Eén van de beste singer-songwriters aller tijden viert vandaag haar tachtigste verjaardag (foto Angela George via Wikipedia).

Tachtig is ze dus geworden, het meisje dat in het prille begin van de jaren zestig Neil Sedaka’s smeekbede tot “Oh, Carol” beantwoordde met een even pathetische “Oh, Neil”. Carole King. Uit die tijd stammen ook de opnames die veel later werden verzameld op de CD Carole, Paul & Artie, Paul & Artie zijnde Simon & Garfunkel. Het kan natuurlijk ook zijn dat het eigenlijk maar een allegaartje is van individuele prestaties (of ook soms als duo).
“Carole King, Writer” heette haar eerste (geflopte) solo-elpee (in 1970). En zo was het ook, want buiten dit (in die tijd tamelijk gebruikelijke) grapje had ze enkel in 1962 nog eens “It might as well rain until september” op plaat gezet. Voor de rest was ze immers vooral bedrijvig als componiste en tekstschrijfster samen met haar toenmalige echtgenoot Gerry Goffin. Een paar pareltjes uit dit huwelijk ontsproten: “Rubber ball” en “Take good care of my baby” van Bobby Vee (1961), “The locomotion” van Little Eva (*), “Up on the roof” van The Drifters (1962), “Oh no not my baby” van Maxine Brown (1964), “Hung on you” van The Righteous Brothers (1965) en “A natural woman” van Aretha Franklin (1967).
Ook schreef ze in 1962 voor The Crystals het omstreden “He hit me (and it felt like a kiss)” dat zelfs uit de handel diende te worden genomen (**). Nu gaat dat wel over een jongen die ten onrechte vermoedt dat zijn meisje “vreemd gaat”, maar als dit dan wordt opgevolgd met “Please hurt me”, dan gaat een mens zich toch vragen stellen. Zeker wanneer men weet dat Goffin & King voor een andere groep (The Cookies) toch ook al “Chains, my baby’s got me locked up in chains” hadden gepleegd (later gecovered door The Beatles).
Voor hun songs werd in New York (waar Carole woonde en werkte) speciaal The Shirelles opgericht. “Will you still love me tomorrow” was hun grootste hit in 1961, ook al namen deze meisjes nog prachtig werk op als “Dedicated to the one I love” (1961) en “Soldier boy” (1962). Wat mij het meest verwonderde was dat Gerry Goffin voor de teksten zorgde en Carole King voor de muziek. Dat kwam omdat zowel het vroegere “Will you still love me tomorrow” als het latere “Natural woman” en alles wat daartussen lag, vooral het vrouwelijke standpunt benadrukte. En bij het bevriende echtpaar Barry Mann en Cynthia Weil was dat inderdaad de rolverdeling.
Net zoals Renaissancisten de periode tussen hen en de klassieken misprijzend als “Middel-eeuwen” bestempelden, zo wordt in rock-kringen ook de periode 1958-1962 met de nek aangekeken, als zijnde het dal tussen de twee pieken Presley en Beatles.
Toch kan men niet spreken van een echte breuk, althans niet in Engeland, maar eerder van een vlotte overgang. Beatles en Stones mochten op hun eerste elpees dan nog met volle handen in het werk van Chuck Berry of Little Richard graaien, ook de meisjesgroepen lieten hen niet onberoerd, denken we maar aan “Please mister Postman” bijvoorbeeld. Toen het succes in haar eigen land wat begon te tanen, kon Carole King dan ook gelukkig nog royalties binnendrijven vanuit Albion waar o.m. Dusty Springfield mooie dingen deed met “Some of your loving” en “Goin’ back”.
Onrechtstreeks was het trouwens via Engeland dat Carole King in het begin van de jaren zeventig uit de vergetelheid werd heropgevist. Toen haar eigen groep The City immers niet van de grond kwam, was daar James Taylor als reddende engel. En die Taylor was op zijn beurt aan de oppervlakte gebracht door het Beatles-label Apple en vooral dan door producer Peter Asher (ex-lid van Peter and Gordon en ex-“schoonbroer” van Paul McCartney).
Zoals gezegd flopte de eerste solo-elpee weliswaar, maar er restte nog genoeg enthousiasme om het een jaar later (1971 dus) nog eens te proberen. Zoals in “Writer” (en al haar latere elpees) legt Carole King voor “Tapestry” zichzelf op de ontleedtafel. Zij kerft zo genadeloos in haar gevoelswereld dat zelfs een bonk van een kerel er niet onberoerd kan bij blijven, vooral dan niet omdat ter ondersteuning van de melancholische teksten Carole zelf voor een haast vervreemdende pianobegeleiding zorgt. “It’s too late” mag hiervoor als een schoolvoorbeeld gelden al staan ook “You’ve got a friend”, “So far away” en het herwerkte “Will you still love me tomorrow” te dringen voor deze eer.
In 1971 werd Carole King dan ook uitgeroepen als beste zangeres en kreeg ze nog prijzen voor de beste compositie, de beste elpee en de beste single. Dat alles ligt nu echter alweer meer dan tien jaar achter de rug en, alhoewel Carole nog talrijke elpees heeft uitgebracht, nog steeds is “Tapestry” haar best verkopende plaat (vijftien miljoen gingen er ondertussen reeds over de toonbank).
Voor de jaren tachtig bereidt Carole dan ook een come-back voor. Een nieuwe elpee (“One to one”) staat in de startblokken en daar hoort natuurlijk een wereldtournee bij. En zo komt het dat we Carole eindelijk (nog?) eens in België gaan te zien krijgen en wel op zaterdag 3 april 1982 in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel. Ze wordt begeleid door een acht man sterk orkest, waarin de nadruk vooral ligt op het ritmische aspect (drie gitaristen en twee percussionisten naast een blazer, een bassist en zelfs een pianist). Toch hopen we dat Carole King af en toe zelf nog eens aan het klavier zal plaatsnemen om met een summiere begeleiding ons terug te voeren naar 1971.

