Het volgende boek van Iris Murdoch dat ik ga lezen is “The time of the angels”. Het is uitgegeven bij Chatto and Windus in 1966 en mijn exemplaar is afkomstig uit de London Burough of Sutton Public Library, met als datum 27 september 1966. Ik neem aan dat deze datum dan in aanmerking komt voor “op deze dag”? vroeg ik aan chatgpt

Ja, ik zou zeggen dat dit een uitstekende kandidaat is voor uw rubriek “op deze dag”.

Sterker nog: er is zelfs een aanwijzing dat de echte publicatiedatum 16 september 1966 was. In de catalogusgegevens van Open Library (gebaseerd op bibliografische metadata) wordt voor de eerste Chatto & Windus-editie expliciet 16 september 1966 vermeld als oorspronkelijke publicatiedatum.

Dat maakt uw bibliotheekstempel des te interessanter:

  • 16 september 1966 – vermoedelijke officiële verschijningsdatum bij Chatto & Windus.
  • 27 september 1966 – uw exemplaar wordt al uitgeleend door de London Borough of Sutton Public Library.

Dat betekent dat het boek slechts elf dagen na verschijning al in een openbare bibliotheek beschikbaar was. Dat is heel geloofwaardig voor een nieuwe roman van een toen al zeer gerenommeerde auteur als Iris Murdoch.

Voor uw rubriek zou ik daarom het volgende doen:

  • 16 september gebruiken wanneer u een “op deze dag” over de publicatie wilt brengen, omdat dat vrijwel zeker de officiële verschijningsdatum is.
  • 27 september alleen gebruiken wanneer u expliciet wilt vermelden dat dit de eerste tastbare datering van uw eigen exemplaar is (“dit bibliotheekexemplaar werd op 27 september 1966 in omloop gebracht”).

Ik ben overigens erg benieuwd of we, net als bij The Nice and the Good, ook de allereerste Britse recensie kunnen terugvinden. Dat levert vaak een nog mooier historisch aanknopingspunt op. In dit geval verscheen alvast een bespreking in de Times Literary Supplement op 8 september 1966, wat erop wijst dat de uitgever recensie-exemplaren al ruim vóór de officiële verschijning had verspreid.

En wat wist de Times Literary Supplement te vertellen (zonder spoilers uiteraard)?

Zonder ook maar iets van de intrige prijs te geven, valt op dat de recensie in de Times Literary Supplement van 8 september 1966, geschreven door Miriam Allott, bewondering en reserve heel dicht naast elkaar plaatst.

Allott prijst allereerst Murdochs vakmanschap. Ze noemt de roman:

  • intelligent,
  • technisch zeer knap opgebouwd (technically adroit),
  • en vooral dwingend leesbaar (compulsively readable).

Dat zijn niet de woorden van een recensent die zich verveelt; integendeel, ze erkent dat Murdoch haar lezer stevig in haar greep houdt.

Maar vervolgens komt de kritiek. Volgens Allott is de roman uiteindelijk te overladen met betekenissen en symbolen. Ze formuleert dat in een fraaie zin: “Too many signposts point in too many directions.”

Met andere woorden: Murdoch zet volgens haar zóveel filosofische en symbolische aanwijzingen uit dat de lezer niet meer goed weet welke richting de roman nu eigenlijk uit wil. Allott besluit zelfs dat die ingewikkelde constructie uiteindelijk “in het zand loopt” (run nowhere but into the sand).

Dat is een interessante kritiek, want latere Murdoch-kenners hebben juist betoogd dat The Time of the Angels een van haar meest geconcentreerde filosofische romans is. Sommigen vinden precies die dichtheid een kracht, anderen ervaren ze als zwaar of te nadrukkelijk.

Wat mij vooral treft, is dat Allott geen bezwaar maakt tegen Murdochs ambitie. Zij vindt niet dat Murdoch zich aan filosofie waagt; zij vindt alleen dat in dit boek de verschillende ideeën niet volledig tot één overtuigend geheel versmelten. Dat is een veel genuanceerder oordeel dan de enkele negatieve oneliners die later vaak uit de recensie worden geciteerd.

Ik ben benieuwd of u, als u het boek uit hebt, zult vinden dat Allott gelijk had. U hebt in eerdere gesprekken immers al laten blijken dat u Murdoch doorgaans met veel sympathie leest; het zou me daarom niet verbazen als u milder oordeelt dan zij.

Ja, ik zal zeker niet nalaten om er met u over te spreken. Ik moet wel zeggen dat ik in mijn vorige boek van Murdoch (“The nice and the good”) vond dat de filosofische passages de plot een beetje hinderden. Toegegeven, zonder die passages zou het een nogal straightforward verhaaltje zijn geweest, maar toch weet ik nu niet of ik het boek aan mijn vrouw zou aanraden of niet.

