Het is reeds vijf jaar geleden dat Dré Steemans, vooral bekend onder de naam van zijn alterego Felice Damiano, overleden is aan een hartstilstand. Steemans was 55 jaar. Voor het Gentse stadsmagazine Tempo ben ik destijds met Jessie De Caluwé en Felice Damiano (foto Micheline Veys) gaan eten in een uitstekend restaurant in Deurle (“De ouwe hoeve”, geloof ik). En dat was maar goed ook, want Felice bleek een “professional” te zijn op dat vlak. Later zal hij in “Humo” o.m. de “Rugantino” aanprijzen, het Italiaanse restaurant van “mijn” (Constan)Tina in hartje Brussel, waar we met De Rode Vaan nog tal van uren hebben gesleten. Het was een idee van Tempo-baas Eric Goeman om de twee BRT-coryfeeën samen te brengen en hij had het op een akkoordje gegooid met de baas van dat restaurant om die confrontatie dààr te laten plaatsvinden. Deze laatste zal zich dit wel beklaagd hebben, want Tempo ging op de fles nog vóór het artikel kon verschijnen. Ikzelf kon het dubbelinterview nog verlappen aan De Rode Vaan, maar daar zal “De ouwe hoeve” niet echt mee getroost geweest zijn, denk ik. Ondertussen heb ik voor mijn blog de twee gesprekken uit elkaar gehaald, want eigenlijk leverde de confrontatie niet veel vuurwerk op en kunnen de interviews beter elk op zichzelf staan.

Dré Steemans arriveert met een stijlvolle Italiaanse wagen. Even denk ik dat het toch Felice Damiano is die ik aan tafel zal krijgen, maar gelukkig blijkt dit niet waar te zijn. “Prachtig, prachtig,” herhaalt hij maar steeds en niet “magnifico, magnifico” of zoiets. Hij heeft het over Deurle, waar hij nog nooit is geweest en dat voor hem een openbaring is.
Dré Steemans is geboren in Leuven, maar sedert zijn burgerdienst woont hij in Limburg. Eerst in Maasmechelen, nu in Hasselt. Die burgerdienst deed hij zowaar in de Chiro, maar nadien heeft hij voor allerlei jeugddiensten gewerkt om dan uiteindelijk meer in de socialistische hoek terecht te komen, waar hij zich ook beter thuisvoelt. Na een aantal nepstatuten was zijn eerste fulltime job bij de MJA, maar dat moest hij al tamelijk vlug opgeven wegens het grote succes van Felice.
“Ik heb geen professionele opleiding gehad, maar toen ik veertien jaar was, had ik wel reeds mijn eerste cabaretgroep. Ik zat op internaat in een klein seminarie en er werd daar van iedereen verwacht om zich in iets waar te maken. En aangezien ik geen uitblinker was wat studie of sport betreft, heb ik daar een soort van culturele club gesticht, waarin we theater speelden, kabaret brachten, tentoonstellingen samenstelden enz.”
“Toen ik achttien was, heb ik even geprobeerd Studio Herman Teirlinck te volgen, maar ik was toen nog veel te bleu, ik kon die sfeer helemaal niet aan. Eigenlijk ben ik daar weggelopen. Dan ben ik maar fotografie gaan studeren, maar met theater ben ik dan toch opnieuw begonnen in de jaren zeventig. In Maasmechelen hadden we toen een alternatief jeugdhuis waarin een veertiendaagse culturele week zat (een veertiendaagse week, dat is inderdaad alternatief, RDS), de Openknoopsgatweek, want het jeugdhuis heette het Knoopsgat. Die week werd gevuld met allemaal producties die we zelf gemaakt hadden. Eén daarvan was de zogenaamde Bockworkshop en op aanraden van een aantal persmensen namen we daarmee deel aan het Humorfestival in Heist en daar waren we net niet bij de finalisten. We hebben toen wat keet geschopt, omdat we toen nogal in een sexistische periode zaten en nummers van Frank Zappa zoals ‘Give me your dirty love’ vertaalden door ‘Geef me je geile liefde zoals mijn moeder zich ooit aan haar poezen bood’ en zo werden we op verscheidene festivals ook gecensureerd.”
