Deze morgen heb ik nog een stukje geschreven over de film “Becoming Jane” en nu ga ik (louter toevallig) aan “Northanger Abbey” van diezelfde Jane Austen beginnen. Voor zover ik weet is het de laatste roman van haar die ik in mijn bezit heb en die ik nog moet lezen (het is ook de enige waarvan ik nog geen verfilming heb gezien) en dat is ook maar passend want hij werd postuum uitgegeven.

Northanger Abbey werd geschreven door Jane Austen rond 1798-1799, toen ze 23 was. Het werd echter pas postuum gepubliceerd in 1817. Het is een parodie op de gotische romans die in de late 18e eeuw zo populair waren, en vooral op The Mysteries of Udolpho (1794) van Ann Radcliffe. Jane Austen neemt in dit werk zowel de conventies van de gotische roman op de korrel als de lezeres die zich in deze sensatievolle verhalen verliest. (Men dient wel op te merken dat Austen meestal tien pond kreeg voor haar romans, terwijl Radcliffe niet minder dan 500 pond mocht opstrijken!)

De hoofdpersoon, Catherine Morland (*), is een jonge, naïeve vrouw die een passie heeft voor gotische romans, met The Mysteries of Udolpho als haar favoriet. Wanneer ze wordt uitgenodigd om te verblijven in Northanger Abbey, begint ze de oude abdij te zien als een decor voor een duister mysterie, net zoals in Radcliffe’s roman. Ze vermoedt dat generaal Tilney, haar gastheer, zijn overleden vrouw misschien heeft vermoord of opgesloten houdt—een typisch gotisch motief. Uiteindelijk blijken haar angsten volledig ongegrond te zijn, en zo ridiculiseert Austen de overdreven verbeeldingskracht die deze romans kunnen aanwakkeren.

Tegelijkertijd is de roman geen zuivere parodie; Austen speelt subtiel met het genre. Waar Radcliffe’s heldinnen bedreigd worden door echte gevaren, ondervindt Catherine dat de werkelijke gevaren eerder voortkomen uit sociale conventies en manipulatie (zoals Isabella Thorpe’s sluwe intriges). Austen lijkt te suggereren dat de echte wereld complexer en subtieler is dan de sensationele verhalen doen vermoeden.

Walter Scott had een enorme waardering voor Jane Austen en haar werk. In een recensie van haar romans in The Quarterly Review (1815) prees hij haar realistische en subtiele benadering van fictie, waarin zij het “gewone leven” even boeiend wist te maken als de sensationele verhalen van de gotische en romantische schrijvers. Hij bewonderde haar vermogen om scherpe sociale observaties te maken zonder in melodrama te vervallen.

Hoewel Scott Northanger Abbey niet specifiek bespreekt in zijn recensie, past zijn algemene lof voor Austen perfect bij haar parodische aanpak. Hij zag haar als een tegenwicht voor de overdadige romantiek van de populaire fictie en prees haar realisme. Dat is ironisch, want Scott zelf was een sleutelfiguur in de romantische beweging, maar hij erkende Austens meesterschap in haar nuchtere, verfijnde stijl.

Ronny De Schepper (bijgestaan door chatgpt)

(*) Vermoedelijk is de titel gegeven door haar broer Henry die zich om de uitgave heeft bekommerd, want Jane zelf noemt altijd de naam van het hoofdpersonage als titel wanneer ze het over dit boek heeft. En terecht natuurlijk, want Northanger Abbey komt slechts voor het eerst ter sprake op p.124 (van de 236!), terwijl Catherine Morland alomtegenwoordig is. Niet lang daarna heb ik overigens de lectuur opgegeven omdat ik het toch wel vreselijk saai en onnozel vond. Geen wonder dat het oorspronkelijk geen uitgever vond. Austen heeft dan de rechten teruggekocht, wellicht met de bedoeling het te herschrijven, maar dat is er dus niet van gekomen, haar broer heeft wel degelijk de originele tekst laten uitgeven.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.