Harry Potter wordt veertig…

Harry Potter wordt veertig…

Ik wist niet dat Harry Potter een geboortedag had… Akkoord, al is het dan een imaginair personage, zelfs die worden verondersteld ooit wel eens geboren te zijn. Maar ik wist niet dat dit effectief in één van de Potter-boeken werd vermeld. Maar volgens On this day dus wél. En dan zou onze heldhaftige Potter al de gezegende leeftijd van veertig jaar bereiken vandaag. Tijd voor een midlife crisis, zou ik zo zeggen!

Lees verder “Harry Potter wordt veertig…”

J.K.Rowling wordt 55…

J.K.Rowling wordt 55…

Morgen viert J.K.Rowling, de auteur van de Harry Potter-boeken, haar 55ste verjaardag (foto Daniel Ogren via Wikipedia). Alhoewel? Veel reden tot vieren heeft ze niet, want ze zit momenteel in een mediastorm. Aanleiding is een tweet die als transfoob (discriminerend tegenover transgenders) werd bestempeld. De kritiek is zo hevig en komt werkelijk uit alle hoeken, dat Rowling zich genoodzaakt zag om zich te verdedigen in een lang essay. Transfoob is ze naar eigen zeggen niet, al heeft ze het wel moeilijker met transactivisten. 

Lees verder “J.K.Rowling wordt 55…”

“Harry Potter and the Goblet of Fire”

“Harry Potter and the Goblet of Fire”

In ‘Harry Potter and the Goblet of Fire’ (‘Harry Potter en de Vuurbeker’, 2000) vinden we Harry die de zomervakantie doorbrengt bij zijn oom, tante en neefje Dirk die tot zijn ellende een vermageringskuur ondergaat. Maar al snel is de held in de gelegenheid te gaan logeren bij zijn vrienden de familie Wemel die hem meenemen naar het WK Zwerkbal, fantastisch! Helaas wordt het feest achteraf op de camping verstoord door hooligans, of zijn het Dooddoeners, volgelingen van de gevreesde Voldemort? Is de Meester van het Kwaad aan het herrijzen, wat Harry al vreesde omdat zijn befaamde teken op zijn voorhoofd recent zo’n pijn deed en hem een soort nachtmerrie bezorgde…

Lees verder ““Harry Potter and the Goblet of Fire””

“Harry Potter and the Prisoner of Azkaban”

“Harry Potter and the Prisoner of Azkaban”

