Een Hekelschrift over de Slaafse Verering van de Machtigen der Aarde…
Ik heb de bedenkelijke opdracht gehad het bezoek van de heer Obama, Barack, hier te lande te verslaan. Het was koud op de tarmak, berekoud. Er woei een eenzame, kille wind uit het oosten. De zon zakte te snel achter de kim. En de beestenwagen waarop de audiovisuele pers geposteerd werd tartte alle Afrikaanse improvisatie. Over de veiligheidsdiensten wil ik het niet hebben. De Amerikanen waren weer uitgerukt in rotten armour, de plaatselijke marechaussée stond er tegen heug en meug voor spek en bonen bij. Alsof iemand het nog maar in zijn hoofd zou halen Air Force One uit de lucht te knallen. Zaventem is Kigali niet.
Veel erger dan de bevriezingsverschijnselen die ik na twee dagen vertoonde, vond ik de blinde adoratie die de heer Obama, Barack, te beurt viel. Op zich lijkt hij me een sympatieke, bewust getraind sportieve jongen, alleen valt daar niets over te zeggen, want, om naar Vondels woord, “wie is het die zo hoogh gezeten, by zich bestaet, geen steun van buiten ontleent, maer op zich zelven rust, en in zijn wezen kan besluiten” en als “der zonnen zon” nog mensen ontwaart ? Human resources, dat zeker, menselijke grondstof. Maar mensen van vlees en bloed ? Ga weg. Obama, Barack, praat niet. Hij dikteert. In de nijdige stijl van Cato de Oudere, vreugdeloos, verbeeldingloos, apodiktisch, en retorisch machinaal.
De heer Obama, Barack, valt op zich niets te verwijten. Hij is maar de eksponent van een imperialistische vanzelfsprekendheid, die drijft op grootkapitaal, spekulatie, en ongeremde machtspolitiek. De heer Jinping, Xi, evenmin. De heer Poetin, Vladimir, evenmin. De heer Orbán, Viktor, iets meer. De heer Erdoğan, Tayyip, iets meer. De hoveling is altijd slechter dan de heerser. Maar waar ik me mateloos aan erger is de gekozen onderdanigheid van de perskoelies, voorop de zelfverklaarde profeten van de politieke korrektheid. Er glanst een trance in hun brauw. Er vloeit een warme golf van eeuwigdurige aanbidding en verheerlijking in hun pen. Toogpraat, die ongeëvenaarde mekkano van onbehouwen kritiek, glijdt over in litanie. De koelie verpopt tot stijfsel van zelfbevrediging. Houten Klara’s tegen een kerkpilaar. Zoals de persontmoetingen in het Witte Huis. Wie het ook maar aandurft spontaan een vraag te stellen aan de president wordt manu militari buitengedragen (en dat is een vergoelijkende omschrijving). Intussen wordt de sfeer van kamaraderie en hartelijkheid mechanisch precies in stand gehouden, de president pikt er zijn paladijnen uit en spreekt ze warm aan, met “Hey Joe ” of “Yes, Gerry?”. Gerrymandering. Klef gekonkel. Poppenkast van opgefokte “openheid”. Tragisch als “de ingenieurs van de ziel”, die Frank Westerman beschrijft.
Ik ben niet de enige die een gevoel van unheimliche herinnering aan “mijn gal tegen mijn longen” voel opborrelen. Rik Torfs, hoofs zoals het een rektor betaamt en daarom zijn column in oerdegelijk klassieke zin “Retorika” noemt (De Standaard, 31 maart 2014), vroeg zich vertwijfeld af: “Wanneer bewondering verplichtend is, breekt het angstzweet uit. Hoe veins je enthousiasme te midden van enthousiastelingen?” Afgezien van de denkfout – wie was er eigenlijk een echte enthousiasteling, en geen geflipte fan? – werkt Torfs’ stukje ontnuchterend en bevrijdend. De hele enscenering van Obama’s bezoek was een in de steigers gezet Jakobiaans drama, een machiavellistisch plot als dat van Cyril Tourneurs The Atheist’s Tragedy, ook al wordt het zwijgen niet meer opgelegd door moord maar door niet eens voorgewende zelfcensuur.