“Het jaar daarna, in ’79, zijn we dan naar het Camerettenfestival in Delft gegaan en daar werden we laureaat, samen met Sam Bogaerts en Lukas Vandervost. Dat was een erg belangrijke stap in die zin dat het de Vlamingen waren die de visie op kabaret verlegden. Binnen het Shaffy-circuit hebben we dan vrij lang in Nederland rondgetoerd als ‘het Belgische filiaal van Huize Orkater’, toch een mooi compliment of niet soms? Maar dat is dan gestopt omdat van de acht leden er zes of zeven zich zijn gaan bezighouden met het bouwen van huizen en het kopen van kinderen. Dat was het einde van een grote periode. Wim Van Gansbeke noemde ons b.v. de grote belofte, samen met Radeis, met wie we trouwens de straatanimatie tijdens het laatste Jazz Bilzen-festival hebben verzorgd.”
– Is het Van Gansbeke die je destijds bij Luk Saffloer op Omroep Brabant heeft binnengebracht?
“Nee, dat is Luk Saffloer zelf geweest. Frank Dingenen zat voor mij als Frans Dingemans in Het Genootschap en Frank vond het erg moeilijk om daar wekelijks met een soort kabaret-item te staan. Luk kende me eigenlijk wel, maar je weet hoe dat gaat, dat contact was een beetje verloren gegaan, maar via een aantal tussenpersonen, o.a. Luk Janssen van Domino, zijn we toch opnieuw met elkaar in verbinding gebracht en het klikte onmiddellijk. We zijn op zoek gegaan naar een vervanger voor Frans Dingemans en eerder toevallig is dan de Italiaanse kapper Felice Damiano uit de bus gekomen, want samen met Karel Vereertbruggen heb ik op Omroep Brabant wel vijftig tot honderd typetjes gespeeld.”
– Blijkt daar al niet uit de je een soort van haat-liefde-verhouding hebt met Felice? Het is immers maar één van je typetjes maar men dwingt je steeds om daarop terug te vallen…
“Dwingen is een foutieve woordkeuze. Uiteindelijk beslis ik zelf wat ik daarmee doe. Het is natuurlijk zo dat als je een aantal jaren met een figuur bezigbent dat je daar wel de mogelijkheden van inziet, maar op langere termijn ook de eventuele beperkingen. De liefde primeert dus. Als het haat zou zijn dan was-ie al lang verdwenen. Felice is wel geëvolueerd. Net zoals de andere migranten in ons land is zijn taal iets beter gaan klinken.”
– Maar zou je niet liever programma’s maken als Dré Steemans?
“Daar hoop ik in de toekomst wel op, ja. Voor mij is dit een soort testcase hoe ver je kan gaan met mensen en daarbij is het voor mij natuurlijk gemakkelijk om me achter die figuur van Felice te verschuilen. Dat biedt veel meer mogelijkheden. Van hem wordt immers veel meer aanvaard. Op langere termijn moet ik echter iets meer diepgang kunnen vinden en Felice weerhoudt me daar wel een stuk bij. Na het afschminken ga ik meestal nog een glas drinken met mijn gasten uit ‘Incredibile’ en die zijn dan vaak zeer verbaasd. Maar voorlopig heb ik daar zelf nog geen problemen mee. Frank Dingenen daarentegen wel, die werd op een bepaald ogenblik door de mensen echt als Frans Dingemans benaderd en dat werd hem te zwaar.”
– Felice stelt zich wel aan als macho Latino. Alles wordt aangegrepen om toch maar een seksuele bedoeling te hebben (b.v. de tennisracket van Sabine Appelmans).
