25 jaar geleden: opening Cultuurcentrum Backstage

BackstayHostel-0525 jaar geleden werd het cultuurcentrum Backstage aan de Sint-Pietersnieuwstraat geopend. Ondertussen is het openbaar verkocht op 16 december 2009 en nu is er een hotel gevestigd (Backstay Hostel).

KVK in De Gentenaar van 16/11/2009: “Eigenaar Serge Elia, die de drijvende kracht was achter de nv Backstage, kocht het pand in 1990. In het gebouw huisden vroeger dagblad Vooruit en drukkerij Het Licht. De gevel en de lokettenzaal van het gebouw zijn beschermd. Het pand werd op 10 januari 1931 ingehuldigd. Architect Fernand Brunfaut was de ontwerper. Hij was bevriend met de toenmalige socialistische kopman Edward Anseele, die het dagblad Vooruit had gesticht. Het gebouw werd destijds gezien als een ‘perspaleis’. Vooral de glazen gordijngevel was opvallend. Hij symboliseerde ook de naam Het Licht . De redactie van Vooruit/De Morgen verliet de lokalen in 1983. Enkele jaren later ging uitgeverij Het Licht failliet. Eerst verwierf de Vlaamse Gemeenschap de gebouwen. Toen kwam Elia op de proppen. Hij kocht het pand in 1990 voor 250.000 euro. Maar hij investeerde er een veelvoud in. De glazen gevel werd midden de jaren negentig gerestaureerd. Vandaag is het gebouw in goede staat, op een dakverdieping na. Er zijn onder meer een kleine en een grote zaal, een zuilenzaal, een foyer en de vroegere drukkerij met bijna 200 zitplaatsen. Op de eerst verdieping zitten woongelegenheden. Ook is er een prachtig terras. Het gaat om een oppervlakte van 2.177 vierkante meter. De ligging is een troef, zeker met het nieuwe Ufo-gebouw van UGent de overkant. De gebouwen en de grond worden in vijf loten verkocht. Ze variëren in oppervlakte van 110 tot 1.345 m2. Alles samen beslaat de oppervlakte 2.461 m2. Enkele jaren geleden wilde Elia ook al het complex verkopen. Toen was de vraagprijs 4 miljoen euro.”
RILLENDE MANNEQUINS
Ter gelegenheid van de negende verjaardag van het Cultuurcentrum ging ikzelf destijds voor Het Laatste Nieuws spreken met Serge Elia (°1958). Ik noemde hem “één van die zeldzame mensen die erin slagen hun passionele dromen in realiteit om te zetten.”
“Al van jongsaf ben ik bezeten door theater,” repliceerde Serge hierop. “Vooral door het muziektheater. Ik ben zowat opgegroeid in het toenmalige Arenatheater. Mijn ouders zagen een loopbaan in het theater echter niet zitten. Ik wist zelf ook wel dat ik niet voor acteur in de wieg was gelegd. Daarom studeerde ik maar biologie. Maar na zeven jaar liet ik mijn carrière als genetische manipulator aan de universiteit varen en stichtte ik een NV om de vroegere drukkerij van Vooruit aan te kopen. En dat met slechts één doel voor ogen: theater maken!”
“Ik lastte daarvoor wel een sabbatjaar in. Ik wou nagaan hoe men een theater leefbaar kon houden. Ik mag dan wel een dromer zijn, ik ben tevens een realist en ik weet dus dat theater zelf niet lucratief is,” vertelt Serge. “Dat jaar bracht ik vooral door in de Grote Avond, waar ik alvast geleerd heb dat een café uitbaten een lucratieve aangelegenheid kan zijn. Het Van Crombrugghe Genootschap wilde hun zaal echter niet verkopen, zodat ik moest uitkijken naar een andere locatie. Via Erik Temmerman van Vooruit ben ik dan op dit gebouw gevallen. De meeste mensen verklaarden me gek, want het was een echte ruïne. In een minimum van tijd hadden we het eerste deel van de zaal opgeknapt, ook al hadden we nog geen verwarming op de openingsavond en rilden de geminijurkte mannequins, die de prominenten moesten verwelkomen, van de kou.”
