Gisteren zag ik de verfilming door Michiel van Erp in 2024 van “Een schitterend gebrek” van Arthur Japin. Toch wil ik het hier hebben over het boek en niet over de film. Niet dat ik de film niet goed zou vinden, maar het lijkt me gewoon een trouwe verfilming van het boek en dus wil ik hierop de nadruk leggen. Aangezien ikzelf het boek niet heb gelezen, doe ik dit aan de hand van de recensie van Johan de Belie. Alleen heb ik de namen van de acteurs toegevoegd. (RDS)
Arthur Valentijn Japin (Haarlem, 26 juli 1956) is een Nederlandse acteur en schrijver, die voor zijn roman Een schitterend gebrek, over Lucia, de eerste en wellicht één van de twee enige echte liefdes van Casanova, in 2004 de Libris Literatuur Prijs ontving. Het boek zelf verscheen in januari 2003. In afwisselende hoofdstukken volgen we de levensloop van Lucia (in de film vertolkt door Dar Zuzovsky), en anderzijds het gebeuren in Amsterdam waar zij Casanova (Jonah Hauer-King) opnieuw ontmoet.
Lucia groeide op op een landgoed te Pasiano als dochter van de conciërge. Een vrij bestaan waarbij zij het gevoel heeft de nog jonge meesteres te zijn. De eigenaars verschijnen uiterst zelden op hun kasteel. Pas wanneer hun dochter huwt zal de locatie gebruikt worden en naar aanleiding hiervan verschijnt als één der genodigden de 17-jarige Giacomo Casanova samen met zijn broer Francesco, beide priesterstudent. Lucia, 14 jaar, is dadelijk verliefd op Giacomo. Een wederzijdse verliefdheid; maar Casanova heeft respect voor haar prille onschuld. Hij vertrekt na de huwelijksplechtigheid, evenwel met de belofte terug te keren en dan met Lucia te huwen.
Gefascineerd door het karakter van het meisje vertrouwde de gravin haar opvoeding toe aan een privéleraar. Zij leert vlug, toont interesse voor alles, wetenschap, literatuur, filosofie… Helaas was die leraar, toen hij naar Venetië reisde om een kleed te halen voor Lucia ter gelegenheid van het feest, aangetast door de pokken. Zij houdt zo van die man dat zij hem ondanks het besmettingsgevaar verzorgt. Het noodlot slaat toe: uiteindelijk zal zij met een verminkt gelaat uit de strijd achterblijven.
Wanneer Casanova arriveert voor hun huwelijk verschuilt zij zich, laat haar moeder zeggen dat zij met een stalknecht zou gevlucht zijn, en zij vertrekt op reis nadat zij aan de graaf haar maagdelijkheid offerde voor geld. Via Ferrara bereikt zij Bologna waar zij in dienst komt van een progressief echtpaar – sterk beschreven sfeer van wereld in die stad. Daar maakt zij kennis met de Franse gravin Zélide de Montmorency (Ruth Becquart). Uit noodzaak neemt Lucia hier een andere naam aan die zij haar verdere leven zal dragen: Galathée de Pompignac. Nu in dienst van de Franse gravin als secretaresse, en vriendin, reist zij naar Portici waar ze de opgravingen van Pompeï bestuderen.
Wat we hier lezen is gebaseerd op bestaande studies van de personen die ze ontmoeten. Een essay (over rede en gevoel) dat Zélide ginds schreef bleef eveneens bewaard, net als haar latere tekeningen van vliegschepen en de samenstelling van de brandstof. Maar dit laatste behoort tot de eindfase van haar leven. Eerst gingen ze naar Venetië. Terwijl Lucia in Portici inmiddels haar eerste echte seksuele ervaringen opdeed. Venetië, de stad van Casanova… Lucia durft nauwelijks buiten te komen. Tot het theaterseizoen aanbreekt en iedereen gemaskerd loopt, ook zij nu. Zo zoekt zij Francesco Casanova op om iets over haar geliefde te weten, zonder zich kenbaar te maken. Hij, kunstenaar, herkent haar aan haar vormen en lichaamstaal – Giacomo zelf is niet in de stad; gelukkig is hij niet, zo verneemt zij van Francesco – hij loopt van liefje naar liefje om zijn ontgoocheling te bezweren… De vrouwen reizen verder naar Parijs waar Zélide vier jaren later sterft; Lucia zet berooid haar tocht verder: Amsterdam. De stad van de vrijheid. Maar zij leert dat tolerantie nog geen acceptatie is. Zij wordt met haar geschonden gelaat ook hier afgewezen en een leven als prostituee wacht haar, eerst alleen, dan onder een pooier. Tenslotte vindt zij iemand die haar onderhoudt maar hij is joods en de wet is streng (geen vermenging van joden met christenen): gevangenis voor hem, ’t Spinhuis (voor gevallen vrouwen) voor haar. De gedocumenteerde beschrijving van hoe het er aan toegaat in dat oord voor vrouwen is gruwelijk; hoe ze b.v. tegen betaling te kijk worden gesteld.
