‘Pornografie’ (1960) is de vierde roman van Witold Gombrowicz. Er wordt wel eens gerefereerd aan werken als ‘Les liaisons dangereuses’ van Choderlos de Laclos en ‘Histoire de l’oeil’ van Georges Bataille, vooral omdat er tieners, seks en perversie in verweven zijn. Nu ja…

De auteur, ene Witold Gombrowicz dus, wordt met zijn zakenpartner Fryderyk, uitgenodigd voor een verblijf op het landgoed van Hippolyt S. en zijn echtgenote Maria. Waar ze geconfronteerd worden met de 16-jarige dochter Henia en de even oude Karol, zoon van de rentmeester. Het is het spanningsveld tussen deze vier personen, de twee oudere bezoekers en de jonge mensen, dat de essentie van de roman, spelend tijdens de Duitse bezetting in Polen, uitmaakt.

Fryderyk is een duistere figuur, hij kan beschouwd worden als het alter ego van Gombrowicz, de auteur én het personage, de ik-persoon, de verteller van het verhaal. Er gaat steeds een dreiging van hem uit, het is een duistere figuur die manipuleert. Hij en Gombrowicz – ze eigenen zich elkaars gedachten toe, ze zijn elkaars gedachten en emoties, een beangstigende verderfelijke twee-eenheid. Samen zien, ervaren ze de onschuld van de twee ‘kinderen’ die met elkaar opgroeiden, ze voelen een spanningsveld tussen die twee; of wensen dat te zien? Niets wijst er immers op dat de jonge mensen verliefd zijn op elkaar. Henia is trouwens verloofd met Waclaw, een wat oudere advocaat, bourgeois. De ouderen evenwel zien de ‘hartstochtelijke harmonie’ van de twee jongeren, ze merken hoe ze verenigd zijn in wreedheid en perversie. Ze herkennen dit in allerlei tekenen: zijn ze imaginair, spelen ze in hun oververhitte brein? Hoe groot is het aandeel jaloezie van deze ouderen tegenover de bloeiende jeugd die ze in het verderf willen storten, of die ze voorbestemd zien voor dat verderf? De worm die ze samen vertrappen, Karols kous die door Henia opgetrokken wordt, er zijn talrijke signalen, allen ‘onschuldig’ of toch niet. Dat alles in een zwoele, donkere sfeer. Fryderyk zal niet aarzelen de twee tot geënsceneerde toneeltjes te verleiden die, met de hulp van Gombrowicz, aan de verloofde Waclaw getoond worden om het voorgenomen huwelijk te boycotten: dit plan wordt opgezet middels brieven tussen de twee volwassenen, het lijkt wel een puberaal spel! Terwijl het dat allerminst is.

Een botsing tussen begrippen als onschuld en gecorrumpeerd zijn. Geweld, slavernij, kwajongensstreken… het wordt alles op een hoop gegooid en vermengd met seks en erotiek, hoewel er nooit expliciete handelingen vermeld worden… Suggestie, sfeer… “Onbegrijpelijk blijft de constellatie van de mensen en van de verschijnselen in het algemeen”. Hallucinant, beangstigend is die wereld. Waar bij een bezoek door het ganse gezelschap aan de moeder van advocaat Waclaw, deze mama door een jonge dief neergestoken wordt. De moordenaar wordt niet aan de politie uitgeleverd maar naar het landgoed meegenomen. Waar even later een verzetsheld arriveert; deze evenwel heeft besloten uit het verzet te stappen en vormt gezien hij alle plannen kent een gevaar voor de patriotten en dient geliquideerd. Uiteindelijk zullen Fryderyk en Gombrowicz het regelen dat Karol en Henia samen het dodelijke vonnis zullen voltrekken. Het definitieve einde van hun onschuld, eros en thanatos verenigd… Het slot zal nog gruwelijker worden dan verwacht, met meer doden, symbolischer zal niet kunnen… Werd de moeder van Waclaw niet met een mes gedood, zal hijzelf nu niet – na de verzetsheld tegen het oorspronkelijke plan in gedood te hebben -, door dat mes en door de hand van zijn jeugdige ‘rivaal’ omkomen… Hoeveel schuldiger kunnen de jonge mensen nog zijn? Zijn de volwassenen in hun opzet geslaagd, is de jeugd definitief gecorrumpeerd, is hun jaloezie bevredigd?

Er zijn zoveel lagen in deze roman. Hallucinant is bijvoorbeeld de scène in de mis die ze allen bijwonen, hoe het ritueel ontheiligd wordt en gelijktijdig naar een ander religieus niveau getild lijkt te worden, ontdaan van schijn. Voortdurend ook wordt er iets gezegd om het andere, het echte, niet uit te spreken, woorden zijn meestal een dekmantel. Zoals Hippolyt meestal wat hij gezegd heeft telkens nog eens fluisterend herhaalt, voor zich uit mompelend alsof hij zich daarin wil bevestigen, zichzelf in die woorden wil ontdekken. De personen stellen vast dat alles, de wereld, de mensen, relaties, er reeds was – alles wordt herkend; terwijl het toch ook steeds weer vreemd en onbekend lijkt, een duistere wereld waar men geen vat op heeft. In dit kluwen zoekt men, de auteur, zijn personages, de lezer, naar authenticiteit – is deze te vinden in de jeugd, in de (voorlopige) onschuld die door de volwassenen wil verkracht worden… Witold Gombrowicz heeft dit alles geschreven in een schitterend poëtisch proza, vaak theatraal, terwijl de handeling genadeloos voortjaagt en de spanning op meerdere vlakken gegarandeerd blijft.

De roman werd in 2003 onder dezelfde titel verfilmd door Jan Jakub Kolski. De muziek kreeg de Delerueprijs op het filmfestival van Gent 2003.

Johan de Belie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.