Anaïs Nin 35 jaar geleden overleden

In haar dagboeken beschrijft de Spaans-Amerikaans-Franse Anaïs Nin (21/2/1903-14/1/1977) o.m. haar verhouding met de omstreden Amerikaanse auteur Henry Miller (1891-1980) en… haar dolle verliefdheid op diens vrouw June Edith Smith (in Nins dagboeken June Mansfield genoemd). Is de film van Philip Kaufman uiteindelijk een tegenvaller (te langdradig, te esthetiserend), dan heeft hij toch de verdienste dat hiermee de schrijfster Anaïs Nin opnieuw in de belangstelling wordt gebracht (haar boeken worden in Vlaanderen verspreid door uitgeverij Kluwer).

Anaïs Nin wordt geboren op 21 februari 1903 in de Parijse voorstad Neuilly. Haar moeder Rosa Culmell is een zangeres van Deense afkomst, haar vader Joaquin Nin een Spaanse componist en concertpianist. Rosa moest onder druk van haar man haar loopbaan opgeven. Wanneer hij in 1913 een relatie begint met de 16-jarige Maruca Rodriguez (waarmee hij later zou trouwen), stuurt hij vrouw en kinderen naar zijn ouders in Barcelona. Alhoewel ze daar minder slaag krijgen als onder het echtelijke dak, houdt Rosa het er toch voor bekeken en emigreert ze naar de VS.