Het derde boek over Harry Potter kreeg als titel mee ‘Harry Potter en de gevangene van Azkaban’ (‘Harry Potter and the Prisoner of Azkaban’; 1999). Wie was die gevangene? De gevaarlijke Sirius Zwarts, die ooit als handlanger van Voldemort de ouders van Harry zou verraden hebben en dus verantwoordelijk zou zijn voor hun dood. Maar dat komt Harry pas veel later in het boek te weten. En laat deze Zwarts nu ontsnapt zijn uit de gevangenis. Terwijl Harry helaas zijn zomerverlof doorbrengt bij zijn Dreuzelfamilie; die hij na een incident ontvlucht. Gelukkig brengt de wonderbaarlijke driedubbele collectebus hem naar Londen en kan hij logeren in de Lekke Ketel waar hij zijn vrienden zal terugzien. Om met hen naar Zweinstein terug te keren.
De school wordt bewaakt door de vreselijke cipiers van Azkaban, de Dementors, afzichtelijke wezens – immers, Zwarts zou het op Harry gemunt hebben. En och ja, Hermelien heeft zich een kat aangeschaft, Knikkebeen, die voortdurend het ratje van Ron Wemel achtervolgt. Een nieuwigheid voor de derdejaars: ze mogen af en toe een bezoek brengen aan het magische dorpje Zweinsveld. Alleen, daartoe was de toelating van ouders of voogd nodig, en Harry bezit deze niet. Evenwel: wanneer hij een mysterieus perkament in handen krijgt dat geheime vluchtwegen vermeldt, tja niets houdt hem tegen dat weten we inmiddels. En dan is er de vreemde nieuwe prof Lupos, voor ‘Verweer tegen Zwarten Kunsten’. Terwijl de duvel-doet-al Hagrid ook les mag geven: over zijn specialiteit, rare wezens zoals de Hippogrief. Die het middelpunt van een rechtszaak wordt nadat dat ettertje Malfidus het dier uitdaagde, door hem gekwetst werd en het nu moet afgemaakt worden.
De avonturen volgen elkaar op. Zwarts verschijnt binnen de muren van de school, het team van Griffoendor wint de trofee bij Zwerkbal nadat Harry een ultramoderne bezem cadeau kreeg van een onbekende en hij leerde de invloed van de Dementors te weerstaan. Maar wat betekent de Grim, de hond die hij af en toe ziet opduiken, de dood? En de voorspellingen in de les waarzeggerij die ze allen belachelijk vinden? Een toffe vondst trouwens, binnen al het bizarre dat in de Potter-boeken gebeurt veegt Rowling de vloer aan met iets dat nauwer betrokken is in het werkelijk leven, zogenaamde voorspellingen, waarzeggerij, de glazen bol, kaarten leggen, theeblaadjes lezen, horoscopen… De laatste dag van de examens… en nu wordt het drietal Harry, Ron en Hermelien in de val gelokt, naar het spookhuisje in het dorpje Zweinstein. De ontknoping! Is Sirius Zwarts wel echt de verrader van de ouders van Harry. En professor Lupos, zoals zijn naam zegt: hij arriveert en bekent, een weerwolf! Ongevaarlijk dankzij een toverdrank. Maar dat ratje van Ron, helaas… nu blijkt de ware toedracht. Ooit waren het allen vrienden, ook ene Pippeling; en ze waren Faunaten, konden zich in dieren omtoveren. Daar hoorde ook Harry’s vader bij. En Zwarts: de beste vriend van Harry’s ouders en peetvader van Harry. Terwijl Pippeling onder invloed raakte van Voldemort; en de misdaden waarvan Zwarts inmiddels beschuldigd wordt zijn gepleegd door ‘ratje’ Pippeling. Helaas, wie zal dit geloven? Het hoofd van de school, Perkamentus ja, maar verder… Zodat het slot een ontsnapping behoeft dankzij een magische zandloper die de tijd beïnvloedt. Ontmoet Harry zijn vader wanneer hij zich gered weet van de Dementors door de verschijning van een hert; of was dit de confrontatie met zichzelf. Hier geeft de auteur enige filosofische beschouwing mee. En zij weet te ontroeren. Spanning, mysterie en humor… dit derde Potterboek is een hoogvlieger!  

Johan de Belie

“Harry Potter and the Chamber of Secrets”

“Harry Potter and the Chamber of Secrets”

