José De Cauwer, de “kingmaker”

16 met jose de cauwerTerwijl iedereen nog volop met de Mondiale bezig is, blikken wij reeds vooruit: op zaterdag 30 juni start in Futuroscope immers de 77ste Ronde van Frankrijk. En de vraag die op ieders lippen brandt, is natuurlijk: wat gaat de winnaar van vorig jaar, Greg Lemond, ervan bakken? Daarover en over de financiële problemen die aan de grondslag liggen van de breuk met zijn vroegere ploeg gingen we praten met José De Cauwer, zijn sportbestuurder van vorig jaar, de man die Lemond uit een diep dal haalde.

DE WINNAAR van de Ronde van Frankrijk van vorig jaar zit dit jaar thuis voor zijn televisiescherm. Nu nog niet direct panikeren: Greg Lemond rijdt wel degelijk mee. Maar alhoewel ik een hekel heb aan sportbestuurders zoals Guillaume Driessens die altijd doen alsof ze zelf gewonnen hebben, kan men toch met enige zekerheid zeggen dat zonder José De Cauwer Greg Lemond vorig jaar de Tour niet had gewonnen.
Lemond heeft de Tour namelijk niet in die adembenemende slottijdrit op de Champs Elysées gewonnen, maar in een ellendige bergrit in de Ronde van Italië, waar hij dusdanig veel tijd verloor dat hij niet enkel dacht aan opgeven, maar zelfs aan stoppen met wielrennen! Lemond is echter niet gestopt, hij heeft zelfs nog een schitterende afsluitende tijdrit gereden in diezelfde Giro. En die prestatie was zeker evenzeer het werk van José De Cauwer als van Lemond zelf. Door het blijven inpraten op Lemond, het motiveren, het blijven geloven in de mogelijkheden van iemand wiens wielercarrière bijna vroegtijdig was afgeschoten, heeft De Cauwer Lemond als het ware opnieuw naar de top gestuwd. In de stukken van William Shakespeare noemt men zo iemand een “kingmaker”.
STANK VOOR DANK
Het is de “kingmaker” evenwel slecht bekomen. De perikelen van sponsor François Lambert en zijn ADR-firma zijn iedereen wel bekend. Maar tegen heel de wereld in, misschien zelfs tegen eigen beter weten in, heeft De Cauwer Lambert steeds verdedigd. Alhoewel hij in het wielermilieu een grote reputatie geniet (onder andere het rijke Amerikaanse Seven Eleven-team heeft hem voorstellen gedaan) en zelfs Lemond hem oorspronkelijk wou meenemen, toch is De Cauwer Lambert trouw gebleven ook toen het er uiteindelijk heel erg slecht ging uitzien. De ploeg miste zelfs de seizoenstart omdat op dat moment nog niet voldoende bankwaarborg bij de Belgische Wielerbond kon worden gedeponeerd.
Dankzij de Nederlandse computerfirma Tulip is er uiteindelijk toch nog een oplossing uit de bus gekomen, maar met welke gevolgen! Een ploeg die twee wereldkampioenen in huis had (naast Lemond was er ook nog de Engelse achtervolger Colin Sturgess), de winnaar van de gele trui in ’89 en de groene trui in ’88 (Planckaert), die de Ronde van Vlaanderen had gewonnen en daarbij ook nog Parijs-Roubaix (Dirk Demol) moest het nu doen zonder enige erkenning in het FICP-klassement. Dat betekende dus dat ze van alle wereldbeker-wedstrijden waren uitgesloten, zelfs die in eigen land, waaraan dan toch nog ploegjes als SEFB, Isoglass of La William mochten deelnemen!
Want niet alleen Lemond had het zinkend schip verlaten. Ook Johan Museeuw kon een gul aanbod van Lotto niet laten liggen. En hoezeer Eddy Planckaert (o.a. in “De Rode Vaan“) ook van de daken schreeuwde dat hijzelf nooit op de aanlokkelijke aanbiedingen van Panasonic zou ingaan, toch heeft ook hij uiteindelijk de overstap gewaagd, niet zonder een zwaar financieel verlies naar het schijnt.