Joaquin Nin is een soort van eeuwige Don Juan. Later zal hij zich nog graag met zijn dochter laten zien in mondaine kringen en ze soms voor zijn minnares proberen doen doorgaan. Volgens Nin-biografen Elisabeth Barillé en Noël Riley was dit ook zo: Anaïs zou al zeer vroeg een incestueuze relatie met haar vader hebben gehad. Volgens Geert Lernout in De Morgen is dit lulkoek: “Volgens deze politiek correcte dames is elke vrouw als kind door haar vader verkracht. Dus ook Virginia Woolf, dus ook Anaïs Nin. Bewijzen hoeven er niet direct aangedragen te worden en het feit dat de slachtoffers zich die verkrachting niet kunnen herinneren is geen argument, integendeel, het bewijst juist hoe traumatisch die ervaring wel geweest moet zijn.”
Als haar vader de familie verlaat, denkt ze dan ook dat het aan hààr ligt. Alhoewel dit niet zo was, vond haar psycho-analist Otto Rank het toch een goed uitgangspunt om het van zich af te schrijven. Toen ze dus samen met haar moeder en haar twee broers naar New York was vertrokken, waarheen de familie Culmell reeds eerder was uitgeweken, begon Anaïs op 14-jarige leeftijd met het schrijven van haar dagboeken.
Ondanks haar meer dan normale verstandelijke begaafdheid, verlaat ze de school reeds als ze amper zestien is. Van dan af komt ze aan de kost als winkelmeisje, fotomodel (ook voor naaktfotografie) en flamenco-danseres.
Als ze twintig is, huwt ze de bankier Hugh Guiler (1899-1985). In 1926 wordt hij door zijn bank naar het Parijse filiaal gezonden en Anaïs, die hem haar hele leven op haar eigen wijze trouw zal blijven, gaat met hem mee. (Eigenlijk is het toch wel eerlijker te zeggen dat het Guiler was die haar alle vrijheid gaf, ook al vond men dat in die tijd hoegenaamd niet “progressief”. Toch was Anaïs nog vaak ontevreden – ook in haar jeugd reeds schroefde ze ieder probleempje huizenhoog op – zodat ze op een bepaald moment zelfs aan anorexia begon te lijden. Ze at bijna nog enkel yoghurt…)
In het Parijs van de “Jazz Age” krioelt het van uitgeweken Amerikaanse schrijvers (de zogenaamde “expatriates”, ook wel “the lost generation” genoemd), waarmee Hugh, die een ruimere belangstelling heeft dan louter de financiële wereld (later zal hij zelfs experimentele films maken), uiteraard een druk kontakt onderhoudt. Op die manier ontmoet Anaïs in 1931 Henry Miller.
Alhoewel Nin reeds overspelige avontuurtjes heeft gehad, betekent Miller onmiddellijk toch iets meer voor haar. In het begin heeft hij van zijn kant weliswaar zware kritiek op de studie over de Engelse schrijver D.H.Lawrence die ze heeft gepubliceerd, maar uiteindelijk draait hij bij en wordt hij zelfs verliefd op Anaïs. Na het lezen van haar dagboeken moedigt hij haar aan om haar werk ook uit te geven en daarnaast verruimt hij ook haar seksuele horizon. Met stilzwijgende toestemming van Hugh beginnen ze een relatie.
Henry verheelt Anaïs niet dat hij in de Verenigde Staten op haar eigen verzoek een vrouw heeft achtergelaten met wie hij sedert 1924 is getrouwd en die hij in zijn boeken ten tonele voert, nu eens als Mona, dan weer als Mara, maar die eigenlijk June heet. Hij houdt wel erg veel van haar maar haar excentrieke gedrag maakt samenleven zo goed als onmogelijk. Ze is erg humeurig, heeft een onduidelijke lesbische verhouding met een zekere Jean en geeft er niet om via lijfelijke gunsten iets gedaan te krijgen van een man. Op die manier heeft ze er trouwens voor gezorgd dat Miller niet langer kostwinner moest spelen, maar zich kon toeleggen op het schrijven. Wat hem echter het meeste dwarszit is, dat ze een onverbeterlijke mythomane is, ze er liegt m.a.w. op los dat de stukken eraf vliegen.
Anaïs geraakt in de ban van deze verhalen, zodat ze zich reeds vooraf een geïdealiseerd beeld heeft gevormd van deze fascinerende vrouw. Wanneer June op een bepaald moment dan toch eens afzakt naar Frankrijk, blijkt ze Anaïs zelfs nog meer te bevallen dan in haar dromen en ze begint ook met haar een verhouding.
Ingekleed in een surrealistische vormgeving vormt de verhouding met June (die ze dan wel Sabina noemt) ook de kern van haar eerste roman, “House of Incest” die midden de jaren dertig verschijnt (Ingrid Vander Veken bewerkte dit voor Studio Herman Teirlinck tot “Het huis van incest”). Ondertussen is June in 1934 gescheiden van Miller en is ze ook definitief uit het leven van Anaïs verdwenen. Om meer klaarheid te krijgen in zichzelf, gaat deze in therapie bij de Franse psycho-analyticus René Allendy. Maar Allendy biedt haar geen houvast. Enerzijds wil hij dat ze breekt met Henry Miller, maar anderzijds brengt hij haar in contact met de Franse toneelauteur Antonin Artaud, die met zijn “théâtre de la cruauté” zo mogelijk nog “gevaarlijker” is dan Miller en die waanzinnig verliefd op haar wordt.
Dan leert ze via Henry Miller de psychiater Otto Rank kennen, die zich met “A study of incest in literature” internationale bekendheid heeft verworven. Later zal Anaïs in New York zijn assistente worden.
