Vandaag is het al vijf jaar geleden dat ik via Frans Redant vernam dat de Antwerpse toneelauteur Jan Christiaens was overleden. Nu moet ik daar niet hypocriet over doen: ik heb bij mijn weten de man nooit ontmoet, dus alhoewel ik altijd aangedaan ben als iemand sterft (ik betrap mezelf erop dat ik een fanatiek lezer van de doodsberichten ben geworden – de leeftijd zeker?), is het niet zo dat ik persoonlijk erg geschokt ben door dit bericht. Wat me echter wél met verstomming slaat, is dat blijkbaar geen enkel persmedium het de moeite vond om dit aan zijn lezers, luisteraars of kijkers te melden! Meer zelfs, ook op het internet vond ik geen spoor terug van het trieste nieuws! Daarom wil ik graag een kleine tegenprestatie leveren in een hopeloze poging om dit onrecht toch enigszins te herstellen.

Ik begin met de mail van Frans: “Nadat een doodsbrief in mijn bus viel van Jan Christiaens, heb ik de volgende dagen mij zot gezocht in de bladen naar een berichtje over Jan. Tevergeefs – tenzij gisteren en vandaag in De Morgen een betaalde annonce van de doodgraver. Ik vind dat ongelooflijk. Of hoe ‘transit gloria mundi’ – totaal vergeten en veronachtzaamd. (Dat komt ervan, met al die ontslagen van oudere redacteurs in de media…) Hoeveel tralala er niet gemaakt wordt van middelmatige acteurs of actrices (ik noem geen namen), en hoe aan een zeer verdienstelijk man als Jan voorbij wordt gegaan. Ook Jan was van ’t goede hout gesneden. Ook een minzaam en bescheiden (te?) man. Met een onverwoestbaar engagement, maar jammer genoeg met een blijkbaar tanende gezondheid. Ik citeer uit mijn hoofd: De Koningin der eilanden, Een vredesduif braden. Hij begon in de jaren ’50 als avant-gardist. De Nevelvlek, etc. Ik meen dat ook Gent hem toen via Arca van Dré Poppe heeft leren kennen.”
Dit laatste is zeker waar: hierbij ziet u een foto uit “Thee drinken” met Walter Cornelis en Daniël De Cock.
Op de site van het Raamtheater vind ik een “officiëler” overzicht, zonder dat er evenwel sprake is van zijn overlijden: “Jan Christiaens werd geboren op 8 mei 1929 en is vooral bekend als schrijver van volkse stukken, die het leven in en rond het St. Andrieskwartier in Antwerpen beschrijven: De parochie van miserie, De droom van zotte Rik, De Minerva, Houten Clara, De Braderij, Hoerenleed. Zijn stukken kenmerken zich door knappe dialogen; in zijn beginperiode ook door surrealistische elementen (De koningin der eilanden, Een vredesduif braden). Hij werkte ook mee aan een aantal evocaties op de scène (1585, Leven en dood van het water, Veertien taferelen naar Cyriel Buysse, Dood en leven van Guido Gezelle). Verder schreef hij verhalen voor kinderen en (na een weddenschap met Ferre Auwera) een roman (*). Zijn samenwerking met Walter Tillemans en Ferre Auwera dateert al van de tijd van de Nevelvlek (jaren 50-60) en de eerste Antwerpse kamertheaters. Ook met Wannes Van de Velde en Robbe De Hert heeft hij al vaak samengewerkt.”
Opnieuw het woord aan Frans Redant: “Bij het grote publiek van Antwerpen werd hij vooral bekend met populaire kassuccessen in de KNS (samen met regisseur en compaan Walter Tillemans) met de volksstukken De Parochie van Miserie, De droom van Zotte Rik, De Minerva, De Braderij, etc. – waarin hij de volkse geschiedenis van Antwerpen en het Sint-Andrieskwartier kleurrijk konterfeitte. Nadien zag ik (bij amateurs) Het Derde Rijk in de Vierde Wijk, want in het professioneel theater was het toen al gedaan met volkstheater tijdens de jaarwisseling of op ’t eind van het seizoen… Ooit mocht ik in het NTG een beroep doen op hem voor zijn bewerking van Het Recht van de Sterkste. Dat was niet alleen een blote opdracht, maar ik vond in hem een fanatisch groot bewonderaar van onze grote Cyriel Buysse. Jaren nadien bewerkte hij voor mij (en Walter) in de KNS nog Candide van Voltaire. Gelukkig is er nog Jan Christiaens junior, één van zijn zoons, die in het spoor van deze goede vriend is getreden.”
Ikzelf ben nooit dichter bij Jan Christiaens geraakt dan in het interview met zijn ondertussen ook al lang overleden vader Marcel in het kader van mijn interviewreeks over de geschiedenis van De Rode Vaan. Marcel vond toen al dat zelfs De Rode Vaan te weinig aandacht aan zijn zoon besteedde. Eerlijk gezegd vond ik dat toen een opmerking in de zin van “mijn kind, schoon kind”, maar achteraf gezien is het toch een bittere vaststelling die misschien een grond van waarheid bevatte…

