Gerd De Ley viert vandaag zijn 75ste verjaardag. In 1988 had ik een telefonisch interviewtje met hem in de rubriek van De Rode Vaan “aan het lijntje”…

« Geld maakt niet gelukkig als men het niet heeft. » Good old Boris Vian. Altijd goed voor een bon mot. We troffen het aan in het « Standaard Modern Citatenboek » dat we op de redactie altijd bij de hand hebben als we weer eens last hebben om de vaak zo beslissende eerste zin van een artikel te vinden. En nu kwam het toch wel dubbel van pas, want dat citatenboek is natuurlijk van de hand van Gerd De Ley, de man die we deze week aan het lijntje haalden… omdat zijn theater Paljas zowat financieel aan de grond zit. Hoezo mijnheer De Ley, was ist los?
Gerd De Ley: De oorzaak van onze financiële moeilijkheden is een onverwachte RSZ-rekening die we plotseling krijgen voorgeschoteld. Ik leg daar nogal de nadruk op omdat sommige kranten lieten uitschijnen dat wij zo maar wat aanmodderden en dan plotseling met een achterstallige rekening werden geconfronteerd. Dat is zeker niet waar, wij hebben steeds correct alle lonen betaald, maar daarbij gingen wij ervan uit dat ikzelf zelfstandige was. Maar dat kon dan plotseling niet meer. Wel als auteur, maar niet als acteur. Een auteur, een regisseur, een componist zijn allen RSZ-vrij, maar vanaf het moment dat die componist b.v. zelf een melodietje tokkelt in het openbaar dan is dat niet langer het geval. Idem dito dus voor een auteur die af en toe ook zelf zijn mond opendoet. Dat is een situatie die mij niet bekend was, al blijkt nu dat de wet daarover geen twijfel laat bestaan. Er is dus geen ontkomen aan.
— Bij dit alles is het wel belangrijk het juiste statuut van Paljas te kennen. Het is geen gesubsidieerd theater bij mijn weten…
G.D.L.:
Inderdaad. In het verleden hebben we wel een paar keer een heel kleine projectsubsidie gekregen en wij zijn ook erkend door de provincie Antwerpen, waarvoor we dan ten hoogste 170.000 frank mochten ontvangen. Daar kun je natuurlijk niet veel lonen mee betalen, maar het geeft wel de mogelijkheid om DAC-projecten enz. op te zetten.
— Eigenlijk dacht ik dat Paljas doelbewust niet gesubsidieerd was?
G.D.L.:
Neen. Ik vraag ieder jaar onze erkenning aan als D-gezelschap, want dat is nu reeds ons veertiende seizoen en reeds van bij het prille begin waren we met alles in orde, dus wat de professionele medewerkers betreft, het aantal voorstellingen, enz. Maar blijkbaar wil men ons niet en kent men ons ook niet, er is nauwelijks één persoon van de Raad van Advies die naar onze producties komt kijken.
— Dat betekent dus ook dat u geen richtlijnen krijgt wat u dan wel moet doen om erkend te worden ?
G.D.L.:
Oh dat weet ik heel zeker! En masse bij één bepaalde partij gaan. Maar aan partijpolitiek gelobby doe ik niet mee. Dat vertik ik, omdat ik vind dat dit met cultuur niets te maken heeft.
— Ik had het dan ook over artistieke richtlijnen…
G.D.L. :
Dat is het juist, die hébben ze niet. Het decreet waarop men zich baseert is een cijferdecreet en zegt niets over artisticiteit. Want als ze me daarop zouden pakken, dan zou ik pas goed beginnen steigeren. Ik zal niet zeggen dat wij genieën zijn, maar als men het heeft over een artistiek profiel en een nuttige werking binnen de kleinschalige sector, dan zijn wij misschien het meest geprofileerde gezelschap van Vlaanderen! Nu overdrijf ik een beetje, maar men kan een Paljas-productie herkennen omdat ze inspeelt op de talloze kleine podia in Vlaanderen, waar het Masereelfonds of het CSC of het HV noodgedwongen met beperkte middelen moeten werken, maar waaraan blijkbaar toch een behoefte bestaat.
— Kunt u die profilering even toetsen aan de jongste Paljas-productie « Nie me mij » ?
G.D.L. :