Ondertussen is ze fulltime schrijfster geworden: “A spy in the house of love”, “Collages”, “Under a glass bell”, “Winter of artifice”, “Ladders to fire” en de bundel “Cities of the interior” kennen een groeiend succes. Het zijn echter haar dagboeken die over het algemeen als haar meesterwerk worden beschouwd. Het eerste deel wordt in 1966 gepubliceerd en ze is de laatste hand aan het leggen aan het zevende deel, toen ze op 15 januari 1977 door de dood wordt verrast.
Naast de erotische passages in haar dagboek schreef Anaïs Nin ook expliciete “erotica”. Deze teksten werden in het begin van de jaren veertig geschreven (de eigenlijke uitgave volgde zelfs slechts op het einde van de jaren zestig onder de titel “Delta of Venus”) en kwamen tot stand op bestelling van een privé-persoon, die niemand minder was dan de uitgever van het werk van Henry Miller. Hij deed het echter voorkomen alsof hij een tussenfiguur was voor een rijke “maecenas”.
Zogezegd in opdracht van deze maecenas vroeg de uitgever aan Miller om tegen één dollar per bladzijde wat pornografie te schrijven. Miller zag dit oorspronkelijk niet zitten – het interfereerde teveel met het werk dat hij écht wilde schrijven – maar door geldnood gedwongen deed hij het toch maar. Reeds vrij vroeg riep hij de hulp in van Anaïs Nin om samen verhalen te bedenken. Miller wendde het geld vooral aan om op reis te gaan en als hij voor een van die reizen nogal langdurig afwezig moet zijn, vraagt hij aan Anaïs Nin om er gewoon mee door te gaan.
Nogal snel komt het “bedrog” uit, maar de opdrachtgever houdt wel van het werk van Nin, alleen vraagt hij haar “to cut out the poetry”. Deze typisch mannelijke visie op erotiek irriteert Nin zodanig dat ze zelfs een aanval van kuisheid krijgt, zoals ze zelf zegt. Ze hoopt echter dat de opdrachtgever uiteindelijk ook op haar ander werk zal vallen en daarom doet ze maar verder met behulp van allerlei vrienden-literatoren die zich overigens nog nooit aan erotische literatuur hadden gewaagd (“in tegenstelling met Frankrijk hebben wij Amerikanen daarin geen traditie,” schrijft Nin), maar die dit uiteindelijk een grappiger manier vinden om aan geld te geraken dan bij elkaar maaltijden te gaan bedelen.
En, heel typisch, wat schrijft Nin in haar dagboek? “De homoseksuelen schreven alsof ze vrouwen waren. De schuchteren schreven over orgieën. De frigieden over waanzinnige orgasmes. De meeste poëtische schrijvers wentelden zich in pure bestialiteiten en de zuiversten onder hen in perversies.”
In 1976, amper een jaar voor haar dood, voegt ze daar nog een postscriptum aan toe dat al even veelzeggend is. Want uit wat voorafgaat, zou men verkeerdelijk kunnen afleiden dat het bij vrouwelijke erotiek alléén om de romantiek te doen is. Alléén sensualiteit en geen seksualiteit. Deze visie is echter al even beperkend als aan mannen uitsluitend het omgekeerde toeschrijven. En vooral: het duwt de vrouwen terug in een rol die ze sedert het einde van de jaren zestig heel moeizaam zijn ontlopen, namelijk die van een seksloos wezen dat alleen geschapen is om de man ter wille te zijn – ook op seksueel gebied.
“Nee,” schrijft Anaïs Nin, “seksualiteit is op zich ook belangrijk. Nu zie ik enerzijds in dat ik in die Erotica toch nog veel van mezelf heb gestopt en anderzijds zal men dat maar pas ten volle beseffen als men ook mijn dagboeken ongekuist zal uitgeven.”
Eerlijkheidshalve moet ik hieraan toevoegen dat de gekuiste uitgave niet enkel omwille van censuurmaatregelen was, maar dat ook Nin zelf erop stond dat bepaalde delen pas na de dood van haar echtgenoot zouden worden gepubliceerd, omdat ze hem geen pijn wilde berokkenen. Aangezien Guiler stierf op 7 januari 1985, valt de uitgave in 1986 van “Henry and June” binnen dit kader.
De propaganda rond de film wil dan ook doen geloven dat de verhouding tussen Nin en Miller pas nù aan het licht is gekomen. Dat is dan toch enkel waar voor heel naïeve zielen. Wie een beetje feeling had, wist dit reeds sedert onheuglijke tijden en na de publicatie in 1967 van de correspondentie tussen de twee schrijvers moest men zelfs al van kwade wil zijn om die relatie niet te willen zien. Desondanks is de uitgave van “Henry and June” een mooi “geheugensteuntje”…

Ronny De Schepper

P.S. In 1947 ontmoette Anaïs Nin Rupert Pole (1919-2006), met wie ze op 17 maart 1955 zowaar zou trouwen in Arizona, ook al was ze op dat moment nog altijd gehuwd met Hugo Guiler, die in New York bleef wonen. Tot haar dood zou ze tussen haar twee echtgenoten pendelen. Pole was als langst levende ook haar testamentaris.

Selectieve bibliografie
Deirdre Bair, Anaïs Nin.
Elisabeth Barillé, Anaïs Nin – masquée, si nue, uitg.Robert Laffont.
Ronny De Schepper, De erotiek van Anaïs Nin, Steps magazine oktober 1990
Noël Riley Fitch, The Erotic Life of Anaïs Nin, Boston, Little, Brown and Company, 1993.
B.Franklin & V.D.Schneider, Anaïs Nin: an introduction, uitg.Ohio University Press.
Geert Lernout, Het gelogen leven, De Morgen 10/6/1994.
Henry Miller, Letters to Anaïs Nin, uitg.Putnam.
Swallow & Harcourt, The diary of Anaïs Nin, uitg.Brace & World.

3 gedachtes over “Anaïs Nin 35 jaar geleden overleden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.