In 1986 debuteerde de Wetterse auteur Willy Van Poucke met “Het scheermes van Ockham”. Het was zijn kritiek op de wetenschap die hij zes jaar uitoefende als socioloog aan de Gentse universiteit en de ontluistering van de “universitaire mythe”.

Maar, hoewel de intrige zich ontwikkelt in een universitair milieu, doen we het boek beslist onrecht als we het bij deze omschrijving laten. In een koel tot speels ironische, vaak onderhuids satirische stijl ontleedt Van Poucke het gedrag van zijn protagonisten: twee assistenten en een docent ambiëren dezelfde leerstoel, die hardnekkig bezet wordt door een oude dame, die haar functie wellicht niet door haar bijzondere eruditie verkregen heeft…
Willy van Poucke: De personages zijn “samenstellingen”. Ze zijn gebaseerd op mensen zoals er allicht op de universiteit rondlopen, maar ook op een aantal karaktertrekken en kenmerken van mensen uit heel andere kringen. Er zitten karaktertrekken van mij in de drie personages. Ik wou de identificatie tussen auteur en personage ook overboord zetten omdat ik objectiever en zakelijker wou schrijven dan doorgaans gebeurt. Ik wou geen rechtlijnig verhaal vanuit het perspectief van één personage. Dan had ik onrecht gedaan aan wat ik wou aantonen: de onduidelijkheid, iedereen maakt zijn definitie van de “werkelijkheid”. Als je de werkelijkheid vanuit één gezichtspunt beschrijft, wordt ze erg “smal”. Daarom heb ik dezelfde werkelijkheid vanuit drie hoeken bekeken, zodat ze verandert, verschuift, afhankelijk van de hoek waaruit je de realiteit bekijkt. In die zin is het geen realistische roman, het is een op de helling zetten van de realistische kijk.
Al zijn de beschreven toestanden in zekere zin wél realiteitsgebonden. Het boek wil immers tevens een aanklacht zijn tegen het functioneren van het universitaire systeem. De universiteit heeft nog altijd mythische allures, zeker in ons land. Bij ons is eigenlijk nooit de draak gestoken met die mythe. Ik ken trouwens geen enkele Vlaamse campusroman. Ik ben wel een bewonderaar van de Angelsaksische campusroman. Ik wou een roman in die setting, met dezelfde oneerbiedige en ironische benadering als de Angelsaksische. Er is zeker verwantschap met Kingsley Amis, denk ik, vooral in de satirische, sarcastische kijk op de menselijke tragikomedie. Naar de geest voel ik me ook verwant met een aantal jongere Engelse schrijvers, die ervan overtuigd zijn dat we in een richtingloze wereld leven. Die overtuiging krijgt gestalte in het zich volledig toespitsen op de vorm. Zo is er ook de zoon van Kingsley Amis: Martin Amis. Ook met Graham Swift voel ik me verwant, al is die wat ernstiger.

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.