Berry Gordy wordt negentig…

Berry Gordy wordt negentig…

In 1959 slaagt Berry Gordy III (foto YouTube) erin om 800 dollar van zijn familie in Detroit, the motor-city, los te krijgen om “Come to me” op te nemen, waarmee de Motown-legende start. Iets te laat eigenlijk, want Gordy had voordien al meegeschreven aan “Reet petite” en “Lonely teardrops” voor zijn boksmakker Jackie Wilson, maar die zijn dus wel elders verschenen.
Lees verder “Berry Gordy wordt negentig…”

Tina Turner wordt tachtig…

Tina Turner wordt tachtig…

In haar nieuwe thuisland Zwitserland viert de vroegere zangeres Tina Turner vandaag haar tachtigste verjaardag…

Haar biografische film “What’s love got to do with it”, waarin wordt uiteengezet hoe haar ontdekker en latere echtgenoot Ike Turner haar met geweld onder de knoet trachtte te houden, kreeg in 1993 lovende kritieken (*), maar sommige fans waren toch ontgoocheld.
Aangezien de film vooral over de jonge Tina ging, kregen we immers niet La Turner zelf te zien maar een jongere actrice, Angela Bassett, die merkwaardig genoeg soms erg goed is en soms slechts gewoon de zoveelste playbackster, waarbij je verwacht dat alle momenten Henny Huisman uit de coulissen zal komen opduiken. En die opdeling heeft niets te maken met het feit of ze al dan niet moet zingen.
Aangezien Tina gelukkig de zangnummers voor haar rekening neemt, moet Bassett zich inderdaad tot playbacken beperken, maar dat doet ze net als acteren soms héél goed en soms heel slecht. Enfin, het minste wat je dus kan zeggen is dat het geen “grijze”, geen “anonieme” vertolking is. Nu ja, voor Bassett was het de eerste keer dat ze dergelijke rol speelde. In “Malcolm X” en “The Jacksons: an American dream” speelde ze eerder moederrollen! Maar de Australische producer van Tina, Roger Davies (**), wilde per se een echte actrice als Tina en geen “playbackshow”. Het gekke was dat een actrice die Tina wél had nagebootst, geparodieerd zelfs in “The diva is dismissed”, Jenifer Lewis, de rol van haar moeder toegewezen kreeg!
Ike van zijn kant (die toch sowieso al niet veel zingt) heeft natuurlijk niet zijn medewerking verleend aan deze verfilming van het geruchtmakende boek “I, Tina” dat Tina in 1986 aan rockjournalist Kurt Loder heeft gedicteerd, maar toch heeft hij zich eventjes op de set vertoond. Hij was poeslief en heeft enkele raadgevingen gegeven aan acteur Laurence Fishburne, die zijn rol vertolkt. Deze doet dat overigens uitstekend. Niet voor niks ontving hij net vóór de film een Tony (een toneel-Oscar) voor zijn rol in “Two trains running”.
Alhoewel hij graag nog eens met Bassett wilde samenwerken (ze zaten samen reeds in “Boyz ’n the hood”) aanvaardde Fishburne de rol toch maar pas nadat Ike toch enige “psychologisering” voor zijn gedrag kreeg toegedicht. Men kan zich afvragen hoe die eerste versie van het scenario er dan moet hebben uitgezien want zelfs in de huidige versie is Fishburne werkelijk onuitstaanbaar! Maar dat is dus (hopelijk) enkel aan zijn inlevingstalent te danken.