Hoe dan ook, na zijn prachtige overwinning in Parijs-Roubaix zal de maandwedde van Planckaert allicht wel aangepast zijn. Maar voor wie hierin juist het bewijs ziet dat de inbreng van de sportdirecteur totaal onbelangrijk is, onthouden wij toch een gesprekje van Jan Wauters met Peter Post na afloop van de wedstrijd. Men zal zich herinneren dat speelvogel Planckaert reeds vroeger in Postdienst heeft gereden, vandaar dat Jan Wauters terecht aan de Nederlandse éminence grise vroeg of Planckaert nu een beter renner was dan toen. “Beter?” repliceert Post, “dat weet ik niet, professioneler dat wel!”. “En door wie zou dat komen?” kaatst Wauters speels de bal terug. Maar zelfs een “mijnheer” als Peter Post heeft daar geen enkele moeite mee: “De inbreng van José De Cauwer zeker?”
LSP-CURSUS
Nu, Post kent José. Hij heeft hem destijds in de jaren zeventig binnengehaald als lijfknecht van de toenmalige wereldkampioen Hennie Kuiper. Maar ook op de fiets was José meer dan een gewone “waterdrager”. Want die wereldtitel had Kuiper eveneens voor een groot deel aan De Cauwer te danken.
Het begon allemaal in de Omloop Het Volk van 1975, waarin De Cauwer derde eindigde na Joseph Bruyère en Patrick Sercu. “Als ik met mijn beperkte mogelijkheden derde kan eindigen in een dergelijke wedstrijd, waar zit jij dan?” schimpte hij tegen Kuiper waarmee hij toen samen in de Nederlandse Frisol-ploeg koerste. Kuiper was in 1972 in München nog Olympisch Kampioen op de weg geworden, maar bij de profs bleef de doorbraak uit. Onder invloed van De Cauwer ging hij zowaar een LSP-cursus volgen en, al hebben wij daar onze bedenkingen bij, we moeten toegeven: het hielp! Datzelfde jaar nog werd Hennie in het Belgische Yvoir op overtuigende wijze wereldkampioen.
José De Cauwer geniet nog na in een café nabij het station van Sint-Niklaas als we hem aan dit succes herinneren. “Kuiper belt me nog vaak op,” zegt hij. “Bijna àlle renners waarmee ik ooit gewerkt heb trouwens. Adri van der Poel b.v. (in 1981 was José De Cauwer de rechterhand van Fredje De Bruyne bij de DAF-ploeg) hangt geregeld aan de telefoon om over allerlei kwaaltjes of tegenslagen te praten.” Had hij maar niet met de dochter van Raymond Poulidor, de eeuwige tweede, moeten trouwen natuurlijk!
PUUR ZENUWEN
Hij is de kaap van de veertig reeds gepasseerd, maar toch heeft De Cauwer geen gram gewicht bijgewonnen sedert hij aan het stuur van de wagen heeft plaatsgenomen.
“Puur zenuwen,” legt José uit. “Want ik doe er niks voor. Ik heb al in geen jaren meer op de fiets gezeten, ik lust wel een pintje en ik eet ook graag van een goedgedekte tafel. Ik heb in mijn privé-leven al een paar tegenslagen te verwerken gehad die me geleerd hebben dat het op een dag allemaal kan gedaan zijn, daarom is het mijn filosofie zoveel mogelijk van het leven te genieten. Vandaar ook dat die stress me af en toe ook wel eens zorgen baart. Ik zal het eerlijk toegeven, ik ben bang voor een hartaanval. De gebeurtenissen van deze winter zijn daar trouwens niet vreemd aan.”
— Ja, en de ploeg is nu wel gered, maar de resultaten blijven uit. Dat moet toch hoogst frustrerend werken?
