Bram Stoker is uiteraard vooral bekend als auteur van “Dracula”, maar hij heeft ook nog andere (horror-)verhalen geschreven, zoals deze “Lair of the white worm”, dat op 29 maart 1912 is verschenen, als we bovenstaande aankondiging uit The Daily Mail mogen geloven. (Let op: het is dus wel degelijk “lair”, “hol” in het Nederlands, en niet “liar” zoals ik jarenlang heb verondersteld.)
“Het hol van de witte worm” was de twaalfde en laatste roman van Bram Stoker. De auteur zou nog geen maand later sterven. Deze roman is, samen met The Jewel of Seven Stars , een van zijn bekendste na Dracula. De roman is een horrorverhaal over een gigantische witte worm die zichzelf in een vrouw kan veranderen. Het verhaal is gebaseerd op de legende van de Lambton Worm.
De Lambton Worm is een legende uit het graafschap Durham in Noordoost-Engeland in het Verenigd Koninkrijk. Het verhaal speelt zich af rond de River Wear en is een van de beroemdste legendes van het gebied, vorm gegeven b.v. in liederen. Het verhaal draait om John Lambton, een erfgenaam van het
Lambton Estate, en zijn gevecht met een gigantische worm (draak) die de plaatselijke dorpen terroriseerde.
Het verhaal stelt dat de jonge John Lambton een rebels personage was die op een zondag de kerkdienst miste om te gaan vissen in de River Wear. John Lambton vangt niets totdat de kerkdienst is afgelopen, waarna hij een klein paling-achtig wezentje uitvist met negen gaten aan elke kant van zijn salamanderachtige kop. Afhankelijk van de versie van het verhaal is de worm niet groter dan een duim, of ongeveer 90 centimeter lang. In sommige uitvoeringen heeft het poten, terwijl in andere wordt gezegd dat het meer op een slang lijkt.
John besluit zich van zijn vangst te ontdoen door deze in een nabijgelegen put weg te gooien. Hij vergeet dan het wezen en groeit uiteindelijk op. Als boete voor zijn opstandige vroege jaren sluit hij zich aan bij de kruistochten. Omdat vaak wordt gezegd dat het verhaal zich in de 14e eeuw heeft afgespeeld, heeft hij waarschijnlijk deelgenomen aan de kruistocht van Barbarije of de Litouwse kruistocht.
Uiteindelijk wordt de worm extreem groot en vergiftigt de put. De dorpelingen merken dat er vee vermist wordt en ontdekken dat de volwassen worm uit de put is gekomen en zich rond een plaatselijke heuvel heeft opgerold. Lokale versies van de legende associëren de heuvel met Worm Hill in Fatfield. In de meeste versies van het verhaal is de worm groot genoeg om zich zeven keer rond de heuvel te wikkelen.
Een aantal dappere dorpelingen proberen het beest te doden, maar moeten snel op de vlucht slaan. Wanneer een stuk van de worm wordt afgesneden, groeit immers het ontbrekende stuk eenvoudig weer aan. Bezoekende ridders proberen ook het beest aan te vallen, maar geen enkele overleeft het.
Na zeven jaar keert John Lambton terug van de kruistochten en merkt dat de landgoederen van zijn vader bijna berooid zijn vanwege de worm. Hij zoekt daarbij de steun van een heks die John vertelt dat hij, nadat hij de worm heeft gedood, het eerste levende wezen dat hij ziet moet doden, anders zal zijn familie negen generaties lang vervloekt zijn en niet in hun bed sterven. John spreekt met zijn vader af dat hij, wanneer hij de worm heeft gedood, drie keer op zijn jachthoorn zal blazen. Op dit signaal moet zijn vader zijn favoriete hond vrijlaten, zodat deze naar John zal rennen, die de hond vervolgens kan doden en zo de vloek kan vermijden. Helaas is de vader van John zo opgewonden dat het beest dood is dat hij vergeet de hond los te laten en naar buiten rent om zijn zoon te feliciteren. John kan het niet over zijn hart krijgen zijn vader te doden en daarom wordt de hond, nadat ze elkaar hebben ontmoet, toch nog plichtsgetrouw op pad gestuurd. Maar het is te laat en negen generaties Lambtons zijn vervloekt, zodat ze niet vredig in hun bed zullen sterven. Zo eindigt het verhaal. Van het veranderen in een vrouw is er dus geen sprake. Misschien is dat een originele inbreng van Bram Stoker zelf?

Het boek werd voor het eerst gepubliceerd in Groot-Brittannië door William Rider and Son, Limited, Londen. Het boek zelf is een hardcover van 324 pagina’s (plus 4 pagina’s met advertenties). Deze editie bevat zes kleurenillustraties van Pamela Colman Smith. Dit boek werd voor het eerst gepubliceerd in de VS in 1966 onder de titel The Garden of Evil door Paperback Library, New York, als onderdeel van hun Paperback Library Gothic-serie. The Lair of the White Worm werd door Ken Russell zeer losjes aangepast
tot een gelijknamige film uit 1988.
Het dient gezegd dat het boek oorspronkelijk niet goed werd ontvangen. Les Daniels merkte op dat hoewel The Lair of the White Worm “potentieel” had, het werd ondermijnd door de “onhandige stijl” van de schrijver. De horrorcriticus R.S.Hadji plaatste The Lair of the White Worm op nummer twaalf in zijn lijst van de slechtste horrorromans ooit geschreven. En historicus van het horrorgenre H.P.Lovecraft verklaarde in zijn essay “Supernatural Horror in Literature” dat Stoker “een schitterend idee volkomen verpest door een bijna kinderlijke ontwikkeling.”
In 1925 werd het boek dan ook in een sterk verkorte en herschreven vorm opnieuw gepubliceerd door de uitgeverij van William Foulsham. Het werd met meer dan 100 pagina’s ingekort, zodat het herschreven boek slechts 28 hoofdstukken bevatte in plaats van de oorspronkelijke 40. De laatste elf hoofdstukken werden teruggebracht tot slechts vijf, waardoor sommige critici dan weer klaagden dat het einde abrupt en inconsistent was.
Mijn Nederlandse vertaling (door Christel Mertens) dateert uit 1989 en werd uitgegeven bij Dedalus in Antwerpen. Ze telt 183 bladzijden en 28 hoofdstukken, zodat we mogen veronderstellen dat ze teruggaat op de herwerking door Foulsham, alhoewel het colofon laat uitschijnen dat het over de originele publicatie uit 1911 gaat.
Ronny De Schepper (op basis van the bramstoker.org)
Trouwe lezers weten dat ik een hekel heb aan woke en meer bepaald in het geval dat men boeken wil herschrijven of zelfs verbieden, maar dit werkje (de denigrerende omschrijving is opzettelijk) van Bram Stoker bakt het toch erg bruin, als ik dat zo mag zeggen. Het gaat hem dan vooral over de beschrijving van de zwarte knecht Oolanga. Nu, aangezien het werk in zijn geheel toch ondermaats is, is het geen probleem dat niemand zich wellicht nog geroepen voelt dit heruit te geven.
LikeLike