Wanneer Lucia in vrijheid gesteld is besluit zij vanaf nu steeds een sluier te dragen. Elders lazen we reeds “verstop de wereld” en “Nog steeds ben ik iemand die de werkelijkheid met tegenzin toelaat”, of verderop stelt zij ook “door niets veranderen tenzij door de geest”. De sluier schermt haar af van de buitenwereld, maar ook van zichzelf. Wat blijkt? Haar marktwaarde stijgt wegens het mysterieuze, zij kan steeds meer geld eisen, tenslotte haar keuze van mannen bepalen en strikt beperken. Eén van hen is de rijke Amerikaanse handelaar Jamieson (Sam Hazeldine) die vaak in Amsterdam verblijft. Via hem komt zij in contact met de Franse onderdaan, Seingalt, in wie zij dadelijk Casanova herkent. De twee hebben enkele afspraakjes, dubbelzinnig en zij daagt hem uit tot een wedstrijd met betrekking tot de liefde. Wanneer hij voor korte tijd naar Frankrijk terugkeert, alludeert zij net voor zijn vertrek op ‘Lucia’, niet geacht de naam uit zijn (Seingalts) verleden te kennen; verwarring bij hem. Inmiddels was zij tot de conclusie gekomen dat ze allebei door haar beslissing in het verleden verloren hadden. Hun onbevangenheid zijn ze kwijt mét hun namen, en dat was hun goed. Casanova komt terug naar Amsterdam. Met een list lokt Lucia hem naar een kroeg waar hem beloofd wordt dat hij zijn vroegere geliefde zal terugzien, onder gewijzigde omstandigheden. Ongesluierd, in lompen presenteert zij zich aan hem. Hij herkent wel zijn Lucia, blijft evenwel geloven in de oorspronkelijke leugen (zij houdt het verhaal ook vol en wijt haar aftakeling aan het liederlijk leven). Tenslotte zal zij met Jamieson die echt van haar houdt naar de US vertrekken, zwanger van Giacomo. Buiten de roman weten we dat zij met de Amerikaan huwde, het echtpaar nog twee eigen kinderen kreeg en Lucia begraven is als Lucy Jamieson op het kerkhof van St.Paul’s in Flatbush, New York op 11 februari 1802. Haar oudste zoon werd Jacob genoemd…
Opvallend in dit boek van Japin is alweer de historische setting, net als in ‘Kolja’. Hier leren we het leven kennen op het landgoed te Pasiano (en schitterende natuurbeschrijvingen), het bestaan in Bologna, de opgravingen rond Pompeï (zeer accuraat, aan de hand van de in de roman optredende historische figuur Marcello Venuti wiens geschriften nagelaten zijn), de feesten in Venetië en vooral het hoerenbestaan in Amsterdam in die periode. Het boek is een studie. Maar ook een liefdesroman. Tussen twee personen. En meer nog, van de auteur voor zijn personages. Zoals steeds weer houdt Japin van zijn karakters, hij omhelst hen, vertroetelt hen. Vooral dit sleept je telkens mee. Of het Kolja is, Tsjaikovski, Casanova, Lucia, Zélide, Kwasi, Kwame… de auteur bemint zowat onvoorwaardelijk zijn scheppingen; zo onvoorwaardelijk dat hij oog heeft voor hun gebreken maar ook deze omarmt. Tegen de wereld blijft hij vaak kritisch. In ‘Kolja’ tegen de schijnheiligheid, tegen de zogenaamde homofoben. Ook in ‘Een schitterend gebrek’ trekt hij van leer tegen die houding nu deze tegenover de prostitutie. En uit alle ellende die zijn karakters ontmoeten weet Japin steevast iets positief op te bouwen. In ‘Kolja’ het leren spreken, de muziek. In deze roman de overwinning van de liefde, deze van Jamieson, maar blijkbaar ook van Casanova die Lucia in zijn memoires noemt als één van de twee vrouwen die hij onrecht heeft gedaan. Hij vermeldde hoe hij haar opnieuw ontmoette in een Amsterdams bordeel maar zou nooit de ware toedracht achterhalen…
Johan de Belie