De “catharsis” van de film ligt dan ook op zowat een kwartier voor het einde wanneer Anna Mae Bullock eindelijk terugslaat: Bullock kicks him in the bollocks! (***) De rest is nog uitbollen en dàn is de jonge Bassett b.v. wel ongeloofwaardig als de oudere Tina. Het is dan ook een verademing als La Tina op het einde toch maar zélf de titelsong komt vertolken. Dik in de vijftig en still going strong!
Anna Mae Bullock wordt op 26 november 1939 geboren in Nutbush, Tennessee (ze zal er later een nummer over schrijven, jawel). Al erg jong wordt ze door haar moeder in de steek gelaten, omdat die het leven met haar vader niet meer aankan. Althans, zo zegt ze, want die vader is in geen velden of wegen te bekennen en als we mama Bullock later (in 1958) met Anna’s oudere zus Alline in Saint Louis terugvinden, dan schijnt ze vooral een liggend beroep uit te oefenen.
Dat houdt natuurlijk in dat de dochters vaak het huis uit moeten en zo ontmoet Anna in de club waar Alline werkt de acht jaar oudere Ike Turner. Deze is al zo’n tien jaar aan de weg aan het timmeren, maar alle zangtalent dat hij tot nu toe heeft ontdekt, glipt hem telkens weer door de vingers, zodat hij met zijn Kings of Rhythm maar wat blijft aanmodderen. De King van St.Louis dat wel, met alle meisjes aan zijn voeten (en vaak ook in zijn bed), maar Ike wil méér, Ike wil hogerop, Ike wil aan de top.
Daarom ziet hij wel iets in “Little Ann”, zoals Tina aanvankelijk door hem gedoopt wordt. Hij kneedt ze naar zijn beeld, of beter het beeld dat hij heeft zoals een vedette er zou moeten uitzien, maar hij leert ze ook alle knepen van het vak, dat moet je hem toegeven. Hij versiert een platencontract bij het Sue-label en via de hit “A fool in love” mag hij zelfs vijf elpees maken (je moet je die niet gaan aanschaffen, alhoewel het natuurlijk wel pareltjes zijn voor verzamelaars, maar de gewone liefhebber kan het stellen met de compilatie “Tough enough”), maar de grote doorbraak blijft uit. Dat ligt op de eerste plaats aan het weinig gediversifieerde songmateriaal van Ike (en misschien nog meer aan zijn drugverslaving die steeds ergere vormen zal aannemen), maar de gefrustreerde Ike reageert dat af op Tina, die zowel verbaal als fysiek geweld moet incasseren.
Toch is hij tegelijk bang dat ze hem zal verlaten, omdat zijn paranoia over vroegere ervaringen hem parten blijft spelen. Oorspronkelijk moet hij zich nochtans niet veel zorgen maken, want Tina is al even gecomplexeerd als hij: omdat haar moeder haar in de steek heeft gelaten, wil zij haar twee kinderen én de twee kinderen uit een vorig huwelijk van Ike niet achterlaten en blijft ze alles slikken, meer zelfs ze zoekt de fout telkens bij zichzelf. Tina: “Ik vind niet dat ik een domme vrouw was omdat ik bij Ike bleef. Ik vind juist dat daar een slimme vrouw voor nodig was, want we hadden een bedrijf en daar ging veel geld in om. Ike was een heel goed zakenman en hij had ervoor gezorgd dat ik tonnen had verdiend. Ook als artieste heb ik trouwens veel van hem geleerd.”
Ondertussen maakt de Ike and Tina Turner Revue furore met het fameuze meisjestrio The Ikettes (****). De live-plaat “The Ike and Tina Turner Show” uit 1965 geeft hiervan een goede weerspiegeling. Onder andere de beroemde (blanke) producer Phil Spector (*****) is van het aandeel van Tina zo onder de indruk dat hij Ike 20.000 dollar biedt om met Tina te mogen werken. Het fenomenale resultaat, “River deep mountain high”, wordt wel uitgebracht onder de benaming “Ike and Tina Turner”, wat contractueel zo werd vastgelegd en wat zelfs ook nog voor deze film zo is. Dat komt ook omdat dit het enige nummer is dat niet heropgenomen werd, omdat – en dat is toch wel een compliment voor Spector – het gewoon niet na te maken is!
