Op de begrafenis van Bruce Chatwin verneemt de Brits-Indische schrijver Salman Rushdie (foto David Shankbone via Wikipedia) dat er een fatwa over hem is uitgesproken door de Iraanse leider Khomeini waardoor hij vogelvrij werd verklaard en straffeloos (*) kon worden gedood door islamieten. Rushdie moest eerst tien jaar onderduiken en stond ook daarna onder constante Britse politiebescherming. Op 3 augustus 1989 ontplofte in de Londense wijk Paddington voortijdig een bom die voor Rushdie bedoeld was, waarbij de terrorist omkwam.

Rushdie werd geboren in Bombay in een moslimfamilie van etnische Kasjmiri afkomst, namelijk een zakenman-jurist en een lerares. Later studeerde hij geschiedenis in Engeland en slaagde met lof aan het King’s College in Cambridge. Hij werkte bij reclamebureaus (Ogilvy & Mather en Ayer Barker) voordat hij zich volledig aan literatuur wijdde. Rushdie was viermaal getrouwd, onder andere met de Amerikaanse schrijfster Marianne Wiggins en de Indiase actrice en fotomodel Padma Lakshmi.
Hij begon zijn schrijversloopbaan met “Grimus” (1975), deels een fantasievertelling, deels sciencefiction. Dit werk werd over het algemeen genegeerd door het publiek en de recensenten.

MIDNIGHT’S CHILDREN
Zijn volgende boek, “Midnight’s Children” (Middernachtskinderen) bracht hem literaire roem en wordt door velen als zijn beste werk tot nu toe beschouwd. Het beschrijft de wederwaardigheden van kinderen die geboren werden in de nacht dat India onafhankelijk werd (15 augustus 1947). Het had een grote invloed op de Indiase en Britse literatuur in het daaropvolgende decennium. Rushdie werd ervoor beloond met de Booker Prize 1981 en in 1993 met de “Booker of Bookers Prize”. Dit is de prijs voor de beste roman in 25 jaar die een Booker Prize won. “Middernachtskinderen” ontleent thema’s aan de roman “Die Blechtrommel” van Günter Grass, het boek dat hem naar eigen zeggen geïnspireerd heeft om schrijver te worden. In zijn vertelstijl vermengt hij mythe en fantasie met het werkelijke leven. Hij wordt dan ook wel gerekend tot het magisch-realisme.

THE SATANIC VERSES
In 1988 volgt dan “The Satanic Verses” (De duivelsverzen). In het boek is duidelijk de invloed te herkennen van Michail Boelgakovs klassieke Russische roman “De Meester en Margarita”. Het vermengt de Koran met Bollywood. “The Satanic Verses” takes its title from a well-known incident in the life of the Prophet Muhammad. The Prophet came under pressure from the citizens of Mecca to moderate his unbending monotheism and to accommodate his new faith to the traditional polytheism, especially the cult of three local goddesses. Obligingly, he came up with the convenient verses, “Have ye considered al-Lat and al-Uzza, and Manat, the third, the other? These are the swans exalted, whose intercession is to be hoped for”. The Meccans were naturally delighted, but very shortly afterwards Muhammad received a true Koranic revelation from the Archangel Gabriel. He then revoked the compromising verses, stigmatizing them as dictation from the Devil. (**)

THE GROUND BENEATH HER FEET

‘The ground beneath her feet’ (1999) van Salman Rushdie (‘De grond onder haar voeten’, Contact, Antwerpen, 1999) is met zijn meer dan 600 pagina’s niet alleen een lijvige roman maar een bijzonder complex boek. De inhoud, de plot laat zich nauwelijks navertellen tenzij in de heel grote, rudimentaire lijnen. Alles draait rond drie hoofdpersonen. Centraal is er Vina Apsara, begenadigde zangeres, die tot idool in de ganse wereld uitgroeit. Zij is Amerikaanse °in Chester, Virginia) haar vader een homoseksuele Indiër, haar moeder Helen Sjetty zal haar latere echtgenoot en hun twee dochters vermoorden en zelfmoord plegen. Vina, die dan nog Nissa Sjetty heet is getekend voor het leven, neemt de naam Nissa Doedwalla aan, en belandt na enkele turbulente jaren tenslotte in India, Bombay.