“Vanaf 1993 begonnen wij met eigen producties. Daarnaast kwamen we ook tegemoet aan de vraag naar repetitieruimte. In mijn eigen amateurgezelschap Neon probeer ik mijn passie voor het muziektheater vooral aan jongeren over te brengen. Ik vind dat er op dat vlak nog veel te doen valt. Naast het Ballet van Vlaanderen hebben we nu wel Music Hall, maar dat zijn eerder toeristische trekpleisters dan musicalproducties. Zij zijn verplicht de musicals van Webber of Schönberg te brengen zoals ze werden gecreëerd (*). De eigen creativiteit wordt tot een minimum beperkt.”
“Dat is ook het geval bij het Ballet van Vlaanderen, dat zichzelf een soort van museumfunctie heeft toegedacht. Denk maar aan hun versie van The king and I die in niets verschilt van de film, terwijl er zoveel andere mogelijkheden zijn in het genre. In Londen zag ik bijvoorbeeld The return to the forbidden planet: een combinatie van Shakespeareteksten en sixtiespop. Dat moet men uiteraard niet proberen te vertalen. Maar men kan wel zélf zoiets maken. Neem bijvoorbeeld De Witte in combinatie met Vlaamse schlagers. Leuk toch? En we hebben in Vlaanderen genoeg mensen die een originele musical kunnen schrijven. Ik denk dan in de eerste plaats aan Dirk Brossé, maar ook aan mensen als Jan Mariën of Peter Bauwens.”

BACKSTAGE DOET ARENA-HOOGDAGEN HERLEVEN
Tijdens de Gentse Feesten 1996 ging het theater Neon terug naar het jaar 1661. De jonge mensen uit deze musical doen dit echter wel op disco-muziek. Back to the future als het ware! Serge Elia baseerde zijn disco-musical op “The country wife” van William Wycherley. Mits enige overdrijving zou men kunnen zeggen dat dit de Engelse versie is van “Les Liaisons Dangereuses”, m.a.w. lustvolle spelletjes met of zonder hoepelrokken, decolletées en bepoederde pruiken.
Wycherley had zichzelf voorgenomen pas te huwen op zijn sterfbed. Hij hield woord: hij huwde én stierf op 20 december 1715 en liet op die manier een lustige weduwe na. Als auteur was hij echter toen al veertig jaar “dood”, want toen hij betrapt werd met de minnares van koning Charles II, was het gedaan met zijn bevoorrechte positie aan het hoftheater. Om maar te zeggen dat mijnheer Wycherley op z’n minst even “funky” was als John Travolta. Vandaar dat Serge Elia zijn stuk opvoert op de tonen van “Staying alive”, “Ring my bell” en “I love the night life”.
I LOVE THE SEVENTIES
De briljante reeks “I love the seventies” op de BBC was nog maar pas afgelopen of het Gentse Theater Neon dompelde ons in oktober 2000 opnieuw in de sfeer van glitterpakjes en olifantenpijpen (**). Met de productie “Disco Nights” brachten zij de danspasjes van John Travolta op de muziek van de BeeGees weer tot leven. Alhoewel dit Theater het zonder subsidies moet stellen, werden voor deze productie meer dan honderd kostuums gemaakt voor 26 jongeren en werd de zaal van Backstage zowat omgebouwd tot een authentieke discoclub.
Het uitgangspunt voor deze voorstelling is dat disco, net als punk in de jaren zeventig, eigenlijk een typische exponent is van een “no future” generatie. In plaats van echter zijn toevlucht te zoeken in agressie (punk), leven de disco kids zich uit in de muziek. Dat maakt natuurlijk ook dat ze het robotiserende van de maatschappij (min of meer) lijdzaam ondergingen om zich naar het weekend te slepen, waar ze dan uit de bol konden gaan (let it all hang out). Vergelijkbaar met de huidige house- en techno-generatie kortom.
ZOON BEKE EN DOCHTER VANDENBOSSCHE SAMEN IN “DISCO NIGHTS”
Eigenlijk vonden ze het niet zo leuk dat zij er werden uitgepikt. De jonge mensen van Theater Neon vormen onder de leiding van Serge Elia een hecht collectief en Piet Beke (17) en Sherolyn Vandenbossche (20) waren van oordeel dat ze geen voorkeursbehandeling moesten krijgen omdat ze toevallig de zoon van burgemeester Frank Beke en de dochter van een ander SP-kopstuk, volksvertegenwoordiger Dany Vandenbossche, waren. Met de opmerking dat het nu eenmaal moeilijk praten is met dertig jongeren tegelijk lieten ze zich uiteindelijk toch over de streep trekken.
