85 jaar geleden: diefstal van de Rechtvaardige Rechters

85 jaar geleden: diefstal van de Rechtvaardige Rechters

Het is vandaag 85 jaar geleden dat “de Rechtvaardige Rechters”, een paneel van het “Lam Gods” (onderaan links), werd gestolen.

Eigenlijk ging het om twee panelen, die werden ontvreemd om er de bisschop van Gent mee af te persen. De ontvoerder(s) liet(en) één paneel terugvinden om zo hun eis van het losgeld voor het andere paneel kracht bij te zetten, echter zonder positief gevolg vanwege kerkelijke en wereldlijke overheden. De procureur des Konings van Gent weigerde te onderhandelen met dieven. De zoektocht kwam nader in het nieuws toen in Dendermonde de Wetterse wisselagent Arsène Goedertier, ook koster van de Sint-Gertrudiskerk in Wetteren, de diefstal bekende, maar niet meer bij machte was om de bergplaats bekend te maken. “Mijn geweten is rein,” verklaarde hij op zijn sterfbed. Maar ook: “Ik alleen weet waar het paneel van het Lam Gods zich bevindt. Zoek in mijn schrijftafel de groene envelop.”<
Het paneel met de Rechtvaardige Rechters werd in 1941 voorlopig vervangen door een kopie van de hand van Jef Van der Veken. Het origineel is nooit teruggevonden. De kopiist schilderde in het koor der Rechters de toenmalige koning Leopold III om, uit eerbetoon voor de oorspronkelijke schilder(s), er duidelijk op te wijzen dat het om een kopie gaat.
Arsène Goedertier van zijn kant haalde zijn wijsheid vooral uit detectiveboekjes van Arsène Lupin o.a. En zo zou in “L’aiguille creuse” (letterlijk “De holle naald”, maar in het Nederlands uitgegeven als “Het geheim van Arsène Lupin”) bijna letterlijk de roof van het paneel met de Rechtvaardige Rechters beschreven staan. In dat geval zou enkel de keerzijde (Johannes de Doper) écht geroofd zijn (en nadien terugbezorgd als bewijs dat de dief wel degelijk ook de Rechters in zijn bezit had). Dit zou dan ook het schilderij zijn dat de enige getuige, namelijk een professionele dief, Cesar Aercus, die juist bij de bakker om de hoek wou inbreken, in een Chevrolet zou hebben zien laden. De Rechters zelf zouden dan vlakbij de oorspronkelijke plaats verborgen zijn, zoals ook al vele theorieën hebben verkondigd. Maar aangezien Goedertier nochtans niet zoveel tijd had om zeer uitgebreid te werk te gaan, zou het dan toch normaal gesproken al moeten teruggevonden zijn.
Over het feit dat dit niet zo is bestaan er twee theorieën. Een eerste theorie vertrekt van het feit dat Mgr.Coppieters in geldnood zou hebben verkeerd, zodat hij het schilderij zou hebben laten stelen om dan een verzekeringspremie te kunnen incasseren. Dan zou in 1939 Coppieters het schilderij weer hebben opgevist, maar het zou reeds helemaal verrot geweest zijn en daarom heeft hij het verbrand in zijn open haard. Een plausibele theorie, alleen… het schilderij wàs niet verzekerd!
Een tweede theorie is dat het verborgen is op de plaats waar nu het gigantische orgel staat. Ten eerste was dat orgel er op het moment van de diefstal nog niet en ten tweede heeft men daar nog niet goed gekeken omdat het afbreken van dat orgel een veel te omslachtige bezigheid is. Bij oppervlakkige zoektochten heeft men er wel eens een afbeelding van het Lam Gods gevonden. Puur toeval of een aanwijzing van Goedertier? Tenslotte stond die toch bekend als een flauwe plezante. Zo loste hij met gemak tal van inbraken op (in de kerk van zijn woonplaats Wetteren, bij zijn schoonbroer, een juwelier in Dendermonde), die hij wellicht zelf had gepleegd.
BLUNDERS
