“De madonna met de buil” is een boek met zes verhalen van Ward Ruyslinck. Het is uitgegeven door Manteau. Deze editie verscheen in 1959. De eerste gedateerde bespreking die van 28 november 1959 in het Haarlems Dagblad door C. J. E. Dinaux; dat is kort na het verschijnen van de bundel en geldt daarmee als een van de oudste krantenkritieken van dit werk (*).
De zes verhalen zijn: De madonna met de buil; De stemmer; De slakken; Dicht bij het water; De overspeligen in het koningsgraf en De progrom. Het eerste kortverhaal is het langste. De drie verhalen die mij het meest zijn bijgebleven zijn De stemmer, De slakken en De pogrom. In het verhaal De stemmer krijgt Tobias Pylyser een uitnodiging om een piano te gaan stemmen op Slot Paddenberg. De brief is niet voor hem bestemd maar omdat hij vroeger nog een tijdje had geprobeerd wat bij te verdienen als pianostemmer besluit hij naar Paddenberg te gaan. De vertederende herinneringen uit die tijd die in hem naar boven komen kan hij niet weerstaan. Maar het plezierige uitstapje pakt helemaal anders uit dan verwacht. Hij komt in een geheime bijeenkomst terecht en wordt mishandeld omdat hij opkomt voor een vrouw die wordt beschuldigd. Hij verliest zijn gezichtsvermogen. Het laatste verhaal De pogrom is ook opgenomen in het dikke verzamelboek van Joost Zwagerman ‘De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880 in 250 verhalen’.
In 1959 werd deze bundel voor het eerst uitgegeven. De schrijver Ward Ruyslinck (Berchem, 1929 – Meise, 2014), het pseudoniem van Raymond De Belser, is dan al doorgebroken als Vlaamse roman- en novelleschrijver. In 1958 verscheen zijn boek Wierook en Tranen. Het zou zijn bekendste en meest gelezen boek worden. Daarin klaagt hij de oorlog aan die zijn jeugd kapot gemaakt heeft. Hij behoorde dan ook tot de zogenaamde ‘existentiële’ generatie. Het neemt niet weg dat zijn korte verhalen in De madonna met de buil mij heel erg konden bekoren. Veel meer dan het boek Wierook en Tranen. Toch één van de beste novellisten van zijn tijd, denk ik dan.
Mady Maerien vindt op dezelfde website: “De madonna met de buil is een verhalenbundel van zes verhalen die allen als thema ‘de dood’ hebben. Zijn verhalen hebben iets verontrustend maar tegelijk ook iets kalmerend. Ook het geloof speelt een belangrijke rol in zijn schrijven. De beschrijvingen van Ward Ruyslinck zijn creatief en authentiek. Geen clichématige of oppervlakkige beschrijvingen. Zo beschrijft hij op p.31 twee gezusters: ‘… de gezusters Serafini met hun scherpe aasgier gezichten, die ervoor bekend waren dat ze alleen op lijkgeuren afgingen’. Een niet alledaagse, rake, allesomvattende beschrijving die de verbeelding van de lezer doet werken. Hoewel Ruyslinck ook novellen en romans geschreven heeft als aanklacht tegen de vernietigende oorlog (Wierook en Tranen, De ontaarde slapers) heeft, is er toch ook de invloed van het surrealisme te bespeuren in zijn werken. Voornamelijk in dit boek. De serieuze onderwerpen zoals ‘de dood’ en ‘religie’ worden in een setting geplaatst die me doen denken aan schilderijen van Magritte.”
Het boek De madonna met de buil is geschreven Voor ‘Alice en Christje’, zijn echtgenote Alice Burms, een jeugdvriendin met wie hij huwde in 1953 en met wie hij samen één zoon had, Chris. Later, in 1990 pleegde zijn echtgenote zelfmoord. Meestal wordt er gezegd omdat ze geen blijf wist met Ruyslincks buitenechtelijke affaire met Monica La Cascio, maar Ruyslinck zelf wijt het eerder aan zijn “ontaarde zoon”.
Ronny De Schepper (op basis van Linda Marie Vermeulen op hebban.nl)
(*) Andere recensies: Hubert Lampo, “Zonder slag om de arm” — De Volksgazet, 3 december 1959.
Hans Roest, “Nieuwe verrassing uit Vlaanderen. Zes prachtige novellen van Ward Ruyslinck” — Delfts Katholiek Dagblad, 15 januari 1960.
Wh., “Opmerkelijke novellen van Ward Ruyslinck” — Delftsche Courant, 6 februari 1960. (Met dank aan chatgpt)