken!

Volgens Wikipedia is Flann O’Brien een pseudoniem van Brian O’Nolan, die aan de Nationale Universiteit van Ierland te Dublin studeerde, waar hij vervolgens van 1937 tot 1953 in overheidsdienst werkte. Van 1940 tot aan zijn dood zou hij tevens werken als schrijver voor de “Irish Times”, waaraan hij onder meerdere pseudoniemen bijdroeg met essays en satirische stukjes. Als schrijver trok O’Nolan voor het eerst de aandacht met zijn onder het pseudoniem Flann O’Brien uitgebrachte experimentele roman At Swim-Two-Birds (1939, Nederlandse vertaling: Tegengif). At Swim-Two-Birds is een raamvertelling over een romanschrijvende student, inwonend bij een nukkige oom, die zelf een roman schrijft over een schrijver. Geen wonder dat Wikipedia schrijft dat O’Brien wordt gezien als een belangrijke exponent van de postmoderne literatuur! De student heeft nogal revolutionaire opvattingen over de vorm van een roman en zijn personages: die moeten noch goed noch slecht zijn en “een privéleven kunnen hebben, een vrije wil en een behoorlijke levensstandaard”. Uiteindelijk wil de hoofdpersoon wraak nemen op zijn tirannieke schepper door zelf een roman te schrijven, gebruik makend van elementen uit cowboyverhalen, folklore en mythologie. At Swim-Two-Birds werd na verschijning geprezen door James Joyce, maar werd pas na herpublicatie eind jaren vijftig in ruimere kring opgemerkt als een poëtisch, experimenteel maar tegelijkertijd komisch meesterwerkje.
Vanaf de jaren veertig schreef O’Nolan, eveneens onder het pseudoniem Flann O’Brien, diverse toneelstukken, en in zijn latere, door ziekte geteisterde jaren, publiceerde hij nog de romans The Hard Life (1962) en The Dalkey Archive (1964). Veel geprezen werd zijn postuum verschenen experimentele roman The Third Policeman (Nederlandse vertaling: De derde politieman), die hij reeds in de jaren veertig voltooide. In deze roman wordt de fiets behandeld met een obsessieve filosofische interesse, die absurd maar tegelijkertijd geloofwaardig is. Na een realistische beschrijving van een wrede moord in het saaie Ierland (zo ver ben ik op dit moment al en ik kan u verzekeren: zo realistisch is het allemaal niet!), treedt de verteller een politiekazerne binnen en komt zo terecht in een verbluffende en onbegrijpelijke wereld. Hij krijgt er de relatie uitgelegd tussen de atoomtheorie en de fiets en observeert een hoofdagent die de machinerie van de ‘eeuwigheid’ beheert. Uiteindelijk worden alle natuurwetten in twijfel getrokken. Allerlei excentrieke ideeën over de misleidende aard van tijd en ruimte worden gedelibereerd. Plausibele redeneringen leiden tot bizarre, soms hilarische conclusies en uiteindelijk tot een verrassend einde. Benieuwd of ik ooit zo ver ga geraken!
Het werk van O’Nolan/O’Brien kent nog steeds een kleine schare fanatieke bewonderaars die met regelmaat evenementen rondom zijn werk organiseren. In 2011 werd zijn honderdste geboortejaar uitgebreid herdacht met een internationale conferentie in Wenen, waarna de ‘The International Flann O’Brien Society’ werd opgericht. Op de Universiteit van Dublin werd zijn leven en werk in oktober 2011 uitgebreid herdacht. ’t Is hem gegund, maar het is nog afwachten of ik mee kan feestvieren…
518I2sOE72L._SX329_BO1,204,203,200_

Een gedachte over “Flann O’Brien (1911-1966)

  1. Ronny toch.

    The third policeman is in het Nederlands vertaald door de nog steeds zwaar onderschatte wijlen Bob Den Uyl.

    Het gemeenschappelijke alcoholprobleem is waarschijnlijk toevallig, maar de ontgoocheling niet: Den Uyl was van mening dat hij een meesterwerk had ontsloten voor de Nederlandstalige markt.

    Geen herdruk. Quasi onvindbaar.

    De ontgoocheling van Brian O’Nolan was nog groter, maar dat eist een monografie.

    Reactie van het publiek was quasi onbestaand.

    Beetje intellectuele Ieren kennen en appreciëren Flann O’Brien: onlangs nog in Zwitserland een sexy Ierse oma ontmoet die veel over hem wist.

    Shall we meet again?

    No, tomorrow I’m leaving for Texas to see my other grandchildren.

    Rats.

    Het boek is een meesterwerk, en de vertaling is ook zeer goed.

    Heb het leren kennen via Paul van Aken, de zoon van Piet.

    BTW:

    It doesn’t matter, maar ik ben niet excentriek.

    Groeten van een burgerlijke opa.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s