Toespraak van Tony Rombouts op de uitvaartplechtigheid van Jan Christiaens (met dank aan Frans Redant)

Geachte Familie, Dames en Heren,
Op vraag van de familie van Jan Christiaens richt ik mij even tot u als voorzitter van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen om enige woorden te uiten over Jan als letterkundige. Ik heb die uitnodiging onmiddellijk in dank aanvaard.
Ik had ook kunnen spreken over Jan als vriend, want dat was ik ook. En of onze ontmoetingen nu bij hem thuis of in een café verliepen, steeds waren de gesprekken vol warmte en subtiliteit. Ieder treffen met hem was een ervaring.
Ik zou hier ook kunnen spreken over Jan als werkgever. Als ambtenaar van de stad Antwerpen werd hij het hoofd van de Dienst voor Informatie. De allereerste informatiedienst van Vlaanderen nota bene. In het vooruitzicht van de Antwerpse fusie, begin jaren tachtig, werd de dienst uitgebreid met één redacteur, Fernand Auwera, die u hier ook aan het woord zult horen, werkte daar reeds. Uit twaalf kandidaturen werd ik door Jan gekozen. Ik mag hem dus dankbaar zijn. Hij heeft mijn carrière bij het stadsbestuur mede bepaald. En, hoe raadt u het, de samenwerking op deze dienst was voortreffelijk.
Maar goed, dat was allemaal eventjes bijzaak maar wel een deel van mijn eerbetoon aan Jan. Nu terug naar de literator, de toneelschrijver Jan Christiaens. Zijn literaire loopbaan begon officieel in januari 1956 met de opvoering van ‘De kerselaar’ gecreëerd door het ‘Satiriek Theater de Koperen Haan’ te Antwerpen, gevolgd in mei van datzelfde jaar door ‘’De Koningin der Eilanden’, gecreëerd door de Nevelvlek in het Theater op Zolder te Antwerpen.
Ik heb die voorstellingen niet bijgewoond. Ik hoorde de naam Christiaens voor het eerst bij een opvoering van een toneelstuk in 1960 in het Hessenhuis te Antwerpen. De titel ‘Kangoeroes’, een stuk experimenteel theater vol poëzie en met mokerslagen. Ik was er kapot van. De man had ik nog nooit ontmoet, maar zijn stukken wou ik op de voet volgen. En zo gebeurde, een van de hoogtepunten uit die periode was de opvoering van ‘Een Vredesduif braden’, gecreëerd door het ‘Nederlands Kamertoneel’ te Antwerpen. Het stuk werd opgevoerd in Zuid-Afrika en het werd vertaald en opgevoerd in Berlijn. Il faut le faire, om het op zijn Duits te zeggen.
Toch had Jan op een bepaald moment genoeg van het experimenteel theater. De opvoeringen bleven beperkt voor een klein publiek in kelder- of zoldertheaters en Jan wou meer mensen erbij betrekken, zowel bij de voorstellingen als bij de opvoeringen. Deze andere benadering leidde tot alweer prachtige hoogtepunten ‘De Parochie van Miserie’ bijvoorbeeld een stuk, dat een aantal schitterende vervolgen heeft gekend, waaronder ‘De Droom van Zotte Rik’ en ‘De Minerva’. Ik zit nog altijd te wachten op iemand van de VRT die zegt dat hij daar een een indrukwekkend TV-feuilleton van wil maken.