José De Cauwer:
Je moet natuurlijk rekening houden met het soort ploeg dat je hebt. Het zijn allemaal renners die aangenomen zijn in functie van een paar kopmannen, die ondertussen het schip hebben verlaten. Het zijn geen renners die aangenomen zijn omwille van zichzelf. Zelfs als je een ploeg zou samenstellen om kermiskoersen te rijden, dan nog zou je dat met andere namen doen.
– Maar je hebt de handschoen opgenomen.
J.D.C.:
Wat wil je dat ik doe? Die twintig jongens op straat laten staan? Dat kon ik doen, ja, ook gaan lopen, het wiel kiezen van iemand.
DE BOEL WORDT NETJES OPGERUIMD
— Toch vroeg iedereen zich af waarom je Lambert zo door dik en dun bleef steunen…
J.D.C.:
Om te beginnen had ik een contract van twee jaar, net zoals al die renners. Als ik wegging stonden die jongens du gegarandeerd op straat. Hooguit vijf onder hen zouden nog een ploeg hebben gevonden. Op het einde van dit jaar zal dit trouwens ook het geval zijn, maar nu wéten ze dat hun contract ten einde is. Als ze nu geen andere verbintenis weten te versieren moeten ze dat mij niet aanwrijven. Niemand wordt dus geflikt, de boel wordt netjes opgeruimd.
00 olaf jentzsch— Is het zo dat we dit seizoen dan moeten beschouwen, als de afwikkeling van een faillissement?
J.D.C.:
Hoegenaamd niet. Ik heb een goede Oost-Duitser aangetrokken, Olaf Jentsch (foto), hij is al 31 jaar, maar het is een kerel die met de fiets kan rijden, dat kan ik je verzekeren. En in de Milk Race heb ik een zeer goede Jim Van De Laer ontdekt, die binnen drie, vier jaar de Waalse Pijl of Luik-Bastenaken-Luik wint.
— Maar in wiens ploeg zal hij dan rijden?
J.D.C.:
De mijne natuurlijk. Tulip gaat zeker door met sponsoring, toch wat onze ploeg betreft, de Spaanse ploeg met dezelfde naam zal verdwijnen.
DE ROL VAN GALLEZ
— Over Spaanse ploegen gesproken, al een beetje bekomen van het Paternina-avontuur?
J.D.C.:
Nog zoiets! Ik garandeer je: dat contract van twintig miljoen wás er. Er was alleen die clausule dat we de Ronde van Spanje en nog een aantal kleinere Spaanse rittenwedstrijden moesten rijden. Daar had ik hoegenaamd geen bezwaar tegen. Maar toen kwam het reclamebureau dat de organisatie van de Vuelta volledig onder zijn hoede heeft met een onzinnige eis voor de pinnen. Aangezien Paternina ooit nog eens de bergprijs of zoiets had gesponsord, eiste men nu dat men naast die twintig miljoen ook nog eens voor x aantal miljoen rechtstreekse publiciteit zou nemen. Wellicht ging men ervan uit dat de baas van Paternina toch rijk genoeg was. Zijn persoonlijke eigendommen zijn immers geschat op 35 miljard Belgische frank. Kortom, een soort van Dallas-figuur, maar dan ook iemand die niet met zich laat sollen. “Als ’t zo zit, krijgen jullie van mij geen halve peseta,” liet hij de organisatoren weten. En wij maar trachten een compromis te bereiken. Niks aan te doen evenwel want die patron van dat publiciteitsbureau was al even onwrikbaar. Bovendien heeft ook Hector Gallez, de toenmalige voorzitter van de Belgische Wielrijdersbond, dan een eigenaardige rol gespeeld. Die zat op dat moment in Getxo voor het wereldkampioenschap veldrijden en liet zich daar nogal laatdunkend uit over Lambert en ADR, met alle gevolgen vandien.
— Lemond was toen al weg en na het afhaken van Paternina verdwenen ook nog Planckaert en Museeuw. Ja, dan zat jij met de gebakken peren natuurlijk. Lemond nu terzijde, hoe kijk je dan tegen die jongens aan?