“Harry Potter en de geheime kamer” (Harry Potter and the Chamber of Secrets; 1998) is het tweede deel van de serie en spannender dan het eerste boek. Het start wanneer Harry de zomervakantie doorbrengt bij zijn Dreuzelfamilie Duffeling, oom Herman, tante Petunia en neefje Dirk die hem het leven zuur maken. Hij wordt zelfs opgesloten en maakt dan kennis met de huiself Dobby die hem waarschuwt niet naar Zweinstein terug te keren, er dreigt hem daar groot gevaar – maar deze elf speelt een dubieuze rol zullen we later merken. Gelukkig wordt Harry uit zijn benarde positie gered door zijn vriend Ron Wemel en diens tweelingbroers; hij brengt de laatste vakantieweken door bij de familie Wemel, met o.m. het zusje Ginny dat met hem dweept. Avonturen uiteraard wanneer ze boodschappen doen, en bij het vertrek naar Zweinstein: de jongens missen de trein en moeten met een vliegende auto illegaal de school bereiken. Waar hen iedereen opwacht, de professoren Sneep, Anderling en het hoofd van de school Perkamentus. Maar uiteraard ook de reus Hagrid. En de vijand van Harry, Draco Malfidus met zijn accolieten Kwast en Korzel. En natuurlijk is Hermelien Griffel op post om de vriendengroep te vervolledigen. Er is ook een nieuwkomer die ze reeds ontmoetten in de boekhandel tijdens het boodschappen doen, professor Gladianus Smalhart.
Het avontuur kan beginnen! Met een zwerkbaltornooi dat ondanks een kwalijke ingreep toch gewonnen wordt (dankzij Harry uiteraard) door het team van Griffoendor (de ingreep gebeurde alweer door huiself Dobby). Onze vrienden worden uitgenodigd op het sterfdagfeest van een spook, een hilarisch/griezelig gebeuren! Dan gebeurt het: de vrienden vinden de dode/versteende kat van de conciërge Argus Vilder terwijl Harry een vreemd fluisteren hoort en een bloederige tekst op de muur ziet. De start van een reeks verontrustende gebeurtenissen… Er dient teruggegrepen naar de geschiedenis van Zweinstein. Zo’n duizend jaren geleden werd de school gesticht door vier tovenaars onder wie Zwadderich (nog steeds de naam van een afdeling!); deze kreeg ruzie, hij vertrok maar had een geheime kamer gebouwd, daar een monster in geplaatst en gezworen dat alleen een wettige erfgenaam de kamer ooit zou kunnen openen. Inmiddels vinden ze een blanco dagboek van ene Vilijn. Dan wordt ook een jongen versteend aangetroffen, het is nu duidelijk: de geheime kamer is open. Wie was Vilijn? Een student die 50 jaar geleden – toen zou de kamer ook open geweest zijn – de dader ontmaskerd zou hebben! Helaas, zijn dagboek is blanco. Maar nu? Is Draco Malfidus misschien de erfgenaam van die duistere Zwadderich? Harry en Ron Wemel gebruiken een wisseldrank en kruipen in de huid van Kwast en Korzel om Draco uit te horen: nee dus… Er werd een duelleerclub opgericht waarbij blijkt dat Harry kan communiceren met slangen, wat we reeds in het eerste boek konden vermoeden. Maar nu vallen er nog twee slachtoffers onder wie Ginny Wemel. Hagrid, met zijn voorliefde voor woeste dieren (de hond, de draken uit boek 1) wordt verdacht en opgesloten. En zelfs de directeur Perkamentus wordt uit zijn ambt ontzet.
Er dient drastisch ingegrepen! Er volgt nog een scène waarin de vrienden, op aanraden van Hagrid, reuzespinnen opzoeken in het verboden bos – uitermate griezelig en angstaanjagend. Na deductie ontdekken ze dat het beest een basilisk moet zijn, een reuzeslang die zich via de buizen van de waterleiding verplaatst; het spookje Jenny, ooit door die slang gedood, speelt hierin een rol. Het zal Harry zijn die de geheime kamer moet vinden en de basilisk doden. Maar wie was Vilijn werkelijk? En wat met zijn dagboek? En welke cruciale rol speelde Ginny Wemel in dit alles… Dat wordt onthuld op de laatste bladzijden.
Een boek vol spanning, zeker. Maar ook vol humor. Vooral met de hilarische figuur van professor Gladianus Smalhart, een man die zwelt van trots en eigendunk, een blaaskaak die niets voorstelt. En dan ook steevast door de mand valt. Waaruit blijkt dat dwepen – met slechte maar in wezen ook met goede dingen/personen – niet bijzonder gelukkig is. En Rowling geeft ergens nog een moraal mee: “Uit onze keuzes blijkt wie we werkelijk zijn, veel meer dan uit onze talenten.”