En Jan leek wel onvermoeibaar, het ene stuk volgde na het andere en de originaliteit was steeds adembenemend. Ik denk aan realisaties als ‘De Braderij’ en ook aan ‘Het Crematorium’. Ik zou hier niet moeten staan maar jullie zouden moeten kijken naar zijn toneelstuk dat zich hier op dit podium zou kunnen afspelen. Een stuk vol gruwel en humor. Maar ja, we zijn hier niet om te lachen.
Alhoewel. Terugdenkend aan Jan zie ik hem meer met een glimlach dan met een bedrukt gezicht. Ik ga hier niet alle titels van Jans toneelstukken vermelden, met zijn bewerkingen en vertalingen bij zijn het meer dan vijftig. Toch nog dit er kan gesteld worden dat Jan wat ondergewaardeerd is als toneelauteur. Miskend noemt men dat. Dat is wel zo, maar niet door theaterliefhebbers, wel door de literaire journalisten die in hun kranten zijn stukken doodzwegen. Die hun meningen belangrijker vonden dan wat er bij het publiek werd geapprecieerd.
Was daar wat naijver bij? Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat bij de opvoeringen van ‘Hoerenleed’ de zalen overvol zaten. En niet alleen de zalen, ‘Hoerenleed’ introduceerde een nieuwe vorm van theater waaarbij geen enkel decor of waarbij er geen enkele accessoires nog nodig waren. Het stuk kon dus gewoon eventjes in een cafeetje worden opgevoerd. Bijna zeshonderd voorstellingen zijn er reeds opgevoerd. Welke auteur kan dat evenaren?
En wie dacht dat Jan op latere leeftijd wat was uitgeschreven moet ik teleurstellen, ik blijf even bij de toneelstukken, over zijn drie romans zal Fernand Auwera binnenkort nog iets vermelden, maar de monoloog ‘Charlotte’ vertolkt door Alice Toen dient te worden vermeld want het werd zo’n succes dat het ‘Hoerenleed’ evenaart.
En ja, Dames en Heren, Jan is niet stil blijven zitten. Zijn nieuwste, nog onopgevoerd toneelstuk gaat over de viriliteit van 80-jarigen in instellingen voor bejaarden. Theaterdirecteurs schrokken van de harde, volgens hen aanstootgevende, dialogen en dachten dat dit stuk de toeschouwers zou afschrikken. Jan wou nog steeds, met de nodige humor de vinger in de wonde steken. Neen, geen thema, geen probleem was hem ooit vreemd, steeds heeft Jan Christiaens getracht alle elementen van onze maatschappij in zijn werk te behandelen. In deze moeilijke opdracht, waarvoor hij zelf heeft gekozen is hij volledig geslaagd.
Een monument voor Jan Christiaens, ja, een standbeeld op het pleintje vóór de Bourlaschouwburg dat zou ik een zeer mooie attentie vinden, of een op het Sint-Andriesplein, in het midden van de Parochie van Miserie, want de underdog heeft altijd een belangrijke rol in zijn werk gespeeld; en zet men hem niet op een voetstuk, dan kan ik dat ook begrijpen; in ieder geval is hij voor mij nu reeds een echt monument. Ik dank u.

