Wierook en tranen is een existentialistisch boek van de Vlaamse schrijver Ward Ruyslinck. De eerste krantenrecensie verscheen op 15 maart 1958 in De Standaard der Letteren door Urbain van de Voorde. Het verhaal speelt zich af in Vlaanderen bij het begin van de Tweede Wereldoorlog.
Waldo Havemans vertelt zelf zijn verhaal als negenjarige jongen, die samen met zijn ouders per fiets op de vlucht gaat voor de Duitsers. Bij een vliegtuigaanval op de vluchtelingenkaravaan vlak vóór de Franse grens raakt Waldo gewond en komen zijn beide ouders om het leven. Hij wordt opgevangen door het Belgische leger dat ook westwaarts vlucht. Onderweg ontmoet hij Vera, een veertienjarig buurmeisje, en samen vluchten ze verder. Als het Duitse leger hen inhaalt, besluiten ze terug naar huis te gaan. Waldo is verliefd op het katholieke meisje. Ze komen aan een kapotgeschoten kerk en Waldo ruikt de zoete geur van wierook. In zijn jeugdige romantiek liggen ze samen in het gras, in een lege fabriek, in een hooischuur, in een bootje. Daar worden de kinderen door vier Duitse soldaten opgemerkt, die hen meenemen. Ze voeren hen dronken en uiteindelijk wordt Vera door drie van hen verkracht. Ze wordt naar een ziekenhuis in Gent gebracht waar ze overlijdt. In de kapel van het ziekenhuis wordt Waldo opnieuw ontroerd door geur van wierook.
Toen in juni 2014 Ward Ruyslinck zijn 85ste verjaardag vierde, kon ik dankzij MemoTV nog eens naar “Wierook en tranen” kijken in de televisiebewerking van Ruud Keers uit 1977. En slécht dat dit was! Dat kan je gewoon niet geloven. Men kan zeggen: ja maar, je moet rekening houden met de tijdsomstandigheden. Maar dan stel ik daar tegenover dat b.v. ook “Saturday night fever”, “Annie Hall” en zelfs “Soldaat van Oranje” uit 1977 stammen. Nee, het had vooral met de dialogen te maken. Hoe gemààkt klonken die, zeg! En dat natuurlijk omdat in die tijd het adagium van de BRT was dat er in alle omstandigheden ABN (ik gebruik opzettelijk die oubollige omschrijving) diende te worden gesproken. Nooit gedacht dat ik de komst van VTM op die basis nog zou moeten verwelkomen! Omdat de regisseur en de scenarist (Rients Slippens) bovendien Nederlanders waren of gewoon omdat men voor de kleine Waldo geen kleine Vlaming vond die aan de eisen voldeed, sprak de hoofdfiguur (Daan Brouwers) zelfs ronduit Hollands. Maar nee, het was niet enkel omdat er “geen betere was”, het was wel degelijk een politiek die erachter zat, dat kon men horen aan de taal van Katelijne Verbeke als Vera, die bij wijlen ook Noord-Nederlands gekleurd was.
En in tussentijd is dat verhaal nog wat meer in de verf gezet. Opnieuw in MemoTV (Canvas weze geprezen voor dit archiefprogramma!) zag ik enkele kortfilms van de overleden Roland Verhavert. Alhoewel ze gemaakt waren in de sfeer van “de stoute jaren zestig” (ik moet toegeven dat ik oorspronkelijk dacht dat Robbe De Hert de dader was), waren deze zó slecht dat je het niet voor mogelijk hield. En wat bleek? Jawel, één van de scenario’s was aangeleverd door Ward Ruyslinck. Hij ruste in vrede (in oktober van hetzelfde jaar 2014 zou hij overlijden) en met hem, zo vrees ik, ook zijn boeken…
Ronny De Schepper (op basis van Wikipedia)