De Amerikaanse componist van zogenaamd “minimalistische” muziek, Steve Reich, viert vandaag zijn 85ste verjaardag…

In 1957 haalde Steve Reich zijn diploma filosofie op de Cornell University. Daarna studeerde hij compositie, eerst bij Hall Overton, van 1958 tot 1961 op de Juilliard School en tenslotte op het Mill College in Californië, waar hij les volgde bij Darius Milhaud en Luciano Berio. Hij studeerde af in ’63. Het Steve Reich Ensemble wordt gesticht in 1966 en bestaat aanvankelijk uit slechts drie muzikanten (later zullen het er 18 worden). Een van de eerste werken is “It’s gonna rain”, dat net als “Come out” (1966), uitsluitend uit “geknipte” (“gefaseerde”) gesproken fragmenten bestaat (in het eerste geval een zwarte prediker over de zondvloed, in het tweede over het “coming out” van homofielen). Datzelfde jaar volgt ook nog “Reed phase”.
Steve Reich schrijft in 1969 “Pendulum music” (“swinging microphones over cranked-up amplifiers”) en maakt samen met Jon Gibson, Richard Landry en Arthur Murphy deel uit van het eerste Philip Glass Ensemble, dat datzelfde jaar “600 lines” en “One + One” creëert. In tegenstelling tot Glass wil Steve Reich echter naast Indische muziek en jazz & blues (o.a. in navolging van Igor Stravinsky), vooral Afrikaanse percussieritmes beklemtonen. In 1970 is hij immers afgestudeerd als slagwerker aan het Instituut voor Afrikaanse Studies in Ghana. Toch is ook bij hem de belangstelling voor de Oosterse muziek aanwezig via de Balinese gamelan, die hij in 1973-74 in Berkeley heeft gestudeerd.
Daarna schrijft Reich “Violin phase” voor viool solo en “Piano Phase” voor twee piano’s. Daarna volgen “Four organs”, “Phase patterns” en “Drumming”. “Drumming”, dat anderhalf uur duurt, is apart verschenen op een CD (Nonesuch 979 170-2), de andere zijn samengebracht op “Early works” (Nonesuch 979 169-2).
Na “Clapping music” schrijft Steve Reich “Six pianos”, waarbij zelfs de piano als slaginstrument wordt gebruikt. Wie hiermee wil kennismaken, kan best de versie uit 1990 van Piano Circus aanschaffen (Argo 430 380-2), want daar werd het gekoppeld aan “In C” van Terry Riley. Datzelfde jaar was er van Reich ook nog “Music for mallet instruments, voices and organ”.
In april 1980 ging in New York “Music for eighteen musicians” (waaronder een “metallofoon”, d.i. een vibrafoon zonder motor) van Steve Reich in première. Hij had eraan gewerkt sedert mei 1974.
In 1981 componeert Steve Reich “Tehillim”. Gebaseerd op vier Hebreeuwse psalmen zijn dit zijn eerste stappen in de richting van de vocale muziek. Vier vrouwenstemmen creëren een sensuele betovering.
Steve Reich schrijft “Counterpoint Vermont” maar belangrijker is dat “onze” Anne Teresa De Keersmaeker (die dan amper 22 is en nog niet “beroemd”) “Fase, four movements on the music of Steve Reich” creëert, muziek die gecomponeerd was tussen 1966 en 1972. Een aantal voorstellingen werden trouwens live begeleid door het Steve Reich Ensemble. Reich hanteert in deze stukken opnieuw het principe van de “fasering”: ritmisch, melodisch en tussen de verschillende instrumenten onderling doen zich geleidelijk lichte verschuivingen voor. Die verschuivingen merk je ook in de choreografie.
Aangezien Reich tegen “narratieve” muziek is, heeft ook Anne Teresa geen poging gedaan om de muziek te “vertalen”.
Daarna schrijft Steve Reich zijn “Desert Music”, op teksten van William Carlos Williams, dat o.m. werd uitgevoerd door het BRTN-Filharmonisch Orkest, geleid door David Porcelijn, m.m.v. het Nederlands Kamerkoor in de BRT-studio op het Flageyplein op 19/03/1992. In “Desert Music” kan je horen dat Reich, veel meer dan Glass, ook door andere strekkingen in de hedendaagse muziek is beïnvloed. Zo hoor je b.v. duidelijk overeenkomsten met “Hiroshima” van Penderecki (al is dat volgens Reich omdat terwijl hij aan het schrijven was, er inderdaad een sirene afging en hij vond dat dit er uitstekend bij paste, zij het dat hij geen “echte” sirene wou, hij wou ze wel duidelijk transponeren in muziek door de strijkers). Het is echter vooral een “herkauwen” van het procedee van “Music for 18 musicians”, zo geeft hij zelf toe.
De bundel van W.C.Williams heet ook wel “Desert Music”, maar de teksten die Reich eruit heeft geselecteerd hebben niks met woestijnen e.d. te maken. Reich zelf had bij het componeren wel landschappen in zijn hoofd, zoals ook Herman Sabbe op 13/1/1994 tijdens een voordracht bevestigde, zoals de woestijn uit het Oude Testament, de ermee overeenkomende vastenperiode van Christus, maar ook de woestijn zoals die in “The sheltering sky” van Paul Bowles naar voren komt en zijn eigen ervaring van een autorit door de woestijn van Californië. Bovendien zit er ook nog wat maatschappijkritiek bij, want het verwijst ook naar de kernproeven in de woestijn van New Mexico. Ook de bundel van Williams wil een aanklacht zijn tegen de bommen op Nagasaki en Hiroshima trouwens.
