De examens zorgen weer voor kommer en kwel, vraag het maar aan Lowieke uit “Thuis”, die serieus door het lint gaat. In zo’n geval is Teleblok er om u te helpen. Toen Teleblok meer dan twintig jaar geleden werd opgericht, ging ik praten met initiatiefnemer Dirk Van Hoye.
09 mathias vergels als lowieke

Dirk Van Hoye was toen eigenlijk de verantwoordelijke voor “Jeugd en Gezondheid” van het Christelijk Ziekenfonds in Eeklo. Maar daar wil hij zelf niet zo de nadruk op leggen. Wij spraken met hem omdat hij ook de woordvoerder is van het project “Teleblok”, een dienst voor jonge mensen met studieproblemen. Als licentiaat lichamelijke opvoeding maakt hij echter geen deel uit van het telefoonteam dat je te woord staat als je met je problemen komt aanbellen (dat zijn immers meestal psychologen, maatschappelijke werkers en mensen uit het onderwijs). Daarom ziet hij een fotosessie niet echt zitten, zeker niet als we hem vragen om met een telefoontoestel te poseren. Zelfs al zou hij wél deel uitmaken van het team, dan nog zou hij dat niet doen omdat niet enkel de anonymiteit van de beller, maar ook die van de hulpverlener erg belangrijk is, zegt hij. Komkom, ’t is al goed, lach eens naar het vogeltje en vertel me ondertussen wanneer en hoe jullie eigenlijk zijn begonnen…
“In ’89 was dat, maar dan eerder met een actie-onderzoek dan wel met een volwaardig project. Dat is pas in ’90 op gang gekomen. Toen hebben we echt de Meetjeslandse jongeren willen bereiken, maar door de mediabelangstelling zijn daar ook andere jongeren in Vlaanderen op afgekomen. Eigenlijk was het tot vorig jaar dus eerder regionaal en is het pas vanaf dit jaar dat we ook landelijk willen gaan werken. Dat is de reden waarom wij vroeger met een gewoon zonenummer hebben gewerkt, terwijl wij nu met een groen nummer uitpakken. Het is wel geen gratis nummer, maar toch tegen het minimumtarief.”
IN PRINCIPE AANVULLEND
Waarom enkel vanaf juni?
“Omdat we in principe eigenlijk maar aanvullend zijn. Scholieren en studenten kunnen tijdens het jaar natuurlijk ook met problemen te kampen hebben, maar dan vinden wij dat ze zich tot bestaande organisaties of diensten moeten wenden. Ik denk aan PMS-centra of de dienst studie-advies van de universiteit. Als het ergere problemen betreft die niet specifiek te maken hebben met studie, maar zich in de periferie ervan situeren, ik denk b.v. aan de relatieproblematiek, dan zijn er weer andere diensten waar men terecht kan. Teleblok wil dus alleen crisisinterventiecentrum zijn in de zwaarste periode van het jaar.”
Maar dan 24 uur op 24 !
“Nee, zelfs dat niet. Men kan ons bellen van 14 tot 21 uur. Uiteraard zitten we eigenlijk nog altijd in een overgangsfase. Het zou dus best kunnen dat we volgend jaar b.v. ook in mei, augustus en september op post zijn, maar die uren zullen wellicht toch zo blijven. Die zijn immers niet zo maar lukraak gekozen, dat heeft onze korte ondervinding reeds uitgewezen. In de voormiddag vinden de examens zelf immers meestal plaats en na 21u belt men bijna niet meer. Wij waren daar zelf ook over verwonderd, maar zo is het nu eenmaal. Trouwens, 14-15u is de drukste periode. Dat is eigenlijk toch wel te begrijpen, want dan zijn de scholieren meestal alleen thuis. ’s Avonds wordt dat al heel wat moeilijker. Niet iedereen durft zo maar bellen als de ouders thuis zijn, de privacy is niet overal zoals ze zou moeten zijn.”
Vorig jaar was het initiatief dus eigenlijk regionaal bedoeld, maar het heeft toch een zekere weerklank gevonden over gans Vlaanderen.
“Ongeveer een derde van de oproepen kwam van buiten de regio. Het is moeilijk om daar een exact cijfer op te plakken omdat wij de anonymiteit van de bellers willen garanderen. Wij vragen dus niet vanwaar de oproep afkomstig is, maar meestal blijkt in de loop van het gesprek wel over welke school het juist gaat, ofwel hoort men het aan het accent. Dit jaar hebben we wel doelbewust naar een ruimer publiek gemikt.”
