Het is vandaag ook al veertig jaar geleden dat de Amerikaanse schrijver Henry Miller is overleden (foto Carl van Vechten via Wikipedia).

Henry Millers jeugd speelt zich af in Brooklyn, New York. Henry Miller zou in die tijd (net als de onvermijdelijke Ernest Hemingway) van wielrennen hebben gehouden. In de film “Henry and June” laat men Miller zeggen dat hij naar de zesdagen van Brooklyn was gaan kijken en dat hij daar “haas” (gangmaker) heeft gespeeld. In de film houdt hij ook een race tegen Edoardo Sanchez, de neef van Anaïs Nin, die overigens beweert dat hij nog wielrenner is geweest.
Henry Miller breekt zijn studie na twee maanden af en neemt verschillende baantjes aan. In 1917 trouwt hij met Beatrice Sylvas Wickens. Ze krijgen een dochter.
In 1920 komt Miller terecht bij de Western Union Telegraph Service, als personeelsmanager voor de bezorgdienst. Hij onderneemt pogingen om te schrijven maar vindt zichzelf op dit vlak (en de wereld in het algemeen) een grote mislukking, op kunst na. In een relatie met June Edith Smith Mansfield krijgt hij voldoende geld bij elkaar om in 1930 naar Parijs af te reizen, naar de ‘beschaafde wereld’.
In Parijs heeft hij het niet makkelijk. Baantjes als “proof-reader” en de goedgunstigheid van zijn vrienden houden hem in leven. In 1931 schrijft hij in de Villa Seurat in Montparnasse zijn eerste roman, ‘Tropic of Cancer’ (Kreeftskeerkring), die in 1934 wordt uitgegeven. Daarna volgen ‘Black Spring’ (‘Zwarte Lente’) en de zusterroman van ‘Tropic of Cancer’: ‘Tropic of Capricorn’ (‘Steenbokskeerkring’).
In de Parijse tijd heeft hij vanaf 1931 ook een relatie met Anaïs Nin. Alhoewel Nin reeds overspelige avontuurtjes heeft gehad, betekent Miller onmiddellijk toch iets meer voor haar. In het begin heeft hij van zijn kant weliswaar zware kritiek op de studie over de Engelse schrijver D.H.Lawrence die ze heeft gepubliceerd, maar uiteindelijk draait hij bij en wordt hij zelfs verliefd op Anaïs. Na het lezen van haar dagboeken moedigt hij haar aan om haar werk ook uit te geven en daarnaast verruimt hij ook haar seksuele horizon. Met stilzwijgende toestemming van haar echtgenoot Hugh Guiler (1899-1985) beginnen ze een relatie.
Henry verheelt Anaïs niet dat hij in de Verenigde Staten op haar eigen verzoek een vrouw heeft achtergelaten met wie hij sedert 1924 is getrouwd en die hij in zijn boeken ten tonele voert, nu eens als Mona, dan weer als Mara, maar die eigenlijk June heet. Hij houdt wel erg veel van haar maar haar excentrieke gedrag maakt samenleven zo goed als onmogelijk. Ze is erg humeurig, heeft een onduidelijke lesbische verhouding met een zekere Jean en geeft er niet om via lijfelijke gunsten iets gedaan te krijgen van een man. Op die manier heeft ze er trouwens voor gezorgd dat Miller niet langer kostwinner moest spelen, maar zich kon toeleggen op het schrijven. Wat hem echter het meeste dwarszit is, dat ze een onverbeterlijke mythomane is, ze er liegt m.a.w. op los dat de stukken eraf vliegen.
Anaïs geraakt in de ban van deze verhalen, zodat ze zich reeds vooraf een geïdealiseerd beeld heeft gevormd van deze fascinerende vrouw. Wanneer June op een bepaald moment dan toch eens afzakt naar Frankrijk, blijkt ze Anaïs zelfs nog meer te bevallen dan in haar dromen en ze begint ook met haar een verhouding.
Ingekleed in een surrealistische vormgeving vormt de verhouding met June (die ze dan wel Sabina noemt) ook de kern van haar eerste roman, “House of Incest” die midden de jaren dertig verschijnt (Ingrid Vander Veken bewerkte dit voor Studio Herman Teirlinck tot “Het huis van incest”).
In 1934 is June gescheiden van Miller en is ze ook definitief uit het leven van Anaïs verdwenen. Om meer klaarheid te krijgen in zichzelf, gaat deze in therapie bij de Franse psycho-analyticus René Allendy. Maar Allendy biedt haar geen houvast. Enerzijds wil hij dat ze breekt met Henry Miller, maar anderzijds brengt hij haar in contact met de Franse toneelauteur Antonin Artaud, die met zijn “théâtre de la cruauté” zo mogelijk nog “gevaarlijker” is dan Miller en die waanzinnig verliefd op haar wordt. Dan leert ze via Henry Miller de psychiater Otto Rank kennen, die zich met “A study of incest in literature” internationale bekendheid heeft verworven. Later zal Anaïs in New York zijn assistente worden.