Ike verdient er dus nog altijd geld aan, want bij de echtscheiding wilde Tina zozeer van hem af zijn, dat ze om het vlug te doen gaan nog liever alles opgaf (“Behalve mijn naam, ik heb er hard genoeg moeten voor werken!”) en hem alle inkomsten van vroeger (toegegeven, die waren al eerder schulden geworden, alweer wegens het druggebruik van Ike) en de toekomstige rechten op die platen aan Ike afstond.
Dat laatste gebeurt echter pas in 1976 en dan nog via de omweg van het boeddhisme. Dat laatste komt in de film een beetje naief over, maar als dat nu eenmaal de realiteit was, dan moet het maar (alhoewel men er ook vragen bij kan stellen, want is het nu echt toeval dat regisseur Brian Gibson ook boeddhist is?). Die “bekering” tot het boeddhisme dankt Tina aan Jackie (Vanessa Bell Calloway), één van de Ikettes, die ook eens klappen moest inkasseren van Ike, toen ze ten voordele van Tina wou opkomen. In tegenstelling tot Tina kapte Jackie er meteen mee, want die pikte zoiets niet. En die kracht had ze uit het boeddhisme, vandaar.
In een interview heb ik ook gehoord dat het delen van haar ervaringen met Cher ook een rol heeft gespeeld, maar dat komt in de film niet aan bod (wellicht omdat ze ook in het interview er meteen aan toevoegt dat Sonny weliswaar Cher evenzeer kneedde als zangeres als Ike met haar had gedaan, maar dat Sonny Cher nooit klappen had gegeven). ’t Zou d’r nog aan mankeren, aangezien de republikein Sonny Bono van 1988 tot 1992 burgemeester van Palm Springs werd en in 1994 zelfs een zitje in het huis van afgevaardigden kon versieren, vooraleer hij op 6 januari 1998 tijdens het skiën onzacht in aanraking kwam met een boom die niet uit de weg wou gaan.
Alhoewel het in de film anders wordt voorgesteld, is de solocarrière van Tina niet metéén een succes, o.a. omdat ze zich uit “wraak” niet alleen afkeert van Ike maar ook van diens muziek, de rhythm and blues. Nochtans als er één dame geschikt is om R&B te zingen, dan is het wel La Tina. Pas in 1983, als Martyn Ware van Heaven 17 als wederdienst voor haar vocals op hun elpee “Music of Quality and Distinction” voor haar “Let’s stay together” van Al Green produceert, dan begint het opnieuw goed te lopen voor de ondertussen 44-jarige Tina.
De film eindigt met een (terechte) publiciteitsspot voor de elpee “Private dancer” uit 1984 (waaruit o.m. de titelsong afkomstig is), die niet enkel met Grammy’s (het equivalent van de Oscars) werd overladen, maar waarvan er zo maar eventjes elf miljoen exemplaren werden verkocht. De titelsong van de elpee werd overigens geschreven door Mark Knopfler.