Ik neem aan dat dit dan ook aan een behoefte beantwoordt. Jullie gaan niet gewoon op zoek naar werk?
“We hebben onze handen al meer dan vol. Maar er is een achterliggende bedoeling. Het is een samenwerkingsproject tussen de Christelijke Mutualiteiten, de vrije PMS-centra en het Begeleidingscentrum van het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg van Eeklo. Het is gestart bij de CM, die vooral bij jongeren bekend was door de vakanties, maar wij vonden dat we te weinig gericht waren naar jongeren in moeilijkheden. Dat accent wilden we dus toevoegen aan onze werking. Dat was dus de reden om te gaan samenzitten met het PMS-centrum en het Begeleidingscentrum. Al heel vlug kwamen we op die manier bij de examenperiode terecht, omdat dan de problemen toch wel op de spits worden gedreven.”
Wordt de werking dan ook door de CM gefinancierd of zijn er ook overheidssubsidies?
“De werking wordt hoofdzakelijk door CM gefinancierd, maar gedeeltelijk ook door de vrije PMS-centra. Het Begeleidingscentrum participeert niet financieel, maar heeft wel mankracht vrijgesteld voor de selectiegesprekken met de vrijwilligers en voor hun vorming. Ook de nationale dienst “jeugd en gezondheid” van CM financiert mee. Maar om van de overheid subsidies te kunnen ontvangen, zouden we b.v. wél 24 uur op 24 beschikbaar moeten zijn. Het is mogelijk dat we in die richting evolueren, maar jongeren kunnen toch ook gemakkelijk elders terecht. Ik denk aan de kindertelefoon, de jongerentelefoon of Tele-Onthaal.”
STRESS BIJ SCHOLIEREN
Wie belt er dan specifiek naar jullie?
“De verhouding is ongeveer 60% scholieren tegenover 30% studenten, universitair of niet. (Bij de 10% die overblijven zitten b.v. ook ouders, RDS) Als we na twee jaar al van een trend kunnen spreken, dan zouden we kunnen zeggen dat het aantal studenten toeneemt. Dat heeft wellicht te maken met de manier van informeren. Ons oorspronkelijk doelpubliek was immers wel degelijk de scholieren, en dan meer bepaald de scholieren uit het hoger middelbaar, omdat we denken dat er voor studenten veel meer mogelijkheden zijn. Scholieren hebben trouwens ook veel meer drempelvrees.”
Maar de stress zal bij studenten toch wel hoger liggen?
“Dat vermoeden wij ook, maar toch mogen we de stress bij middelbare scholieren niet onderschatten. Daar wordt nogal eens laatdunkend over gedaan, maar uit de telefoons die we hebben gekregen kunnen we toch afleiden dat nogal wat jongeren daar wél stressgevoelens aan overhouden en het gaat zeker niet in dalende lijn. Vorig jaar hebben we zelfs iemand uit het lager onderwijs aan de lijn gehad!”
Ik zou ook zo denken: er bellen meer meisjes dan jongens. Of is dat een seksistische opmerking?
“Er bellen inderdààd meer meisjes dan jongens, ook in de verhouding 60-40 zoiets. En blijkbaar is dat een tegenovergestelde tendens in vergelijking met andere hulpdiensten, maar daar moet je dan meestal zelf naartoe komen en jongens doen dat gemakkelijker.”
Jongens komen gemakkelijker dan meisjes, dat spreekt.
“Meisjes houden ook meer aan hun anonimiteit. Jongens durven zich gemakkelijker blootgeven.”
Zijn er ook verschillen tussen de problematieken die zowel jongens als meisjes aankaarten?
“Ik zou het niet wagen om daar nu reeds conclusies uit te trekken. Dat zou verder moeten onderzocht worden. Maar grosso modo gaat het wel over hetzelfde. Ik denk aan studieplanning b.v.”
Zeggen jullie dan meteen hoe het moet of verwijzen jullie door?