Waar we reeds kennis konden maken met de twee andere hoofdrolspelers, die Nissa ontmoeten, betoverd worden door haar schoonheid, uitstraling en stem. Het zijn vrienden wier leven definitief en misschien fataal, maar ook liefdevol, verbonden zal blijven. Cirkelend rond Nissa die al vlug, een betekenisvolle carrièrenaam dringt zich op, tot Vina Apsara herdoopt wordt. Vrienden… Rai Oemied is de zoon van VéVé en Amier Merchant, eigenaars van een bouwbedrijf – Bombay is een bouwwerf, in volle expansie. Hij zal zich ontpoppen tot een succesvol fotograaf, kunstfotograaf én oorlogsverslaggever. Als derde daagt daar Ormus Cama op, zoon van een Indiër Darius Xerxes Cama en zijn Britse echtgenote lady Spenta Cama. Zijn jeugd is veelbewogen, beladen: hij zal zijn ganse leven de idee meeslepen dat zijn tweelingbroer bij de geboorte overleed. Dan is er een oudere broer, Virus, die na een ongeval bij het cricket veroorzaakt door hun vader, een hersenafwijking heeft, gewelddadig is en onbedwingbaar aan het moorden gaat door mensen met een kussen te verstikken – hij zal levenslang opgesloten moeten worden.

Deze drie mensen blijven we – verteld door Rai – hun ganse leven volgen. Het zal een woelig parcours worden dat start in India maar wanneer Vina Apsara al vlug weer verdwijnt naar London en de USA is dat de start van de avonturen. Aan de basis daarvan ligt, naast het uitzonderlijk zangtalent van het meisje, het bizarre vermogen van Ormus Cama liedjes te componeren die in het westen nog hits moeten worden. Hij beweert dat ze hem ingefluisterd worden door zijn dode tweelingbroer; bizar hoe bekende songs in zijn brein opdagen maanden voor ze een release kennen in Engeland of in de States… Hij zal soms van plagiaat beschuldigd worden maar data waarop hij componeerde tegenover deze van verschijnen van een song spreken hem vrij. Rock en beat zijn ontstaan in India bij Ormus, niet in the Cavern of in the Sun Studios… Hoe dan ook is dit slechts een detail, uiteindelijk blijft hij schitterende eigen nummers schrijven en de jongens hebben zich herenigd met Vina. Dit alles is een inleiding, de rest is een succesverhaal: het duo Ormus Cama & Vina Apsara verovert de wereld als de meest succesvolle band die er ooit bestaan heeft. Wat het drietal echt verbindt is hun liefde. Hoe vreemd deze in de realiteit ook is! Vina lijkt seksverslaafd en hopt voortdurend van de ene willekeurige man naar de andere. Terwijl Ormus, hoewel hij uiteindelijk, met haar zal huwen, deze verbintenis niet lichamelijk zal consumeren. En Rai gedurende al die jaren haar baken, haar toevluchtsoord en meteen vaste minnaar blijft. Een boeiende, intrigerende plot, de ups en downs van het drietal, de belevenissen van de toerende band, de muzikale successen… Meteen maakt Rushdie hiervan gebruik om de gebeurtenissen in de wereld te verweven in het verhaal. Hij ontleedt de maatschappelijke structuur van India. En natuurlijk komt de strijd tegen de Britse overheerser aan bod, het juk dat men wil afwerpen. Hij heeft het over de oorlogen in Viëtnam en Korea, de protesten. Presidenten Nixon en Kennedy defileren voorbij.   