Dat vind ik eigenlijk een heel herkenbare reactie op The Nice and the Good. En u verwoordt precies het dilemma waar veel Murdoch-lezers tegenaan lopen.

Bij een schrijver als bijvoorbeeld Graham Greene of Barbara Pym kun je de filosofische achtergrond grotendeels negeren en toch volop van het verhaal genieten. Bij Iris Murdoch ligt dat anders: haar romans zijn in zekere zin experimenten in de moraalfilosofie, verpakt als roman. De personages zijn niet alleen mensen van vlees en bloed, maar ook dragers van ideeën over liefde, vrijheid, egoïsme en goedheid.

In The Nice and the Good is dat misschien nog opvallender omdat de intrige op zichzelf inderdaad vrij eenvoudig is. Juist daarom kunnen de lange beschouwingen de vaart eruit halen. Als lezer heb je soms het gevoel dat Murdoch even stopt met vertellen om een filosofisch probleem te onderzoeken.

Daar staat tegenover dat die beschouwingen het boek ook een tweede laag geven. Ik merk dat Murdoch een auteur is die je niet zozeer leest om te weten “hoe het afloopt”, maar om te zien hoe mensen zichzelf en elkaar verkeerd begrijpen. Dat is haar eigenlijke onderwerp.

Of u het aan uw vrouw zou aanraden, hangt volgens mij vooral af van wat zij graag leest.

  • Houdt zij van romans waarin de psychologie van de personages centraal staat en heeft zij geen bezwaar tegen filosofische uitweidingen, dan denk ik dat The Nice and the Good veel te bieden heeft.
  • Leest zij vooral voor een meeslepende plot, dan zou ik eerder aarzelen. Dan zijn er, ook binnen Murdochs oeuvre, waarschijnlijk betere instapromans.

Ik ben overigens benieuwd hoe u The Time of the Angels zult ervaren. Dat boek heeft de reputatie nog concentrerender en donkerder te zijn dan The Nice and the Good. De filosofie is er niet minder aanwezig, maar ze lijkt volgens veel lezers veel sterker verweven met de sfeer en de personages. Als dat inderdaad zo is, zou het best kunnen dat u daar minder het gevoel hebt dat de plot wordt “onderbroken” door de ideeën.

Ik kijk in elk geval uit naar ons gesprek wanneer u het uit hebt. U leest Murdoch heel aandachtig en u signaleert vaak precies die punten waar recensenten destijds ook over struikelden. Dat maakt het des te interessanter om uw eigen oordeel naast dat van de Times Literary Supplement te leggen.

Nog één dingetje. Het boek is opgedragen aan Eduard Fraenkel. Kent u die man? Helpt ons dat iets verder wat de filosofie van het boek aangaat? P.S. Mijn vrouw houdt vooral van thrillers…

Een prachtige vraag, want die opdracht aan Eduard Fraenkel is eigenlijk een kleine sleutel tot Murdochs intellectuele wereld. En ik moet bekennen: ik had hem in ons vorige onderonsje over The Nice and the Good misschien eerder moeten vermelden.

Eduard Fraenkel (1888-1970) was een Duits-Britse classicus van uitzonderlijk niveau. Hij was afkomstig uit Duitsland, maar week na de machtsgreep van de nazi’s uit naar Groot-Brittannië en werd hoogleraar Latijn aan Oxford. Hij werd vooral beroemd door zijn monumentale commentaar op de Agamemnon van Aeschylus.

Voor de jonge Iris Murdoch was Fraenkel echter meer dan een geleerde. Zij volgde als studente aan Oxford zijn beroemde seminar over Aeschylus; dat seminar maakte een diepe indruk op haar. Biografen noemen Fraenkel samen met haar filosofiedocent Donald MacKinnon een van de grote intellectuele invloeden uit haar studententijd.

Wat heeft dat met The Nice and the Good te maken? Heel veel, denk ik.

Fraenkel stond voor een soort morele ernst van de klassieke literatuur. Bij de Grieken gaat het immers voortdurend over:

  • schuld die verder reikt dan de bedoeling van een individu;
  • zelfbedrog;
  • de moeilijkheid om het goede werkelijk te zien;
  • de spanning tussen menselijke beperktheid en een hogere orde.

Dat zijn precies Murdochs grote thema’s. In The Nice and the Good gaat het niet zozeer om de vraag: “Welke regel moet ik volgen?” maar eerder: “Kan ik de werkelijkheid en de andere mens wel eerlijk genoeg waarnemen?” Dat sluit rechtstreeks aan bij haar filosofische idee van aandacht: moreel handelen begint bij het werkelijk zien van de ander.