“Wij verwijzen in principe zo weinig mogelijk door. Dat doen we pas als het echt nodig is. Mensen die doorverwezen worden voelen zich immers eerder afgewezen dan doorgewezen en hebben de neiging om af te haken. Vooral voor vragen i.v.m. studieplanning gaan we dus concreet proberen te helpen. Dat doen we vooral door te luisteren, om op die manier na te gaan of er niet meer achterzit dan wat men kwijtwil. Door op die manier het probleem te analyseren, kunnen op de duur de jongeren zelf een antwoord formuleren en een oplossing waar ze zelf achterstaan is natuurlijk de beste oplossing.”
ENKELE NUTTIGE TIPS
Voorkomen is beter dan genezen: vooraleer een hele horde lezers aan de telefoon gaat hangen, kun je misschien best enkele tips geven wat die studieplanning betreft…
“Maak een examenschema op en knoop daaraan zeker een maandplanning en misschien zelfs een planning over twee maanden aan vast, zodanig dat je op voorhand weet wanneer je wat gaat studeren. Dat kan zelfs zo ver gaan dat je de pagina’s noteert. Een planning uitvoeren is echter nog iets anders dan ze opmaken. Het heeft b.v. geen zin van te voorzien dat je drie uur na elkaar gaat zitten studeren, want dat hou je toch niet vol. Je moet dus regelmatig pauzes inlassen, zeker letten op een goede ontspanning, dat is heel belangrijk, en ook een beetje de voeding in de gaten houden, dat wordt immers nogal eens verwaarloosd in die zin dat men begint te snoepen i.p.v. een gezonde maaltijd te eten. Een steeds weerkerende vraag is ook welke medicatie men moet gebruiken om de nacht door te steken. We adviseren dan dat je dit beter niet doet omdat dit niet veel uithaalt, integendeel achteraf krijg je vaak een terugslag. We gaan ook samen even de stof doornemen, daarmee bedoel ik dat het geen zin heeft om eerst pagina 1 te studeren en dan pagina 2 enzoverder. Nee, bekijk de inhoudstafel van je cursus even, maak daar een structuur uit op, werk meer planmatig. En niet alleen lezen, maar onderstrepen en met kleuren werken. Allemaal kleine hulpmiddeltjes om die periode wat aangenamer door te komen. Onze vrijwilligers bedenken dat uiteraard niet zelf, zij worden daarvoor opgeleid door geneesheren en psychologen.”
Dat captagon slikken geen oplossing biedt, dat is duidelijk, maar wat zeg je dan wél: veel koffie drinken?
“Ook dat is natuurlijk niet erg gezond. Als men per se medicatie wil nemen dan verwijzen we door naar de huisarts, ook al weten we wel dat dit ook niet altijd de ideale persoon is.”
Toen ik studeerde, schreef die mij op vraag van mijn ouders vitamines voor.
“Dat zijn nog de slimsten. Baat het niet dan schaadt het toch niet.”
Het is eerder een placebo?
“Als je je voeding goed verzorgt, heb je zeker voldoende vitamines, maar vitamines kunnen zeker geen kwaad, dus mentaal kan het inderdaad wel een opkikker zijn, ja. Over het algemeen kijken we er trouwens voor uit om niet te betuttelend op te treden. We mogen niet in het vel van de ouders of leerkrachten kruipen en in de gebiedende wijs allerlei zaken gaan opleggen. Wie dus graag koffie drinkt om daar wakker van te blijven, die mag dat van ons.”
SCHOP ONDER HUN KONT
Andere problemen?
“Men belt ook soms met specifieke problemen over de leerstof. In de zin van: kun je mij die scheikundige reactie eens uitleggen. Dat ligt natuurlijk wel een beetje moeilijk, tenzij de vrijwilliger toevallig op dat terrein goed thuis is. In zo’n geval moeten we ze wel doorverwijzen. We suggereren dan vaak een vriend of zo, want meestal durven ze die gewoonweg niet opbellen omdat ze denken die dan te storen. En desnoods de leerkracht zelf natuurlijk. Nog in diezelfde zin zijn er de problemen over de studierichting. Mensen die bellen om te zeggen dat die hen niet echt ligt, dat ze door de ouders werd opgedrongen. Het is niet makkelijk om daarom in te pikken. Je zou natuurlijk kunnen zeggen: je moet doorzetten, het is toch belangrijk dat je je diploma haalt en achteraf kan je nog zien wat je doet. Maar anderzijds moet je toch ook een eind meegaan met die mensen en hun frustratie daarrond aanvoelen. Ook op zo’n moment is het erg belangrijk te luisteren, om aan de weet te komen of het inderdaad echt zo is, of het hen integendeel gewoon op dat moment te veel is. Soms moeten ze eigenlijk een schop onder hun kont krijgen, maar dat zeg je natuurlijk niet aan de telefoon. Een ander soort problemen hebben wel met studie te maken, maar zijn eerder van psychologische aard. Ik denk aan stress, faalangst, angst voor een examen of voor een leraar die hen zal buizen, vermoeidheid, concentratiestoornissen. Vorig jaar was dat iets minder, maar het jaar voordien kwam dat heel veel voor. Dat had ongetwijfeld met de enorm warme periode te maken die we toen beleefden. Dan krijg je telefoons in de zin van: het is veel te warm om te studeren, ik zou veel liever gaan voetballen.”
