Veertig jaar geleden: release van “God save the queen”

Veertig jaar geleden: release van “God save the queen”

Het is vandaag veertig jaar geleden dat, tegelijk met de “Meisjes” van Raymond, in Engeland “God save the queen” werd uitgebracht door The Sex Pistols. Het werd de aanloop naar mijn reeks over pop en fascisme die enkele jaren later zou verschijnen in De Rode Vaan. Ik heb mij daar toen niet populair mee gemaakt (en nu nog altijd niet, afgaande op bepaalde reacties: zie verder), maar dat was nu eenmaal mijn mening over punk en grotendeels blijf ik ook nu nog, zoveel jaren later, bij mijn standpunt.
Lees verder “Veertig jaar geleden: release van “God save the queen””

Punk from de dokken

Zonder dat we kunnen gewagen van een echte breuk met de vorige twee elpees is er toch een duidelijke cesuur waarneembaar bij dit derde product van de Antwerpse Kids. Er is een personeelswijziging t.o.v. “Naughty Kids” (Cesar Janssen, een drummer die mij een beetje aan Stoy Stoffelen doet denken b.v. in “Something better to do”, vervangt Eddie De Haes), maar dat is niet de reden. Er is ook een andere producer (Sylveer Vanholme) en dat werpt meer gewicht in de schaal. Bij de vorige (Leo Caers) had ik zo’n beetje de indruk dat men gewoon het bandje liet lopen. Vanholme (Wallace Collection, Two Man Sound) wil een vollere klank en dat lukt hem ook wel, al is hij m.i. iets te kwistig orngesprongen met het vrouwenkoortje. De man aan het stuur toen de Kids deze bocht namen was echter leider Ludo Mariman zelf. Zijn composities hebben overwegend nog steeds dezelfde pogo drive, maar toch geven ze steeds meer ruimte om nieuwe wegen in te slaan (*). Vooral Luk Van de Poel, die als het ware geboren is orn een gitaargod te worden, beweegt zich nu als een visje in het water. Op “Naughty Kids” was hij er ook reeds bij maar misschien nog iets te vers om reeds zijn stempel op de elpee te drukken. Anderzijds zal Ludo er wel voor zorgen dat dit niet in egotripperij uitmondt. De jonge Danny De Haes ten slotte blijft ons verbazen met zijn soliede manier van bas spelen.

Ronny De Schepper

(*) Ludo Mariman in Humo van 14 december 2010: “Al van kindsbeen af ben ik vooral gek op melodieën. (…) Mijn eerste lp was Help! van The Beatles – de Béjattels, zoals we ze toen noemden. Grote fan was ik: op de lagere school liet ik mijn haar groeien en wàs ik John Lennon.”

Referentie
The Kids, Living in the Twentieth Century, Mercury 9198-526.

Punk en Amada

Voor mijn vroegere kameraden van “den Amada” (nu de PvdA) was mijn artikelenreeks over punk in De Rode Vaan natuurlijk “gefundenes Fressen”. Tot mijn verbazing namen ze in een eerste reactie (1/3/1978) mijn verdediging op. Of beter gezegd: tegenover “een sympathisant van Punk en Amada” die mij aanviel, gebruikten ze dezelfde argumenten als ik, maar uiteraard zonder te zeggen dat ik dit ook had geschreven. Een mens mag ook niet te véél verlangen.
Lees verder “Punk en Amada”

Popgeschiedenis: de seventies


Het goud van de jaren zestig bladderde met veel psychedelische effecten af en hulde pop in een waas van koele beredeneerdheid en ijskoude techniek. Rock werd au serieux genomen, nam zichzelf au serieux, maar werd ook een serieuze zaak. Al is er zelfs in 1972 nog geen echte “sound” van de seventies in zicht, ondanks het feit dat men reeds in 1969 ten onrechte de hard-rock als zodanig bestempelde. Toch is er een aanzet die echter zoals een neerpletsende waterstraal voorlopig in diverse richtingen spat zonder voorlopig nog niemand echt doornat te maken. Het publiek liet zich dan ook in de algemene verwarring gewillig verdelen in marktsegmenten. Pop was niet langer meer de muziek van een hele generatie. Je had nu de “luisterpop” van Simon & Garfunkel of Leonard Cohen (natuurlijk voor zover er ook popmuziek bestaat waar je niét naar luistert), de heavies (Deep Purple, Led Zeppelin), de teenyboppers (T-Rex, Slade), de intellectuelen (Soft Machine, King Crimson), de decadenten (Lou Reed, David Bowie), de folkies (Fairport Convention, Steeleye Span), de jazzies (Jeff Beck, Mahavishnu) en we zouden zo nog wel een tijdje kunnen doorgaan met meer kunstmatige etikettering, die, hoewel ten allen kanten overlappend, de popmarkt verscheurde.
De verwarring mag dan wel groot geweest zijn (en het aantrekkelijke idee van “rock’n’roll als gemeenschappelijke uitdrukkingsvorm van eendrachtige jongerencultuur” totaal verbrokkeld), voor de echte muziekfreak openden de jaren zeventig aanvankelijk mooie perspectieven op meer verscheidenheid, een meer uitdiepen van muzikale vormen en dus ook meer avontuur.
Lees verder “Popgeschiedenis: de seventies”