Het vervolg is dus niet in de film te zien. En dat is o.a. dat ze in 1985 in de film “Mad Max beyond Thunderdome” is te zien, waaruit alweer een hit voortkomt, “We don’t need another hero”. En wat men ook schromelijk over het hoofd heeft gezien dat is dat ikzelf in het najaar van 1986 haar ontmoet in een BRT-studio tijdens de opname van “Bingo”. Interviewen mocht niet, maar ik herinner me wel hoe ik ademloos naar die prachtige dame van 47 stond te kijken, die als de eerste de beste Isabelle A op aangeven van de regisseur steeds maar opnieuw de playback haar toenmalige hit (“Two people”, geloof ik, uit “Break every rule”) moest herbeginnen. Ik had al lang één van die ontzettend hoge hakken die ze droeg in zijn bakkes geramd, maar Tina bleef ijzig kalm. Dat boeddhisme moet toch érgens goed voor zijn!
Het verhaal in de film is volledig gebouwd rond songs van Tina, wat niet zo moeilijk was, omdat ze inderdaad vaak “op haar lijf” geschreven waren (misschien zelfs zo letterlijk als de manier waarop de Comte de Valmont een brief schrijft “op het lijf” van een van zijn minnaressen in de operaversie van “Dangerous liaisons”). Maar daarmee heb je nog geen scenario natuurlijk. Dààrvoor deed men een beroep op een vrouw, Kate Lanier, die zich tot hiertoe gespecialiseerd had in portretten van “sterke vrouwen”, scenario’s die echter tot nu toe in de lade bleven liggen…
Dat betekent ook dat ze zich nu heel wat heeft moeten intomen, want Tina wordt pas “onafhankelijk” op een moment dat tal van andere vrouwen dat al lang zouden hebben gedaan. Toegegeven, door haar jeugd was ze bijzonder getraumatiseerd in die zin, maar toch is het een beetje teleurstellend te zien hoe een vrouw, die op het podium zo’n geweldige uitstraling heeft, zich in het gewone leven lange tijd laat behandelen als een sloerie. Vooral de passages waarin ze op de koop toe nog de schuld op zich neemt, zijn hard om te slikken.
Regisseur Brian Gibson van zijn kant had reeds ervaring opgedaan in dergelijke verfilmingen met het Britse “Breaking glass” en vooral de mini-serie “The Josephine Baker Story”. Deze Engelsman kreeg een opleiding als dokter en is pas in contact gekomen met film via medische documentaires voor “Horizon” of “Nova”. Krijgen we dan binnenkort misschien een verfilming van het leven van Margriet Hermans door Chriet Titulaer? Maar goed, beter geen grapjes want begin 2004 stierf Gibson op 59-jarige leeftijd aan de gevolgen van botkanker…
En Tina Turner? Die neemt nog “Addicted to love” van Robert Palmer en “Steamy windows” van Tony Joe White op nadat ze voor de zoveelste keer afscheid had genomen van de scène. Onzin natuurlijk. Tina Turner kon de mikro nog altijd recht doen komen zonder haar handen te gebruiken en dus bleef ze maar doorgaan!
Met Ike ging het bergafwaarts. Uiteindelijk zou hij zelfs worden veroordeeld voor illegaal drugsbezit. In de jaren negentig pakte de Ike Turner echter de draad weer op. Hij bracht een autobiografie uit, die de terechte titel “Takin’ Back My Name” meekreeg. Een jaar voor zijn dood was hij nog te zien bij ons op de Proms en daarna won hij zowaar nog een Grammy voor het beste traditionele bluesalbum, “Risin’ with the blues”.
Tina Turner wou geen commentaar geven op de dood van haar ex-man Ike Turner. “Tina heeft al meer dan dertig jaar geen contact gehad met Ike. Er worden verder geen uitspraken over gedaan,” aldus een woordvoerder van de zangeres tegen het Amerikaanse tv-programma Access Hollywood.

