Het is vandaag al twintig jaar geleden dat tekenaar Morris (eigenlijk Kortrijkzaan Maurice De Bevere), de vader van Lucky Luke, is overleden.

Alhoewel “Lucky Luke” (gecreëerd in 1946 voor het album “Arizona 1880”) eigenlijk een humoristische reeks is, trachtte Morris beroemd om z’n nauwgezetheid wat documentatie in verband met het Wilde Westen betreft, toch in zijn eerste verhalen de sfeer weer te geven door af en toe bloedige schietpartijen en lynchings in te lassen. Morris deed van 1949 tot 1955 trouwens een stage in de tekenfilmstudio’s van Hollywood, een achtergrond die hem steeds is blijven inspireren, zowel bij het creëren van typetjes (Phil Defer alias Phil IJzerdraad alias Jack Palance) als voor bepaalde scenario’s (vgl. “De postkoets” met “Stagecoach” van John Ford of “Spoorweg door de prairie” met “Union Pacific” van Cecil B.de Mille). Toen hij echter in 1955 met scenarioschrijver René Goscinny, die hij in de VS had ontmoet, begon samen te werken (en van Robbedoes-Dupuis naar Dargaud overstapte), begon die systematisch de verhalen daarvan te zuiveren, om net zoals de latere Asterix-reeks de nadruk meer op de woordhumor te leggen. Dat was trouwens ook opgelegd door de Franse censuur, die zich voor één keer eens strenger voordeed dan de Belgische, wat overigens puur door eigenbelang was ingegeven: de Fransen zagen met lede ogen dat de Belgische strips de Franse markt overspoelden…
Het eerste wat Goscinny deed was de Daltons, die in “Vogelvrij” (album nr.6 uit 1950) historisch correct er het loodje hadden bij neergelegd, opnieuw tot leven wekken, zij het dan als “De Neven Dalton” (1957). Eigenlijk zijn deze nevenpersonages trouwens populairder dan de nogal kleurloze Lucky Luke zelf (typisch was dat hij één van de eersten was om “politiek correct” te zijn: nadat hij voor de Amerikaanse tekenfilms van Hanna en Barbera in 1984 niet meer mocht roken, nam Morris dit over in de strip). Zo ook de hond Rataplan, die voor het eerst opduikt in “In het spoor van de Daltons”, en nadien, vanaf 1987, zij het door een ander duo, namelijk Fauche en Léturgie, een eigen leven begon te leiden in een naar hem genoemde stripreeks.
In 1977 was Goscinny ondertussen overleden aan een hartaanval. Kort voor zijn dood had hij met Morris afgesproken dat indien één van beiden kwam te overlijden, de andere gedurende vijf jaar de nabestaanden een bepaalde som zou uitbetalen. Morris bleef dit uiteindelijk doen tot 1991. Maar toen hij dan stopte, deed Anne Goscinny hem een proces aan omdat volgens haar dit een “verworven recht” was geworden!
Een andere scenarist die na de dood van Goscinny teksten voor Lucky Luke aanleverde, was Hartog van Banda van “De Fabeltjeskrant”.
In 2001 stierf Morris zelf en even leek het erop dat met hem ook Lucky Luke was gestorven, al had Morris te kennen gegeven dat hij graag had gezien dat Lucky Luke ook zonder hem kon doorgaan. Pas op 18 september 2004 verscheen er opnieuw een album: “Jolly Jumper op vrijersvoeten”. Tekenaar was nu Achdé (pseudoniem voor Hervé Damenton), het scenario werd toevertrouwd aan de komiek Laurent Gerra, die op die manier zijn debuut maakte in het stripwereldje.

Ronny De Schepper

Een gedachte over “Morris (1923-2001)

  1. De nalatenschap van Morris De Bevere is totaal de mist in gegaan. Zijn echtgenote Francine Blanckaert is in september 2020 overleden. Niemand werd verwittigd, ook de familie niet. Waar zijn de ontelbare tekeningen en het archief verzeilt geraakt. Niemand weet het.

    Geliked door 1 persoon

Laat een reactie achter op R Dirckx Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.