Terwijl ik in de zomer van 2018 Barbara Trapido aan het lezen was, las mijn vrouw Elizabeth Strout. Als we in gesprekken onze lectuur vergeleken, kwamen we tot de constatatie dat beide werken vele overeenkomsten vertoonden. Aangezien ik erg tevreden was over Barbara Trapido, besloot ik daarom daarna ook Elizabeth Strout aan te pakken. Man, was dat een vergissing!
Terwijl Barbara Trapido een zeer ingenieuze constructie gebruikte, die op het einde alle puzzelstukken netjes in elkaar deed passen, is Elizabeth Strout een rechttoe-rechtaan vertelster (*). Maar dan niet in de betekenis van b.v. onze Vlaamse traditie van Gerard Walschap, Walter Van den Broeck en zelfs Tom Lanoye. Nee, Strout gaat op de typisch Amerikaanse manier te werk. Dat wil zeggen: ze begint met “en toen ging ik naar daar en daar deed ik dat”, meestal nog gevolgd door “en daarmee bedoel ik dan…”
En zo gaat dat maar door, bladzijden aan een stuk (gelukkig was “My name is Lucy Barton”, want dàt was het boek dat we hebben gelezen, slechts een korte roman, eerder zelfs een wat lang uitgevallen novelle), want iemand is vergeten de kraan dicht te draaien. Ze vertelt zelf in het boek dat ze dat zo geleerd heeft op die vreselijke cursussen creative writing waaraan ik zo’n hekel heb, tenminste als we gemakshalve het ik-personage met de schrijfster mogen gelijk stellen, wat naar ik meen terecht mag gebeuren, ook al zie ik dan weer weinig overeenkomsten met de biografie die Wikipedia aan haar heeft gewijd: Elizabeth Strout (geboren 6 januari 1956) is een Amerikaanse romanschrijfster en auteur. Ze staat bekend om haar literaire fictie en haar beeldende karaktertekening. Geboren en getogen in Portland, Maine, dienden haar jeugdervaringen als inspiratie voor haar romans – het fictieve “Shirley Falls, Maine” is het decor van vier van haar zes romans.
Strouts debuutroman, Amy and Isabelle (1998), werd alom geprezen door critici, werd een nationale bestseller en werd verfilmd met Elisabeth Shue in de hoofdrol. Haar tweede roman, Abide with Me (2006), werd weliswaar geprezen door critici, maar wist uiteindelijk niet hetzelfde succes te behalen als haar debuutroman. Twee jaar later schreef en publiceerde Strout Olive Kitteridge (2008), een roman die zowel door critici als commercieel succesvol was en in mei 2017 bijna 25 miljoen dollar opbracht met meer dan een miljoen verkochte exemplaren. De roman won in 2009 de Pulitzerprijs voor fictie. Het boek werd bewerkt tot een miniserie die meerdere Emmy Awards won en een New York Times-bestseller werd. Vijf jaar later publiceerde ze The Burgess Boys (2013), dat een nationale bestseller werd. My Name Is Lucy Barton (2016) werd internationaal geprezen en stond bovenaan de New York Times-bestsellerlijst. Lucy Barton werd later het hoofdpersonage in Strouts roman Anything is Possible uit 2017.
Maar goed, het Wikipedia-mannetje of -vrouwtje is blijkbaar vooral geïnteresseerd in hoeveel keer men langs de kassa mag passeren en dat is nu eenmaal geen criterium in mijn appreciatie. Het is Strout overigens gegund, want als we nogmaals de ik-persoon met de schrijfster mogen gelijkstellen, dan is ze blijkbaar van arme afkomst. “She comes from nothing,” zoals ze zelf een paar keer schrijft.
En dat is dan het enige aspect dat ik in dit boek kon appreciëren. Dat ze het dan b.v. over een andere arme Amerikaanse familie heeft, namelijk de Presleys uit Tupelo. Want wij kennen natuurlijk allemaal de legende Elvis Presley en dan lezen wij in de Wikipedia’s van dienst dat hij “van arme afkomst” was, maar eigenlijk ga je daar zo aan voorbij. En in dit boek wordt die armoede tastbaar gemaakt. En hoe kinderen daarop worden aangekeken. En hoe dit hen drijft tot tomeloze ambitie, zij het als rockster dan als schrijfster. En dan heb ik ook al mijn zinnen begonnen met “en” zoals zijzelf ook zo vaak doet. En zo is de cirkel rond.
Ronny De Schepper
(*) Dit lijkt me tevens het essentiële onderscheid tussen Engelse en Amerikaanse literatuur te zijn, maar misschien mag ik niet zo veralgemenen. (Zeker niet nadat ik nog een paar andere werken van Trapido had gelezen, waarover ik helemààl niet zo tevreden was!)