Bijna was het hen trouwens gelukt en waren ze gewoon een deel van het geheel gebleven. Er zijn immers meerdere koeien die Beke heten, laat staan Vandenbossche! Maar dat was buiten de trotse ouders gerekend. Politici mogen dan nog proberen op alle momenten hun “cool” te behouden, het wordt moeilijk om de ouderlijke fierheid te verbergen als zoon of dochterlief de show steelt.
“Ja, je moeder is een echte fan, hé?” zegt Sherolyn tegen Piet en, inderdaad, het is de Gentse first lady die, gewild of ongewild, de bal aan het rollen heeft gebracht. Maar vader Vandenbossche moet weinig onderdoen: hij voegde een uitnodiging voor “Disco Nights” bij zijn verkiezingspropaganda!
Laten we eerst en vooral duidelijk wezen: de vaders mogen dan al aan hetzelfde politieke zeel trekken, de kinderen zijn totaal los van elkaar bij Neon terechtgekomen. Zelfs het feit dat Piets oudere broer Jan bij Sherolyn in de klas heeft gezeten, heeft er niks mee te maken. Overigens, Jan, Piet… Je vader heeft er zijn hersenen niet echt over gepijnigd, hé Jan?
“Wil je het verhaal horen? Mijn moeder wou eigenlijk een dochter. Die zou dan An heten. Het was echter een jongen, dus werd het Jan. En toen kwam er een tweede kind. Weer geen dochter. En wat ligt er het meest voor de hand als Jan al bezet is? Inderdaad, Piet. Joris en Korneel zijn er gelukkig nooit gekomen…”
Sherolyn daarentegen is anderzijds een merkwaardige naam…
“Een vriendin van mijn moeder wilde haar kind de naam Sherilyn geven. Maar ook dat werd een jongetje. En dus vroeg mijn moeder of ze de naam mocht overnemen. Maar ze veranderde de i wel in een o. En mijn zus (23) heet Sharon en mijn broer (15) David,” voegt ze er volledigheidshalve aan toe.
Maar goed, hoe is Sherolyn bij Neon terechtgekomen? “Toen ik amper acht jaar oud was, wilde ik al zingen en dansen. En mijn moeder is toen over een advertentie van Neon gestruikeld.”
“Ik was slechts een beetje ouder,” vult Piet aan. “Op tienjarige leeftijd wou ik toneel spelen. Ik kwam echter bij een andere groep terecht, die ik hier nu niet ga noemen, en ik vond het zo’n belachelijk gedoe dat de goesting snel over was. Ik ben toen maar gaan roeien, zoals mijn broer, want ik was toen nogal aan de mollige kant. Na zes jaar waren de kilo’s eraf en keerde ik terug naar mijn oude liefde. Precies op mijn zestiende verjaardag, 9 oktober van vorig jaar, ben ik zelf naar Neon gestapt.”
En waarom juist Neon? Wegens de musicals?
“Nee, want eigenlijk hou ik meer van teksttheater. Alles wat ik tot hiertoe al op toneel gedaan heb, is compleet tegenstrijdig met mijn karakter.”
Denkt hij al aan een professionele carrière?
“Ik zit nu nog op de middelbare school (richting menswetenschappen), maar inderdaad, ik zou graag toneel studeren.”
Met de steun van thuis?
“Uiteraard, waarom niet?”
Omdat professionele toneelspelers vaker dan hun lief is met soaps de kost moeten verdienen bijvoorbeeld?
“Soap kan ook plezant zijn. Maar het is geen doel op zich, dat is waar. Applaus in de zaal klinkt beter dan iemand die zegt dat hij je gezicht op teevee heeft gezien.”
Bij Sherolyn ligt het enigszins anders. Zij heeft altijd liever gedanst en gezongen dan toneel gespeeld. Ze heeft zelfs al twee jaar musical-opleiding achter de rug op het conservatorium van Brussel. Voor de laatste twee jaren is ze echter verhuisd naar het Nederlandse Tilburg, precies omdat men in Brussel de leerlingen verbiedt in producties te stappen als deze “Disco nights”.
En wat als ze afgestudeerd is? Recht naar de musicalafdeling van het Ballet van Vlaanderen, waar papa overigens in de Raad van Bestuur zit…?