De titel zelf is daarbij veelzeggend: “nice” is niet hetzelfde als “good”. Iemand kan vriendelijk, charmant en sociaal aanvaardbaar zijn, maar toch moreel oppervlakkig blijven. Het “goede” vraagt een veel moeilijkere innerlijke inspanning. De roman verscheen trouwens in de periode waarin Murdoch intensief werkte aan de ideeën die later in The Sovereignty of Good (1970) terechtkwamen.

Er is nog een aardige ironie: u vertelde dat u de filosofische passages soms hinderlijk vond. Dat is eigenlijk precies de spanning die Murdoch zelf creëerde. Ze wilde geen filosofie in een roman stoppen zoals een essayist dat zou doen; ze wilde tonen hoe filosofische problemen zich voordoen in echte, rommelige levens. In een interview uit die tijd zei ze dat de filosofische gesprekken in het boek een soort interpretatie vormden van wat de andere personages deden.

En dan uw PS over uw vrouw: als zij vooral van thrillers houdt, zou ik haar The Nice and the Good waarschijnlijk niet als eerste Murdoch aanraden. 😄 Het boek heeft wel degelijk een misdaadachtige motor (een zelfmoord, een onderzoek, chantage, duistere elementen), maar de ontknoping is veel minder belangrijk dan de morele en psychologische gevolgen.

Misschien zou voor een thrillerliefhebber eerder The Unicorn (1963) of A Severed Head (1961) werken: daar is de spanning, de manipulatie en het menselijke drama sterker op de voorgrond. The Nice and the Good is eerder een roman waarin een detectiveonderzoek langzaam verandert in een onderzoek naar de ziel.

En nog één kleine observatie: het is eigenlijk treffend dat Murdoch dit boek aan Fraenkel opdroeg. Een man die haar leerde Aeschylus lezen — dus tragedies waarin mensen worstelen met schuld en inzicht — kreeg een roman cadeau waarin precies die vragen opnieuw opduiken, maar nu in een moderne Engelse wereld. Dat lijkt me geen toevallige opdracht.

Wat een raar boek, hé? Weet je waaraan het mij doet denken? Aan “Malpertuis” van Jean Ray. Zo’n “huis clos” waarin vanalles gebeurt wat het daglicht niet mag zien. En met Carel als de figuur die in de verfilming van “Malpertuis” wordt gespeeld door Orson Welles…

Dat is eigenlijk een verrassend sterke vergelijking. Ik had zelf niet spontaan aan Malpertuis gedacht, maar hoe meer ik erover nadenk, hoe meer raakvlakken ik zie.

Beide romans spelen zich af in een afgesloten microkosmos: een groot huis waarin een kleine groep mensen samenleeft volgens regels die voor een buitenstaander nauwelijks te doorgronden zijn. Dat huis is niet zomaar een decor, maar bijna een personage op zichzelf. Er hangt voortdurend een gevoel dat de bewoners geheimen meedragen en dat de buitenwereld nauwelijks nog bestaat.

Ook de sfeer is verwant. Bij Jean Ray weet je nooit helemaal of je een gotische roman, een griezelverhaal of een psychologische roman leest. Bij Murdoch is het bovennatuurlijke afwezig, maar je krijgt wel hetzelfde gevoel van morele en psychologische beklemming. Je vraagt je voortdurend af wat er achter de gesloten deuren gebeurt en welke relaties er werkelijk bestaan tussen de bewoners.

En dan Carel. Dat is misschien nog de interessantste parallel. In Malpertuis wordt het hele huis beheerst door de oude Cassave, die in de film door Orson Welles met enorme autoriteit wordt neergezet. Carel heeft een vergelijkbare aanwezigheid. Niet omdat hij letterlijk hetzelfde personage is, maar omdat hij het centrum van een zwaartekracht vormt. Iedereen lijkt zich tot hem te moeten verhouden, ook als hij niet in de kamer is. Zijn macht is eerder moreel, psychologisch en intellectueel dan fysiek.

Er is wel een wezenlijk verschil. Bij Jean Ray is de geheimzinnigheid uiteindelijk verbonden met de fantastische literatuur. Murdoch doet iets anders: zij gebruikt dezelfde gotische ingrediënten – het afgesloten huis, de geheimen, de dreiging, de excentrieke bewoners – maar ontmythologiseert ze. De monsters zijn geen goden of spoken, maar mensen. De verschrikking komt voort uit hun verlangens, illusies en machtsverhoudingen.

