Guido Lauwaert wordt zeventig…

Het Gentse “enfant terrible” Guido Lauwaert viert vandaag ook al zijn zeventigste verjaardag. We kennen hem van Willem Elsschot, van “Avenue Claus” en van Bloomsday, maar vooral van de Nachten van de Poëzie uiteraard. Ter gelegenheid van de derde Nacht in de reeks ben ik hem gaan interviewen in zijn poëziewinkeltje in Gent…

Als we binnenkomen in het poëziewinkeltje en de gore indruk van buiten ruilen voor ongedwongen gezelligheid, staan we meteen oog in oog met een paar « meesterwerken » van Kamagurka. De stem van de Meester klinkt evenwel vanuit Den Hoge. Hij spreekt door de uitvinding van Alexander Bell en dat « wonder der techniek » zal nog meerdere malen ons gesprek onderbreken (het incident met de BRT start o.m. tijdens het interview). Guido Lauwaert dus, fantast maar met een trekje genialiteit, grillig maar sympathiek, onvoorspelbaar en toch steeds dezelfde, kortom, de organisator van de eerste, van de tweede en nu ook van de derde nacht van de poëzie. (Voor intimi ook wel eens : de rosse met de rode schoen.)
Lauwaert begint maar meteen te praten. Time is money klinkt nogal oneerbiedig, maar eigenlijk is het zo (telefonisch krijgt Lauwaert twee vliegtuigreizen aangeboden – ik veronderstel dat het dient om dichters over te vliegen, Burroughs?). Ik schakel onmiddellijk de uitstekende cassette-recorder in die ik van een geroutineerde collega heb mogen lenen (zoals men kan merken, heb ik geleerd dat het « in » is iets over je cassette-recorder te zeggen vooraleer je definitief van wal steekt). Guido Lauwaert spreekt zeer verzorgd, bepaalde klanken daargelaten, maar dat zie je niet op papier. Ik beloof hem dus na afloop zijn antwoorden woordelijk weer te geven. Helaas een interview dat ondertussen in Knack is verschenen gooit roet in het eten : Lauwaert zegt soms « woordelijk » hetzelfde, het heeft geen zin dit nog eens na te bauwen.
Lauwaert : In het raam van 150 jaar België zullen op de nacht van de poëzie de presentators gekleed zijn afwisselend in rood, geel en zwart. (Op de persconferentie vernemen we later ook dat Pieter Hoogendoorn een 150 m. lange Belgische vlag over Vorst-Nationaal zal laten neerhangen).
— Maar die 150ste verjaardag van België is voor u geen aanleiding geweest om met deze derde nacht van de poëzie uit te pakken ?
Lauwaert :
Neenee, ik heb niets te maken met België. Ik zou het liefst willen dat dit tegennatuurlijke land uit elkaar valt.
— Wat bezielde u dan wél ?
Lauwaert :
Ten eerste doe ik het nog eens voor een aantal vrienden zoals Marcel Van Maele, François Beukelaers en Anne Lemaître. Ten tweede omdat ik merk dat er overal opnieuw belangstelling is voor poëzie, kleine poëzie-avondjes schieten overal uit de grond, er wordt ook meer poëzie gelezen, de poëziewinkel hier in Gent heeft daarin ook een belangrijke functie gehad. En ten derde omdat ik elke gelegenheid aangrijp om misschien mee te kunnen werken aan een tweede « Stomme van Portici ».
— Je hebt wellicht je lessen getrokken uit de vorige « nachten » …
Lauwaert
: Ja, de tweede nacht lieten we iedere toeschouwer vrij de toegangsprijs zelf te bepalen. Dat heeft zeer nefaste financiële gevolgen gehad en daarom is er nu een eenheidsprijs van 200 fr. Er is voor niemand korting, iedereen is gelijk, er zijn ook geen gereserveerde plaatsen. Een essentieel verschil met de andere «nachten » is dat het grootser is opgezet en dat het een veel betere regie zal zijn. Vorige nachten was er een beetje een lamentabele regie, dat lieten we ook toe, want ik hou van een georganiseerde wanorde. Maar nu zullen we het programma op het podium strak in de hand houden.
COMMERCIEEL ?
— Er wordt ook uitdrukkelijk bij vermeld dat het de laatste nacht is, afgezien van het publicitaire element, houdt dit misschien ook verband met het soort van « auteursrecht » dat rust op dergelijke evenementen ?
