Vandaag is het al 35 jaar geleden dat ik met mijn toenmalige vriendin in Londen naar “Return to the forbidden planet” ben gaan kijken, wellicht mijn beste theaterervaring ever

“Return to the Forbidden Planet” is een jukeboxmusical van toneelschrijver Bob Carlton, gebaseerd op Shakespeares “The Tempest” en de sciencefictionfilm “Forbidden Planet” van Fred McLeod Wilcox uit 1956, weliswaar een zeer vrije en zeer freudiaanse (aldus Patrick Duynslaegher) adaptatie van Shakespeares “The tempest”. Vandaar dat de al even legendarische musical “The return to the forbidden planet” deze lijn doortrekt door Shakespeariaanse dialogen te vermengen met sixtiespop (waarbij opvalt hoe onopgemerkt de twee in elkaar schuiven!). Het werd gepresenteerd als Shakespeares vergeten rock’n’roll-meesterwerk. 

“Return to the Forbidden Planet” begon als een openluchtproductie van de Bubble Theatre Company, in een tent. Een herziene versie van de musical ging halverwege de jaren tachtig in première in het Everyman Theatre in Liverpool. Later verhuisde de productie naar het Tricycle Theatre in Londen. Na enkele aanpassingen ging de definitieve versie in september 1989 in première in het Cambridge Theatre in het West End van Londen met Allison Harding (Miranda), John Ashby (Captain Tempest), Nicky Furre (Science Officer/Gloria), Christian Roberts (Dr.Prospero), Kate Edgar (Navigation Officer/Musical director), Matthew Devitt (Cookie), Jane Karen (Ensign Penny Scyllen) en Kraig Thornber (Ariel the Robot). De rolverdeling is die van de CD die in 1990 werd opgenomen en verschilt wellicht van de versie die wij hebben gezien. Ze won de Olivier Award voor Beste Nieuwe Musical in zowel 1989 als 1990.

Ook Serge Elia denkt er zo over: “In Londen zag ik bijvoorbeeld The return to the forbidden planet: een combinatie van Shakespeareteksten en sixtiespop. Dat moet men uiteraard niet proberen te vertalen. Maar men kan wel zélf zoiets maken. Neem bijvoorbeeld De Witte in combinatie met Vlaamse schlagers. Leuk toch? En we hebben in Vlaanderen genoeg mensen die een originele musical kunnen schrijven. Ik denk dan in de eerste plaats aan Dirk Brossé, maar ook aan mensen als Jan Mariën of Peter Bauwens.”

Het werd uiteindelijk niet “De Witte” maar “Wilde Lea” van de Blauwe Maandag Compagnie. Hiervoor diende “Het Witte Paard”, revuetheater in Blankenberge tijdens de zomer, als inspiratiebron. Dat bleek ontzettend scabreus: grappen over homofielen, over Marokkanen, over Hollanders, ballet in doorkijkbloes. Luc Perceval bij Betty Mellaerts: “Ik heb deze voorstelling willen maken voor een vriend met wie ik een uur voor hij gestorven is nog grappen heb zitten verzinnen. Op zo’n moment besef je hoe zinloos theater is.” (Ging dit over Steve Kemp? Dan is het eigenlijk het toeval dat voor zinloosheid zorgt. Of ging het over een vriend, die wel degelijk ten dode was opgeschreven?) In de studio kon hij overigens maar één nummer draaien, omdat alles zo vreselijk vals klonk (zei hijzelf). Wat een tegenstelling met “Return to the forbidden planet”, dat toch op een zelfde systeem is gebouwd. Toch ging progressief Vlaanderen uit de bol. Ik echter niet. En de reden lag dan inderdaad bij “The return to the forbidden planet”. Het systeem is immers bijna hetzelfde: bij “Wilde Lea” gaat men uit van een oubollige theatertekst, bij de “Planet” van een collage van Shakespeare-fragmenten, en dan afgewisseld met Vlaamse hits resp. Angelsaksisch hitmateriaal. Als men dan vaststelt hoe er van Vlaamse zijde geklungeld wordt (ik geloof dat alleen Lucas van den Eynde een beetje à la Elvis kon zingen), terwijl in Engeland de acteurs niet enkel kunnen dansen, zingen, allerlei instrumenten bespelen, maar dat ook nog op een uiterst professionele manier doen, dan zou dat allemaal nog niet zo erg zijn (tenslotte heeft Engeland meer kans om te recruteren), ware het nu juist niet dat men in het geval van Blauwe Maandag van Kunst-met-hoofdletter en natuurlijk ook van “postmodernisme” gaat spreken. En de “Planet”, dat is natuurlijk louter “amusement”. Of wat dacht je? (*)

Ronny De Schepper

(*) Hetzelfde verschijnsel deed zich mijns inziens ook voor bij het programma “Jukebox” (2001, herneming in 2007) van Lucas Van den Eynde, Tine Embrechts en Nele Bauwens met hun “Jukebox” van Nederlandstalige liedjes. Een tof programma, vast en zeker, maar de hype errond is toch enkel te wijten aan de frustraties van culturo’s, die eigenlijk ook wel graag met het Swingpaleis zouden meebrullen maar van zichzelf vinden dat ze dat niet mogen. En nu mag dat wél, want het is cultureel verantwoord, begrijp je?

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.