Het is al 75 jaar geleden dat Ivor Novello, één van de grootste Britse vedetten uit de eerste helft van de twintigste eeuw, is overleden.

Met een naam als David Ivor Davies moest hij wel uit Wales afkomstig zijn. Het is dan ook volkomen begrijpelijk dat hij naar een artiestennaam greep en dat werd dan Novello, naar de naam van zijn moeder, eveneens een zangeres. Blijkbaar had Novello een sterke moederbinding, wat wel meer voorkomt bij homoseksuelen. Uiteraard kwam de man er niet voor uit, niet alleen om de begrijpelijke “financiële” redenen, maar ook omdat homoseksualiteit als zodanig strafbaar was in Groot-Brittannië tot in de jaren zestig! In het jaar van zijn dood zou hij weliswaar een muzikale komedie schrijven die “Gay’s the word” heette, maar die ging helemaal niet over wat men zou kunnen denken. Ik vraag me trouwens – op basis van “the company was gay” uit “No milk today” van Herman’s Hermits uit 1966 – nog altijd af vanaf wanneer de term “gay” werd gebruikt voor “homoseksueel”? “Gay’s the Word” is een backstage-komedie die Novello’s eigen avontuurlijke Ruritaanse romances parodieert. Het verhaal draait om Gay Daventry, een failliete operetteproducente die een toneelschool opent in haar landhuis. Ook dit blijkt een mislukking, maar het leidt wel tot een comeback in de theaterwereld voor Gay.
Novello’s eerste successen behaalde hij ook als liedschrijver. Zijn eerste grote hit was “Keep the Home Fires Burning”, dat enorm populair was tijdens de Eerste Wereldoorlog. Na de oorlog leverde Novello nummers aan verschillende succesvolle musicals en kreeg uiteindelijk de opdracht om de muziek voor complete shows te schrijven. Hij schreef zijn musicals in de stijl van operette.
In de jaren twintig wendde hij zich tot acteren, eerst in Britse films en vervolgens op het toneel, met aanzienlijk succes in beide. Zo speelde hij bijvoorbeeld Bingley in een bewerking van Pride and Prejudice. Rond deze tijd had Novello een affaire met de schrijver Siegfried Sassoon. Het was van korte duur, want, zoals Sassoons biograaf John Stuart Roberts het verwoordde, was Novello “een volleerde flirt die minnaars verzamelde zoals hij seringen plukte.”
In 1923 maakte Novello zijn Amerikaanse filmdebuut in D.W.Griffiths The White Rose, maar hij keerde al snel terug naar Groot-Brittannië, waar hij meer succes had. Hij speelde de hoofdrol in twee stomme films geregisseerd door Alfred Hitchcock, “The Lodger” en “Downhill”, beide uit 1927. Daarna volgde “The Constant Nymph”, geregisseerd door Adrian Brunel, maar geschreven door Vladimir Nabokov. Novello had een goede stem en speelde opnieuw de hoofdrol in de succesvolle geluidsfilmremake “The Lodger” (1932).
Zijn grootste successen behaalde hij echter op het toneel, met zijn eigen weelderige West End-producties van musicals. De bekendste hiervan waren “Glamorous Night” (1935), “The Dancing Years” (1939), “Perchance to Dream” (1945) en “King’s Rhapsody” (1949). In “Gosford Park” van Robert Altman (2001) werd Ivor Novello gespeeld door Jeremy Northam. De film speelt zich af in november 1932. Gravin Constance (Maggie Smith) noemt de remake een flop, maar ze is in alle opzichten een lastpak. Vooral tegen Novello, wanneer hij een soort huisconcert geeft: “Moedig hem niet aan, anders gaat hij eeuwig door” (*).

Ronny De Schepper

(*) Wanneer het personage van Jeremy Northam piano speelt, is het in werkelijkheid zijn broer Christopher die speelt. Christopher Northam is een klassiek geschoolde pianist. En ja, er is echt een Charlie Chan in London-film gemaakt in 1934, en het was inderdaad een mysterie dat zich afspeelde in een Engels landhuis. Hoewel Alan Mowbray en Ray Milland erin meespeelden, werd de film geproduceerd door John Stone, niet door Morris Weissman (een fictief personage).

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.