Lauwaert
: Ja, je kan daar eigenlijk geen auteursrecht op eisen, nietwaar, maar wat ik amusant vind is dat een krant als De Standaard als kop gebruikt : « Nacht van de CVP » of zo. Dat vind ik plagiaat. In Aalst en in Antwerpen en zo zijn er ook al « nachten van de poëzie » geweest, zonder enige vraag, dus in feite is dat een vorm van diefstal. Vandaar een beetje dat element van « als er nu nog zogenaamde nachten komen, weet dan dat ze niets met mij hebben te maken. Maar het is vooral ook de laatste keer dat ik nog eens een nacht van de poëzie in déze vorm organiseer. Je bent aan herhaling toe na drie keer. Het wordt ook meer een commercieel gedoe. Dan weet je : nu verdien ik er geld aan, en dat wil ik vermijden. Ik hou van telkens een inbouw te hebben van een vorm van spanning, van onwetendheid, van vernieuwing. En dat kan je niet als er nog een vierde, vijfde, zesde… nacht van de poëzie zou komen. Dan wordt het bandwerk. Ik ga andere zaken doen, ook nog met poëzie, maar totaal anders.
– U laat zelf de term « commercieel » vallen. Er is inderdaad een eigenaardig spanningsveld. Tegelijkertijd bespeelt u zeer goed de media e.d., maar ook stort u zich in avonturen die u ijlings naar de afgrond voeren. In hoeverre is deze nacht nu een avontuur en in hoeverre een gouden belegging ?
Lauwaert
: Ik geloof niet dat het in de ene of de andere richting overhelt, het is meer een balans die niets raakt. Maar mocht ik mij nu in het bedrijfsleven storten dan zou ik een goed manager zijn, van een conservenfabriek of zo, maar dat wens ik niet. Vandaar dat ik mij altijd werp op zaken die tot hiertoe commercieel stiefmoederlijk werden behandeld. Poëzie is ook een commerce, want het is een boek, het wordt verkocht. Het is juist aan de organisator gelegen in hoeverre hij dat naar de commerce laat gaan of niet. En dat vergt, ik zou niet zeggen intelligentie maar een vorm van evenwicht en dat kweek je maar met de jaren. En toen ik jaren geleden hiermee begon, wilde ik ook op slag beroemd zijn en geld verdienen op één dag, maar dat is nu allemaal overboord gegooid. De ambitie is er nog wel, maar ze is niet meer ziekelijk aanwezig.
STUNTEN IN STILTE ?
– Er zijn dichters waarvan je op voorhand kunt zeggen, die doen niks anders dan gewoon hun werknaar voren brengen. Van anderen kan je er bijna evenzeer donder op zeggen dat ze zullen uitpakken met een stunt. Moet dat een verrassing blijven ?
Lauwaert
: Voor 99 % ga ik niets verraden. Ik kan echter wel zeggen dat Marcel Van Maele de nacht opent, omdat iedereen weet dat als je Marcel drie uur later laat optreden, hij zelf niet meer weet dat hij aan het optreden is. Een jonge Gentse dichter, Pierre Lootens, zal de nacht sluiten. Hij weet het nog niet en dat is misschien maar goed ook. (In Knack krijgen we een verduidelijking van deze Sibyllijnse orakeltaal : « Ik zie het die niet waarmaken… Ik zeg dit niet om te kwetsen, maar om de waarheid te zeggen. » Op de persconferentie werd overigens bekendgemaakt dat het Bert Popelier, dichter en boer, zal zijn die deze dubieuze eer te beurt zal vallen omdat Bert zich een aap en een apenpak heeft aangeschaft en hiermee als eerste wenste aan de beurt te komen.) Andere dichters, zoals Komrij, belden me op om te vragen of er bepaalde dingen uit de nok naar beneden konden komen, en dat kon… Sommige dichters mislukken ook met zo’n nummer, het zijn tenslotte geen acteurs, en het publiek weet dat ook. Een dichter gaat overigens nog wel gelezen worden ook als hij de mist ingaat tijdens de nacht van de poëzie, zij worden er dan ook niet gelauwerd, het is gewoon een groot spektakel, een circus, een bijeenkomst van een aantal fijne mensen, die zich daar eigenlijk niet zo druk over maken. Ik kan ook zeggen dat we het hoogtepunt van de nacht (Claus, Mulisch, Fritzi Harmsen ter Beek en Rum, red.) tussen een en drie uur willen leggen. En ook zal op het moment dat de dichters in massa toekomen op Vorst-Nationaal, om 21 uur dus, er een vuurwerk losbarsten. Binnen worden ze verwelkomd door acht trombones met een speciale compositie van Eugeen Lievens. U kent dat wel, in typische IJzerbedevaartstijl : tétérété tétérététérété ! Om middernacht gaan we een taart van 1,72 m — ik ben 1,72 m — aansnijden, die we dan opvoeren aan de dichters en als er nog wat over is, kan het publiek zich ook daaraan te goed doen. We hebben ook nog een vuurspuwer, Waldo, zoon van Jan Verroken. Ik vind het ook prachtig dat op zo’n nacht de politie of het gezag in feite niets te zeggen heeft. Eén nacht per jaar, dat moet toch kunnen.