Maar dit is het raam van de roman die de lezer meeneemt naar andere werelden. Daar is de wereld van de muziek. Rushdie smeert de ganse muziekindustrie van de jaren 60 en 70 breeduit over zijn roman. We ontmoeten zowat alle namen uit de hitlijsten, hij neemt ons mee naar Liverpool, Carnaby Street, hij verhaalt de opkomst, de achtergronden van de piratenzenders op de Noordzee. Het is een boeiende, wervelende tocht door een wereld van pop, blues, jazz en folk. En dan is er, nog sterker aanwezig, maar ook zeer complex, de mythologie. Deze roman zou best kunnen dienen als een handboek voor de mythologie van de wereld. Uiteraard is er deze van India. Maar de Griekse en Romeinse goden komen aan bod, net als de Germaanse mythen. Voortdurend is er de verwijzing naar het verhaal over Orpheus en Eurydice, Ormus die Vina blindelings volgt maar met haar afdaalt in de hel. De hel? De aarde scheurt open, over de ganse wereld zijn er aardbevingen – hallucinant. Wanneer Vina opgeslokt wordt bezorgt dat Rai een foto, zo iconisch als deze van een meisje getroffen door napalm. Terwijl het de aftakeling en ondergang van Ormus betekent, ondanks een fabuleuze opflakkering die de muziekwereld nog in rep en roer zet. Rai blijft de eenzame kroniekschrijver…

Een wervelende, gelaagde roman. Intelligent. Poëtisch. Maar ook vol humor: Rushdie laat Jesse Gordon Parker ‘Heartbreak Hotel’ zingen. Zijn manager is kolonel Tom Presley. We zien ene Placido Lanza op het podium, en Jack Haley’s Meteor’s. Terwijl Madonna gedoemd is door het leven te gaan als muziekrecensente. JFK overleeft de bekende aanslag. En hoe Ormus Cama aan zijn einde komt… John Lennon had het niet beter/slechter gedaan. Het zijn telkens verwijzingen die het beladen boek een wat lichtere en luchtere toets meegeven. Wat wel nuttig is want een vlotte of makkelijk leesbare roman is dit niet. Met de vele informatie is het een werk dat dwingt tot traag, behoedzaam consumeren. Maar dat loont dan wel de moeite. Tenslotte blijkt Rushdie ook hier weer een erudiet tovenaar met woorden, een magiër.    

THE ENCHANTRESS OF FLORENCE

‘The Enchantress of Florence’ (2008) is een magistrale roman. Niet omwille van het verhaal, hoewel de avonturen, de omzwervingen van Uccello, alias Niccolo Vespucci, alias Mogor dell’ Amore best spannend zijn. Hoewel de belevenissen aan het Hof van de Grootmogol zeer boeiend blijven. Net als alles dat gebeurt in en rond Firenze. Maar dat alles is lang niet de essentie van het werk. Salman Rushdie verbindt hier de Italiaanse renaissance met de leefwereld en cultuur van het Oosten: een vruchtbare botsing: tegenstellingen, symbiosen… Hij schotelt ons de geschiedenis van Firenze voor, het pausdom, het geslacht der Medici, de strijd van de Italiaanse steden, de corruptie. Parallel maken we kennis met de Oosterse leefwereld, gebruiken, godsdienst, cultuur.
Het werk is een kluwen, een heus labyrinth van verwijzingen: historisch, literatuur, filosofie, religie, mythologie, zowat alle kunsten komen aan bod. Dit met telkens dubbele, zelfs driedubbele bodems – niets is wat het lijkt. Realiteit en sprookje vloeien onmerkbaar in elkaar over, geschiedenis en droombeeld worden door elkaar heen op eenzelfde doek geprojecteerd tot je als lezer bijna de focus kwijt raakt. De auteur brengt je tijdig weer op het juiste pad. Het is een ode aan de droom van de kunstenaar. In een taal die zo poëtisch is, zo rijk aan beelden, dat de betovering die in het verhaal voortdurend geschetst wordt, ook hieruit spreekt: plot en taalmiddel zijn één. De personages zijn, hoe reëel ze vaak ook zijn (vooral de historische figuren die we in Firenze ontmoeten), hoofdzakelijk een soort fabelfiguren. Niet alleen de koningin, echtgenote van de Grootmogol, die niet werkelijk bestaat maar een droomcreatie is die door de heerser tot een pseudo-leven werd gewekt, is zo’n fantasme. In wezen zijn alle personen onwezenlijk, bewegen ze zich als schimmen in een sprookje, in een mythische wereld. Maar achter dat fantastische duidt Rushdie nu net heel bittere waarheden en een trieste realiteit. Krachtig!          

