Het is vandaag al veertig jaar geleden dat de Amerikaanse cajun-muzikant en componist Nathan Abshire is gestorven (foto La Louisianne via Wikipedia). Hij zong en speelde diatonische accordeon. Abshire said prior to his death: “When I die, I wish they would break all my records and not play them anymore. It doesn’t feel right for the radios and everyone to keep on playing a musician’s music after he’s gone.” Gelukkig heeft men deze wens uiteraard niet ingewilligd.

Abshire stamde uit een muzikale familie. Zijn vader Lennis (Lanas) Abshire, moeder en ook een oom speelden accordeon en zij leerden hem spelen. Al van zijn achtste trad hij op. Hij speelde bij de bekende cajunbands Happy Fats and His Rayne-Bo Ramblers en The Hackberry Ramblers. Zijn eerste opnamen maakte hij in 1935 voor RCA Bluebird Company. In de jaren 30 en 40 overheerste het genre van de Western Swing in de cajunmuziek. Hierin was er geen plaats voor de accordeon uit de traditionele cajunmuziek. Abshire probeerde zich zonder veel succes om te scholen tot violist.

In 1942 werd Abshire opgeroepen voor het leger, maar door zijn ongeletterdheid, zijn gebrekkige kennis van het Engels werd hij na een ongeval na korte tijd ontslagen. Na de oorlog verhuisde hij met zijn vrouw naar Basile. In de jaren 50 was er hernieuwde belangstelling in de cajunmuziek met traditionele bezetting van accordeon en viool. In de jaren 60 kwam er ook belangstelling van buiten de eigen gemeenschap voor zijn muziek. Hij trad op doorheen de Verenigde Staten en Canada. Samen met de Balfa Brothers trad Abshire op in 1967 op het Newport Folk Festival als The Pinegrove Boys en hij verscheen ook in verschillende documentaires. Toch leefde Abshire zijn ganse leven in relatieve armoede en oefende hij verschillende bescheiden baantjes uit. Zijn spel en zang zijn beïnvloed door gekleurde (creole) artiesten zoals Amédé Ardoin en zo ook door de blues. Abshire werd opgenomen in de Hall of Fame van de Cajun French Music Association.

Abshires bekendste compositie is Pine Grove Blues, dat hij voor het eerst in 1949 opnam (zie onderstaande foto van The Louisiana Endowment. Pine Grove Press. Lyle Ferbrache, Wilson Granger via Wikipedia) and which has also become a favorite among line dancers. Tijdens de oorlog mochten geen cajunopnames gemaakt worden, maar daarna kende de “echte” cajun-sound (dus met de accordeon als solo-instrument) een nieuwe start, omdat men zich bewust wilde afzetten tegen de “Amerikaanse” hillbilly-muziek. Nathan Abshire’s “Pinegrove blues” uit 1949, een nummer gebaseerd op “Black Girl” van de Texaanse negerpianist Joe Pullum (vandaar de alternatieve titel “Ma négresse”) en geproduced door George Khoury, wordt meestal aangehaald als de inzet van de revival, maar hij heeft onder meer ook nog een coverversie van Joe Souths “Games people play” op zijn naam staan.

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.