‘Vreemd water’ (1991, Arbeiderspers, Amsterdam) van Cees (spreek niet uit ‘kees’ maar ‘sees’!) Nooteboom verzinkt een beetje in de massa, in de gigantische hoeveelheid boekwerken die deze auteur het licht liet zien sinds zijn geboorte in 1933 te Den Haag. Enfin, sinds hij in 1954 begon te publiceren dan.

Daarom is het geen minder werk natuurlijk, deze bundeling van essays en artikels. Het boek is in drie delen gesplitst. Het eerste voert ons naar Mexico dat de auteur meermaals bezocht. Na enkele reizen die hem geen schriftelijke erfenis bezorgden arriveert hij er nogmaals in 1988 en daarvan doet hij hier in zo’n honderd pagina’s verslag. Over het actuele Mexico lezen we, de politiek, de chaos, de armoede. Maar wat hem vooral boeit, intrigeert is de cultuur van eeuwen her. En hij neemt ons, de lezer, mee op zijn grillige zoektocht naar de sporen van de Maya’s, de Azteken. Hij toont de schilderingen. We bezoeken tempels, beklimmen hun piramiden terwijl hij verhaalt over de komst van Cortez, hoe dit volk werd uitgemoord. Hij vertelt over tradities, goden, mensenoffers, dodencultus. Over bloed, veel bloed. En vooral: hij doet dit alles in zijn zo heel eigen poëtische bewoordingen. Wat een rijke taal… Hij zwelgt in de gehanteerde woorden, de zinnen ronken, ze kronkelen en draaien. De beelden stormen op je af. Meeslepend, vervoerend. Dat blijkt ook wanneer hij, terug in het heden, de vroegere woning van Frida Kahlo en Diego Rivera bezoekt. Kahlo… zij komt in deze bladzijden tot leven, haar pijn, haar liefde, haar werk. Het is een ode als een gedicht, opgedragen aan een mens en aan haar werk. 

Het tweede deel kreeg als ondertitel ‘De verbeelde wereld’ mee. Meest opmerkelijk hier is het ‘interview’ met de auteur Umberto Eco, indien het zo mag genoemd worden. Nooteboom verhaalt hoe hij de Italiaanse auteur ontmoette, hem rondleidde in Amsterdamse antiquariaten op zoek naar werken over magie, het esoterische; hoe hun vriendschap groeide. Hij leest die andere roman na ‘De roos..’: ‘De slinger van Foucault’ en gaat in München de replica van dit curieuze voorwerp bekijken. Om tenslotte bij Eco thuis te belanden en hem te interviewen. Dat betekent: een boeiend erudiet gesprek over diverse onderwerpen tussen twee schrijvers, twee filosoferende heren – over schrijven, lezen, magie, wetenschap. Umberto Eco neemt Nooteboom mee naar zijn vrienden, laat hem de stad zien, maakt hem deelgenoot van zijn gedachten en zijn bibliotheek… Wat behelst dit tweede luik nog? Enkele opstellen over Japan: Europalia ’89 was aan Japan gewijd en Nooteboom voert ons via een aantal tentoonstellingen; er is ook een opstel gewijd aan het fotoboek over Japan van Ian Buruma dat een bizarre kant van het land belicht, het wrede en het bizar-seksuele. Over Pieter Bruegel schrijft hij nog, en over zijn vriendschap met die andere auteur, Mary McCarthy. 

Winter 1989-1990, Australië, het verslag van deze reis is in het derde deel te lezen. Uiteraard bewonderen we, verplicht, het iconische Opera House in Syndney. Het moderne Australië wordt ondergaan, lijdzaam… We reflecteren over de duizenden die het leven lieten in Europa tijdens hun deelname aan de wereldoorlog; het War Memorial in Canberra is aanleiding om de gruwel van geweld af te zweren. Wat Nooteboom evenwel vooral lokt, en wat we in zijn ganse oeuvre kunnen ontmoeten, is de interesse – zeg maar passie – voor de aboriginals. Hun verleden, hun mythen, hun kunst of in ieder geval de afbeeldingen die ze overal achterlieten en die we tot kunst benoemden “omdat we haar van ons leven hebben afgezonderd”, middelen tot expressie en communicatie. Hij zoekt en vindt hen terwijl hij dat reusachtige land doorkruist, nu eens in een aftandse VW, dan in een 4 x 4, in een kano door de swamps en in een vliegtuigje. Een man die zijn ganse leven aan de studie van hun bestaan wijdt wijst hem de weg, letterlijk en figuurlijk. Hij komt in de grotten, voorbij de offerplaatsen, ziet de borden die verwittigen dat hij deze heilige grond niet mag betreden zonder toelating. Hij legt kilometers en kilometers af door de Outback, daar is de beroemde Ayer’s Rock: omvang negen kilometer, 348 meter hoog, rood, bloedkleur, de heilige steen Uluru… Gewoon een rots in de woestijn. Hij nam zich voor zich niet te laten impressioneren, en zie: ook hij ontkomt niet aan de sfeer, de plek is magisch, mythisch. Dit past bij wat hij inmiddels gezien heeft, de tekeningen; bij de verhalen – hoe wanneer iemand een onvergeeflijke wandaad beging hij wordt doodgezongen, d.i. niet letterlijk dood maar het collectieve zingen betekent de definitieve verstoting uit de gemeenschap wat voor hen erger is dan de dood… Hij begon dit verslag met enige commentaar over de kolonisatie, de transporten van gevangenen uit Engeland om hier een wereld, een bestaan op te bouwen – ten koste van de oorspronkelijke bewoners. En nu… hij is telkens weer overweldigd. “Het is te veel, dit land, te machtig, alles wat je doet is een kras, een millimeter, je vindt jezelf niet meer terug.”

‘Vreemd water’ is een boeiend, informatief reisboek. Het is vooral door de passie waarmee alles beleefd wordt en zo ook neergeschreven is een avontuur voor de lezer. En vooral: de taal is rijk, poëzie om te smullen, een tover van beelden.          

Johan de Belie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.