Dit werpt wel een licht op de motivatie van de beller. In dat laatste geval b.v. zou ik ofwel doorbijten en toch verder studeren ofwel toegeven en gaan voetballen, maar ik zou toch zeker nooit naar de telefoon grijpen…
“Ik zou dat inderdaad ook niet doen, maar het komt voor. Volgens mij zijn dat mensen die eigenlijk nood hebben om eens met iemand te spreken. Dat zijn dan ook meestal diegenen die op het einde van het gesprek zeggen: nu voel ik me al weer wat beter, ik ga maar opnieuw aan de slag.”
Raken we hier geen ander probleem aan, namelijk de communicatie? Vervangen jullie op zo’n moment niet een vriend of vriendin waarmee men normaal kan praten?
“Dat staat ook in onze folder: je mag ook naar ons bellen gewoon als je niemand hebt om mee te praten. We zijn er dus niet enkel voor zwaardere problemen, maar ook gewoon om een praatje te maken.”
Dat is ook zeer opvallend bij de kinder- en jongerentelefoon: men belt zeer vaak gewoon om eens iemand te horen.
“Inderdaad, gelukkig volstaat soms een gezellige babbel, we hoeven niet altijd echt een crisisinterventiecentrum te zijn.”
ZELFMOORDEN
Dat is inderdaad een zwaar beladen woord, maar anderzijds is het aantal zelfmoorden in de examenperiode toch ook weer niet te onderschatten.
“Zelfmoord bij jongeren neemt toe in het algemeen, dus niet alleen tijdens de examens. Dat is trouwens een van de aanleidingen voor ons initiatief geweest. In ’89 zijn er namelijk twee gevallen van zelfmoord geweest in het Meetjesland. En effectief, soms hebben we ook heel zware telefoons gehad. Ik zeg niet dat dit nu werkelijk mensen waren die we ervan weerhouden hebben om zelfmoord te plegen, maar er waren er toch bij met ernstige depressies.”
Relatieproblemen, zowel met de ouders als op het amoureuze vlak, zullen in de examenperiode ook wel op de spits gedreven worden of niet soms?
“Wij dachten dat ook. In onze folder gaven we daarvan een aantal voorbeelden. Het geraakt af met je lief tijdens de examens b.v. Maar uiteindelijk blijken we redelijk weinig telefoons in die zin te krijgen. Problemen met de ouders kwamen meer voor. Of een overlijden in de familie. We hebben zelfs ooit iemand gehad wiens vriend iemand doodgeschoten had.”
Is de sociale achtergrond in zo’n gevallen belangrijk? Belt men gemakkelijker vanuit een arbeidersmilieu dan vanuit een intellectueel milieu of juist omgekeerd? En zijn die problemen anders?
“Wij wilden ons vooral richten naar jongeren uit het beroepsonderwijs omdat dit toch wel een vergeten groep is. Die zijn ook niet zo happig om naar een PMS te gaan en zo. Maar blijkbaar hebben die zelfs drempelvrees ten aanzien van de telefoon. Als we dus zoals gezegd meestal middelbare scholieren hebben als bellers, dan is het echt toch wel vooral uit de humaniora.”
IK WIL DE GROOTSTE ZIJN
Heb ik het goed voor als ik veronderstel dat de problemen bij de extremen liggen? Enerzijds de haantje-de-voorsten die eigenlijk problemen zien waar er geen zijn en anderzijds de echte probleemgevallen.