“Felice is een type-voorbeeld van een Italiaan. En Italianen zijn nu eenmaal euh… levensgenieters. Zij hebben ook veel schoonheid, niet alleen wat vrouwen en uiterlijkheden betreft, maar ook savoir vivre. En daarbij, Felice houdt van alle mensen.”
– Ook van critici?
“Wij willen beoordeeld worden. Wij willen kritiek krijgen van mensen die we kunnen vertrouwen, omdat als die dan zegt: daar of daar zit je fout, dan zal ik daar toch eens ernstig over gaan nadenken. Maar dat soort kritiek moet van mensen uit je omgeving komen, niet van journalisten. Integendeel zelfs, want journalisten waarmee je goed opschiet, gaan misschien hun kritiek sparen. Dat is even verkeerd als mensen die je niet kunnen uitstaan en er dan hard tegenaan gaan. Louis De Lentdecker destijds b.v. Maar ook als die me zou opgebeld hebben om te zeggen dat ik bij Hans De Booy in de fout ben gegaan en als hij dat goed argumenteert, dan zal ik daarmee rekening houden. Net zoals ik dat doe met Jan Van Rompaey of Luk Saffloer, aan wie ik heb gevraagd mij een beetje te volgen. Karel Vereertbruggen zegt na een uitzending altijd: we gaan het niet over het goede hebben, want dat weet je, maar hier en hier zat je fout. En dat is ook zijn taak, om dan samen te kunnen nagaan hoe het eigenlijk kwam dat het daar niet echt liep. En dat zouden mensen die aan televisiekritiek doen ook voor mij kunnen doen. Of zelfs Lou De Clerck.”
– Je vraagt het niet aan mij, maar ik zeg het je toch maar: volgens mij blijf je te veel vasthangen aan je spiekbriefje. Neem nu “het geval” Hans De Booy. Die zegt dat hij een brief heeft geschreven naar Tobback en Cools “en ze hebben geantwoord”, zegt hij. I.p.v. te vragen wat stond erin, is je volgende vraag: hoe zit dat nu met “Annabelle”? Want dat stond nu eenmaal zo op je spiekbriefje. Dat is toch wel incredibile! Trouwens, de intro wil reeds aangeven dat alles rap moet gaan, dat er tempo moet inzitten en dat is ook zo. Alleen, juist omwille daarvan zit er allèèn maar tempo in. Men heeft geen tijd voor iets anders. Voor een diepergravende babbel b.v.
“De verwachtingen zijn vaak te hoog gespannen, dat is zo. Er zijn drie gasten en men wil het dan ook drie maal zien spetteren. Maar iedereen heeft dat al aan de hand gehad, dat een gast gewoon dichtklapt. Ook Terry Wogan b.v.”
– En het Bucquoy-incident in februari ’91? (Jan Bucquoy toonde aan de hand van twee vijgen aan wat er zoal te zien was in de slip van Koningin Fabiola)
“Ik heb daar niks mee te maken. Omdat wat Bucquoy heeft gezegd, zijn woorden zijn. Ik vond zijn uitlatingen over het vorstenhuis niet erg smakelijk, maar ik heb geprobeerd om zijn anarchisme te relativeren. En daarbij, wat er nu met de Koerden gebeurt is toch nog heel wat wansmakelijker. Of een Panorama-redactie die vijf dagen in Borgerhout mag gaan filmen om daar de eerste de beste imbeciel te laten zeggen dat ze ‘die smerige Marokkanen allemaal in de gaskamer moesten zetten’, dat stoort me veel meer dan iemand die op een post-68-manier het slipje van de koningin wil laten zien.”