JOSEPH ANTON
In zijn autobiografische roman “Joseph Anton” beschrijft Rushdie de gebeurtenissen die volgden op het uitspreken van de fatwa. Deze roman werd gepresenteerd in het najaar van 2012 in diverse landen, waarbij hij op 13 november 2012 ook een openbaar interview gaf in de Brusselse BOZAR. In dat interview benadrukte hij onder andere dat de gebeurtenissen hem als schrijver niet veranderd hadden. (Wikipedia)

THE GOLDEN HOUSE

Met ‘The Golden House’ (2017) beschreef Rushdie zo ongeveer alles wat fout liep in het Amerika op weg naar, en onder de bezielende leiding van, de heer Trump. De magnaat Golden, die hals over kop met zijn drie zonen uit Dubai vlucht na de gewelddadige dood van zijn echtgenote (bij een terroristische aanslag), staat symbool voor dit heerschap. In zijn land van herkomst hield hij zich met allerlei onfrisse praktijken onledig, bouwde een imperium en kapitaal op – een bezigheid die hij in de US vlot verderzet vanuit zijn meer dan riante woonhuis. Dit alles wordt verteld door een jongeman die in de buurt woont en de ambitie bezit over de intrigerende familie Golden een film te maken. Hij knoopt vriendschapsbanden aan met de zonen en zelfs met de patriarch Nero Golden – Nero, jawel, ook de zonen dragen voornamen uit de Romeinse tijd: voortdurend worden linken gelegd met het Romeinse imperium, de machtswellust, de misdaden, de diverse personen en gebeurtenissen… talloze parallellen. Waarmee het thema van deze magistrale roman, dit epos, blootgelegd is: de strijd tussen goed en kwaad. Maar vooral ook de dunne lijn tussen wat goed en wat kwaad is. Want de verteller die steeds meer persoonlijk betrokken raakt bij het gezin – tot hij zelfs de biologische vader wordt van de vierde zoon van het geslacht Golden, kampt uiteindelijk zelf met de dubbele moraal. We maken de euforie mee van het Obama-tijdperk, het verdorven binnensluipen van de Trump-troepen, tot langzaam het imperium verbrokkelt. De ondergang geschiedt geleidelijk maar des te pijnlijker. Het wordt een thriller ook, de zonen ontkomen het lot niet dat in de beste tragedie voor hen voorbehouden is. De patriarch takelt af. En hoe anders dan met een brandend Rome zou dit kunnen eindigen. Spannend, zeker! Een politiek manifest, ongetwijfeld! Rushdie beent hier de politiek én de figuur van Trump uit, genadeloos, tot het bot. Met humor, maar schrijnende, bittere humor. En niet rechtstreeks, het blijft symbolisch, de lezer mag zoeken en puzzelen, alert blijven. Een boeiend werk.   