Johan de Belie

Twintig jaar geleden: “Harry Potter and the Philosopher’s Stone”

Twintig jaar geleden: “Harry Potter and the Philosopher’s Stone”

Het is vandaag al twintig jaar geleden dat “Harry Potter and the Philosopher’s Stone” van J.K.Rowling is verschenen. Ik ben er zeker van dat op dat moment niemand, zelfs niet de schrijfster of de uitgever, besefte wat voor een revolutie dit zou te weeg brengen.

Zelf heb ik “The Philosopher’s Stone” pas zo’n zes jaar later gelezen toen mijn vrouw en ik in Wimbledon bij Tony en Julie Mullins verbleven en die waren toen al door de microbe gebeten. Ikzelf vond het niet slecht, maar het zette me toch niet aan om de andere delen te gaan lezen (deel twee staat hier wel klaar in mijn boekenkast, maar er is nog zovéél dat ik moet lezen). Mijn vrouw van haar kant heeft alle verdere delen verslonden.
Tot mijn verbazing heb ik Rowling echter niet eens vermeld in mijn artikel over fantasy en dat moest ik bij deze gelegenheid toch even recht zetten, vond ik. In het fantasy-genre kan de schrijver per definitie immers z’n fantasie de vrije loop laten. Hij creëert een wereld die hij (of zij, in het geval van Rowling) helemaal verzonnen heeft. Die wereld kan zich op onze aarde bevinden, maar ook in een verzonnen tijdperk in de toekomst (Jack Vance) of in het verleden (om precies te zijn: zeven duizend jaar geleden bij Tolkien), en uiteraard ook op een andere planeet (David Lindsay, E.R.Eddison). Het kan ook een “parallelle” wereld zijn waar men via een “magische poort” geraakt. Meestal een deur of een spiegel (“Alice in Wonderland”), maar het kan b.v. ook een orkaan zijn (“The Wizard of Oz”) of zelfs een gezelschapsspel (“Jumanji”) of natuurlijk ook het fameuze perron 9 3/4 van J.K.Rowling.
Maar wat drijft een 70-jarige er toe Harry Potter te lezen? Misschien omdat zijn oudste kleindochter (12 jaar) een tijdschrift opstartte en vroeg of opa een maandelijkse bijdrage kon leveren? Over… ja over??? Literatuur, boeken… Ja, Harry Potter bijvoorbeeld. Weigeren was uiteraard geen optie! Dus…
In ‘Harry Potter en de steen der wijzen’ (Harry Potter and the Philosopher’s Stone; 1997), de eerste van de reeks, ontmoeten we Harry die als baby van één jaar door de professoren Perkamentus en Anderling en de reus Hagrid gedropt wordt op de drempel bij zijn oom en tante Duffeling en hun zoontje Dirk dat even oud is als Harry. Zijn ouders – zo zal blijken – zijn vermoord; hij bleef ongedeerd en hield alleen een litteken in de vorm van een bliksemschicht op het voorhoofd over. Zo start zijn triest bestaan, want we zien hoe het is om op te groeien in een gezin waar je niet gewenst bent (slapen in een bezemhok, weinig eten, geen liefde), op een school waar je gepest wordt, en wanneer je geen vriendjes hebt. Een mooie waarschuwing van Rowling… en een niet te opvallende moraal.
Het tij keert wanneer Harry tien wordt. De reus Hagrid komt hem uit zijn lijden verlossen: een maand later zal hij mogen gaan studeren aan Zweinstein, de school van de tovenaars; ja… de familie Potter waren tovenaars. En eerst neemt Hagrid Harry alvast mee om boodschappen te doen: hij heeft kleding en boeken nodig. Zo duiken wij mee diep onder de grond van Londen, in straatjes met bizarre winkeltjes, waar de reus ook een mysterieus pakje afhaalt dat later een cruciale rol zal spelen. Met deze uitstap beklemtoont de schrijfster het ideaal van de fantasie tegenover het suffe, kleurloze leven, het burgerlijke dat boven de grond te zien is en dat Harry tot nu moest ondergaan. De ‘gewone’ mensen zijn de Dreuzels, saai… Lazen we op de eerste bladzijden niet reeds over zo’n man “Hij was tegen de verbeelding”. En dat is alles wat dit boek doet: zich uitspreken pro fantasie! Als verjaardagsgeschenk krijgt Harry van Hagrid een sneeuwwitte uil, Hedwig, die hem in zijn verdere avonturen zal begeleiden.
