Kenmerken van het vitalisme

1.Vita = leven. Ontspruit eigenlijk uit de angst voor de dood. Niet zozeer de dood-in-se, maar de doodstrijd, de aftakeling, de onzekerheid omtrent wat erop volgt. Hangt dus nauw samen met mortalisme (mors = dood, cfr.morsdood).
“Ik zal in ieder geval geen ogenblik aarzelen als ik merk dat ik fysiek of gestelijk niet meer meekan. (…) Vroeg of laat gebeurt dat toch als je de veertig voorbij bent. Maar veertig, zestig of tachtig, wat belang heeft het? Als je erover nadenkt is er niets zo verschrikkelijk als de menselijke aftakeling. Oude mensen op straat… Soms afschuwelijk om aan te kijken. Ik wil nooit oud worden.” (Jef Geeraerts, “Zonder clan”)

2.Daarom: het aardse wordt boven het “bovenaardse” gesteld (verwant aan het epicurisme: carpe diem, “cueillez dès aujourd’hui les roses de la vie”, Ronsard)
3.Men schrijft z’n eigen wetten voor: cfr. het humanisme van de existentialisten (Sartre, Camus, Malraux), maar in bepaalde gevallen kan het ook tot fascisme leiden. Hiertegenover hebben de vitalisten een dubbele houding: rationeel wordt het afgekeurd, maar emotioneel zijn ze erdoor gefascineerd. Het kan worden samengevat als het heimwee van een oorlogsgeneratie “naar absolute waarden, naar tijdloze humaniteit, naar een nieuwe zin voor het leven, weg van de bourgeoisie, op naar het proletariaat, naar hun afkeer van rationele objectiviteit, naar hun hang naar het demonische, de extase en het delirium, wanhoop en vitalisme, overgave.” In de jaren zestig kende deze strekking een heropleving met linkse schrijvers als Jan Wolkers of Jef Geeraerts, die dit credo zeker zouden kunnen onderschrijven. Ze zouden dan echter wel schrikken van de auteur: het is niemand minder dan Joseph Goebbels, de propagandachef van Hitler.
Uiterste consequentie: men besluit zelf wanneer men uit dit leven zal verdwijnen.
“Voor elk bewust levend mens is zelfmoord de oplossing.” (Jef Geeraerts, “Zonder clan”)
4.Maatschappijkritiek (Hemingway, Last, Van Aken, Boon, Wolkers, Geeraerts).
5.Verwerping van het intellect. Het gevoel primeert. Terugkeer naar de romantische opvatting van “le bon sauvage” (Gerard Walschap: “Oproer in Kongo”; Piet Van Aken: “De Nikkers”; Jef Geeraerts: “Black Venus”, “De goede moordenaar”; Mireille Cottenjé: “Dagboek van Carla”). En moet men zelfs niet noodzakelijk (zoals Geeraerts) écht naar de brousse teruggrijpen, ook de extatische naaktdans van Lady Chatterley en haar “boswachter” in de regen kan symbool staan voor die vorm van primitivisme (cfr. ook de gelijkaardige verhouding in “Maria Speermalie” van Herman Teirlinck). Primitivisme vindt men ook terug in “Pallieter” (Timmermans), “Houtekiet” (Walschap) en “Sabbath’s Theater” van Philip Roth uit 1996. De intensiteit van het gevoel bepaalt de waarde van het werk.
6.Verheerlijking van de seksualiteit: wordt als verdedigingsmiddel gezien tegen de dood (invloed van Sigmund Freud).
“Voor het eerst ervoer ik dat ik één lichaam werd met een vrouw, ik was geen bronstig beest meer (…) maar een wezen met een verhevigd bewustzijn.” (Jef Geeraerts, “De goede moordenaar”, p.121)
“Nergens is het zinvoller een kind te verwekken dan boven de kamer van een stervende.” (Jan Wolkers, “Turks Fruit”)
Vergelijk echter ook met: “Kapot van medelijden met mijn kinderen, maar desondanks te trots om bij hen te knielen en vriendelijk te zijn, ik had nooit leven mogen verwekken…” (Jef Geeraerts, “Black Venus”, p.108) en D.H.Lawrence: “Why,” he said at last. “It seems to me a wrong and bitter thing to do to bring a child into this world.” (Lady Chatterley’s Lover, Penguin, 1960, p.227)
7.Dikwijls thema van inwijding in het kwade (= het echte leven).
“Ik denk dat een mens die een ander mens met de handen heeft gedood, nadien nooit meer op dezelfde manier kan denken of voelen, de staat der onschuld-van-in-de-moederschoot wordt definitief van hem afgetrokken als de huid van een levend gevild dier, hij is voortaan gedoemd om verder te leven in een toestand van latente waanzin.” (Jef Geeraerts, “De goede moordenaar”)
Ook bij Hugo Claus (Kilo, Stefan, Thomas), Ward Ruyslinck (“Wierook en tranen”), Françoise Sagan (“Kasteel in Zweden”, p.71), Henry Miller (“De Steenbokskeerkring”, p.127). Zelfs “Romeo en Julia” (Shakespeare) wordt door sommigen (o.a. Willy Courteaux) als een vitalistisch werk beschouwd, vooral dan in de figuur van Mercutio (Klassieke Galerij p.18-19).
8.Therapeutisch schrijven: men wil het verleden van zich afschrijven.
9.Compensatieverschijnselen: de geldingsdrang (Alfred Adler) of dadendrang (Ernest Hemingway) tegenover schuchterheid of zelfs een minderwaardigheidsgevoel.
“Na die brief van My was er een soort van demonische geldingsdrang in mij gevaren, ik wilde die dag iets schijnbaar onmogelijks verrichten om het haar later te vertellen, zo dat ze trots zou zijn op haar vent.” (Jef Geeraerts, “De goede moordenaar”, p.141; maar ook zijn “Concerto”)

6 gedachtes over “Kenmerken van het vitalisme

    1. Men zou dat natuurlijk van zijn detectiveverhalen kunnen zeggen, maar meestal worden dergelijke boeken gewoon als ontspanningsliteratuur beschouwd en dus niet literair geanalyseerd (al dient gezegd dat sommige detectives van Geeraerts het ontspanningsgenre wel overstijgen).

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.