“Klopt. Veel van de faalangstigen zijn eigenlijk mensen die er vlot doorgeraken maar die mentaal zo zwak zijn dat ze behoefte hebben om nog eens bevestigd te worden.”
Zoals Raymond van het Groenewoud zegt: er zijn er altijd die per se de grootste willen zijn.
“Maar soms is dat toch ook wel een ernstig probleem in die zin dat de ouders dan vaak als een stok achter de deur staan: ze moeten zoveel procent halen of het is niet goed.”
Dat is inderdaad juist, maar hoe reageren jullie in gevallen van jongeren die zichzelf een te hoge norm opleggen?
“Je kan trachten van die norm wat te relativeren of van een andere norm in de plaats te brengen, maar dat is moeilijk via de telefoon. Dergelijke mensen verwijzen we meestal door naar een begeleidingscentrum.”
Jullie hebben zelf geen “spreekuur”…
“Nee. Dat hebben we even overwogen, maar uiteindelijk wilden we niet aan die anonymiteit raken. We zien onszelf immers niet als begeleiders, we zijn tenslotte toch ‘maar’ vrijwilligers en we willen dus zeker niet in de plaats treden van beroepskrachten. Onze raad kan misschien helpen om de drempelvrees voor de traditionele instanties te overwinnen. Onze vrijwilligers hebben allemaal een diploma in de menswetenschappen, waarna er dan nog een paar sessies volgen specifiek rond stress, faalangst, studiemethode, studieproblematie en natuurlijk ook gesprekstechnieken en communicatieve vaardigheden. De meesten werken ook al mee van bij de start, zodat ze toch al over een zekere ervaring beschikken. We werken momenteel met 21 vrijwilligers. We zijn begonnen met 17 waarvan er amper 4 zijn weggevallen. Er zit dus wel continuïteit in de werking. We maken ook verslagen van elke telefoon (we nemen ze niet op, laat dat duidelijk wezen), die nadien gezamenlijk worden besproken. Maar mag ik ook eens een vraag stellen? Wist je vóór dit gesprek dat Teleblok uitging van de Christelijke Mutualiteiten?”
Eigenlijk niet, nee.
“Dat doen we heel bewust. We delen het mee aan degenen die het moeten weten, maar toch vragen we om daar kies mee om te springen, want anders lijkt het wel een reclame voor de mutualiteiten, wat het helemaal niet is. Trouwens als wij iemand naar een PMS-centrum verwijzen dan zullen wij niet noodzakelijk naar een vrij PMS verwijzen, ook al liggen die mede aan de oorsprong van Teleblok.”
En als de jongeren niet specifiek met religieuze problemen afkomen worden ze ook niet in die richting geduwd? Met andere woorden, jullie geven niet als oplossing voor studieproblemen…
“… om eens naar de kerk te gaan. Nee, zeker niet. (Lacht)”
Enkele gezonde wenken voor “blok” en examens
Vijftien jaar eerder had ik mijn vroegere schoolvriend Edwin Thoen nog eens geïnterviewd voor De Rode Vaan, zij het anoniem, zoals ik overigens in de inleiding uitleg.
“De examenperiode staat voor de deur, de “blokperiode” is hier en daar zelfs al begonnen. Tijd dus voor enkele nuttige wenken in de eerste plaats om de gezondheid er niet te zeer onder te laten lijden, maar ook om goede resultaten te behalen, want de correlatie tussen die twee is wellicht sterker dan de meeste vermoeden,
Om ons zeker niet te vergissen, hebben wij er een specialist terzake bijgehaald. We noemen hem Dr.T., want als wij het goed voor hebben verbiedt de H. Orde “reclame” te maken voor geneesheren.
— Dr.T., om maar meteen met de deur in huis te vallen: wij nemen aan dat opwekkende middelen zoals Captagon zonder meer van de hand to wijzen zijn?
Dr.T. :
Dat spreekt voor zich. Lichte middelen als b.v. Stimul brengen toch niets op en van zware (zoals amfetamines) wordt men ziek.
— Wel worden vaak vitamines voorgeschreven ?
Dr.T. :
Alhoewel ook die niet veel opbrengen, kan dit uiteraard nooit kwaad. De positieve werking die aan het nemen van vitaminepillen wordt toegeschreven is vaak gewoon een psychologisch effect. Overigens schrijven geneesheren dit eerder voor om van het gezaag van de ouders vanaf te zijn. Want het zijn zij die in paniek geraken en zich zorgen maken, niet de jongeren zelf.