Sherolyn is niet echt enthousiast: “Met alle respect, maar er is in België geen musicalcultuur. Het BVV is me dan ook iets te klassiek. Ik vind wat ze doen niet slecht, maar het is mijn ding niet. Geef mij maar modernere stukken, zoals deze Disco Nights of Fame, de volgende musical die we gaan doen. Ook al omdat we in het Engels zingen, wat ze bij het BVV niet doen. Hoe je het ook draait of keert, Engels klinkt mooier. Ook Serge zegt telkens dat hij de liedjes zal vertalen, maar uiteindelijk komt het er toch niet van omdat het niet goed bekt.”
Sherolyn doet ook de zangcoaching bij Neon. “Op een dag bleef de zangleraar weg en ik heb toen voorgesteld aan Serge om zijn taak over te nemen. Ik ben begonnen met de kleintjes en toen dat goed bleek te lukken, doe ik het nu voor alle drie de groepen.”
ENGAGEMENT
Neon brengt ook altijd musicals met een sociale boodschap, tegen uitsluiting, tegen racisme, tegen rollenpatronen… Heeft dit een rol gespeeld bij de keuze van het kroost van twee socialistische kopstukken?
Beiden schudden ontkennend het hoofd: “De keuze van de stukken ligt helemaal bij Serge.”
Serge Elia, die toevallig passeert, hoort zijn naam en wil weten waarover het gaat: “Het is toch beter iets te vertellen dan helemaal niets?” is zijn oordeel.
“Die sociale aanklacht is meegenomen,” zegt Sherolyn, “maar het heeft niets met onze keuze te maken.”
En later als ze B.V.’s zijn, zullen ze dan hun status aanwenden om in de politiek te stappen?
Piet Beke maakt zich boos: “Zeker niet! Ik vind het eigenlijk verschrikkelijk dat je zoiets durft vragen. Mijn vader zou me nooit dwingen om aan politiek te doen. Zelf gaat hij er volledig voor en werkt zich ervoor te pletter, maar mij trekt het niet aan en hij laat me daar volledig vrij in.”
Sherolyn is iets genuanceerder: “Vroeger wou ik rechten studeren en dan net als pa in de politiek te stappen, ik sta immers volledig achter zijn ideeëngoed. Maar uiteindelijk bleek toch dat ik er niet met hart en ziel tegenaan kon gaan. Ik vind het allemaal wat te theoretisch.”
In “Disco Nights” hebben ze allebei andere liefjes, daarom maakte Piet Beke van de fotosessie gebruik om Sherolyn eens goed te knuffelen. De première ging overigens een beetje de mist in door stress en allerlei technische probleempjes, “maar nu loopt het echt vlot en amuseren we ons te pletter op de scène,” aldus Sherolyn Vandenbossche. Nadat de hoofdfiguur (een heel licht gekleurde Belg) in Antwerpen door een Albanees heethoofd een fles op het hoofd werd geslagen, gingen de voorstellingen zelfs verder alsof er niets was gebeurd. Of hoe professioneel amateurs kunnen zijn!
PUBLIEK GAAT UIT DE BOL BIJ “ALL THAT JAZZ”
Backstage is nog altijd volop bezig om de vroegere drukkerij van onze confraters van Vooruit om te bouwen tot een volwaardige theaterzaal en bijna werd ze door enthousiaste toeschouwers al meteen weer afgebroken. Nu gebeurt het wel meer dat men op premières buitensporig uit de bol gaat, maar de algehele euforie bij “All that jazz” was wel terecht. De jongere generatie begint stilaan het musicalgenre te ontdekken en voor de “oudere jongeren” was het een prettig weerzien. Immers, om regisseur Jaak Van de Velde te citeren: “Dit was als in de hoogdagen van Theater Arena in de Ooievaarstraat.”
Men kan niet beweren dat Serge Elia van Backstage zich snel laat ontmoedigen. Ondanks het feit dat zijn subsidieaanvraag werd afgewezen, heeft hij dus toch alweer een dure productie opgezet. Het betreft weliswaar een coproductie met Teater Prometheus, maar als men vaststelt dat de Raad van Bestuur van beide instellingen min of meer dezelfde is, dan zal de financiële weerslag van zo’n samenwerking toch miniem zijn. Iemand als Jo Decaluwe, die zich voor volgend seizoen ook voor een subsidieloze Tinnen Pot geplaatst ziet, vroeg zich dan ook bewonderend af: “Hoe doet hij het toch?”
