Deze keer ben ik met mijn gat in de boter gevallen wat mijn “willekeurige woordenzoeker” betreft. “Dagboek van een oude dwaas” van Junichiro Tanizaki kon op geen beter moment in mijn handen terecht zijn gekomen. De auteur (1886-1965) was een beetje ouder dan ik toen hij dit boek schreef in 1961. Hij heeft ook wat meer kwaaltjes dan ikzelf (wellicht omdat de medische wetenschap toen nog niet zo ver stond als nu), maar de overeenkomst is toch frappant. En heerlijk!

Tanizaki werd geboren in een welgestelde familie in Tokio. Hij studeerde aan de Universiteit van Tokio, waar hij Westerse literatuur bestudeerde en een sterke interesse ontwikkelde in literaire vertalingen en het schrijven van romans. Zijn voorbeelden waren oorspronkelijk Edgar Allan Poe, Charles Baudelaire en Oscar Wilde.

Tanizaki begon zijn literaire carrière in de vroege jaren 1900 met het schrijven van romans en verhalen die vaak de conflicten tussen traditionele Japanse waarden en westerse invloeden verkenden. Hij wordt vaak geassocieerd met het literaire modernisme in Japan.

Enkele van zijn meest bekende werken zijn “Some Prefer Nettles” (1929), “The Makioka Sisters” (1943-48), en “The Key” (1956). Zijn romans behandelden vaak thema’s als seksualiteit, obsessie en psychologische complexiteit.

Tanizaki’s schrijfstijl wordt gekenmerkt door een zorgvuldige aandacht voor detail en een diepgaande verkenning van de innerlijke gedachten en emoties van zijn personages. Zijn werk wordt vaak vergeleken met dat van westerse auteurs als Marcel Proust en Henry James.

“In zijn laatste roman, Futen Rojin Nikki (“Dagboek van een oude dwaas”, 1961-1962), is de dagboekschrijver getroffen door een beroerte die veroorzaakt is door een overdaad aan seksuele opwinding. Hij beschrijft zowel zijn wensen uit het verleden als zijn omkoping van zijn schoondochter om hem seksueel op te winden in ruil voor Westerse prullaria (*),” aldus Wikipedia met een spoiler van formaat, die bovendien het boek in een verkeerd daglicht plaatst, want het doet het voorkomen alsof het allemaal retrospectief is opgeschreven, maar dat is dus helemaal niet waar. Integendeel, het is een dagboek in de meest letterlijke zin van het woord (met overigens ook veel “nutteloze” informatie, zoals dat in dat genre nu eenmaal gaat). Hoe het dan kan dat een dode zijn eigen laatste uren heeft vastgelegd, daarvoor moet u dan maar het boek zelf lezen. (Om eerlijk te zijn: dat is juist de tegenvaller, aangezien het erotische aspect hier haast helemaal is geweerd om enkel nog over het medische aspect te handelen.) Overigens is dat einde niet echt een spoiler want ook de auteur is zich ervan bewust dat de opwinding die zijn schoondochter bij hem opwekt, hem uiteindelijk wel het leven zal kosten. Dat is trouwens geen domper op de feestvreugde, maar draagt er juist toe bij. Tanizaki is immers zeer masochistisch ingesteld, zoals ook zijn boek “Het geheim van de heer van Musashi” illustreert, over een legendarische held die eveneens masochistische seksuele verlangens koesterde.

Gedurende zijn leven was Tanizaki actief betrokken bij de literaire wereld van Japan en schreef hij ook essays over kunst, architectuur en cultuur. Hij ontving talrijke literaire onderscheidingen voor zijn werk en wordt beschouwd als een van de belangrijkste Japanse schrijvers van de 20e eeuw.

Ronny De Schepper

(*) Nounou, “westerse prullaria”. Een ring van drie miljoen yen is zeker niet mis!

Tanizaki in 1951 (tien jaar jonger dan in het boek) uit the Japanese book “Showa Literature Series: Vol.31 (February 1954 issue)” published by Kadokawa Shoten.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.