— Omwille van de studies worden de nachten vaak erg kort?
Dr.T. :
Ook dat is natuurlijk uit den boze. Een minimum rust van zes uren acht ik noodzakelijk. Dat hou je wel een week vol. En nu is het gelukkig reeds zo dat de examenperiode in de middelbare scholen niet zo lang meer duurt — aan de universiteit is het natuurlijk iets anders.
— Goed, maar zes uur slapen dat kan van middernacht tot zes uur ’s ochtends zijn of van tien tot vier enz. Zijn er periodes aan te wijzen waarin men “beter” kan studeren ?
Dr.T. :
Dat is een puur individuele aangelegenheid. leder moet voor zichzelf uitzoeken, wanneer hij het helderst van geest is. De hoofdzaak is dat men echt daagt, wanneer meer in bed ligt.
— En wat met het eten ?
Dr.T. :
Oh, daar zou ik weinig aan veranderen. Zeker mag men geen maaltijd overslaan. Als men van de zenuwen geen brok naar binnen krijgt, dan kan men nog altijd zijn toevlucht nemen tot een glas melk of een grote pot yoghourt. Die bevatten toch ook veel eiwitten en het is vooral daarorn dat het draait.
— Is het aangeraden minder maar vaker te eten ?
Dr.T.:
lk vind van niet. Zie je, eten zou in deze stress-periode een vorm van ontspanning moeten zijn. Men neemt er dus best de tijd voor en gaat met anderen aan tafel. Alleen op zijn kamertje gauw iets naar binnen wenken is heus niet zo aan te raden, zeker niet omdat de verleiding groot is om tijdens het eten verder te studeren.
— En dan zijn er nog de zenuwen. Er wordt heel wat gerookt vooraleer men het examenlokaal binnenstapt…
Dr.T. :
Roken is natuurlijk steeds af te raden, maar goed, zoals je zegt, onder invloed van de zenuwen… Er is nochtans een product, let op geen kalmeermiddel, Inderal heet het en dat neemt de hartkloppingen en de bevingen weg en eens we zover zijn, zijn we al vanzelf veel rustiger.
— Men kan dit vlak voor een examen innemen ?
Dr.T. :
Jazeker.
Dank u, dokter, u bent geslaagd voor uw examen. U kunt gaan. Zeg aan de volgende maar dat hij mag binnenkomen.”
Zogezegd kwam er de week daarop een lezersbrief onder de titel: STAMPEN EN DAGEN?
Met belangstelling heb ik in de r.v. nr. 23 het artikel « Enkele gezonde wenken voor blok en examens » gelezen. Van één zin ontgaat mij evenwel de betekenis. Op de vraag op welk tijdstip men het best gaat slapen tijdens de examens, antwoordt de geneesheer o.a. “De hoofdzaak is dat men echt daagt, wanneer meer in bed ligt.” Ik heb mijn hersens gepijnigd om de betekenis hiervan te achterhalen. Zo dacht ik o.m. aan de groep Stampen en Dagen, waarbij “dagen” dialect is voor “duwen”. Dan zou de zin zoiets betekenen als “duw een beetje er kan nog eentje bij” of zo. Maar wat voor zin heeft dat dan? Is het soms een toespeling op seksuele activiteiten onder de blok? Zijn die dan aan te raden of af te raden? Ik ben radeloos.
Was getekend: een student uit Leuven.
En daarop volgde dan dit redactionele antwoord:
“Hopelijk hebt u er niet van wakker gelegen, maar in werkelijkheid betrof het gewoon een dubbele zetfout. De zin zou moeten luiden : « De hoofdzaak is dat men echt slaapt, wanneer men in bed ligt. » Dit gezegd zijnde hopen wij dat uw seksueel leven er niet door ontregeld werd.”
Maar uiteraard was dit enkel een manier om een zoveelste snowboot recht te zetten.

Referenties
Ronny De Schepper, “Voor zware depressies, maar ook gewoon voor een gezellige babbel”, Graffiti mei 1991
Ronny De Schepper, Enkele gezonde wenken voor “blok” en examens, De Rode Vaan nr.23 van 1980

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s