En dat komt door de afgoderij van het buikgevoel. Soms “common sense” geheten. Soms gewoon propaganda. Want achter de vanzelfsprekende voor- of afkeuren zitten altijd spelers die de touwtjes van de poppen doen bewegen. Spindoctors in het amorele jargon van de prestatiemaatschappij. Het is de achterliggende gedachte in het stukje van Torfs, die Obama’s welgeorkestreerde pirouette voor het spontaan drooggeselekteerde publiek in de Bozar verklaart. “De wijze lessen van Obama” (ruik ik daar enige ironie in die wijsheid?) “zijn gebaseerd op vermeende weldenkendheid en niet op logika”. Alleen verklaart Torfs niet waarom dat zo geregeld werd door een, toegegeven, niet onbegaafd schrijverskollektief. Waarom ook de meest gewaardeerde verslaggevers en duiders ongegeneerd in de valkuil van die populistische misleiding zijn gedonderd. Ik vermoed omdat ze Lysias nooit gelezen hebben, laat staan de knepen van de verfijnde retoriek onder de knie hebben. Ze vermoeden dat ten hoogste bij de danspassen van Vermassen, Jef, maar de heer Obama, Barack, bevindt zich te hoog in het zwerk om nog te kunnen, te willen duiden, omringd als hij wordt door scharen van Machten en Krachten, en afgeschermd door de Engel met het Grote Mes. De aanhef van de Verklaring van Den Haag van 24 maart doet het absolutisme nog tekort, maar verraadt al in zijn stijl de onthevenheid en morele onaantastbaarheid van de eigen heiligverklaring: “We” (uiteraard, zoals “Wij, Koning der Belgen”, de pluralis majestatis) “The leaders of Canada, France, Germany, Italy, Japan, the United Kingdom, the United States, the President of the European Council and the President of the European Commission met. (…) Today, we reaffirm that Russia’s actions will have significant consequences. This clear violation of international law is a serious challenge to the rule of law around the world and should be a concern of all nations”.
Ik lees dat graag. Vooral die bezorgdheid bij álle naties. Wellicht bij degene die de meeste boter op het hoofd hebben. De VS misschien? Varkensbaai 1963 vergeten. Zomaar Grenada binnengevallen in 1983. Een invasie in Irak opgezet onder valse voorwendsels. Vietnam platgebombardeerd. Diktatoren als zetbazen gebruikt, terwijl die alle mensenrechten ongestraft konden schenden (Panama, Nikaragua, Kongo, Saoedi-Arabië, Bolivië, …). “Enhanced interrogation” invoeren, als schaamlapje voor geofficialiseerde marteling. Schaamteloos tot de kleinste kluns bespieden, en er nog mee wegkomen ook (NSA), en zijn Europese feldwebels tot dezelfde verkrachting van de rechtsstaat dwingen (wat ook het Europees Hof eindelijk heeft erkend). Frankrijk misschien? Dat nog altijd West-Afrika als zijn eigen Arabisch Andaloesië beschouwt. Keizers en tirannen maakt en kraakt. Kerncentrales verlapt aan wie wil betalen, Ruslandboykot of niet, Iranboykot of niet. Duitsland misschien? Dat zoete broodjes bakt met China en onderzeeërs levert aan Taiwan. Dat zijn autolobby teksten laat herschrijven die het Europees Parlement moet goedkeuren. Dat zich opwerpt als een bazige schoonmoeder over Kaliningrad, maar het protofascistische Hongarije de hand boven het hoofd houdt (maar natuurlijk, “Orbán is an honorouble man”, zijn Fidesz-stoottroepen zijn lid van de EVP). Groot-Brittannië? Dat de mond vol heeft over vrijheid van burgers maar de vakbonden heeft doodgeknepen. Dat de mond vol heeft van het zelfbeschikkingsrecht der volkeren, maar nu al Schotland met alle middelen afdreigt mocht het voor onafhankelijkheid kiezen. Of Japan? Dat ongestoord de oorlogstrom roert sinds Abe aan de macht is. Zijn grondwet wil herschrijven (zoals Hongarije deed), om een eigen legermacht uit te bouwen. Of de kneusjes Italië en Canada? Slippendragers.