J.D.C.:
Met alle respect. Ik heb Museeuw nog gezien in de Midi Libre, geen enkel probleem.
LEMOND ZAL BETALEN
— Toch is met name Museeuw de enige die deze winter ook wat kritiek had op jou, zij het dan dat ook zijn kritiek vooral neerkwam op je overdreven vertrouwen in François Lambert…
J.D.C.:
Ja, O.K. Maar stel dat ik gezegd had: we gaan weg. Ik hoefde maar met de vingers te knippen en ze waren me allemaal gevolgd. Maar daarom waren we ook nog niet weg, hé! Ik heb je al gezegd dat we allemaal een contract hadden. Lemond is trouwens ook nog niet weg. Enfin, hij is weg in de zin dat hij voor een andere ploeg rijdt, maar daar zal hij voor mogen betalen, zet dat maar op papier. In kortgeding is er trouwens reeds een uitspraak geweest en Lemond is verloren.
– Hoe komt het dat ik daar nog niks van gelezen heb?
J.D.C.:
Omdat het proces nog niet ten gronde werd gevoerd.
— Anderzijds heb ik wél gelezen dat Lambert in de Verenigde Staten werd veroordeeld…
J.D.C.:
Jaja, dat zal wel. Dat staat wel in de krant natuurlijk: “Lambert veroordeeld in Reno”. Weet je wat dat is, Reno? Dat is het grootste gangsterhol van heel Amerika! Met een rechtbank zoals in de wildwest-films. Drie mannen komen bij elkaar en zeggen: wie dient er hier veroordeeld te worden vandaag? Lambert uit België? België, waar ligt dat? Iemand zei me ooit eens: Reno is een stad waar je kunt trouwen met een elektriciteitspaal en scheiden op dezelfde dag.
Trouwens, die boete van 55 miljoen, waarom eigenlijk? Lemond had een contract van twaalf miljoen en een premiestelsel. Die twaalf miljoen zijn betaald, daarover moet men niet zeveren. Het is wel zo dat Lambert een contract had met de Amerikaanse bierproducent Coors en die heeft de eerste schijf van het loon van Lemond betaald omdat het te gek was dit geld eerst naar België te versluizen en dan opnieuw naar de VS. Maar Lemond moet dus niet afkomen dat Lambert hem niet heeft betaald. In de letterlijke zin van het woord niet, dat is waar, maar juridisch is ondertussen uitgemaakt dat alles in orde is.
Nu voert Lemond aan dat hij niet wist vanwaar dat geld op zijn bankrekening kwam. Kom zeg, als Lemond zo rijk is dat hij niet weet vanwaar die zes miljoen komen die plotseling op zijn rekening staan… Trouwens zó rijk was hij nu ook weer niet op dat moment. Hij was integendeel erg blij dat hij dat geld kreeg. Alleen heeft zijn eigen advocaat het een tijdje achtergehouden. Die heeft hij ondertussen trouwens buitengegooid.
Zijn tweede schijf moest worden betaald op 1 juli en die is hem op 27 juli overhandigd. In zijn contract stond dat indien het geld niet binnen de dertig dagen was betaald, er een boete zou worden geheven van zoveel procent. Let wel: een boete, zelfs dan nog zou hij zich niet zomaar aan zijn contract kunnen onttrekken! Maar het is dus wél betaald binnen de dertig dagen, ik was erbij. En akkoord, dat was in een bruine zak, maar niet “zo maar” een bruine zak, maar wel degelijk een verzegelde omslag van de bank. En dat waren geen briefjes van honderd, zelfs geen briefjes van duizend, maar briefjes van vijfduizend. En ik verzeker je: zelfs zes miljoen is dan niet groot, dat is maar een baksteen. Maar toen was dat allemaal niet meer belangrijk natuurlijk, want toen had hij de Tour al gewonnen. Zo zitten de zaken in elkaar en niet anders.