Referentie
Ronny De Schepper, What’s love got to do with it? Steps magazine augustus 1993


(*) Omdat de verdeelfirma dacht dat Belgen nu eenmaal een dom volkje zijn, werd er voor alle duidelijkheid nog eens “Tina” voor de titel geplaatst.
(**) Op het einde komt Davies zelf, zij het gespeeld door James Reyne, ook eens in beeld, als een soort halve heilige. Nochtans is hij achtereenvolgens een gebuisde student rechten en een gebuisde basgitarist, die via Olivia Newton-John en dan vooral haar “Physical”-album de aandacht van Tina had getrokken.
(***) Een bullock is een jonge of een gecastreerde stier. De elementen die hij nog niet heeft of al verloren heeft zijn bollocks of ballocks.
(****) De enige Ikette die ook een solocarrière heeft geambieerd is bij mijn weten P.P.Arnold. Zij had in 1967 weliswaar een prachtige hit met “The first cut is the deepest” van Cat Stevens (begeleid door The Nice, o.a. op versterkt clavecimbel), maar haar versies van “Angel in the morning”, “Eleanor Rigby”, “As tears go by” enz. waren wel mooi, maar gingen grandioos de mist in.

(*****) In tegenstelling tot Tina was Phil Spector overigens wél aanwezig op de begrafenis van Ike, naast o.m. ook Little Richard.

Booker T.Jones wordt 75…

Booker T.Jones wordt 75…

Enkele jaren geleden overleed Keith Emerson. Ik zei toen dat hij in de jaren zestig mijn favoriete orgelist was, maar ik voegde er meteen aan toe dat dit veel, zo niet àlles, te maken had met zijn spectaculaire manier van optreden. Vandaag wordt Booker T Jones 75 jaar en hij is in alles de tegenpool van Emerson, maar misschien precies dààrom is hij nu mijn favoriete orgelist als ik op de jaren zestig terugkijk (en vooral als ik ernaar luister)…
Lees verder “Booker T.Jones wordt 75…”

Rick James (1948-2004)

Rick James (1948-2004)

En tenslotte (voor vandaag toch) zal het morgen ook al vijtien jaar geleden zijn dat Rick James is overleden. Ik geef het toe, ik was geen fan (zoals mag blijken uit bijgevoegde recensie uit De Rode Vaan), maar dat belet me niet om toch even aan de man terug te denken…

Zowel Motown als Stax doen ons hart smelten en ook de Philly Sound en zelfs de beter disco kunnen onze voeten in beweging brengen, maar voor funk, beste lezer, daarvoor moet u elders zijn. Daarom wellicht dat de nieuwste revelatie (op traditionele soul-label Motown nota bene) Rick James niet aan ons besteed is. Hijzelf noemt zijn muziek « punk funk » omdat er nogal wat agressie in zijn teksten schuilt (je zou voor minder met de Amerikaanse samenleving in onvrede leven als je opgroeit in een ghetto), maar zelf zouden we dat begrip toch liever niet hanteren, want muzikaal correspondeert het met niets.
Tekstueel dus wel, zodanig zelfs dat James zelf over zijn jongste elpee « Street Songs » spreekt in termen van een concept-elpee. Het reggae-achtige « Mr Policeman » is in deze contekst het sleutelnummer. Maar het bekendst is natuurlijk de hit « Super Freak » die representatief is voor het hele album. M.a.w. als je van freak houdt, zal ook de rest je wel bevallen. Indien niet, dan ben je maar zoals wij.

Lees verder “Rick James (1948-2004)”

Ray Charles (1930-2004)

Ray Charles (1930-2004)

Vandaag is het ook al vijftien jaar geleden dat Ray Charles, één van de godfathers van de soulmuziek, is gestorven. Met “I got a woman” (1955), “What’d I say” (1959) en “Hit the road Jack” (1960) luidde hij de definitieve profanatie van de gospelmuziek in. We zouden kunnen zeggen dat de muziek van Ray Charles nog zuiver gospel is (cfr. het vrouwenkoortje The Raelettes), maar in plaats van de geestelijke liefde tot God te bezingen is het nu de zeer lichamelijke liefde tot een vrouw. Misschien heeft het te maken met het feit dat Charles de gospelvorm weliswaar meesterlijk beheerste, maar dat hij één van de weinigen was die niet in een kerkgemeenschap hebben gewerkt.
Lees verder “Ray Charles (1930-2004)”

Gladys Knight wordt 75…

Gladys Knight wordt 75…

De Amerikaanse soulzangeres Gladys Knight (Kingkongphoto via Wikipedia) wordt vandaag 75 jaar. Ze is vooral bekend van haar werk met The Pips, maar zelf was ik het meest onder de indruk van haar interpretatie van “Help me make it through the night” van Kris Kristofferson en daarop zijn volgens mij The Pips niet te horen…
Lees verder “Gladys Knight wordt 75…”