Het is vandaag al 45 jaar geleden dat Bob “the Bear” Hite is overleden, de lead zanger van de Amerikaanse bluesgroep Canned Heat.
Het trio Bob Hite, mondharmonicaspeler Al Wilson (1943-1970) en gitarist Henry Vestine (1944-1997) vormde de kern van Canned Heat. Later voegden Larry Taylor (bas) en Frank Cook (drums) zich bij hen.
De naam “Canned Heat” ontleenden zij aan een in 1928 uitgebrachte blues van Tommy Johnson Canned Heat Blues. Een song over een alcoholicus die reddeloos verslaafd was aan het drinken van verdunde Sterno, een alcoholproduct in blik gebruikt voor verwarming.
Canned Heat trad in 1969 op in Woodstock en is in de film te hóren, maar niet te zien (als opener nog wel, met de fameuze zin “I sure got to pee” als inleiding voor “Going up the country”, eigenlijk “Bull Doze Blues” door Henry “Ragtime Texas” Thomas opgenomen in 1928 in Chicago). Dat is wél het geval voor de tweede film die over Woodstock werd uitgebracht, t.g.v. de 25ste verjaardag.
Ze traden op tijdens het Montreux Jazz Festival van 1973, waar ze jamden met bluesmuzikant Clarence “Gatemouth” Brown. Op 5 april 1981, tijdens een pauze tussen twee sets in The Palomino Club in North Hollywood, kreeg Hite een flesje drugs van een fan. In de veronderstelling dat het cocaïne bevatte, stak Hite een rietje in het flesje en snoof het op. Het bleek echter heroïne te zijn en Hite werd blauw en zakte in elkaar. Enkele roadies zetten Hite in het busje van de band en brachten hem naar een nabijgelegen huis, waar hij overleed.
Ronny De Schepper