Het voyeurisme ten top gedreven

59 peter cazaletMeer nog dan van « Pas de deux » (zie enkele dagen geleden) hebben wij van « Het gebroed onder de maan » genoten. Misschien zal Gildas Bourdet geen « man for all seasons » worden, maar op het ogenblik is de faam van deze Bretoense auteur toch mooi meegenomen. « Station service » moet zowat het beste geweest zijn dat er vorig seizoen in Gent was te zien (het werd trouwens hernomen), « De sapeurloot » had daarvoor reeds zijn eigen aanhang opgebouwd en in februari zal in de Antwerpse KNS van zijn hand « De wasserij » te zien zijn.
Net als bij « Station service » in het NTG was de regie van « Het gebroed » o.m. in handen van Jos Verbist, voor ons stilaan de meest merkwaardige regisseur uit het Gentse, aangezien die nu reeds drie achtereenvolgende succesregies op zijn naam heeft (daarvóór was er nog « Door de liefde verrast ») en we er nog altijd niet in geslaagd zijn die man te profileren. Nu is dit o.a. het geval omdat Jappe Claes (tevens ook acteur in het stuk) als medeverantwoordelijke tekende, maar bovendien toch ook — en misschien vooral — omdat het meesterlijke decorontwerp van Michel-Gerd Peter een overheersende stempel op ons heeft gedrukt.
Dit hyperrealistische stuk speelt zich immers af in de bar van een stationshotelletje (zeg maar « goedkoop bordeel », uw mond zal niet scheuren) en Peter laat de toeschouwers kijken door een reusachtige « eenrichtingsspiegel » die boven het buffet hangt: het voyeurisme ten top gedreven! In een contekst van hoertjes, travesties, pooiers en druggebruikers werkt dit procédé natuurlijk dubbel indringend, temeer daar de acteurs soms via de « spiegel » met elkaar communiceren en dus de toeschouwers bij wijlen a.h.w. het wit uit de ogen kijken.
En wat een acteurs! Als de trend van deze twee eerste stukken, waarin er eindelijk weer mag « gespeeld » worden, aanhoudt, mogen we ons voor dit seizoen wel gelukkig prijzen ! Gilda De Bal en de zusjes Jonckheere zijn meeslepend als hoertjes, Marc Van Eeghem staat natuurlijk onder een grotere druk om hetzelfde waar te maken als travestie, maar zelfs de grootste scepticus zal zich wel door hem laten overtuigen, Hugo Van Den Berghe en Walter Moeremans zetten op hun gekende meesterlijke wijze twee typetjes neer (tussen haakjes: op de vele NTG-namen in deze Arca-contekst keren we later nog terug) en Peter Rouffaer en Rita Wouters « dragen » het stuk als uitbaters. Daarnaast is er nog zoals gezegd Jappe Claes als nerveuze pooier, Bert Van Tichelen in een voor Bourdet typische « fool on the hill »-rol (zie rv nr 19) en zelfs zanger Marc Cassiman (Kazzen) blinkt uit in een rol die hij overigens reeds jaren vertolkt.
Een speciale vermelding echter voor Vic De Wachter die er op een bepaald moment in slaagt zelfs de meest overtuigde pacifist te doen vereenzelvigen met de para-figuur die hij uitbeeldt. Voor wie er overigens moeite mee heeft in heel deze onderwereld-toestanden zoveel « herkenbaars » te ervaren : is de wereld van, zeg maar, een Shakespeare met zijn koningen en prinsessen soms zoveel nauwer op onze werkelijkheid betrokken? Waar het om draait, zijn natuurlijk de gevoelens, de relaties, kortom de mensen en die weet Bourdet verdomd raak te typeren; ook al nemen ze dan misschien niet de meest voor de hand liggende gedaante aan…
33 traveling wilburysEen maatschappelijk laag gezonken individu dat de deugd vertegenwoordigt
In feite past Bertolt Brecht in « De goede mens van Sezuan » dezelfde techniek toe. Is die goede mens immers niet precies de jonge prostituée Shen Te? Zij is toch de enige die zich spontaan bereid verklaart de drie oude goden op te nemen, die naar de aarde zijn afgedaald om te onderzoeken waarom de mensen hun geboden niet meer onderhouden. Voor haar gastvrijheid krijgt Shen Te dan een mooie beloning die haar moet aansporen verder goede daden te stellen.
Maar Brechts visie reikt nog verder dan enkel het beeld van een maatschappelijk laag gezonken individu dat de deugd vertegenwoordigt. In de gegeven situatie betekent dit parabelstuk uit 1938-40 immers dat die goedheid alleen maar mogelijk is als ze door onrecht, door ondeugd wordt opgewekt. Zo neemt Shen Te ook het kwade voor haar rekening om er het goede uit te creëren. Wat ons meteen een geïndividualiseerd beeld geeft van het gespleten mensdom of een satirische ode aan de onverbergbare psychopathologie.