Er werd wel ongelooflijk slordig omgesprongen met het onderzoek. Naar eigen zeggen was minister van justitie Paul Emile Janson helemaal niet geïnteresseerd in het terugvinden van de dader. Het paneel terugvinden was voldoende. Vandaar b.v. dat men zes maanden wachtte om de taxichauffeur te ondervragen die een deel van het losgeld kwam ophalen. Uiteraard herinnerde die zich nog nauwelijks iets van zijn opdrachtgever. Men had overigens niemand bij pastoor Meulepas (die als tussenpersoon fungeerde) geposteerd, het was de meid die zag dat het met een taxi werd gebracht!<
Goedertier gebruikte ook een code, die tot nu toe niet kon worden ontcijferd. Toen Patrick Bernauw zich in een antiquariaat het boek “De dubbele muur” van Valère De Pauw wou aanschaffen, een roman over de fameuze diefstal, bleek dit echter een dummy te zijn en die zou ook een boodschap in code hebben bevat, die Bernauw bijna onmiddellijk kon doorbreken (de klinkers waren genummerd van 1 tot 5, waarbij A 1 is). Daar zou dan hebben gestaan dat het paneel verborgen zit “waar koe en vogel elkaar ontmoeten”. Op de hoek van de Koestraat en de Vogelmarkt staat nu een winkel van Kid Cool, maar indertijd was dit de woning van Jan Van Eyck. Te mooi om waar te zijn natuurlijk.
De link tussen beide mysteries zit volgens Bernauw en Geysen bij de nazi’s, die zoals we konden zien in de Indiana Jones-films van Steven Spielberg (”The raiders of the lost ark” en “The last crusade”), erg geïnteresseerd waren in dergelijke zaken. Dit kwam door het werk van Otto Rahn i.v.m. de Graal. Himmler kwam hiervan zo onder de indruk dat hij Rahn in dienst nam. Toen deze op die manier in contact kwam met concentratiekampen zoals Buchenwald of Auschwitz (al was dat nog vóór de invoering van de gaskamers), was hij dermate geschokt van het misbruik dat van zijn ideeën werd gemaakt, dat hij ontslag wilde nemen. Dat mocht echter niet en daarom pleegde Rahn in 1939 zelfmoord.
De SS was zelf georganiseerd als een Teutoonse Ridderorde, die rechtstreeks terugging op de Tempeliers. Ook bij de nu nog acht bestaande Tempeliersorden in België zijn er fascistische strekkingen (overigens ook andere die zich bezighouden met erotiek en magie). De benaming Derde Rijk verwijst trouwens naar de Tempeliersterminologie, waarbij het Eerste Duizendjarig Rijk dat van God de Vader zou zijn en het Tweede dat van God de Zoon. Het Derde (dat van de Heilige Geest) zou dus eigenlijk in het jaar 2000 moeten gevestigd zijn. Oef, daar zijn we ook weer aan ontsnapt! Of kan de overwinning van het kapitalisme op het communisme (de val van de muur in 1989) daar niet voor staan? Wat is het fascisme immers anders dan extreem kapitalisme?
Tijdens de bezetting openden de nazi’s alleszins opnieuw het onderzoek. Het was trouwens een SS’er die voor het eerst de link met het boek van Arsène Lupin opmerkte, maar toen hij (te?) dicht bij de oplossing van het raadsel kwam, werd hij naar het Oostfront gestuurd.
Goedertier zelf kwam wel op voor de Katholieke Volkspartij (hij stierf trouwens aan een hartaanval tijdens een verkiezingsrede; het was daar op zijn sterfbed dat hij zichzelf aangaf als dader van de diefstal, waarna kort daarop zijn twee handlangers stierven resp. aan een hersen- en maagbloeding), maar zijn vriend De Vos was extreem-rechts. Een afstammeling hiervan volgde een eigen spoor dat naar de familie De Vis leidde. Louis Paul Boon had eveneens belangstelling voor de geschiedenis van deze familie, die hij wou verwerken in “De kasteelheertjes”, maar ook hier maakte de dood een voortijdig einde aan deze plannen.
Ronny DE SCHEPPER

Jan Hoet (1936-2014)

Jan Hoet (1936-2014)

Het is ook al vijf jaar geleden dat de Gentse “kunstpaus” Jan Hoet is overleden. Ondanks het feit dat ik mij als journalist enkel maar zijdelings met de plastische kunsten heb beziggehouden (bij De Rode Vaan was dit het terrein van Jan Mestdagh) heb ik Jan Hoet toch enkele keren ontmoet, vooral dan in de jaren negentig toen ik de rubriek “cultuur in Gent” verzorgde voor Het Laatste Nieuws.