Tony Rombouts

Toespraak van Fernand Auwera op de uitvaartplechtigheid van Jan Christiaens (met dank aan Frans Redant)

Geachte Familie, Dames en Heren,
Jan leerde ik kennen in ‘De Nevelvlek’, nu zestig jaar geleden. Het is niet niks. Ik kan niet zeggen dat we al die jaren onafgebroken contact hadden, maar toch ruim voldoende om elkaar door en door te leren kennen. In elk geval had ik onafgebroken contact met hem dank zij de literatuur, het theater.
Het theater beheerste zijn hele leven. Ook buiten het gebouw en als hij niet aan zijn schrijftafel zat was hij een man van het theater, waarmee ik niet wil zeggen dat hij een komediant was. Integendeel. Af en toe een beetje komedie spelen doen we allemaal wel, een beetje liegen is ons niet vreemd. Maar Jan speelde geen komedie, hij loog niet. Hij verfraaide of dramatiseerde enkel de realiteit. Hij hield er ook van te relativeren, hij zei bijvoorbeeld dat het theater hem eigenlijk alleen maar boeide vanwege de erotische sfeer die het milieu eigen is. Hij stond inderdaad bekend als een levensgenieter, een vrijbuiter. Dat was hij ook, maar uit al zijn toneelstukken blijkt dat onder die zogezegde grappigheid onvrede zit met de maatschappij, woede over onderdrukking en onrechtvaardigheid en machtsmisbruik, protest tegen eenzaamheid.
Hij had de reputatie een flierefluiter te zijn, maar ik weet, hij heeft me dat dikwijls, direct of indirect, duidelijk gemaakt, hoeveel hij hield van Martha en van Jan en Stefan. Ik ben ervan overtuigd dat zijn relatie met Martha intenser was dan de meeste relaties. Hij had het soms moeilijk met zijn gedrag, met zijn geweten, maar het leek wel alsof het schrijven van theater niet voldoende was, hij hield er van ook in eigen leven drama’s te creëren. Hij maakte een wat onbezorgde, vrolijke indruk vooral om ergernis en ontgoocheling te verwerken, om die ook voor zichzelf draaglijk te maken. Zijn woede over wantoestanden, over fanatisme, kleinzieligheid, hypocrisie, die in grappen verpakte bitterheid is zijn kenmerk. Hij was een groot bewonderaar van Voltaire.
Jan is als auteur, zeker op het einde van zijn carrière, onderschat. Hij begon met experimenteel theater, schakelde daarna over naar voor een breed publiek bestemde en ook enorm succesvolle stukken, met als hoogtepunt zijn voor KNS geschreven werken. Er volgden daarna nog vele stukken, maar die kregen, onterecht, minder weerklank. Ook de drie romans die hij nog publiceerde ondergingen dat lot, en dat kwetste hem meer dan hij liet blijken. Uiteraard was niet alles geslaagd, maar er zat uitstekend werk bij. Het voldeed evenwel niet meer aan de eisen die het cenakel van de nieuwe theater- en smaakmakers hadden opgesteld, hij werd niet toegelaten tot hun parochie. Ik vind het schandalig dat een krant als ‘De Morgen’ het niet eens nodig vond een berichtje over zijn dood te publiceren. (**)
Jan was een oprecht iemand, ook als hij voor de buitenwereld een rolletje opvoerde. Hij was dan als het personage dat even de auteur wegspeelt, die uit de beknelling van zichzelf breekt, die als een drenkeling even aan de oppervlakte komt om adem te halen, om in leven te blijven. Hij was geen eenvoudig man, hij leed meer aan zichzelf dan hij uit trots en zelfbehoud liet blijken.
Ik zal Jan missen. Hem missen als ik in de kroeg zit, hem missen als ik praat over boeken en theater, hem missen als ik terugdenk aan zoveel, zoveel goede momenten. Aan de twintig jaar samen op de ‘Dienst voor Informatie’ bijvoorbeeld. Ik ben ervan overtuigd dat er in de stedelijke administratie geen dienst was met een lossere werksfeer, maar ook geen dienst waar als het nodig was harder werd gewerkt, ook overuren en zelfs weekendwerk. Jan had de leiding, maar hij trad niet op als baas. Zo was hij. Ik kan hem niet vergeten, want hij heeft er voor gezorgd dat ik Jeannine leerde kennen en dat we partners werden. Ik zal hem missen, en niet enkel ik, ik mag nu niet ik zeggen, ik ben ervan overtuigd ook in naam van velen te zeggen dat we hem nu missen en zullen blijven missen.

Fernand Auwera

(*) Ik veronderstel dat het hier om “Blinde haas” gaat, een boek uit 1999 dat ik echter pas in 2015 (met veel genoegen) heb gelezen. Ik heb het bij mijn bibliografie over de vrijmetselarij gezet. Als u wil weten waarom, zal u het boek moeten lezen…
(**) Er verschenen wel artikels naar aanleiding van het overlijden van Jan in ‘Het Laatste Nieuws/De Nieuwe Gazet’ en in de ‘Gazet van Antwerpen’. Iemand zei me dat zijn dood ook zou vermeld zijn in een nieuwsuitzending van ATV.

gertje

Een gedachte over “Jan Christiaens (1929-2009)

  1. Bedankt Ronny voor de aandacht voor papa.
    Zijn afkeer voor rechts en zijn warme hart voor de gewone man, maken het des te wranger dat de linkerzijde geen letter wou besteden aan zijn werk.
    Mijn bijzondere dank gaat wel naar Gazet van Antwerpen voor het mooie artikel en foto en ook De Nieuwe Gazet, die daags na papa’s overlijden al een stukje brachten.
    En de Morgen (de krant die hij toch zo belangrijk vond)… wel… ik ga het hier en nu niet zeggen, maar we zijn bijzonder teleurgesteld en droevig dat een idealist als Jan sr. nooit de verdiende aandacht kreeg bij “zijn” kameraden.

    Jan Christiaens junior

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s