150 jaar geleden is de Londense schrijver en politicus (hem werd zelfs de troon van Griekenland aangeboden, welke vacant was na de troonsafstand van koning Otto) Edward Bulwer-Lytton overleden.
Hij is vooral bekend van de historische roman “The last days of Pompei” en de toekomstroman “The coming race”. In 1846 schreef hij Lucretia or the Children of Night, gelijktijdig met The Caxtons: a Family Picture. De twee ficties waren bedoeld als tegenhangers; beide dienden om de invloed van thuisonderwijs of meer in het algemeen van de jeugd op de volwassene qua karakter en gedrag aan te tonen. Wat William Wordsworth later “child is the father of man” zou noemen.
Twee jaar later zou Blood, Sweat and Tears de uitstekende elpee “Child is Father to the Man” uitbrengen, maar helaas staat er geen track met die titel op.
Lucretia or the Children of Night vertelt het verhaal van twee vrienden, Pelham en Lucretia, terwijl ze samen de wereld doorkruisen. Pelham is een gentleman en Lucretia is een vrouw met enige verfijning. Onderweg komen ze veel interessante mensen en ervaringen tegen, maar uiteindelijk leidt hun contrasterende levensstijl tot conflicten. (In “mijn” uitgave uit 1888, afkomstig van Gregory Ball, 372 pagina’s.)
“Lucretia werd voltooid en gepubliceerd vóór The Caxtons. Het morele ontwerp van de eerste werd verkeerd begrepen en aangevallen; die van de laatste werd algemeen erkend en goedgekeurd: het morele ontwerp in beide was niettemin precies hetzelfde. Maar in het ene werd het gezocht via de donkere kant van de menselijke natuur; in de andere door de meer zonnige en opgewekte kant. De eerste toont de kwade, de tweede de heilzame invloeden van vroege omstandigheden en opvoeding. Noodzakelijkerwijs neemt de eerste daarom zijn toevlucht tot de tragische elementen van ontzag en verdriet en de tweede tot de komische elementen van humor en andere aangename emoties,” aldus Bulwer-Lytton in het woord vooraf van de tweede uitgave van “Lucretia” in 1853. Hij neemt zich dan ook voor het boek een beetje aan te passen om wat meer lezers te bereiken. Eigenlijk is het een geval van “poetical justice”. Ik weet niet of hij daarmee de eerste is om deze uitdrukking te gebruiken, maar het is alleszins opvallend (*).
De uitdrukking De pen is machtiger dan het zwaard komt ook uit het werk van Bulwer-Lytton, maar hij staat ook bekend voor de saaiste openingszin uit de literaire geschiedenis. Dat is deze zin: “It was a dark and stormy night; the rain fell in torrents — except at occasional intervals, when it was checked by a violent gust of wind which swept up the streets (for it is in London that our scene lies), rattling along the housetops, and fiercely agitating the scanty flame of the lamps that struggled against the darkness” en komt uit zijn roman Paul Clifford. De bekende cartoonhond Snoopy (uit de stripreeks Peanuts) gebruikt eveneens deze zin als aanhef aan zijn literair werk.

Bulwer-Lytton correspondeerde met vele occultisten uit zijn tijd. Verschillende verhalen deden de ronde over hem. Zo b.v. dat hij een Rozenkruiser zou zijn, waarop hij zelfs werd uitgenodigd om Imperator te worden, maar zelf wist hij van niets.
Ronny De Schepper (op basis van Wikipedia en Goodreads)
(*) Het antwoord is “nee”. De uitdrukking poetical justice, ook wel poetical irony genoemd, is een literair middel waarmee uiteindelijk deugd wordt beloond en wandaden worden bestraft. In de moderne literatuur gaat het vaak gepaard met een ironische wending van het lot die verband houdt met de eigen actie van het personage, vandaar de naam poëtische ironie. De Engelse dramacriticus Thomas Rymer bedacht de uitdrukking in The Tragedies of the Last Age Consider’d (1678) om te beschrijven hoe een werk juist moreel gedrag bij zijn publiek moet inspireren door de overwinning van het goede op het kwade te illustreren. De vraag naar poëtische rechtvaardigheid is consistent bij de klassieke schrijvers en komt naar voren bij o.a. Horatius, Plutarchus en Quintillianus, dus de formulering van Rymer is eigenlijk een weerspiegeling van een gemeenplaats. Philip Sidney betoogde in The Defense of Poesy (1595) dat poëtische rechtvaardigheid in feite de reden was dat fictie in een beschaafde natie zou moeten worden toegestaan. Opmerkelijk is dat poëtische rechtvaardigheid niet alleen vereist dat ondeugd wordt gestraft en deugd wordt beloond, maar ook dat de logica triomfeert. Als een personage bijvoorbeeld wordt gedomineerd door hebzucht in het grootste deel van een roman of drama, kan die niet plotseling genereus worden. De actie van een toneelstuk, gedicht of fictie moet dus zowel aan de regels van de logica als aan de moraliteit voldoen. Aan het einde van de 17e eeuw gaven critici die een neoklassieke standaard nastreefden dan ook de voorkeur aan Ben Jonson boven William Shakespeare juist omdat de karakters van Shakespeare in de loop van het stuk veranderen. Toen vooral de Restoration-komedie de poëtische gerechtigheid aan zijn laars lapte door libertijnen te belonen en saaie moralisten te straffen, ontstond er een tegenreactie ten gunste van met name striktere morele normen. (Wikipedia)
Er is mij iets eigenaardigs opgevallen bij de lectuur van “Lucretia”. Ik stoor mij de laatste tijd aan het feit dat leestekens BINNEN de aanhalingstekens staan, ook als die aanhalingstekens gebruikt worden voor de titel van een film of de naam van een boek. Ik dacht dat dit aan onze 21ste eeuwse slordigheid was te wijten, maar Bulwer-Lytton doet dit ook reeds op p.X van zijn woord vooraf!
LikeLike