In 1982 zong Doe Maar:
Hé, er is geen bal op de TV,
alleen een film met Doris Day
en wat dacht je van net twee:
een Wiener operette!

Dat was op z’n minst merkwaardig, want in die tijd werden er al lang geen operettes meer vertoond op televisie. En films met Doris Day kon men enkel nog op zondagnamiddag zien. Het leek wel of deze tekst twintig jaar eerder was geschreven!

Toch kon ik dertig jaar geleden in de Opera voor Vlaanderen nog naar de première van “In’t Witte Paard” van Ralph Benatzky gaan. In Gent uiteraard, want tegelijk liep er in Antwerpen een andere top-operette “Het Land van de Glimlach” van Franz Lehar. Hierop ging uiteraard collega Guillaume (Willy) Maijeur af. Jammer genoeg waren we allebei niet erg tevreden…
Maar wat zeuren we hier over zwakke acteursprestaties? In onze zo dierbare Opera voor Vlaanderen lopen op dit ogenblik twee operettes, een genre waarin toch ook flink wat dient geacteerd te worden en als je dat dan naast alle voorafgaande stukken legt, dan weet je niet wat je ziet!
Niet dat het toch wel merkwaardige opera-publiek zich daaraan stoort, getuige hiervoor de staande ovatie die een schreeuwerig en oubollig (gaat dit woord een heel seizoen terugkeren?) « Wit paard » in Gent te beurt mocht vallen.
Anderzijds dient aangestipt dat de zaal niet helemaal gevuld was voor deze kaskraker, evenmin als in Antwerpen voor « Het land van de glimlach ». In dit laatste geval had de directie dit kunnen voorzien : in 1983 en 1984 stond het werk reeds op het speelplan met grotendeels dezelfde solisten en in dezelfde enscenering. Zelfs het braafste opera-publiek vindt blijkbaar driemaal « Het land van de glimlach » op vier jaar iets te veel…
De voorstelling bood geen enkel verrassingselement, maar was genietbaar door de kleurrijke — alhoewel iets verouderde — regie van Heinz Scholz en de zeer verdienstelijke solistische medewerking van Otoniel Gonzaga als Sou-Chong, Ghislaine Morèze als Lisa, Eric Raes als Gustav en Monika Schanzer als Mi.
Werd « In ’t Witte Paard » wél in een andere enscenering gebracht (in een poging om de draak van vorig seizoen uit het geheugen te wissen), dan stond daar tegenover dat we b.v. een soliste van het gehalte van laatstgenoemde moesten missen. Marco Bakker heeft immers wel een reputatie maar geen carrure. Geef ons dan maar liever Koen Crucke die toch wat vaart in het geheel kon steken. Zijn wanprestatie in « Otello » zij hiermee vergeven. Tenslotte laat je Gaston Berghmans toch ook niet los in « Adam in ballingschap »…

Referentie
Willy Maijeur & Ronny De Schepper, Schreeuwerig en oubollig, De Rode Vaan nr.41 van 1986

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.