Morgen zal het 180 jaar geleden zijn dat “Het Grootoosten van België” werd opgericht (Grand Orient de Belgique, G.O.B.), een Belgische koepel van twaalf vrijmetselaarsloges enkel toegankelijk voor mannen. In België zijn vandaag 24.900 mensen lid van de loge. Op drie jaar tijd kwamen er duizend vrijmetselaars bij, of gemiddeld één per dag. Een forse groei. “De stijging is opmerkelijk“, zegt historicus Jimmy Koppen, die de cijfers verzamelde. “In de meeste andere landen is de aantrekkingskracht van de vrijmetselarij bijna volledig verdwenen. Alleen bij ons en in Frankrijk gaat het in stijgende lijn.” De historicus verbindt het succes met de discretie die er bij ons nog altijd rondhangt. “Geheimzinnigheid is nu eenmaal aantrekkelijk.” (een Belga-bericht in de Gazet van Antwerpen van 30 januari 2012) Op de foto: de logetempel van de oudste loge actief op Belgische bodem, La Parfaite Union Mons (1721). De eerste Vlaamse loge was overigens La Discrète Impériale uit Aalst (1764).

Drie jaar geleden heeft Frank De Fever, voormalig hoogleraar psychologie aan de VUB, een boek uitgegeven bij Houtekiet (twintig euro voor meer dan 250 blz.), waarvan de titel voor zichzelf spreekt. Hij luidt namelijk “Waarom ik bij de loge ben”. Nu is het niet de eerste keer dat een logebroeder “uit de biecht klapt” zoals men dan zegt, maar meestal lieten de auteurs tot nu toe niet het achterste van hun tong zien. Met Antwerpenaar De Fever is dat misschien anders, ik ga daarvoor af op het interview dat hij aan Dirk Hendrikx gaf in de Gazet van Antwerpen van 21/8/2010. “Ik weet zeker dat heel wat broeders en zusters het zullen afkeuren,” zegt hij. “Ze vinden dat de loge een besloten genootschap moet blijven en dat je er vrijwel niets over mag prijsgeven. Ze zullen om te beginnen als nooit toegeven dat ze vrijmetselaar zijn. Ik behoor tot degenen die pleiten voor meer openheid. Door de geheimdoenerij blijven mensen denken dat er bij ons van alles gebeurt dat het daglicht niet mag zien.”
Toch lijkt de openheid van De Fever mij eerder uitzonderlijk. Veel typischer vind ik het antwoord op de slotvraag aan Karel De Gucht in Humo van 26/5/2009: “U bent een notoir vrijmetselaar. Kunt u ’s een avond in een logetempel beschrijven?” Antwoord van De Gucht: “Nee. Niet omdat ik dat niet wil, maar omdat ik daar geen tijd voor heb. En het antwoord zou trouwens veel minder spectaculair zijn dan u verwacht.”
Een typisch antwoord dat er geen is: “Niet dat ik niet wil iets vertellen, hoor, maar er vàlt gewoonweg niets te vertellen.”
Zelfs De Fever is in datzelfde bedje ziek. Geïnterpelleerd door Dirk Hendrikx over het “geheim” van de loge, antwoordt hij: “Dat natuurlijk niet bestaat. Of juist wel, maar elke maçon geeft er zijn eigen invulling aan en voor elke maçon kan het evolueren.”
Daarom sta ik – met dank aan Boudewijn De Groot – nog altijd achter mijn originele titel “Vrijmetselarij: achter iedere deur die je open doet, gaat er een andere deur weer dicht“, ook al omdat hij zo poëtisch klinkt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s