Naast de erotische passages in haar dagboek schreef Anaïs Nin ook expliciete “erotica”. Deze teksten werden in het begin van de jaren veertig geschreven (de eigenlijke uitgave volgde zelfs slechts op het einde van de jaren zestig onder de titel “Delta of Venus”) en kwamen tot stand op bestelling van een privé-persoon, die niemand minder was dan de uitgever van het werk van Henry Miller. Hij deed het echter voorkomen alsof hij een tussenfiguur was voor een rijke “maecenas”.
Zogezegd in opdracht van deze maecenas vroeg de uitgever aan Henry Miller om tegen één dollar per bladzijde wat pornografie te schrijven. Miller zag dit oorspronkelijk niet zitten – het interfereerde teveel met het werk dat hij écht wilde schrijven – maar door geldnood gedwongen deed hij het toch maar. Reeds vrij vroeg riep hij de hulp in van Anaïs Nin om samen verhalen te bedenken. Miller wendde het geld vooral aan om op reis te gaan en als hij voor een van die reizen nogal langdurig afwezig moet zijn, vraagt hij aan Anaïs Nin om er gewoon mee door te gaan. Nogal snel komt het “bedrog” uit, maar de opdrachtgever houdt wel van het werk van Nin, alleen vraagt hij haar “to cut out the poetry”. Deze typisch mannelijke visie op erotiek irriteert Nin zodanig dat ze zelfs een aanval van kuisheid krijgt, zoals ze zelf zei.
De romans van Henry Miller zelf zijn levendig geschreven en bevatten veel kritiek op morele en culturele waarden. Vanwege obsceniteit worden de boeken in de Verenigde Staten verboden. De romans worden Amerika ingesmokkeld, waardoor Miller een underground-reputatie krijgt. Hij wordt ook beschouwd als een voorbeeld van vitalisme. Henry Miller is volgens Benoîte Groult nog meer dan Lawrence “a male chauvinist pig”. Hierbij kan ik me grotendeels aansluiten. Geen enkel werk van de man van wie Anaïs Nin nochtans zoveel heeft gehouden, kan me immers bekoren. Dat kan echter ook te maken hebben met het feit dat ik Miller (net als Jan Cremer b.v.) pas op latere leeftijd heb gelezen en dat die vitalistische stijl dan voor mij ook niet meer zo per se hoefde. In mijn “Sturm und Drang”-periode daarentegen was ik gewoon wég van Jan Wolkers’ “Turks Fruit” en Jef Geeraerts’ “Black Venus” (*), twee werken waarover Groult wellicht ook wel iets zou te zeggen hebben, mocht ze deze kennen (vooral het tweede dan).
In 1940 keert Miller terug naar de Verenigde Staten. Hij leeft dan voornamelijk in Big Sur, Californië en wordt een cultfiguur in de opkomende jongerencultuur. Zelf zegt hij over rockzanger Chuck Berry dat zijn teksten “afgestemd waren op de dingen die in de lucht hingen”.
Na een reeks van rechtszaken verklaart het Amerikaanse Hooggerechtshof in 1964 het oordeel van het Staatsgerechtshof nietig; een van de gebeurtenissen in de schakel die leiden tot de seksuele revolutie. Toen in 1973 Erica Jong haar romandebuut maakte met “Fear of Flying”, schreef Henry Miller, op dat moment al 83, haar een brief waarin hij zei: “Ik kan me niet herinneren ooit een boek van een vrouw gelezen te hebben dat zo’n diepe indruk op me heeft gemaakt.” Eat your heart out, Anaïs Nin!
Geen wonder dat Jong Miller (veel) later zou “bedanken” door een biografie over hem te schrijven (“De duivel loopt los”, 1995). Ook met Nin zou ze trouwens nog contact opnemen. Ze vroeg haar waarom ze de seksuele passages uit haar dagboeken had verwijderd. “Omdat ik had gemerkt dat een vrouw die onthullingen had gedaan over haar seksuele leven, daarna nooit meer serieus werd genomen als schrijfster,” was het antwoord van Anaïs Nin.
Naast de ‘Tropics’ zijn ook de trilogie ‘Sexus’, ‘Plexus’, ‘Nexus’ en ‘Quiet days in Clichy’ in het Nederlands vertaald.