Post 68? Komt er na 68 niet 69? Ai, nog meer problemen! Maar goed, door al die grote woorden vergeet ik te zeggen dat Felice eigenlijk toch wel had moeten weten dat hij met Bucquoy trouble in huis haalde. Volgens mij was Dré trouwens maar al te blij met het incident. Van dan af was zijn show immers the talk of the town. Maar dat alles vergeet ik dus te zeggen, want de drank (zie de menukaart onderaan plus nog wat drankjes geoffreerd door de aanwezige fans) begint stilaan z’n werk te doen.
– Als Felice een kind is van Jan Lenferink en Dame Edna, in zoverre dat Lenferink een stoute bek heeft en Edna een figuurtje speelt, zou zijn show dan ook op VTM kunnen?
“Zeker en vast niet. Dit soort breeddenkendheid is daar totaal niet mogelijk. Het essentiële verschil is dat de BRT aan mij vraagt om het concept mee te bedenken, terwijl men bij VTM vraagt of je in een programma kan gedropt worden. En ik zit hier niet zo maar wat uit mijn nek te lullen, want een aantal productiehuizen die voor VTM werken hebben me effectief ook dat aanbod gedaan. Maar dan ben je een marionet waarmee men alle richtingen uitkan en dat zal ik nooit doen.”
“Als de BRT me echter moe wordt en wijlen Guido Depraetere zou hebben gezegd: bedenk nu eens iets voor ons, dan zou ik dat wél gedaan hebben. ‘Incredibile’ is voor mij een voorbeeld dat men met heel weinig middelen iets kan maken waar een gedeelte van de mensen iets aan heeft. Niet iederéén, maar dat vind ik goed, want als dat wel zo zou zijn dan zou ik de indruk hebben dat het te oppervlakkig is.”
foto“Ik ben steeds met dingen bezig die de mensen proberen wakker te schudden. ‘Johnnywood’ (foto) was daar trouwens ook een voorbeeld van. Dus dat heeft de BRT wel voor: dat men rekening houdt met wat we zelf wensen. We zijn dus geen hoofden die zo maar ergens in te passen zijn. Het probleem is dat VTM denkt dat Vlaanderen verschrikkelijk dom is. En dat is dus niet zo. Ik denk dat het publiek voortdurend onderschat wordt. Dat heeft gewoon met levensfilosofie te maken. De meeste mensen kiezen, ook in hun privé-leven, voor de gemakkelijkste oplossing. Mensen willen gelééfd worden. Ze worden niet geënthousiasmeerd. Maar het medialandschap heeft daarin een verantwoordelijkheid, net zoals het onderwijs. Uiterààrd is het normaal dat als je acht uur afstompend werk doet in een fabriek, om dan je sloffen aan te trekken en een gemakkelijke pyjama en laat me dan vooral niet nadenken. Maar door de kwis ‘Felice’ werd ik in staat gesteld om vorig jaar een theaterproduktie op te zetten rond de erotische verhalen van Boccaccio. Doordat mensen Felice kennen van het spelletje kwamen zij dus met een bepaald verwachtingspatroon naar die theatervoorstelling, die in feite vergelijkbaar is met de manier waarop Jan Decleir Dario Fo brengt. En dan blijkt dat ook die mensen zich fantastisch amuseren en dat die vorm van theater ook voor hen toegankelijk is.”
“De oorzaken van racisme zijn eigenlijk op hetzelfde gestoeld. Leer mensen kijken, laat b.v. wat meer migranten binnen de media infiltreren, laat zoals in Nederland het nieuws voorlezen door een schitterend mooi Turks meisje of een Marokkaanse jongen. Laat die mensen integreren. En op dat gebied trouwens chapeau voor Paula D’Hondt die ik via het ‘Together’-project wat beter heb leren kennen.”