Hoe moet ik verstaan wat de heer Obama, Barack, oreerde in Brussel: “Together we have isolated Russia politically (…) Sanctions will expand. And the toll on Russia’s economy, as well as its standing in the world, will only increase”. En daaruit het besluit trekt: “Understand, as well, this is not another Cold War that we’re entering into. After all, unlike the Soviet Union, Russia leads no bloc of nations, no global ideology”. Wat is het anders dan Newspeak? Natuurlijk heerst er een strikte ideologie die niet strookt met de goddelijke onaantastbaarheid van de Amerikaanse alleenheerschappij. Die ideologie heet nationalisme. Staatsnationalisme onder het mom van volksnationalisme. De heer Poetin, Vladimir, kan het niet genoeg herhalen. “Wij zijn wel verplicht onze volksgenoten over de grenzen te beschermen”. Zoals in Abchazië, Transdnjestrië, Zuid-Ossetië. Sudetenland all over again. De Balten hebben dat goed begrepen. Natuurlijk leidt Moskou een eigen blok: waarvoor dient anders de tolunie met zijn vroegere republieken van Wit-Rusland tot Kazakstan? En natuurlijk is een nieuwe Koude Oorlog aan de gang, en worden wij daar bewust ingetrokken onder impuls van de grootbanken, de veiligheidsfirma’s, de geheime diensten (ja ook de FSB, net als de NSA), die maar wat graag het onveiligheidsgevoel aanzwengelen (dat enkel in hun hoofd en boekhouding bestaat, maar waarvoor 11 september en het “internationale terrorisme” nog altijd dienstdoen als verontrustende verantwoording). En is dat erg? Nee, zegt Ian Buruma: “Heel de Koude Oorlog was bedoeld om een warme oorlog te voorkomen” (De Standaard, 12 april 2014). Helaas vormt “wraakzuchtig nationalisme een belemmering voor diplomatie, die op geven en nemen gebaseerd is”. Bevestiging van het gelijk gaat dan voor op argumentatie. Daar komt de sofist Gorgias in beeld. Oorlogsstemming wordt gefabriceerd door retoriek. In zijn redevoeringen is niet de inhoud primordiaal maar de stijl. Overtuiging belangrijker dan waarheid. Opvattingen (ideologie) gaan voor op logika. Betogen en komponeren op feiten. (Het zal dus ook wel geen toeval zijn dat de door Torfs aangeprezen advokaat Lysias eigenlijk een wapenhandelaar was, en een metoik op de koop toe; een man dus die immigrant was, zoals alle Amerikanen, geen volledig burgerrecht had en tevergeefs inzette op zijn verdiensten; de meritokratie is daar ontstaan, en nog altijd de grondslag voor de Angelsaksische benadering van de wereld – let wel: die verdiensten zijn nooit van etische, alleen van meetbare en konformistische aard. Lees het verhelderend satirische werkje van Michael Young, The Rise of the Meritocracy, uit 1958 – toen al!)
Ik moet dus twee dingen doen: de opbouw van de heer Obama, Barack, zijn toespraak bekijken; en de slaafse navolging door onze kommentatoren op de snijtafel leggen. In omgekeerde volgorde. Want je leert veel uit de misleiding van de enen om de aanleiding te begrijpen.
De hoofdvogel schoot ene Hugo Camps af, bevooroordeeld azijnpisser bij gods genade, en vast oversteker van de Rubricon in De Morgen. De toon was meteen gezet op 27 maart: “Achter de woorden ligt het sakrale van Martin Luther King, de timing van Frank Sinatra, de swing van Charlie Parker. Barack Obama blijft een geweldige redenaar. Hoge kunst, hoger dan John F. Kennedy en Winston Churchill”. Raar maar waar: Goebbels en Hitler worden niet genoemd. Nochtans de grootste taalvaardige misleiders van de vorige eeuw. Waarop baseert de heer Camps, Hugo, zich dan wel? Op de uitvinder van de be-bop en de scatmuziek, eigenlijk de voorloper van de zoveel sociaal geëngageerdere rap. Dat zegt alles over ritme, tempo, onbetekenende geluidsherhalingen, en afwezigheid van betekenis. Op de bekende maffioso van de Rat Pack, bij wie de stem en de ogen de inhoud vernevelden, en voor wie de idolatrie van de bobbie soxers de inkarnatie werd van de willing suspension of disbelief. En op een dromende dominee die het “geluk” had vermoord te worden zoals zijn radikale tegenhanger Malcolm X en de al even twijfelachtige Kennedy, zodat zijn Halleloeja-gezangen verheven werden tot mantra’s van de burgerrechtenbeweging. Drie keer buikgevoel, weinig ratio. Maar de stemmingmakerij van Camps dirigeert al het gebalk van de slaafse kudde volgelingen. Camps drijft de retorische überbietung op: “Onze Paul-Henri Spaak – ooit gevierd spreker – vervelt postuum tot schuurpapier in een oratorische betonmolen. Obama ontroert en bedwelmt met zijn kadans”. Spaak gevierd? Ja, door zijn paladijnen. Waarschijnlijk alleen herinnerd om zijn Cassandra-uitspraak voor de VN in 1945: “Messieurs, nous avons peur de vous”. Toen al waren de Russen kop van jut. Oratorisch? Ach, net als Churchill en De Gaulle blonk Spaak vooral uit door onbedwingbare tremolo’s en hyperbolen. Buikgevoel. Geen ratio.