De talrijk opgekomen theaterprominenten uit diverse contreien konden in Malpertuis-Tielt een schitterende Ille Geldhof zien in deze nochtans zware acteerprestatie. Tevens konden zij vaststellen dat dit theater veel meer dan alleen maar « wind in de zeilen » heeft en zelfs stilaan aan het evolueren is naar wat men een topgezelschap kan noemen. Een niet onbelangrijk aandeel daartoe levert uiteraard regisseur Dirk Tanghe (herinner u zijn « Getemde Feeks »). Een man waarop we dit seizoen nog herhaaldelijk zullen moeten terugkeren. Voor de KNS regisseert hij immers ook nog « Romeo en Julia » en voor het NTG « De vrek » en « Medea ». Vlaanderen heeft blijkbaar een nieuwe « gevleugelde klimmer » ontdekt…
79 George_Bernard_Shaw_1936Niet alleen « beschaafd », maar ook « intelligent » amusement
Dat moet zowat hetzelfde zijn als wat de Zweedse regisseur Lars Rudolfsson presteert in het N.T.G. En nochtans wordt er gewerkt met een stuk dat bepaalde mensen reeds doet geeuwen als ze de titel maar horen: « Pygmalion » van G.B.Shaw (foto). Ten onrechte overigens, want de negatieve reacties houden meestal verband met het feit dat men dan onmiddellijk aan de musical « My fair lady » denkt. Shaw zelf had daar nochtans een gloeiende hekel aan en heeft de productie ervan kunnen voorkomen zolang hij in leven was. Wat hij evenwel niet heeft kunnen tegenhouden, dat is het feit dat de vertolkers van de hoofdpersonages, taalprofessor Henry Higgins en bloemenmeisje Eliza Doolittle, reeds van bij de eerste opvoering de indruk wekten dat zij uiteindelijk in elkaars armen gingen belanden. « Het publiek wil het zo » was het laconieke antwoord op het rouspeteren van de auteur.
En blijkbaar is dit nog steeds een beetje het geval, want tot en met de pauze hoor je geen kwaad woord over Rudolfssons aanpak van het stuk, maar na afloop vindt men « dat hij op het einde had moeten knippen in het gemoraliseer ». In onze ogen is dit echter dezelfde wrevel die de « gewone » toeschouwers om een happy end doet vragen, maar dan « in een intellectuele verpakking ». Want Shaw wou moraliseren. Als overtuigd socialist wou hij het klassenverschil aanklagen. Hij wou bewijzen dat een beter taalgebruik niet noodzakelijk een beter mens of zelfs nog maar een intelligenter mens kenmerkt.
Rudolfsson heeft er dan ook zeer goed aan gedaan deze interpretatie te handhaven, ja ze zelfs nog wat meer in de verf te zetten met visuele toestanden (het volkse karakter wordt zeer realistisch weergegeven, de burgerij wordt van haar sokkel gehaald door intelligente parodie, b.v. de « levende fonteintjes »). Hij zegt heel expliciet : « Ik wil zeker geen museumstuk brengen » en daarmee neemt hij letterlijk een tegenovergestelde positie in van de directie van het Ballet van Vlaanderen, die toevallig met een herneming van « My fair lady » uitpakt.
Ook Rudolfsson last overigens gevat enkele liedjesteksten in (om de actie vooruit te helpen, niet om ze op te houden), maar dan in de pure music-hall traditie, zoals ook Ray Davies van The Kinks die zo goed beheerst. Dit zou Shaw zeker wel gepikt hebben!
Leuk is trouwens ook dat, ondanks het feit dat we hier duidelijk met regisseurstheater te doen hebben, Rudolfsson toch volop aan zijn acteurs de kans geeft om zich uit te leven. Rudolfsson houdt van acteurs. Dat voel je. Daarom ook dat hij ergens aan Dirk Tanghe doet denken.
En als het op acteren aankomt (dat hebben we reeds eerder kunnen vaststellen), dan mag je de NTG-acteurs gerust hun gang laten gaan. Els Magerman en Herman Coessens worden in de hoofdrollen flink geassisteerd door Eddy Spruyt, die als Kolonel Pickering ook een beetje een vertellersrol krijgt toegewezen. Maar zelfs kleinere rollen komen echt tot leven als ze aan knapen als Nolle Versyp of Cyriel Van Gent worden toevertrouwd. Dit is niet alleen « beschaafd », maar ook « intelligent » amusement. En zelfs méér dan dat.