“All that jazz” is een musical over musicals. Daardoor heeft het iets van een compilatie, een soort “Greatest Hits” (Big spender, Bye bye love, Who’s sorry now…), maar dan wel perfect ingepast in een verhaal over hoe het er achter de schermen van de musical aan toegaat.
Auteur is de Amerikaanse danser/choreograaf Bob Fosse (1927-1987), die in deze musical dan ook eigenlijk zijn eigen wedervaren vertelt. In de oorspronkelijke versie verschuilt hij zich nog achter het personage Joe Gideon, maar in Backstage laat men de sluiers vallen en laat Daan Van den Durpel zich gewoon Bob Fosse noemen.
Alhoewel Daan zowat de chouchou was van het Arenapubliek en dus heel goed met de musicalwereld vertrouwd is, beweert hij toch dat dit een personage is dat het verst van hem afstaat. Hij heeft het dan vooral over het autoritaire, gevoelloze karakter van de man. Dat heeft ook te maken met de manier waarop hij met vrouwen omgaat en vooral in het eerste deel heeft Daan het inderdaad niet makkelijk om geloofwaardig over te komen als macho-vrouwenversierder. Na de pauze is hij beter als hij de gevoelige snaar kan bespelen, zoals in zijn jongste soloproductie “U bent mijn moeder”. De danspasjes met Mr.Bojangles (Steven Savelkoels) lijken er wel speciaal voor hem ingevoegd.
EROTISCHE ANGELIQUE
In dat tweede deel ligt hij op sterven, wat gesymboliseerd wordt door een raadselachtige schoonheid, die hem voor het laatst het hof maakt. Wanneer hij uiteindelijk voor haar charmes bezwijkt, betekent dit tevens zijn dood. Er is weliswaar een voor de hand liggende verklaring (hartaanval door pepmiddelen, alcohol, sigaretten…), maar voor de makers is het duidelijk dat Angélique (de naam alleen al!) symbool staat voor de dood. In de versie van Backstage werd de rol van Angélique vertolkt door Anna Efthymiadis, waarvan we het acteer- en zangtalent reeds kenden, maar die ons in de slotscènes in een bloedstollend SM-pakje nu ook nog van andere talenten wist te overtuigen. Haar sinds jaar en dag in Ledeberg wonende Griekse ouders hadden alvast fier op de eerste rij plaatsgenomen.
De “sensuele” stijl van Fosse werd door Backstage-choreograaf Christophe Kinds inderdaad fel beklemtoond. Een aantal scènes waren ongecompliceerd erotisch, want tussen Arena en nu staan er natuurlijk masturberende Betty’s in Big Brother en erotische party’s in de Zillion. Linda Lepomme heeft ooit wel eens met naakte borsten gedanst in Arena, maar dat was dan gewoon omdat haar velcro-sluiting was losgekomen.
Is het dan allemaal zoveel beter dan in de tijd van Arena? Helaas niet alles, nee. Met alle respect moeten we toch een opmerking maken over de meisjes uit de zogenaamde “chorus-line”. Zonder namen te noemen moeten we vaststellen dat sommigen duidelijk producten zijn van de hamburgergeneratie. Zonder de meisjes in kwestie nu meteen anorexia aan te praten, zou een kleine inspanning op dat vlak toch aangewezen zijn. En, oh ja, misschien kan een merk van nylonkousen worden aangetrokken als sponsor, want de stay-ups waren nu eerder stay-downs…

Ronny De Schepper

(*) Denk op dat gebied ook op het conflict dat zich in de zomer van 2007 voordeed, toen Frank Van Laecke aan het Donkmeer een versie van “West Side Story” wou brengen, die naar Vlaanderen “vertaald” werd in een conflict tussen autochtone en allochtone jongeren.
(**) Zonder splitsing, jawel, dat grapje is nu immers stilaan wel bekend. Alhoewel, er komen toch steeds nieuwe varianten naar boven, zoals op 28/11/2007 nog in “De Laatste Show”. Jan Leyers vertelde daarin dat Soulsister eens in het Duits werd geïnterviewd in de tijd vóór “The way to your heart”. Het meisje dat het interview deed, wilde weten wat hun grootste hit tot dan toe wel was. “Like a mountain” antwoordde Jan, maar dat zei het meisje niks. “Vielleicht können Sie es mir mal Pfeifen?” vroeg ze, waarop Polle Pap even de kluts kwijt was…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.