Oorspronkelijk zou de stem van Williams in de muziek gemixed worden, maar uiteindelijk vond Reich het toch opportuner om voor een koorzang te opteren. Tegelijk ontkent Reich wel dat muziek plastische beelden kan oproepen. Ook weigert hij zijn muziek ondergeschikt te maken aan de tekst. De fragmenten van Williams zijn dus slechts gekozen omdat ze dienstbaar zijn aan de muziek en niet omgekeerd. Desnoods wordt er in andere composities van hem trouwens in een onverstaanbare taal gezongen (het sanskriet of zo).
Hij verzet zich ook tegen de notie van “hypnotische muziek” of muziek om in een “trance” te geraken, omdat hij juist wil dat de luisteraars heel alert blijven. En omdat hij blijkbaar tegen àlles is, is hij ook tegen de term “repetitieve muziek”. Het walsritme oempapa-oempapa, dàt is repetitief, zegt hij.
Ook de kritiek dat hij nooit eens een trage passage zou schrijven aanvaardt hij niet, hij zegt dat bij hem de violen zeer vaak een langzame passage spelen, terwijl de ritmesectie verder blijft doorjagen.
Daarna verscheen “Sextet”, een gelijkaardig werk van Reich, dat samen met “Six Marimbas”, een “herwerking” van “Six pianos”, op één CD verscheen (Nonesuch 979 138-2).
In 1987 schrijft Steve Reich “Different Trains”: digitaal gesampelde uitspraken van overlevenden van de holocaust, een Amerikaanse stationskruier en zijn eigen gouvernante uit zijn jeugd, begeleid door een strijkkwartet (het Kronos Quartet). Ze verschijnen samen met “Electric counterpoint”, geschreven voor gitarist Pat Metheny die zelf de dertien (!) melodielijnen speelt, op één CD (Nonesuch 979 176-2).
Dat jaar schrijft hij ook “Four sections”, gevolgd door “New York Counterpoint”, een compositie bestaande uit tien delen van voorgeregistreerde saxofoon (reeds van 1982), waarmee dan een rechtstreeks gespeelde saxofoonpartij wordt gecontrasteerd. In 1994 werd dit werk in Gent, meer bepaald in Logos, uitgevoerd door Paul Wehage.
Daarna was het uitkijken naar de creatie van “The Cave” van Steve Reich op het Festival van Wenen, een productie die overigens kort daarna ook in de Brusselse Muntschouwburg was te zien, waar overigens Paul Hillier (als stichter van het Hilliard Ensemble een specialist in oude muziek) dirigeerde. Met grote videobeelden van zijn vrouw Beryl Korot werd deze productie onthaald als een voorbeeld van “hoe opera er mogelijkerwijze in de 21ste eeuw zou kunnen uitzien“. Met als thema de strijd tussen Arabieren en Joden, gaat het werk enerzijds terug op de bijbelse geschiedenis van Abraham die zijn zoon Ismail uit zijn eerste verhouding (met Hagar) verwerpt ten voordele van Isaak (uit zijn wettelijk huwelijk met Sarah), want Isaak wordt als de vader van de Joden aanzien en Ismail als die van de Arabieren (waar Abraham dan wel Ibrahim heet). De titel is dan ook een referentie naar de grot van Machpelah in Hebron (Cisjordanië) waar de familie van Abraham zou hebben geleefd en ook zou zijn begraven.
Op de video’s krijgen we interviews met Joden (1ste bedrijf) en Arabieren (2de bedrijf) in Palestina, maar ook in Amerika (3de bedrijf) te zien, die moeten antwoorden op de vraag: wie is Abraham? De antwoorden hierop dienen dan als uitgangspunt voor een vocaal kwartet, ongeveer zoals in de tijd van “Come Out”. Verder bevatten het eerste en het derde bedrijf stukken van het Engelstalige Oude Testament, vervlochten met muziek die gebaseerd is op gesproken samples, en het tweede bedrijf een moslimtekst als een pure psalm (omdat islamwetten verbieden de koran op muziek te zetten). Het derde deel is zowaar komisch omdat die domme Amerikanen weer van toeten of blazen blijken te weten: “Wie? Abraham Lincoln?”
In de herfst van 1997 ging in Parijs alweer een opera van Reich in première (ik vind wel dat het woord “opera” de laatste tijd voor vanalles en nog wat wordt gebruikt). “Three tales” wordt inderdaad weer gevormd door drie los van elkaar staande onderdelen, die eerder filosofisch dan narratief zijn. Het thema is meer bepaald de technologie. “Hindenburg” gaat dus niet over het feit dat deze generaal Hitler als kanselier aan het hoofd van de Weimarrepubliek plaatste, maar wel over de zeppelin die hij patroneerde. Ook al gaat deze ten onder, toch blijft het een positieve visie op technologie. Met “Bikini”, het atol waar de eerste atoomproef plaatsvond, is dat al anders en “Dolly”, het gekloonde schaap, moet helemaal voor afschrikking zorgen.

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.