De eerste uitgave van The Nice and the Good, de elfde roman van Iris Murdoch, verscheen bij Chatto & Windus in Londen in januari 1968. De Amerikaanse Viking-uitgave draagt zelfs een opdracht die op december 1967 wijst, wat betekent dat het manuscript toen al voltooid en in productie was. Kort na de Amerikaanse uitgave, in het voorjaar van 1968, verscheen een enthousiaste bespreking van Elizabeth Janeway in The New York Times, waarin zij het Murdochs “best, most exciting, and most successful book” noemt. Maar op 11 april 1968 schrijft Bernard Bergonzi onder de titel “Nice But Not Good”, in The New York Review of Books. Bergonzi een opvallend kritische bijdrage. Hij opent zelfs met de inmiddels beroemde zin: “Iris Murdoch’s annual novel now seems to have become an established British institution…” En hij noemt The Nice and the Good uiteindelijk “readable, certainly, but … an unimportant book”.

De roman combineert elementen uit de thriller en de romantische komedie. Het verhaal begint met de zelfmoord van Joseph Radeechy, een ambtenaar, in zijn kantoor in Londen. Zijn afdelingshoofd, Octavian Gray, vraagt ​​John Ducane, de juridisch adviseur van de afdeling, om de zaak te onderzoeken. Ducane ontdekt al snel dat Radeechy zich bezighield met zwarte magie en dat hij werd gechanteerd. Zijn onderzoek dreigt Richard Biranne, een andere hoge functionaris van de afdeling, in diskrediet te brengen.

Een parallelle verhaallijn beschrijft de complexe romantische relaties tussen de bewoners en gasten van Octavian Gray’s landhuis aan zee. Hieronder vallen Octavian’s vrouw Kate, met wie Ducane een intense platonische relatie onderhoudt, en Paula Biranne, de ex-vrouw van Richard Biranne, die er met haar twee kinderen woont. Ook Mary Clothier, een weduwe en vriendin van de familie, woont er. Haar tienerzoon Pierce is verliefd op Octavian’s veertienjarige dochter. Pierce’s wanhoop over Barbara’s onverschilligheid drijft hem ertoe een onderwatergrot in te zwemmen, waarbij hij zijn eigen leven en dat van Ducane, die hem probeert te redden, in gevaar brengt. De roman eindigt met de meeste personages in een relatie en een algemene sfeer van verzoening.

Afgezien van Radeechy’s pogingen tot magie, bevat de roman vele bovennatuurlijke elementen, waaronder een waarneming van een vliegende schotel en Ducane’s gedaanteverwisselende bediende, die beweert de zoon van een zeemeermin te zijn. Veel personages, met name Ducane, maken zich zorgen over de moraliteit van hun daden, wat Iris Murdochs filosofische interesse in het onderwerp weerspiegelt. Critici waren verdeeld over de filosofische elementen van de roman: A.S. Byatt prees ze, terwijl Elizabeth Janeway ze oninteressant vond.

Volgens A.S.Byatt is het “esthetische centrum” van het boek het schilderij Venus, Cupido, Dwaasheid en Tijd van Bronzino. Dit is Richard Birannes favoriete schilderij, dat volgens hem “de enige echte kus ooit afgebeeld op een schilderij” weergeeft. Paula gaat het bekijken in de National Gallery tijdens hun vervreemding, en ze ontmoeten elkaar ervoor wanneer ze besluiten zich te verzoenen. De omslag van de eerste Engelse editie van The Nice and the Good is gebaseerd op een detail uit het schilderij.

Aan chatgpt vroeg ik: kunt u mij (zonder spoilers uiteraard) de titel verklaren, want in het Engels kan men niet zien of het nu enkelvoud of meervoud is…

Dat is een uitstekende vraag. En u hebt meteen de vinger gelegd op de dubbelzinnigheid van de Engelse titel: “the nice and the good” kan zowel “de aardige en de goede (mensen)” als “het aardige en het goede” betekenen. Ik denk dat Iris Murdoch die dubbelzinnigheid bewust heeft gezocht.

Zonder iets van de intrige prijs te geven, zou ik de titel op drie niveaus lezen.

  1. “The nice” versus “the good”

In het gewone Engels is nice een zwak compliment: iemand is vriendelijk, aangenaam, hoffelijk. Good daarentegen heeft bij Murdoch een uitgesproken filosofische betekenis. Onder invloed van Plato bedoelt zij met the Good niet zomaar “braaf zijn”, maar een objectieve morele werkelijkheid waarnaar mensen zich moeten richten.

Dat verschil loopt als een rode draad door haar hele oeuvre. Iemand kan heel nice zijn zonder werkelijk good te zijn.

  1. De personages

De titel kan ook gelezen worden als “de aardigen en de goeden”: de roman toont een groep mensen die over het algemeen fatsoenlijk en welwillend zijn. Maar Murdoch stelt impliciet de vraag of vriendelijkheid voldoende is. Is een prettig karakter hetzelfde als morele goedheid? Dat is precies het soort vraag dat haar fascineerde.

  1. Een abstracte lezing

Omdat het Engels geen onderscheid maakt tussen enkelvoud en meervoud, kunt u de titel evengoed lezen als:

  • het aangename en het goede;
  • het sympathieke en het moreel goede.

Die tweede interpretatie vind ik persoonlijk nog interessanter. Murdoch onderzoekt namelijk vaak hoe gemakkelijk wij het aangename, het comfortabele of het charmante verwarren met het werkelijk goede.

Dat sluit naadloos aan bij haar filosofische werk, vooral The Sovereignty of Good. Daar betoogt zij dat goedheid niet in de eerste plaats een kwestie is van goede bedoelingen, maar van aandachtig en eerlijk leren kijken naar de werkelijkheid.

Daarom vermoed ik dat de dubbelzinnigheid van de titel geen toeval is. Een eenduidige vertaling zou een deel van de rijkdom verliezen. In het Nederlands zou De aardigen en de goeden de grammaticaal voor de hand liggende keuze zijn, maar daarmee verdwijnt de abstracte betekenislaag. Het aardige en het goede bewaart dan weer die filosofische laag, maar klinkt nauwelijks als een romantitel.

Ik vermoed dat Murdoch juist wilde dat de lezer zich afvraagt: hebben we het over mensen, of over eigenschappen? Haar antwoord is waarschijnlijk: over allebei. Dat soort betekenisverschuivingen is typisch voor haar manier van schrijven.

Ronny De Schepper (op basis van Wikipedia & chatgpt)

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.