ANDERE ATTRACTIES
— Voor de niet-poëtische attracties, heeft u daar bepaalde criteria voor gehanteerd, artistieke of visuele ?
Lauwaert
: Ja, hoewel we niet van een popgroep gaan vragen om zich als idioten te gaan gedragen. We hebben zowat vanalles, zelfs Rika De Backer, van wie ik hoop dat zij met haar nummer klaarkomt. Maar een aantal muzikale groepen maken het zelf wel waar, b.v. Roland, die voor de gelegenheid gesteund wordt door Johan Verminnen en Big Bill. We hebben ook Rum in de nieuwe samenstelling, dat is een avant-première, terwijl Dirk Van Esbroeck en Juan Masondo samen ook hun Argentijnse liederen brengen, want daar sta ik zeer sterk achter. Zij worden daarbij trouwens begeleid door een Zuid-Amerikaanse danser. En dan is er ook nog Antwerp Follies, een nieuwe travestiegroep, je weet wel, twintig mooie jongens in doorkijkbloesjes met veel pluimen en rode handschoenen e.d.
— Op de tweede nacht in Kortrijk heeft u o.a. Eddy Wally binnengehaald. Daarmee wist u op voorhand dat er keet zou geschopt worden. Zijn er nu ook weer dergelijke “clausules” ingebouwd ?
Lauwaert
: Neen, hoewel er natuurlijk wel een John Massis bij is b.v. Maar ik laat dat over aan het publiek omdat ik al gemerkt heb dat zij zelf wel uitmaken wat goed of slecht is. Ik hoop dat ze zullen jouwen of met tomaten gooien of zo, als ze dat zelf beslissen. Op de eerste nacht begon de zaal reeds te scanderen nog voor Marcel Van Maele een woord kon uitbrengen b.v. Dat vond ik een erkenning van de figuur van Marcel Van Maele. Trouwens de selectie die gemaakt is, heb ikzelf gedaan. Voor de Vlamingen staat er dan ook veel rommel tussen, maar dat maakt het publiek maar uit.
ALLES GAAT BETER MET…
— U werkt nu met sponsoring ?
Lauwaert
: Dat gebeurt ook voor het Holland Festival of voor het Festival van Vlaanderen. Ik zie daar geen graten in, zolang ze mijn programma maar niet beïnvloeden, en niemand doet dat.
— Dus u biedt groepen aan die kunnen worden gesponsord en niet omgekeerd ? Concreet : het Willy Roggeman Quartet wordt door De Rode Vaan gesponsord, dat betekent dat u ze hebt aangeboden ?
Lauwaert
: Ik heb dat voorstel zelf gedaan. Ik heb gezegd, kijk dat zijn al de groepen, al de honoraria, kies daar zelf één uit. En die groep wordt ook zo ter plekke gepresenteerd (en zal uit handen van Jan Mestdagh trouwens de checque op het podium ontvangen, net als de concessionaris van Coca-Cola dat zal doen met William Burroughs of weet ik veel, red.).
— Wordt ook de mening van de betrokken artiesten gevraagd ?
Lauwaert
: Neen. Trouwens ik denk niet dat de groepen daar moeilijkheden rond zouden maken. Zij moeten zich niet verkleden in een hamer en een sikkel of in…
— Een cocacolafles.
Lauwaert
: Inderdaad ja, zij worden ook niet verplicht om op de scène coca-cola te drinken…
– …Of De Rode Vaan te lezen, maar het màg wel!
69 guido lauwaertAAN HET LIJNTJE
Acht jaar later had ik opnieuw een gesprek met Guido Lauwaert. Deze keer was het echter enkel telefonisch, want het vond plaats in het kader van onze rubriek “Aan het lijntje”. Op donderdag 16 juni 1988 vond er in de Antwerpse FNAC aan de Groenplaats immers een « literaire stunt » plaats: vierentwintig acteurs en/of bekende mediafiguren zouden er vierentwintig uur aan een stuk door een lezing geven van de ophefmakende roman « Ulysses » van James Joyce, die zich eveneens binnen die tijdspanne afspeelt. « Wie zou dáár wel achter kunnen zitten ? » vroegen we ons af. Het moet zijn dat de Antwerpse locatie ons op een dwaalspoor had gebracht, want uiteraard is er maar één man in Vlaanderen die zo gek (of zo slim ?) kan zijn dit te bedenken: Guido Lauwaert.