Referentie
Ronny De Schepper, King and Queen, De Rode Vaan nr.12 van 1982

(*) Daarnet hoorde ik op de autoradio nog eens “Do the loco-motion” van Little Eva uit de zomer van 1962. En met al die commotie rond “ça plane pour moi”, vroeg ik me af of we hier niet met iets gelijkaardigs te maken hebben. Iedereen kent wel de ontstaansgeschiedenis van “Do the loco-motion”, waarbij Carole King het nummer zogezegd liet inzingen door het meisje dat bij haar kwam babysitten. Later werd van die Little Eva (1943-2003) bij mijn weten ooit nog iets vernomen, terwijl het toch ook algemeen bekend is dat in die vroege jaren zestig Carole King ervoor terugschrok om haar eigen nummers uit te voeren (bij The Shirelles speelde ze b.v. enkel piano in de studio). En als je dat nummer nu hoort, dan is dat toch wel de stem van Carole King, vind ik. Bovendien was die Eva zwart en dat hoor je alleszins niét in de zang… Zo schreef ik enkele jaren geleden, maar, om heel eerlijk te zijn, heeft Little Eva in 1963 nog wel degelijk twee onbetekenende hitjes gehad, “Keep your hands off my baby” en “Let’s Turkey Trot”, waarna ze in november haar laatste hit had samen met Big Dee Irwin: “Swinging on a star” (al werd ze in Engeland niet eens op de plaat vermeld!) Maar toch: ze zal het wel degelijk geweest zijn.
(**) Naar verluidt gebaseerd op een waar gebeurd verhaal dat Little Eva haar heeft verteld. Later zou Carole zelf door haar derde echtgenoot Rick Evers geregeld worden geslagen. Ze zou hem dan ook snel verlaten, waarna hij zelfmoord pleegde door een overdosis drugs te nemen. Na zijn dood keerde zij met haar kinderen terug naar de staat waaruit hij afkomstig was (Idaho) en ging zich inzetten voor de groene beweging.

Een gedachte over “Carole King wordt tachtig…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.