Anderzijds is het wel door Lemond dat onze Franse co-sponsor Agrigel zijn laatste twee schijven niet meer heeft uitbetaald! In plaats van met een officieel petje poseert hij immers met zo’n roze pet van Coors. O.K., zegt Agrigel, dat was niet afgesproken, dus wij betalen niet meer. Terwijl Coors nota bene achteraf speciale publiciteitssessies heeft gehouden met Lemond waarvoor hij extra is betaald! Toppunt van ironie: ook Agrigel heeft Lemond betaald voor een speciale sessie! Maar aan het contract met Lambert hebben ze zich wel voor twee à drie miljoen onttrokken.
De fietsen, zelfde spel. Lemond zegt: ik rijd met mijn eigen fietsen. Wat zegt onze fietsenleverancier Bottecchia? Die laatste drie wissels daar kan je wel naar fluiten. Maar nadien voeren ook zij een levensgrote campagne met Greg Lemond persoonlijk! Als je ’t goed nagaat, werd Lemond hiervoor betaald met het geld dat aan ADR werd onthouden.
En zo gaat dat maar verder. En die man in Brugge, die moet maar incasseren. Ik zeg dit niet om hem goed te praten of om hem uit te maken, maar zo ging het. “Hij is toch al rot. Er is toch niets goed meer aan.” En ze hebben hem dan maar verder vermoord. Weet je dat we op het moment van het wereldkampioenschap vier en een half miljoen dollar sponsorgeld hadden? Drie miljoen van Fagor, anderhalf miljoen van Coors. Daar bestaan faxen van. Die zullen trouwens in het proces tegen Lemond wel opduiken. Want wat zegt Lemond? Ik wil hier niks meer mee te maken hebben, ik trap het hier af. De Cauwer is goed, de ploeg is goed, alleen Lambert is slecht. Hij zegt er niet bij dat hij elders 70 miljoen kan gaan verdienen natuurlijk.
Wat kan Lemond tegenover dit alles vertellen? Dat hij een Mercedes 560 in bruikleen moest krijgen? Ja, dat klopt. Maar men heeft hem een Sierra gegeven om te beginnen en hij heeft er nooit iets over gezegd. Juridisch had hij die Sierra niet mogen aanvaarden. Ook hier heeft hij dus weer geen poot om op te staan. Trouwens, dat zou hoe dan ook geen voldoende reden zijn om een contract van twaalf miljoen te verbreken.
Akkoord, Lambert heeft Lemond zijn premies niet betaald. Hoe zou je zelf zijn! Hij verbreekt zijn contract, neemt al zijn FICP-punten mee enz.
— Over hoeveel geld spreken we nu.?
J.D.C.:
Dat gaat over maximum twaalf miljoen, terwijl het Lemond heel wat meer zal kunnen gaan kosten. Het proces wordt immers gevoerd volgens New Yorks recht. Daarbij kunnen de boetes heel hoog oplopen. Als een rechter hier bij ons een boete van tien à vijftien miljoen uitspreekt, dan denkt hij al dat hij een grote slag heeft geslagen, maar in Amerika draait men zijn hand niet om voor twee miljoen dollar boete. Heel het bedrijf van Lambert is door die zaak immers naar de knoppen. Door al die zever in de bladen werden alle kredietlijnen ingetrokken en als autoverhuurbedrijf ben je wel verplicht met kredietlijnen te werken. Je kan toch al je auto’s niet zelf kopen? En als de kraan wordt dichtgedraaid, dan kun je je wagenpark verkopen. Dan ben je je klanten kwijt en dan kun je ook geen renners meer betalen. ’t Kan rap gaan, hoor. Er hoeft maar één bankier ’s morgens eens met een verkeerd been uit bed te stappen en krak! Luister, ik ben Lemond niet aan het afbreken, dat is gewoon de realiteit. Ik spreek hier trouwens ook niet over de wielrenner Lemond.
05 jose de cauwerEENDER WELK ANDER RENNER HAD “FOERT” GEZEGD
— Nee, maar laten we het er daar nu eens over hebben. Wat scheelt er eigenlijk met Lemond?
