Vijf jaar geleden: operadirecteur Aviel Cahn wint N-VA-prijs

Vijf jaar geleden: operadirecteur Aviel Cahn wint N-VA-prijs

De Zwitserse intendant van de Vlaamse opera, Aviel Cahn, mocht vijf jaar geleden uit de handen van N-VA-voorzitter Bart De Wever de Ebbenhouten Spoor-prijs in ontvangst nemen. “Aviel Cahn is iemand die bewijst dat integratie geen fabeltje is,” aldus De Wever. Maar Cahn werd niet enkel gehuldigd omwille van zijn snelle integratie, maar ook voor de nieuwe wind die hij door de opera liet waaien: “Hij verlaagde de drempel en doet er alles aan om een nieuw publiek aan te boren.”
Lees verder “Vijf jaar geleden: operadirecteur Aviel Cahn wint N-VA-prijs”

“Loslopend wild” en “Tegen de sterren op”

77531_10151250845900330_1092622409_oIk was niet wild van “Loslopend wild” op één, echter zonder daar nu meteen grote theorieën aan te koppelen over “vrouwen en humor”. Nee, ik vond de diverse scenariootjes gewoon niet goed (genoeg) geschreven. Zoals August Vermeylen destijds om “more brains” stond te roepen, zo roep ik al jaren om “more writers” en vooral “better writers” (de roep om “more writers” heeft enkel maar zin omdat je meer kansen hebt dat er in een groter geheel toch enkelen bovenuit springen). Maar ik heb meer en meer de indruk dat ik een roepende ben in de woestijn. Dat gemis aan goede scenaristen blijkt volgens mij trouwens nog altijd veel meer uit het gelijktijdig geprogrammeerde “Tegen de sterren op” op VTM. Men zegt dat de imitaties daar van uitstekende kwaliteit zijn (ik heb daar zo mijn bedenkingen bij, maar goed), maar dat volstààt natuurlijk niet. Je moet die imitaties neerzetten in een geestig scenario. En daar loopt het nog altijd mank. Dat is trouwens al een oud zeer. Zelfs Chris Van den Durpel (volgens mij nog altijd de imitator par excéllence) kan daarover meespreken. “Sketch à gogo” van Stany Crets en Peter Van den Begin is veruit het beste programma op het vlak van scenario schrijven. Een absurde grap als die over een indiaan en zijn paard is inderdaad te zwak, zelfs voor het moppenwinkeltje van Franske, maar door ze te verwerken in de rest van de uitzending kan men zelfs zeggen dat deze die bewuste aflevering drààgt. Maar goed, om niet al te negatief te zijn: een voorbeeld van hoe het moet, is het zogenaamde “Klagerfestival”. Dààraan is gewerkt. Dàt zijn goede teksten. Proficiat.
Lees verder ““Loslopend wild” en “Tegen de sterren op””

Jumping the shark

Waarom kijk ik naar zoveel quizzen op televisie? Omdat mijn vrouw daar wil naar kijken uiteraard. Maar goed, waarom kijk ik dan méé? Waarom blijf ik niet achter mijn computer zitten of verdiep mij in een goed boek? Omdat je er altijd wat kunt uit leren natuurlijk! En zo leerden we gisteren in “De Canvascrack” wat “jumping the shark” betekent. Het bleek te gaan om een aflevering van “Happy Days” waarin de scenaristen werkelijk een dieptepunt hadden bereikt. Het was namelijk een aflevering waarin The Fonz in zijn zwembroek over een haai sprong. Dit was (naar ’t schijnt, want ik heb de aflevering niet gezien, dacht ik) zo’n dieptepunt dat “jumping the shark” in het jargon een uitdrukking werd om te zeggen: nu zit het feuilleton helemaal op z’n gat. (Uiteraard werd het in die zin al gebruikt in de onevenaarbare “Simpsons“!) En verdomd, vlak daarna kregen we ervan al een illustratie. Het feuilleton waar ik anders zo dol op ben, “Desperate Housewives”, liet toen werkelijk de broek tot op de enkels zakken. Ik had er nochtans speciaal naar uitgekeken, gezien de cliffhanger van vorige week: wie was er allemaal omgekomen bij dat vliegincident? Maar om dat moment nog wat te rekken, hadden de schrijvers er niet beter op gevonden om met vier “what if”-verhalen op de proppen te komen. Bijna zaten we zelfs in “parallelle universums“!
Lees verder “Jumping the shark”