Zo herinner ik mij een uitgelaten Jan Hoet (toegegeven, de drank had een beetje geholpen) die tijdens de Gentse zesdagen de ene premie na de andere wegschonk. Dat waren dan meestal lithografieën. Eén ervan werd gewonnen door de Australiër Scott McGrory. Om te testen of Hoet wel een échte wielerfan was, vroeg ik hem op de eerstvolgende persconferentie (die uiteraard totaal niks met wielrennen te maken had) wat McGrory van zijn trofee vond. Ik had verwacht dat Hoet uit de lucht zou komen vallen, maar nee, hij wist heel goed wie McGrory was en wélke lithografie hij had gewonnen. Hij beklemtoonde trouwens nog eens dat het lithografieën uit zijn eigen collectie waren en dat hij niet die van het museum aan het wegschenken was.
Heerlijke man dus Jan Hoet, ook al wegens de manier waarop hij op de (uitstekende) imitatie door Chris Van den Durpel reageerde. En dan was er dat evenement dat hij zo’n twintig jaar geleden in mijn geboortedorp Temse heeft georganiseerd, Ponton Temse. Deze manifestatie viel ongeveer tussenin zijn twee grootste verwezenlijkingen, deze keer in Gent zelf: “Chambres d’Amis” en “Over the edges“. Ook deze twee manifestaties heb ik bezocht, net als diverse malen uiteraard zijn geesteskind het SMAK, wat voor iemand als mij toch wel uitzonderlijk is. Daarmee is tevens bewezen dat Jan Hoet in zijn opzet is geslaagd, namelijk hedendaagse kunst ook ingang te doen vinden bij mensen die daar eigenlijk helemaal niet in geïnteresseerd zijn…
Jan Hoet was een oud‑inwoner van Geel. Als zoon van een psychiater woonde hij destijds in het huis aan de Pas, een negentiende‑eeuwse ambtswoning vlak naast het psychiatrisch ziekenhuis, waar in 2001 het zwaartepunt van de tentoonstelling “Y.E.L.L.O.W.” lag. Naast het ouderlijk huis van Jan Hoet fungeerde het Van Disselhuis als tweede locatie. Tot voor een dertigtal jaar werd deze tempel gebruikt als cultusplaats voor de vele protestantse patiënten die in Geel werden opgenomen. Zowel het ouderlijk huis, het psychiatrisch ziekenhuis, het Van Disselhuis als het opvangsysteem van psychiatrische patiënten in gezinnen in de stad zorgden voor een heel bijzondere sfeer en brachten een reeks inhoudelijke associaties met zich mee.
Eén keer heb ik Jan Hoet “officieel” geïnterviewd, dat was dan weer ten tijde van de culturele actieweek “Vlaanderen Leeft” die in het Gentse ICC plaatshad, o.a. ook in de hangar waarin hij enkele werken van zijn geliefde Panamarenko had ten toon gesteld. En dààrover ging nu net dat interview:
Jan Hoet : « Tweehonderd vijftig mentaal gehandicapten zien dansen van geluk in mijn tentoonstelling is toch een enorme ervaring »
Aan Jan Hoet de vraag of hij denkt dat ook de niet direct geïnteresseerde bezoeker iets gehad heeft aan het feit dat zijn tentoonstelling zowat als draaischijf diende voor het hele gebeuren…
Jan Hoet : Het is moeilijk om een evaluatie te maken. Ik vind het een beetje te gemakkelijk om zo maar te zeggen : ’t is allemaal bullshit. Er zijn toch een paar goeie dingen gebeurd. Tenslotte is het de eerste keer dat men erin geslaagd is iets te organiseren zonder selectief te zijn. Iedereen die wou binnenkomen kreeg een plaats. Vormelijk, architecturaal en ook vaak inhoudelijk stemt dit niet overeen met wat ik met mijn museum nastreef. Dat moet duidelijk zijn. Maar het is op die manier dat men kan zien waar de goeie dingen liggen en waar de minder goeie. En zo heb ik toch een aantal positieve klanken gehoord. 