Referenties
Ronny De Schepper, Het voyeurisme ten top gedreven, De Rode Vaan nr.39 van 1987
Ronny De Schepper, Niet alleen « beschaafd », maar ook « intelligent » amusement, De Rode Vaan nr.52 van 1987

Twee klassiekers

Wie denkt dat de periode van de grote klassiekers pas in maart een aanvang neemt met Milaan-San Remo, die heeft het toch fameus verkeerd voor. In het Gentse theater Controverse zijn immers reeds twee stukken in première gegaan die gerust tot de klassiekers van onze literatuurgeschiedenis mogen worden gerekend : het middelnederlandse abele spel « Lanseloet van Denermerken » en het aller treurspelen treurspel van Vondel « Adam in ballingschap ».
Lees verder “Twee klassiekers”

“The homecoming” van Harold Pinter (14/9/1991)

Op 14/9/91 werd “The homecoming” van Harold Pinter opgevoerd in het Arcatheater. Het stuk werd door regisseur Achiel Van Malderen samen met zijn acteurs in het Gents vertaald. Over die omzetting naar het Gentse dialect wordt uiteraard veel gepraat. In de originele versie is de tegenstelling tussen de Engelse arbeidersklasse, waartoe de familie behoort, en de Amerikaanse universiteit, waar de oudste zoon doceert, van groot belang, dus ergens lijkt het logisch deze factor te introduceren.
Problemen zijn er echter met de taal van Greet, de vrouw van de professor (gespeeld door Ille Geldhof), die een mengeling spreekt van Amerikaans en Noord-Nederlands-met-een-Amerikaans accent. Hier is alle logica zoek. Op een bepaald moment zegt ze: “Ik ben niet ver hier vandaan geboren.” Dat zou dus Nederland kunnen zijn, vandaar het geaffecteerde Hollands. Maar ze voegt er onmiddellijk aan toe: “Toen ik zes jaar geleden naar de Verenigde Staten ging…” Kan iemand op zes jaar tijd zijn moedertaal zo goed als verleren? En, nog straffer, verstaat zo’n Amerikaanse Nederlandse zonder moeite dat platte Gents, terwijl vele toeschouwers nochtans vaak een “vertaling” nodig hadden?
Dat neemt anderzijds niet weg dat het Gents, vooral in de mond van Cyriel Van Gent (die net als 25 jaar geleden in het NTG de hoofdrol, namelijk die van de vader, voor zijn rekening neemt) gewild of ongewild een komisch effect met zich meebrengt, die de kracht van het drama ondergraaft.
Maar je zou net zo goed kunnen zeggen: welk drama? De onverwachte wending die het stuk na de pauze neemt, is in zijn expliciteit toch wel erg “on-Pinteriaans” en doet in zijn geheel afbreuk aan de interessante sociale confrontatie die deze “thuiskomst” met zich had kunnen meebrengen. Dat Greet zich voor de familie van haar echtgenoot zal gaan prostitueren (nog in het midden gelaten of zij nu hén gebruikt of de familie hààr), is een kronkel die misschien in het scenario van een of andere B-film of soap-serie thuishoort, maar is zeker niet iets wat men van Pinter mag of kan verwachten.
Nee, dan werden we veel beter op onze wenken bediend door “Betrayal” dat vorig jaar als “Bedrog” door theater Malpertuis werd gebracht. Dat was toen met Ingrid De Vos, Dirk Buyse en Warre Borgmans, drie schitterende acteurs en misschien ligt het dààraan zou je dan kunnen denken. Niet helemaal. Akkoord dat Cyriel Van Gent en Walter Cornelis, als zijn ietwat sullige broer Staf, misschien iets te gretig inspelen op de lach die blijkbaar gewoon door hun figuur reeds bij de toeschouwers wordt opgewekt.
Ook van de twee jongste broers, Eric Van Herreweghe en Geert Willems, had ik beter verwacht. Maar Geert krijgt als de bokser Jacky te weinig “vlees” toegeschoven, terwijl Eric met een merkwaardig hoog stemgeluid een ongeloofwaardige pooiersrol tracht neer te zetten.
Daan Hugaert, als de Amerikaanse professor die niet meer kan aarden in zijn proletarische familie, moet er wat verweesd bijlopen en dat doet hij dan ook, terwijl Ille Geldhof dus met dat krankzinnige accent en een al even krankzinnig personage zit opgescheept. Maar ze is wel erg opwindend, dat wel.
Tot slot nog een woordje over het programmaboekje dat een hoop bullshit bevat, die echt niet meer kàn. Tom Lanoye zou dit haast letterlijk kunnen overnemen in zijn reeks over de “theaterbluffer” in Humo.

Ronny De Schepper

Op de foto v.l.n.r. Geert Willems, Walter Cornelis, Ille Geldhof, Erik Van Herreweghe, Cyriel Van Gent en Daan Hugaert.