75 jaar geleden: Maarten Thijs begint op De Rode Vaan

75 jaar geleden: Maarten Thijs begint op De Rode Vaan

“In afwachting van iedereen te tonen dat ze niet zomaar het eerste het beste kleine meisje was, speelde ze als alle kleine meisjes met haar poppen, droomde van succes en applaus en pronkte voorlopig met het beroep van haar vader. Het woord ‘journalist’ ontlokte bij meningeen bewonderende blikken, die omsloegen in verschrikking als ze bij de volgende onvermijdelijke vraag ‘Rode Vaan’ of ‘Drapeau Rouge’ antwoordde. Eerlijk duurt dan wel het langst had ze op zedenleer geleerd, maar soms was liegen leuker en ‘Laatste Nieuws’ of ‘Le Soir’ maakte een veel gunstigere indruk, ‘haha, zozo’, zodat Lena regelmatig het fijne gevoel smaakte om dankzij een leugentje voor vol genomen te worden omwille van een vader, van wie ze had gewild dat hij zijn beroep elders zou hebben uitgevoerd”.

Aldus Dolores Thijs in “Drüben is het gras groener” (Antwerpen/Amsterdam, Manteau, p.23). Deze romancière is inderdaad de dochter van Maarten Thijs (in het boek Marc genoemd) en de hoofdbrok van het boek (p.29-133) wordt gevormd door het verblijf in Oost-Berlijn, waar Maarten te werk was gesteld als correspondent voor De Rode Vaan, betaald door “Neues Deutschland”. Als wij Maarten zelf aan het woord laten, gaat hij veel verder terug, naar het allerprilste begin en dat is ook bij hem de oorlogsperiode.
Lees verder “75 jaar geleden: Maarten Thijs begint op De Rode Vaan”

“Liedjes zingen op de fiets” van Anne Riemeers

“Liedjes zingen op de fiets” van Anne Riemeers

“Is eenzaamheid dan de drijfveer voor onze daden, mijn vriend? Is dat de ware motivatie van de ‘kunstenaar’? Een bestaanskreet uiten. Sommigen gaan misschien letterlijk krijsen, of brengen het melodieuzer over, anderen drinken of schrijven en nog anderen denken aan zelfmoord als het ultieme middel om de aandacht op zich te vestigen… Hoe pijnlijk bewust zijn wij er ons van dat de mens niet in staat blijkt in werkelijke communicatie te treden met een ander… Wij kiezen niet, mijn vriend, wij worden gedreven; wij nemen geen verstandige beslissingen en als we dat zouden doen is de enige verstandige beslissing die we moeten nemen, daar vooral een eind aan te maken.” (p.5) Zo begint Anne Riemeers het verhaal van haar scheiding, maar vooral van haar huwelijk, het verhaal van haar leven, maar vooral van haar niet-leven. Een verhaal van “Liedjes zingen op de fiets”, maar vooral van huilen op de fiets.

Lees verder ““Liedjes zingen op de fiets” van Anne Riemeers”

De diverse fantasmen van Dolores Thijs

De diverse fantasmen van Dolores Thijs

“In afwachting van iedereen te tonen dat ze niet zomaar het eerste het beste kleine meisje was, speelde ze als alle kleine meisjes met haar poppen, droomde van succes en applaus en pronkte voorlopig met het beroep van haar vader. Het woord ‘journalist’ ontlokte bij meningeen bewonderende blikken, die omsloegen in verschrikking als ze bij de volgende onvermijdelijke vraag ‘Rode Vaan’ of ‘Drapeau Rouge’ antwoordde. Eerlijk duurt dan wel het langst had ze op zedenleer geleerd, maar soms was liegen leuker en ‘Laatste Nieuws’ of ‘Le Soir’ maakte een veel gunstigere indruk, ‘haha, zozo’, zodat Lena regelmatig het fijne gevoel smaakte om dankzij een leugentje voor vol genomen te worden omwille van een vader, van wie ze had gewild dat hij zijn beroep elders zou hebben uitgevoerd.” (Dolores Thijs, Drüben is het gras groener, Antwerpen/Amsterdam, Manteau, p.23).

Lees verder “De diverse fantasmen van Dolores Thijs”