Om mijn “leesjaar” goed in te zetten, heb ik gekozen voor een literair experiment. “De dood van een kroonprins” wordt op het internet aangekondigd als een misdaadroman van Henk Apotheker, maar in werkelijkheid gaat het over een samenwerking van niet minder dan tien (!) gerenommeerde auteurs.
Henk Apotheker is daarbij alfabetisch de eerste van die tien auteurs (en als dusdanig was dit boek ook op zijn naam in mijn boekenkast gerangschikt), maar dat wil niet zeggen dat hij “specialer” is dan zijn negen confraters. Wie dat wel zijn dat zijn René Appel, Rinus Ferdinandusse en Tomas Ross, die dan ook een woord vooraf mogen schrijven over “het waarom, het hoe en het wie”. Zij bepaalden het stramien (bij een misdaadverhaal onontbeerlijk) en de andere zeven gingen akkoord om binnen die perken te werken, maar dan wel ieder op zijn eigen manier. Er was wel een strenge eindredactie nodig om de rechtlijnigheid van het verhaal in het oog te houden, maar aan de teksten als zodanig werd niet “gemorreld”. Literaire bollebozen kunnen m.a.w. op basis van de stijl gaan trachten uit te zoeken welk fragment van welke hand is. De zes anderen die hun medewerking verleenden zijn Ina Bouman, Maarten ’t Hart, Roel Janssen, Lydia Rood, Felix Thijssen en Peter de Zwaan. Ikzelf ben zeker geen “literaire bolleboos” dus ik denk niet dat ik mij aan dat soort speurwerk ga wagen, maar dat sluit niet uit dat ik misschien af en toe een gokje zal wagen.
Het bovengenoemde triumviraat begint met te stellen dat het een zeldzaamheid is dat twee auteurs zich aan een gezamenlijke literaire roman begeven. Het meest voor de hand liggende voorbeeld is natuurlijk “Sara Burgerhart” van Betje Wolff en Aagje Deken, maar andere werken kan ik niet opsommen (zijzelf spreken nog over een samenwerking tussen Simon Vestdijk en Hendrik Marsman, maar ze kleven er geen titel op en ikzelf weet hier niks van af). “Een samenwerking tussen Harry Mulisch en Hugo Claus? Ondenkbaar!” spotten ze. Inderdaad, maar Claus heeft wél een detectiveromannetje geschreven samen met Freddy De Vree. En daarmee zitten we bij hun tweede punt. In de misdaadliteratuur komt het wél vaker voor, meestal zelfs tussen gehuwde koppels: dat was niet het geval bij Ellery Queen (de neven Frederic Dannay en Manfred B.Lee) maar wel bij Sjöwall & Wählöö en Nicci French (Sean French & Nicci Gerrard) b.v. En dan konden ze natuurlijk nog niet bevroeden dat broer en zus Meijsing zich in 2018 aan “Moord & Doodslag” zouden wagen, wel degelijk een literair experiment dat echter (wellicht niet toevallig) als een misdaadverhaal aan de buitenwereld wordt verlapt. En aangezien onze Nederlandse kameraden zich niet om Vlaanderen bekommeren is hen natuurlijk ook “Feestelijk vermoord” van Weduwe Opperman (Françoise Opsomer & Wim Trommelmans) uit 1990 ontgaan, om nog te zwijgen van “Twice upon a time” uit 1975 van Johan de Belie in samenwerking met ondergetekende.
Ronny De Schepper
Zo een gokje heb ik dan toch maar niet gewaagd. Al vallen sommige passages goed te herkennen. Zo is er ene bij met een obsessie voor scheldwoorden die met een “k” beginnen. Erg “k”inderachtig.
Voor de rest is er echter weinig onderscheid te merken. Wat mij vooral opviel, waren de gedetailleerde beschrijvingen. Akkoord, als Vlaming kon ik niet toetsen of die schetsen van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag… ook accuraat waren, maar ik kon me toch voorstellen dat Nederlandse lezers dit met des te meer plezier zouden doen. En als er dan toch al eens iets overeenkomstig was, dan greep me dat toch heel erg aan. De aankomst van de kist van de in Kosovo gedode officier b.v., dat leunde toch wel heel erg dicht aan bij de repatriëring van mijn in Egypte overleden vriend…
Dat deze officier dient te worden gedood om plaats te maken voor een liefdesverhaal en de onvermijdelijk daarbijhorende seks vind ik overigens jammer, maar dan toch weer niet zo erg als het baby-geleuter…
LikeLike