Natuurlijk werken wij niet met carbonpapier en zo beantwoordt dit stuk alvast op één punt niet aan onze normale criteria, namelijk dat het oorspronkelijk Nederlandstalig werk moet zijn. Dit is een Engels stuk dat wel totaal naar hier werd bewerkt. Het beantwoordt wel aan ons profiel door het feit dat het een heel eenvoudige produktie is, waarbij de acteerprestatie (van Arnold Willems) centraal staat en waarin op een indirecte manier racisme en onverdraagzaamheid, fascisme en verrechtsing wordt aangeklaagd. Het is dus een herkenbare, niet-elitaire productie en… goedkoop. Geen onbelangrijk element voor de verenigingen die ons gewoonlijk inhuren. Veel meer moet ik daarover trouwens niet zeggen, want jullie recensent komt vanavond naar de voorstelling kijken, eerlang zul je er dus alles over vernemen.
Net zoals over de grote benefietavonden die in de Antwerpse Arenbergschouwburg zullen plaatshebben op 26 oktober en op 9 november. In Paljas zelf zijn er ook allerlei benefietacties, niet onverwacht eigenlijk want het theater ligt in de benefietrijke Zurenborgbuurt, zoals de bezoekers van onze eigen benefiet (w.o. Gerd De Ley zelf zoals de foto hiernaast getuigt) zich nog wel zullen herinneren…
Bomans
— Gerd De Ley kan het niet laten, dat weet u al. Telkens de man een boek leest, moet hij er zo nodig de aforismen uithalen en als hij er dan voldoende bij elkaar heeft, vormen die op zich een nieuw boek. Waaruit andere De Leys dan weer enzovoort. Een kringloop zonder einde. In ’77 is De Ley op die manier bevallen van een boek vol aforismen van Godfried Bomans. Dat moet niet zo erg moeilijk zijn geweest want de man schrééf zowat in aforismen. Nu goed, een lekker citaat is, b.v. als je journalist bent, nooit weg maar dan moet je wel over zeeën van tijd beschikken (en dat doen journalisten, ondanks alle bakerpraatjes, niet, neem dat van mij aan), want een systematische indeling is er in « Humor is overwonnen droefheid » (zo heet het werkje van 76 blz. nu heruitgegeven bij Manteau) niet te vinden. Zo wil ik b.v. wel eens het Bomans-gezegde over dat mondharmonica spelen beter is dan naar Bach luisteren gebruiken. En ik durf zweren dat het erin zal staan, maar wáár gerdverdomme ! En als je dan al iets hebt gevonden dan wordt het opnieuw zoekwerk om je bronnen weer te geven, want bronvermelding is er niet bij. Zogezegd, aldus De Ley in zijn « verantwoording », omdat Bomans die zelf niet nodig vond. Jaja, tarara !
Heeft uw vrouw ook leren pijpen ? — Neen, neen, geen obsceniteiten in De Rode Vaan, ik weet het wel, maar als ze een leren broek heeft, dan heeft ze toch ook leren pijpen ? Dit is zowat het grappigste citaat uit « Alles mag en zelfs dat niet » het zoveelste citatenbundeltje (127 blz.) van Gerd De Ley, tot mijn grote verrassing deze keer uitgegeven door EPO. Als je het inkijkt, wordt je al duidelijk waarom : deze citaten kon De Ley niet kwijt bij traditionele uitgeverijen wegens het antireligieuze of het obscene (maar ja, wat heet obsceen ?) karakter. Ook op politiek vlak wordt er met de grove borstel doorgegaan, zodanig zelfs dat-ie eigenlijk van « antipolitieke » citaten mag spreken. Verwonderlijk dus dat een « linkse » uitgeverij zich tot dit nieuwe soort modieus apolitisme laat verleiden. Verder is dit bundeltje op een paar uitzonderingen na (zoals de leren pijpen van Koot en Bie en een aantal Woody Allen-vondsten) even vervelend en nutteloos als alle andere. Trouwens, erg moeilijk heeft De Ley het zich traditiegetrouw niet gemaakt : hij heeft zowat de helft uit Vrij Nederland en uit De Zwijger afgeschreven. Maar om op een positieve noot te eindigen : er staat deze keer wél een trefwoordenregister in en het is in de VPU-winkel te verkrijgen.

Referenties
Jan Draad, Gerd De Ley aan het lijntje, De Rode Vaan nr.42 van 1988
R.D.S., Bomans in de rubriek “Publicaties”, De Rode Vaan nr.40 van 1983
R.D.S., Heeft uw vrouw ook leren pijpen? De Rode Vaan nr.52 van 1983

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.