Ronny De Schepper

(*) In 1975 recenseerde Henry Miller “Black Venus” van Jef Geeraerts in de San Francisco Chronicle. Hij noemde het: “een explosie van kleur, geluid en primaire gevoelens”.

Referentie
XXX, « Ik leef van liefde en herinneringen » (Henry Miller overleden), De Rode Vaan nr.26 van 1980

Een gedachte over “Henry Miller (1891-1980)

  1. Als groot bewonderaar van Miller moet ik hier toch een paar dingen bijschrijven, zonder uw mening te willen aanvallen natuurlijk:
    – Miller was een meester in het surrealisme, niemand kan dat beter dan hij, met een onvoorstelbare brede woordenschat en niet te vatten fantasie. Het leuke is dat het zomaar ineens tevoorschijn komt, hij gaat met gemak van surrealisme naar alledaagse dialogen over. Sommige van die stukken behoren tot het beste wat er te lezen valt. Ik heb nog zo’n oud Engels magazine liggen (jaren zestig) waar hij over zijn surrealisme vertelt
    – hij heeft HET boek over Griekenland geschreven: The colossus of Maroussi, misschien wel zijn beste boek
    – hij heeft een bijzonder boek ‘the book of books’ (niet vertaald) met essays over literatuur: dat over de Franse auteur Giono is super, maar het gaat ook over krishnamurti etc. Vergeet het boek ‘the cosmological eye’ niet, met een essay over Rimbaud
    – toen hij in de tachtig was schreef hij een paar essays voor Playboy magazine: weer heel hoog niveau, behoort tot de leukste dingen die ik heb gelezen, o.a. ‘le pétard contre la bombe’ (was een Franse Playboy, heb de engelse tekst nooit gevonden), en ‘Insomnia’ een stuk over zijn laatste vrouw, een japanse nightclubzangeres, die met hem voor de beroemdheid was getrouwd (huwelijk nooit geconsumeerd), een ironisch essay over ‘liefde’, supergrappig en heel wijs

    Hij heeft een paar tegenvallers uiteraard: ‘the book of friends’, en ‘the airconditioned nightmare’ een boek met zijn kritiek op de amerikaanse cultuur waar ik meer van verwachtte

    Er zijn ook paar meer titels vertaald: ‘Wisdom of the heart’, ‘the smile at the foot of the ladder’, ‘black spring’, ‘Colossus of Maroussi’, ‘The world of sex’ (ook een superboek, en helemaal niet vulgair zoals je zou denken)

    Hij is altijd teveel geassocieerd geweest met de openlijke seks in zijn boeken, en met een onbelangrijk figuur als Anais Nin, terwijl hij een meesterlijk stylist was, een echte kunstenaar.

    Ik woonde ooit een maand in een zijstraat van place Clichy in Parijs (‘Quite days in Clichy’): ik ging ’s middags steeds eten en een jus d’abricots drinken in huiterie ‘Webler’. Een jaar later toen ik het boek QDIC nog eens herlas ontdekte ik dat dit ook Millers favoriete bar was :)

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.