J.D.C.:
Een lange winter, hé. Maar dan een héle lange: vanaf september! Dat is voor élke renner al slecht, maar zeker voor een renner als Lemond die op een blitse manier terugkomt en dan weer opnieuw snel terugzakt. Dat is enorm slecht voor dat lichaam natuurlijk. Dat lichaam heeft jaren gevochten om op een bepaald peil te geraken en dat is dan ook gelukt, maar eigenlijk meer door psychologische omstandigheden, door de agressie die Lemond in zich had om alle kritikasters de mond te snoeren. Maar eigenlijk rendeerde hij boven zijn natuurlijk kunnen. Hij reed op wilskracht, op opgekropte frustraties.
— Hoe breekbaar zijn lichaam wel was, kon men goed zien op de top van l’Alpe d’Huez, als hij Fignon moet laten gaan…
J.D.C.:
Ja, maar tegelijk is het een bewijs van wat ik zeg. Hoe hij louter op wilskracht erin slaagt zijn achterstand miniem te houden. Eender welk ander renner had gezegd: foert, ik kan niet meer, ’t is gedaan. En dat is superklasse. De vraag is natuurlijk of hij daar dit jaar ook toe in staat is. Als hij terugkomt, zal het alleszins op een andere manier zijn. Niet zo spectaculair. Dat kan gewoon niet.
BLIJ MET EEN DODE MUS
— Men is nu erg tevreden over zijn twaafde plaats in de slottijdrit van de Giro, maar vorig jaar, toen hij toch van veel verder moest terugkomen, werd hij tweede…
J.D.C.:
Op de duur is men al blij met een dooie mus natuurlijk.
— Wint bij de Tour?
J.D.C.:
Ik denk het niet. (*)
— Wie wint hem dan wel?
J.D.C.:
Pedro Delgado. Omdat die nu gefrustreerd rondrijdt. Die wil bewijzen dat hij nog kan winnen. Pas op, Lemond kan ook nog winnen, op voorwaarde dat hij weer van die verschrikkelijke tijdritten rijdt. Hij kan immers voldoende bergop rijden om dan in de tijdritten uit te halen.
— Dat is trouwens precies wat Fignon hem verwijt. Dat hij defensief heeft gereden. Daarom ook dat Fignon van zichzelf vindt dat hij eigenlijk de beste was vorig jaar..
J.D.C.:
Tuurlijk. Lemond was niet naar de Tour gekomen om hem te winnen. Lemond was naar de Tour gekomen om zo hoog mogelijk te eindigen.
DE RUSSEN KOMEN !
— Dit jaar nemen voor het eerst renners uit de USSR en de DDR deel aan het monument van de beroepswielersport, de Ronde van Frankrijk. Volgens Merckx zijn dat de kampioenen van de nabije toekomst.
J.D.C.:
Heel zeker. Ik zeg steeds: men sprak vroeger altijd over de “amateurs” van het Oostblok en de “profs” hier bij ons, maar het is net andersom, de amateurs wonen hier en de profs ginds. Voor onze renners staat de deur dus wagewijd open. Als ze niet opletten gaan ze uit de boot vallen. Onze renners voelen zich beroepsrenners als ze zo’n gestroomlijnde zonnebril kunnen dragen of gaan trainen met een walkman, maar een tijdrit serieus voorbereiden, ho maar!
— Anderzijds was het voorseizoen van de Russen van Alfa Lum b.v. ook niet alles en volgens de ploegleider was dit juist aan “verwestersing” te wijten.