250 mentaal gehandicapten al dansend van geluk door mijn zaal zien lopen, dat was toch een enorme ervaring. Want dat gebeurt anders natuurlijk nooit. Er is geen enkel instituut dat daarop zou komen. Dat zie ik in de opera of in de K.N.S. of op het stadhuis nog niet zo gauw gebeuren. Begrijp je wat ik bedoel ? Zoiets is alleen hier mogelijk en dat vind ik niet zo negatief. En er zijn hoe dan ook mensen die hier naartoe gekomen zonder goed te weten waarom en die dan opeens worden geconfronteerd met een werk van Panamarenko. Dat is toch fantastisch? Dat vind ik toch een belangrijk vertrekpunt voor een mogelijke confrontatie in de toekomst. Het was nu nog allemaal wat chaotisch, maar de grootste dingen zijn uit de chaos ontstaan.
— Bent u tevreden over de opkomst ? En dan zowel de opkomst specifiek voor uw tentoonstelling als over die van de « toevallige bezoekers »…
Jan Hoet:
Ik ben zeer tevreden over de opkomst voor MIJN tentoonstelling. De meeste mensen kwamen daar specifiek op af, dat mag je gerust vragen aan eender wie hier een standje had. Voor de happening als zodanig is de opkomst uiteraard absoluut beneden alle verwachtingen. Volgens mij is dat te wijten aan het feit dat de culturele instellingen eigenlijk het opzet niet goed hebben begrepen. Ze komen hier met een standje en met papiertjes. Dat is totaal voorbijgestreefd. Bij cultuur moet er activiteit zijn. Kunst is passief, maar cultuur is actief. En vele standjes zijn veel te passief aangepakt. Als men een culturele happening organiseert, moet men in de schoot van bepaalde kringen naar een programma streven dat doorwerkt in het geheel van de manifestatie. En dat is niet gebeurd. Er was te veel leegte. Momenten dat er niets gebeurde.
— En is uw eigen museum hiermee nu een stapje dichterbij gekomen ?
Jan Hoet:
Dat geloof ik wel. Het is de eerste keer dat we dit hebben kunnen doen en dat was uiteraard enorm. Maar gelukkig dat het nu voorbij is, want de voorwaarden waren eigenlijk beneden alle peil. Ik denk b.v. aan de vochtigheidsgraad. Het is dus duidelijk dat we een tentoonstelling in deze omstandigheden niet langer dan anderhalve maand mogen laten staan. Maar precies dat heeft de besprekingen in gang gezet in het vooruitzicht van een nieuwbouw of de aanpassing van dit gebouw en we kunnen dat nu doen op grond van ervaringen. We hebben nu voor het eerst aan den lijve ondervonden wat deze ruimte aan mogelijkheden heeft. Ik weet nu wat mag en wat niet mag. En ik weet wat mogelijk is. Want ik wil ook de gemeenschap niet overladen met een raming van ik weet niet hoeveel, alleen omdat de omstandigheden niet goed zijn. Ik wil de gemeenschap niet taxeren met een overdreven budget. En ik ben dus op zoek naar een reële oplossing. En voor het museum, én voor wat de portemonnee betreft. Nu moeten dus de besprekingen met de politiekers gebeuren op een heel eerlijke manier.

Lees verder “Jan Hoet (1936-2014)”

“Kunst rond Koers” (Erwin De Bie)

“Kunst rond Koers” (Erwin De Bie)

Nu de Vlaamse klassiekers eraan komen, is het misschien een goed moment om nog eens de aandacht te vestigen op het werk van kunstschilder Erwin De Bie, die volop bezig is de laatste hand te leggen aan zijn triptiek over “Kunst rond Koers”. Voor de tentoonstelling zelf heb je nog ruimschoots de tijd (het Koetshuis van het Cultuurcentrum De Abdij, Geraardsbergen, van 30 maart tot met 15 april 2019), maar vanaf nu kan je de “making of” volgen op zijn website: www.erwindebie.be.
Lees verder ““Kunst rond Koers” (Erwin De Bie)”