En dan, op 1 september, begint het avontuur definitief: Zweinstein. Daar beleeft Harry een reeks avonturen zoals gebruikelijk op een kostschool. Alleen is dit geen gewone school met gewone cursussen. En is Harry geen gewone jongen maar reeds voordien, dat lazen we al, een beroemdheid waarover Rowling in het boek zelf schrijft dat er boeken over hem zullen geschreven worden (dat kon zij weten vermits zij het van plan was), films gemaakt (dat zou inderdaad zo zijn), maar dat het tenslotte zo’n hype zou worden die hem en haar wereldberoemd (en haar rijk) zou maken, kon zij toen niet voorzien. Harry beleeft talloze avonturen, o.m. in het team van de Zwerkbal, een sport met bizarre spelregels. De auteur weet trouwens de wedstrijd te beschrijven als een heuse voetbalmatch. Hij heeft enkele goede vrienden. En er is een meisje Hermelien, ietwat bazig en te slim voor de jongens: we zien de typische relatie jongens – meisjes, afstoten, aantrekken. Mooi beschreven dit proces; tot, nadat Hermelien Harry gered heeft (en vice versa), zij opgenomen wordt in de vriendengroep.
Inmiddels weet Harry wat het grote gevaar is dat Zweinstein bedreigt en dat zijn ouders het leven kostte: de boze, afvallige tovenaar Voldemort. Maar er is meer: langzaam, intuïtief voelt Harry dat het kwaad reeds opnieuw de school is binnen geslopen. Is het professor Sneep die hem haat? En het mysterieuze pakje dat Hagrid ooit meebracht… Zal Harry met zijn vrienden de codes kunnen kraken om het pakje te vinden, en hoe eindigt het duel tussen Harry en Voldemort? En wat gebeurt er met de ‘Steen der Wijzen’ die alles in goud verandert en het eeuwig leven schenkt? Uiteraard eind goed al goed, maar voldoende ruimte om over te gaan naar een volgend deel, waar de strijd verder gestreden wordt.
Rowling schreef een spannend boek. En inderdaad met voldoende dubbele bodems om een volwassene te boeien. En wijze lessen zitten er eveneens in verstopt, maar meestal met een glimlach. En er zijn de vondsten, zwerkbal, de talloze bizarre snoepjes, de hoed die de selectie maakt om de jongeren in groepen te verdelen…
In 2001 werd het boek verfilmd door Chris Columbus met o.m. Daniel Radcliffe, Emma Watson en Richard Harris. Inmiddels zag ik ook deze verfilming: knap in beeld gebracht. De verhaallijn werd gevolgd maar enkele wat meer diepgravende elementen gingen verloren.

Lees verder “Twintig jaar geleden: “Harry Potter and the Philosopher’s Stone””

Antonia Susan Byatt wordt tachtig

Antonia Susan Byatt wordt tachtig

Vijf jaar geleden heb ik A.S.Byatt leren kennen door het lezen van “Obsessie”, de Nederlandse vertaling van “Possession, a romance”, het boek waarvoor Byatt in 1990 de Booker Prize toegekend kreeg. “Obsessie” gaat over de geheime liefde tussen de Victoriaanse dichters Christabel LaMotte en Rudolph Henry Ash. Deze twee schrijvers worden zo gedetailleerd beschreven dat menigeen in de val is getrapt en het boek heeft gelezen als een soort van geromanceerde maar op realiteit berustende biografie. Helaas (?), het is allemaal zuivere fictie en Byatt figureert dan ook prominent in de fameuze “list of fictional books” op Wikipedia (*).
Lees verder “Antonia Susan Byatt wordt tachtig”