J.D.C.:
Dat is zeker waar, ze gaan met rasse schreden achteruit. Net zoals in de globale politieke context willen ze veel te rap gaan. En dat gaat nog dramatisch aflopen, want ze zijn zelden tevreden. Als ze horen dat Jan Schur in Italië een auto en een huis van de ploeg heeft, dan moeten ze allemáál een auto en een huis hebben. Vergeet dus maar vlug dat beeld van nederige, onderdanige renners zoals dat vroeger het geval was. Integendeel. Maar wat ze uit die periode wél hebben overgehouden is dat ze hun plan niet kunnen trekken. Alles werd voor hen geregeld en dat zijn ze nu nog altijd zo gewoon. Zo hebben we Jentsch moeten missen aan de start van de Milk Race b.v. Hij had zijn visum niet tijdig aangevraagd. En ik had er hem nochtans herhaalde malen op gewezen. Maar ik kan dat toch zelf niet gaan halen, hé, ik kan toch niet in zijn plaats tekenen? Trouwens, ook bij de liefhebbers is op dit ogenblik de discipline volledig weg, zoals ik in de Milk Race heb vastgesteld. Pas op, het was wat overdreven en die vrijheid is hun dus gegund, maar men vervalt nu in het andere extreem.
VOLGEND JAAR WEER NAAR DE TOUR
— En wat ga jij nu doen tijdens de Tour? Je hart opvreten?
J.D.C.:
Neenee.
— Je wil er wel zo vlug mogelijk terug naartoe?
J.D.C.:
Oh, maar volgend jaar zijn we er alweer bij!
— Maar met wie? Toch niet met de mannen waarover je nu beschikt? Zelfs niet Jim Van De Laer…
J.D.C.:
Die is nog veel te jong, daar spreken we nog niet over. Maar ik heb enkele mannetjes achter de hand. Ik ga die namen echter nu nog niet bekendmaken, ik wacht tot alles honderd procent in orde is. Roosen en Peiper die hébben al getekend, dat weet je. Laten we zeggen dat het een ploeg met 1300 FICP-punten moet worden.
— En Lambert zal er niets meer mee te maken hebben?
J.D.C.:
Normaal gezien niet. Naast Tulip komt er waarschijnlijk een andere belangrijke co-sponsor. Misschien dat we de naam reeds in de eerstkomende dagen mogen bekendmaken. Maar het is inderdaad waar dat door het nieuwe FICP-systeem het heel moeilijk is om een ploeg samen te stellen die mag méérijden. Kijk maar naar Roger De Vlaeminck. Eerst en vooral ga je je renners al te veel moeten betalen vooraleer ze bij jou willen komen rijden. Gelukkig mag ik dan toch wel stellen dat ik bij veel renners nog voldoende vertrouwen geniet om de overstap te wagen. Het idee dat ze bij De Cauwer misschien ook eens een grote koers kunnen winnen zit er wel in. Daarnaast kregen liefhebbers vroeger veel gemakkelijker een kans. Je huurt er vijf in en hopelijk is er wel één bij die rendeert. Zo is Museeuw trouwens beroepsrenner geworden. Die had zeven wedstrijden gewonnen bij de amateurs, dat is toch niet zo opzienbarend. En zo rijden er op dit moment nog jongens rond, maar die krijgen geen kans meer.
— Hoe kijk je nu zelf aan tegen al wat is voorafgegaan?
J.D.C.:
De fout die Lambert zéker begaan heeft is dat hij in zee is gegaan met co-sponsors die niet waard waren co-sponsors te zijn, die hun verplichtingen niet nagekomen zijn. Dat is ook de fout van Lambert, dat moet je niet enkel op die co-sponsors steken. Daarom zeg ik zonder blozen: als ik dit seizoen tot een goed einde breng, als alle renners uitbetaald zijn en zo, dan zal ik daar meer voldoening over hebben dan indien ik een klassieker had gewonnen met een ploeg die de mijne eigenlijk niet is.

Referentie
Ronny De Schepper, José De Cauwer: de “kingmaker”, De Rode Vaan nr.26 van 29/6/1990

(*) Verkeerd gedacht! Lemond won wel en De Cauwers favoriet Pedro Delgado werd pas vierde. Chiappucci (na die fameuze ontsnapping in de eerste rit, remember?) en Breukink eindigden tussen hen beiden in.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.