Ik bespaar u de rest van Camps’ “bijna erotisch” gezwets, het herinnert teveel aan de minutieuze beschrijving van der renners “fraaie dijen” die Jan Wauters zaliger zo trachtte op te hemelen. Maar één ding is juist: “Obama staat voluit in de traditie van de Amerikaanse dominees”. Een Rubikkubus van clichés dus, en van stichtende vermaningen. En een onwankelbaar geloof in het eigen gelijk. Met opgericht vingertje erbij. In De Standaard noemde Karel Verhoeven die houding “idealistisch”. Europa daarentegen, als het twijfels heeft over die “hooggestemde” geschiedenisles van de heer Obama, Barack, is “cynisch”. Misschien stelt Europa zich gewoon diplomatiek op, en is het niet gediend met wapengekletter. Maar neen, daar sprak “een Amerikaanse president die zich niet veilig op afstand hield met gemeenplaatsen over internationaal recht. Daar sprak een president die op een moreel fundament wijst. Dat heeft iets verhevens”. Ik zei het al, wie is er die zo hoog gezeten? En “gemeenplaatsen over internationaal recht”, je moet maar durven. Als de VS en Rusland dat internationaal recht es ter harte zouden nemen, of Frankrijk en Duitsland de Europese afspraken, dan was er pas ruimte om idealistisch te worden. Wat Verhoeven debiteert is een goedkoop beroep op het zo verfoeide populisme – geen duimbreed boven de selektieve verontwaardiging van briefschrijvers in de krantenkolommen, of de gestage afglijding naar de nieuwe DDR, waar iedereen iedereen bespioneert. Of vindt Verhoeven het ook normaal en prijzenswaardig dat, met instemming en aanmoediging van onze redakties, meer dan 50.000 idioten smeken om flitspalen in hun achtertuin? En de gedachtenpolitie daarom gehonoreerd wordt ook? De politiestaat is nog een nageldikte verwijderd. Onderbuikgevoel, meer is het helaas niet. Zelfs in De Standaard dringt dat besef soms door. Schreef Hans Cottyn, vlak onder Verhoeven: “Een paar weken geleden zei Obama in een speech voor jonge studenten in Wisconsin dat ze maar betere een diploma handel en geen diploma kunstgeschiedenis konden behalen”. Het bleef natuurlijk De Standaard. Cottyn noemde dat vergoelijkend een “vergissing”. Het is schofterig. En het toont aan waar de enige prioriteit van al die zogenaamde wereldleiders ligt: winst, geld, invloed, macht. En liefst absolute macht. Die ze omschrijven als “welvaart”.
Niet dat het beter klinkt in meer volksgerichte, minder intellektueel hoogdravende kranten. Gazet van Antwerpen sprak van een “bevlogen, indrukwekkende speech, zoals alleen president Obama die kan geven”. Asjemenou. Alleen Obama. Barack. Paul Geudens raakte geheel in dwaze vervoering: “Deze speech, rechtstreeks uitgezonden op CNN, zal de wereld rondreizen en zal Rusland treffen (…) Ik ben er zeker van dat de boodschap in Moskou luid en klaar is overgekomen. Dit heeft pijn gedaan”. In mijn oren, ja. Ik heb nadien Lavrov ettelijke malen beluisterd, de kwinkslagen van Poetin gehoord, het cynisme van het Kremlin. Laat staan dat de Bosjesmannen of de Karen of de Aborigines of de Walen iets van Obama verstaan hebben. Als ze al tv hebben. En kanaal CNN. En dat nog ingetoetst hebben ook. Het doet me altijd denken aan Frank Swaelen zaliger die zijn vooraf ingestudeerde nummertje opzegde, met de houterige gebaren erbij, toen Van Rossem voorspelbaar ‘Vive la République d’Europe’ riep bij de troonsbestijging van Albert II van Saksen-Coburg Gotha: “De hele natie zal u veroordelen”. Het lef om in naam van de hele natie te spreken. Zonder iemand iets te vragen. Poujadisme, dat is het. Suggestief simplisme. Onberedeneerd gefleem. En ronduit ideologisch gluiperig was de direkte toepassing op Belgische toestanden van Obama’s optreden door de heer Eeckhout, Bert, kommentator van De Morgen. Hij vergeleek de koncertzaal met de buitenwereld, “een