Guido Lauwaert: We doen dit een beetje ter gelegenheid van het millenium van Dublin dat dit jaar wordt gevierd, want tenslotte is het hele boek niets anders dan een tocht van twee mensen, Leopold Bloom en Stephen Dedalus, doorheen de Ierse hoofdstad. Zo is het boek ook bekend geraakt, als een nieuwe « Odyssee ». Het tijdschema van het voorlezen volgt dan ook nauwgezet dat van het boek, behalve dan bij de eerste drie hoofdstukken die zich binnen hetzelfde tijdsbestek afspelen als de drie volgende hoofdstukken. Daarom dat we die brengen van zes tot acht, maar vanaf acht uur ’s ochtends volgen we strikt het boek.
— Zijn er bij de opdeling in 24 pakketjes speciale opmerkingen te maken ? Ik denk b.v. aan de slotmonoloog van Molly Bloom, wie neemt die voor haar rekening ?
G.L.:
Die wordt gebracht door Ivonne Lex. Dat is iets waarvan ze al jaren droomt. Binnen een paar jaar wil ze die trouwens echt als een theaterstuk brengen en ze aanziet deze mogelijkheid als een unieke gelegenheid om een soort van repetitie te houden. Een andere opmerkelijke passage zal wellicht de dronkemansscène van Jan Decleir zijn. Dan is er ook nog de zgn. « journalistieke scène », d.i. de passage waarin Leopold Bloom een annonce probeert te verpatsen aan een krant, deze is toegewezen aan Simon Korteweg, de man die nog een tijdlang directeur van « De Morgen » is geweest. De masturbatiescène is op eigen aanvraag dan weer toegewezen aan Frans Boenders.
— Nog! Nog!
G.L.:
Weet je wat, ik zal je meteen de volgorde van de optredens geven. ’s Morgens om 6 uur begint — ook op eigen aanvraag — Jean-Pierre De Decker. En dan om het uur: Bert André, Rik Hancké, Wim Meeuwissen, Chris Thys, Frank Aendenboom, Simon Korteweg, Hugo Van Den Berghe (de vreetscène), Lukas van der Vost, Bob De Moor, Arne Sierens, Jan Decleir, Warre Borgmans, Goedele Liekens, Frans Boenders, Betty Mellaerts, Kristien Hemmerechts, Johan Heestermans, Ann Nelissen, Karel Vingerhoedts, Myriam Thys, Els Olaerts, Herman Brusselmans en Ivonne Lex. Er dient ook nog vermeld dat tijdens het optreden van Bob De Moor zijn naamgenoot Bob Cools even zal binnenwippen om ook een alinea voor te lezen als een soort sympathie voor het initiatief.
— En is er ook iets te ZIEN al die tijd ?
G.L.:
Er is een kleine tentoonstelling over Dublin (aquarellen, posters…) en ’s avonds zijn er twee groepen die Ierse muziek brengen. Net zoals films, diamontages en lokaal voedsel en drank dient dat alles natuurlijk om een beetje de sfeer van de stad op te roepen. Daarnaast zijn er nog wat andere activiteiten zoals Zak die 24 uur aan één stuk zal tekenen ter plaatse. Het FNAC-forum zelf — het spijt me dat ik dit in De Rode Vaan moet zeggen — beschouw ik echter als soort van kapel en daar gebeurt dus niets anders dan het voorlezen van het boek.
— Maar als men heel stil is mag men zich toch verwijderen om aan natuurlijke behoeften te voldoen als daar zijn eten, drinken en het tegenovergestelde daarvan ?
G.L.:
Uiteraard. Maar dan wel op de manier zoals een toerist een kerk bezoekt. Trouwens, wie het 24 uur volhoudt — ik schat dat er zo’n tien à vijftien mensen zullen zijn die dit echt willen — die komt in aanmerking voor een reis naar Dublin voor twee personen.
— Ik neem aan dat u bedoelt dat ze het wakend moeten volhouden ?
G.L.:
Dat spreekt voor zich, want daarna moeten ze een vragenlijst invullen om hun parate kennis van het boek ter plekke te peilen.
En opgelet: na afloop is er dopingcontrole om te zien of men geen captagon heeft genomen !

Referentie
Ronny De Schepper, Derde Poëzienacht, de georganiseerde chaos aan de macht: “Alles lijdt onder de crisis, behalve de edele dichtkunst”, De Rode Vaan nr.7 van 1980
Jan Draad, Guido Lauwaert aan het lijntje, De Rode Vaan nr.24 van 1988

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.