“Voor ‘Ik benne gene konijn’ werd één verhaal uit de ‘Decamerone’ van Boccaccio naar de mond van Felice toe hertaald en daar zijn er voor het boek nog vijf bijgekomen en één is autobiografisch. Aan de verstandige lezer om uit te zoeken welk verhaal dat juist is. Het boek is verschenen onder de naam van Dré Steemans en niet onder de naam Felice omdat de uitgeverij het literair zo leuk vond dat ze het niet aan dat typetje wilden liëren. Er liggen trouwens reeds twee romans klaar van mijn hand. Tot mijn veertigste (dat ligt dus al lang achter de rug, RDS) doe ik immers nog televisie en daarna ga ik me terug bezighouden met dingen die ik vroeger vrij intensief deed. Zo wil ik weer fotograferen, theaterstukken schrijven en regisseren en boeken schrijven. Het probleem in ons vak is dat je in kastjes wordt geduwd die vaak een beperking zijn voor wat je eigenlijk zelf wenst te doen.”
“Wat fotografie betreft heb ik b.v. al een aantal dingen gemaakt die vrij markant waren en die nu als poster of postkaart circuleren. Er zijn ook al besprekingen geweest om het werk dat ik tijdens de jaren zeventig en tachtig heb gemaakt te publiceren in een groot fotoboek. In de pre-Mapplethorpe-periode maakte ik fotografisch werk dat gecensureerd werd. De reacties op mijn benadering van het fenomeen erotiek waren nogal heftig. Er zijn daarover ondertussen gesprekken geweest met mensen van zeer belangrijke kunstinstituten, die me hebben gevraagd nog eens iets te maken. Want het was ook vrij monumentaal werk: vier vierkante meter en zo die ik in mijn living met een spons ontwikkelde.”
“En ik zing b.v. ook erg graag. Zo zing ik met The Chevy’s muziek uit de jaren vijftig en zestig, in smoking en met het orkest achter pupiters enz. Er wordt dus wel gerockt, maar af en toe gaat het er ook meer ingehouden aan toe. De zomerconcerten zijn vooral swingend, maar iets intimistischer gaat het eraan toe in de culturele centra. Dan word ik meer een crooner.”
Na afloop van het gesprek wilde Dré de tekst eerst nalezen of zijn homoseksualiteit niet ter sprake kwam. Een jaar later gaf Dré nochtans een volledig interview weg enkel en alleen over zijn homo-zijn. ’t Kan verkeren. Daarin zegt hij o.a.: “Die hele brede maatschappelijke discussie over outing is aan mij niet besteed. Ik ga niet op mijn t-shirt zetten: ‘Hi, I’m Felice and I’m gay’, maar als het ter sprake komt, durf ik er best wel voor uitkomen.”
In 2006, bij het verschijnen van zijn autobiografische roman “Jongens onder elkaar” (Van Halewyck), gaat hij zelfs nog wat verder: “Ik ben altijd heel eerlijk geweest. Ik was een van de eersten om mezelf te outen.” (Het Nieuwsblad, 20/10/2006)
En zo wordt de geschiedenis alweer herschreven…

Referentie
Ronny De Schepper, “Op VTM zouden onze shows niet kunnen”, De Rode Vaan nr.38 van 20 september 1991

IMG

3 gedachtes over “Dré Steemans (1954-2009)

  1. Ik heb Dré geregiseerd in Johnnywood, 12 jaar 1000 seconden en in de reeks God in Frankrijk en zoals iedereen die met hem werkte stevige aanvaringen met hem gehad maar geef nu toe, hij verdiende zijn rollen omdat het resultaat – het enige dat er echt toe doet – altijd keigoed was. Sorry dat ik het – stout – met paardrijden vergelijk maar het was het eerste beeld dat bij mij op kwam. Zoals een moeilijke, lastige hengst juist door dat karakter zijn koersen wint zo zette Dré keer na keer unieke acteerprestaties neer. Ik vrees dat Eén zal voorbijgaan aan Jeanke du Bois, alias ‘JohnnyWood’. En, wie zag ‘1000 seconden’ als spetterende live-improvisaties van de acteur Dré Steemans? Ik wel. Merçi Dré.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s