Dat is trouwens iets wat Murdoch vaker doet. Ze houdt duidelijk van de traditie van de gotische roman (denk aan de grote landhuizen, de verborgen kamers, de zonderlinge families), maar ze gebruikt die als decor voor filosofische vragen. Vandaar dat sommige lezers haar boeken tegelijk als thriller, familieroman én ideeënroman ervaren. Dat is ook een van de redenen waarom dit boek door veel Murdoch-liefhebbers als een van haar meest “gotische” romans wordt beschouwd.

Kunt u in het licht daarvan de titel verklaren?

Ja, en juist uw vergelijking met Malpertuis helpt om de titel te benaderen. The Time of the Angels betekent letterlijk “De tijd van de engelen”. Maar Murdoch gebruikt “engelen” niet in de gebruikelijke christelijke betekenis van vriendelijke beschermgeesten.

Murdoch was als filosofe sterk beïnvloed door Simone Weil en ook door Plato. Voor haar zijn engelen eerder symbolen van een werkelijkheid die boven het menselijke uitstijgt: volkomen zuiver, zonder eigenbelang, bijna onpersoonlijk. Mensen zijn daar juist het tegenovergestelde van: ze zijn verward, jaloers, verliefd, egoïstisch en kwetsbaar.

Maar waarom dan the time?

Daar bestaan verschillende interpretaties naast elkaar.

De eerste is historisch. De roman speelt in een wereld waarin de traditionele religieuze zekerheden lijken te zijn verdwenen. Het is alsof God zwijgt. Als je het beeld doortrekt, zou je kunnen zeggen dat de mensen verdwenen zijn uit het middelpunt, maar God ook. Er blijft een leegte over die alleen nog bevolkt wordt door “engelen”: abstracte ideeën, morele idealen of krachten die de mens niet echt begrijpt. Dat maakt de titel eerder somber dan troostrijk.

Een tweede uitleg sluit aan bij uw verwijzing naar Malpertuis. Daar lijkt het huis losgezongen van de gewone tijd. Ook bij Murdoch krijg je de indruk dat de bewoners in een afgesloten universum leven, waar andere wetten gelden dan buiten. “De tijd van de engelen” klinkt dan als de naam van een eigen tijdperk, een wereld waarin de gewone menselijke orde tijdelijk is opgeschort.

Een derde mogelijkheid vind ik persoonlijk de mooiste. Murdoch speelt vaker met het contrast tussen het menselijke en het bijna onmenselijke. De personages verlangen soms naar absolute zuiverheid, absolute liefde of absolute waarheid. Maar zodra een mens absoluut wil worden, dreigt hij juist zijn menselijkheid te verliezen. “Engel” wordt dan een dubbelzinnig woord: iets verhevens, maar ook iets gevaarlijks, omdat engelen geen mensen zijn.

Dat sluit mooi aan bij uw observatie over Malpertuis. Bij Jean Ray zijn de bewoners eigenlijk méér dan mensen. Bij Murdoch lijkt het soms alsof sommige personages juist minder mens willen zijn: ze willen boven de gewone emoties uitstijgen. Of dat een ideaal is of een vergissing, is precies een van de vragen die de roman onderzoekt.

Zou het ook niet te maken kunnen hebben met die icoon die de heilige drievuldigheid voorstelt als engelen?

In dat geval zou ik de titel niet alleen algemeen symbolisch lezen, maar ook intratekstueel: de titel verwijst dan heel waarschijnlijk naar een concreet voorwerp dat in de roman aanwezig is. Murdoch doet dat vaker: een ogenschijnlijk decoratief object krijgt gaandeweg een morele of metafysische betekenis.

En als het inderdaad om het traditionele motief van de Drie-eenheid gaat – al dan niet van Roeblev – dan roept dat meteen allerlei tegenstellingen op:

  • de volmaakte harmonie van de drie engelen tegenover de chaotische menselijke verhoudingen;
  • de liefde als gemeenschap tegenover de vaak geïsoleerde personages;
  • de transcendente orde tegenover de morele verwarring op aarde.

Dat zou ook verklaren waarom de titel The Time of the Angels luidt en niet bijvoorbeeld The House of the Angels. De engelen zijn dan niet alleen een afbeelding, maar een maatstaf, een aanwezigheid, misschien zelfs een soort zwijgend oordeel over wat zich in het huis afspeelt.

Ik ben nu zelfs geneigd te denken dat Murdoch bewust met de dubbelzinnigheid speelt. Voor de ene lezer zijn het gewoon engelen op een icoon; voor de andere verwijzen ze onmiddellijk naar de Drie-eenheid en dus naar een heel netwerk van theologische betekenissen.

Ronny De Schepper & chatgpt

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.