beetje een afspiegeling”. Alsof er vooraf geen strikte lijst was opgesteld, en bewuste keuzes waren gemaakt, om vooral de indruk te wekken dat het er demokratisch aan toe ging. Om dan de redenering een paragraaf verder doodleuk om te draaien: “Alles welbeschouwd is niet het feit dat de president van de Verenigde Staten een divers publiek verwacht opmerkelijk, wel het feit dat wij dat ongewoon vinden”. Let op dat woordje “verwacht”. De heer Obama, Barack, is nu het lijdend voorwerp, verwonderd dat zo’n uiteenlopend publiek is opgedaagd (dat mede op zijn aanwijzen precies zo is samengesteld). Dit is een redenering die gemeenzaam non sequitur heet, een schijnbare logische sprong die, vooral omdat hij slinks wordt ingebracht, een wel overwogen (of gewoon domme) drogreden is om te bewijzen wat niet bewijsbaar is, dat integratie ontaardt in beschuldigingen over en weer. “In een samenleving van superdiversiteit is dat een positie die haaks staat op de werkelijkheid”. Ik raad Eeckhout de lektuur aan van L’Identité Malheureuse (2013) van de nieuwe académicien Alain Finkielkraut, wat hij allicht reaktionair zal vinden: “Il nous faut combattre la tentation ethnocentrique de persécuter les différences et de nous ériger en modèle idéal, sans pour autant succomber à la tentation pénitentielle de nous déprendre de nous-mêmes pour expier nos fautes. La bonne conscience nous est interdite mais il y a des limites à la mauvaise conscience”.
Het is trouwens aardig om weten dat Eeckhout kan bepalen wat “de werkelijkheid” is. Mogelijk de werkelijkheid zoals zijn kollega Sofie Vanlommel ze beschreef. “De sfeer is er een van een schooluitstap of een skireis: flauwe grappen, veel sigaretten en klachten over het lange wachten”. Ze moet zeker op die tarmak gestaan hebben. Want sigaretten werden zonder pardon gedoofd door de onverbiddelijke veiligheidsdiensten. “Snipers. Achter de pers, voor de pers, verstopt achter de trap”. Ze stonden wel duidelijk herkenbaar op het dak van een bijgebouwtje of lagen gewoon in het veld. En ik ben dan al bijziend. “Het is 21:35 uur wanneer de rijzige president van de Verenigde Staten in zijn kenmerkende atletische tred de witte trap van Air Force One afdaalt, beide handen stevig aan de revers geklemd”. Het lijkt wel een fakeprogramma als Royalty. Wie niet gezien heeft dat de “atletische” president de trap afholt en daarbij aardig met de handen rollende bewegingen maakt, is blind. Of was er gewoon niet bij.
Eeckhouts retorisch vernuft verbleekt niettemin helemaal bij de toespraak van de heer Obama, Barack, zelve. Opbouw, ritmiek, argumentatie, hiaten, ze beantwoorden perfekt aan het pleidooi van een tv-predikant.
Envoi
Er bestaat geen twijfel over. Wat de heer Obama, Barack, reciteerde lijkt in niets te verschillen van de legendarische heer Zwarte, Jef, die op markten en karnavalstoeten met brede smile in wit pak zijn bollen verkocht. Geen Dr.Hicks. Maar zjappen, zjupkes, borstvlier, drop in puntzakjes. En die het eeuwig refrein aanhief: “Lakkelakkelakkeloema, vaaif frang boema, goe veur de kijl, goe veur den hoest”. Baatte het niet, het was toch lekker. Dat is dan toch de wereld van verschil. Het verschil van likmevestje tot likmebollen. Zwarte Jef was zichzelf. Had de luxe van zijn eigen, opgewekte negro spiritual. En de mensen kochten echte, eerlijke waar. Zonder een kuchje van achterdocht. Dat was trouwens, zeldzaam, onnodig.
Lukas De Vos, 17 april 2013
Foto: President Obama met minister-president Elio Di Rupo en koning Filip van België. Waregem, Flanders Field American Cemetery and Memorial, 26 maart 2014. American Battle Monuments Commission – https://www.abmc.gov/news-events/news/president-obama-visits-flanders-field-american-cemetery#.VXmbQWOWHyA American Battle Monuments Commission website.