Johan de Belie & Ronny De Schepper

(*) Integendeel! Er werd zelfs een dikke premie uitgeloofd!
(**) Robert Irwin, Falling towards England, Times Literary Supplement September 30, 1988

3 gedachtes over “Dertig jaar geleden: fatwa over Salman Rushdie

  1. Sivas, Turkije – Hotel Madımak
    Op 2 juli 1993 viel een groep radicale integristische moslims het hotel Madımak aan waar de linkse journalist-schrijver Aziz Nesin – vertaler van de Satanische Verzen van Salman Rushdie – en andere alevitische intellectuelen verbleven om aan een cultureel festival deel te nemen ter ere van de 16e eeuwse Ottomaanse dichter Pir Sultan Abdal die opgehangen was omdat hij tegen de repressie schreef.
    De menigte, woedend wegens de Satanische Verzen en de anti-religieuze commentaren van Nesin, brak door het politiecordon, stak het vuur aan in het hotel en omringde het vuur zodat het niet kon worden geblust.
    Het hotel brandde helemaal af. 36 of 37 mensen vonden hierbij de dood. Nesin kon ontsnappen via een ladder. Dit was een geïsoleerde uitbarsting van religieus geweld dat de inwoners van de stad willen vergeten. Er is geen jaarlijkse herdenking, maar elke 2e juli is hier verhoogde positieaanwezigheid.

    Ik had hier graag overnacht, maar dit gebouw is vandaag een hotel meer. Nu is de lobby een herdenkingszaal. In de andere kamers zijn er educatieve ruimten voor kinderen en scholen.
    De zaalwachter bood spontaan aan mij op de foto te zetten. Toen ik daar stond sprak iemand uit Ankara mij aan. Haar neef behoorde destijds tot een van de slachtoffers.

    (augustus 2018)

    Geliked door 1 persoon

  2. Ik weet het: reageren op een artikel van mezelf, het is niet echt koosjer. Normaal gezien zou ik gewoon het artikel moeten aanpassen. Maar met de Duivelsverzen is dit toch moeilijk. Het boek is zo ingewikkeld dat ik enkel maar kan gokken en dat is wat ik nu ga doen.
    Eerst en vooral: ik weet wel dat je in het geval van de islam bij wijze van spreken al ter dood veroordeeld kunt worden als je een verkeerde scheet laat, maar toch vind ik de fatwa die over Rushdie is uitgesproken fameus overdreven als het enkel op basis van die passage over de Duivelsverzen zou zijn (of misschien zelfs enkel op basis van de titel). De passage zelf is immers niet essentieel in het boek (zo ervaar ik het toch), al moet ik dan meteen ook toegeven dat ik niet begrijp waarom Rushdie daar dan zijn titel van maakt (dan toch een provocatie?).
    Daarom keek ik eerder op als Rushdie een imam in ballingschap beschrijft en ik moest daarbij onmiddellijk aan Khomeini denken, met name dus de man die de fatwa heeft uitgesproken. Er worden geen namen genoemd en de imam in het boek zit in ballingschap in Londen en niet in Parijs, zoals de echte Khomeini, maar het is nu eenmaal fictie en Rushdie zou zich die fantasie dus kunnen veroorloven.
    In dat geval zou de bekeerde Amerikaanse zwarte zanger die de rechterhand is van deze imam misschien ook wel op de Engels-Griekse zanger Cat Stevens kunnen slaan, wat dan meteen ook zou kunnen verklaren waarom deze er als de kippen bij was om zijn steun aan de fatwa uit te spreken…
    Maar nogmaals, dat is dus allemaal gokwerk mijnerzijds. Bovendien zit ik nog niet eens halfweg het boek (p.204 van 510). Ik kan hier dus eventueel nog op terugkomen. Maar ik wilde die “perceptie” toch nu al kwijt…

    Like

  3. Alhoewel naarmate het boek naar zijn einde toe gaat, het iets toegankelijker werd (omdat ik de manier van vertellen van Rushdie wat meer begon te begrijpen of omdat Rushdie zelf het de lezer wat gemakkelijker maakt?), moet ik toch besluiten dat ik de kern van dit boek totaal niet heb begrepen. En dus uiteraard ook niet waarom dit de arme man zijn kop zou moeten kosten. Maar of ik in de toekomst nog meer Rushdie ga lezen, is zeer onzeker…

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.