The Glenn Miller Story is een Amerikaanse film uit 1954 van Anthony Mann met in de hoofdrollen James Stewart en June Allyson. De film is gebaseerd op het leven van de Amerikaanse big bandleider en trombonist Glenn Miller (1904-1944). Hoewel de film zich probeert aan de feiten te houden, zijn een aantal gebeurtenissen wat opgeklopt en geromantiseerd. The Glenn Miller Story was een groot succes in de bioscopen en kreeg goede kritieken. De film kreeg drie Oscar-nominaties, maar verzilverde er slechts één en dan nog die voor Beste Opgenomen Muziek.

Aanvankelijk waren Tyrone Power en Gregory Peck in de race voor de hoofdrol in de film. Maar de weduwe van Glenn Miller was meer ingenomen met de keuze van James Stewart. Ze stond er op dat de acteur de bril en de trombone van haar man in de film zou gebruiken. De moeder van Glenn Miller was minder te spreken over de keuze van Stewart, ze vond haar zoon knapper dan de acteur. De rol van Helen Miller ging uiteindelijk naar June Allyson, nadat Dinah Shore had geweigerd.

Regisseur Anthony Mann zou zeven keer met James Stewart werken in de jaren vijftig. De meeste films waren westerns, maar The Glenn Miller Story en Strategic Air Command (1955) waren de uitzonderingen. Mann was met laatstgenoemde films niet echt blij. Eigenlijk maakte hij ze alleen omdat hij Stewart graag mocht en hem een plezier wilde doen. Hij vond het scenario te toneelmatig met te veel nadruk op de muzikale nummers en hoonde het gebrek aan drama en een echt verhaal. Mann stond niet alleen in zijn twijfels.

In 1953, het jaar dat de opnames werden gemaakt, was Glenn Miller al bijna tien jaar dood en zijn muziek verdrongen door andere muziekstijlen. Het was een gok om een biografische film te maken rond een musicus die in feite al bijna vergeten was. In 1947 was een gelijksoortige biografische film The Fabulous Dorseys een gigantische flop geworden. Producent Aaron Rosenberg geloofde er echter in en huurde de oude pianist van Glenn Miller, John “Chummy” MacGregor in als technisch adviseur en koos June Allyson als Helen Miller, de vrouw van Glenn. Allyson had in 1949 al met Stewart een getrouwd stel gespeeld in The Stratton Story en zou dat in 1955 nog een keer herhalen in Strategic Air Command. Er bestond een zekere chemie tussen de twee die afstraalde op het witte doek.

Rosenberg liet ook bekende jazzmuzikanten als Louis Armstrong, Barney Bigard, Cozy Cole en Gene Krupa cameo’s doen in de film. Samen met Anthony Mann bezocht hij in Colorado de locaties waar de film werd opgenomen, soms met medewerking van de Amerikaanse luchtmacht, maar Rosenbergs grootste troef was echter de keuze voor James Stewart als Glenn Miller. Stewart werkte keihard om zich te transformeren tot de beroemde bandleider. Hij speelde al piano sinds zijn kindertijd, maar de trombone was hem onbekend. Hij studeerde fanatiek op het instrument, maar het bleek al snel dat hij nooit zou klinken als Glenn Miller. De partijen zouden worden ingespeeld door Joe Yukl. Stewart keek toe en kopieerde de handzettingen nauwkeurig. (Nog een geluk dat Miller niet veel solo’s speelde, want dat was juist het kenmerk van de sound van zijn orkest, dat iedereen er zijn plaats in vond.)

Henry Mancini en Joseph Gershenson waren verantwoordelijk voor de filmmuziek die werd opgenomen met het studio-orkest van Universal met Gershenson als dirigent. Mijn vader had de plaat met een beperkt gedeelte van de uitgebreide filmsoundtrack en de acht nummers die erop stonden heb ik zo vaak gespeeld dat ik ze ook nu nog van buiten ken. Op het witte doek werd de band van Glenn Miller uitgebeeld door The Airmen of Note, een speciaal ensemble van The United States Air Force Band, opgericht in 1950 om de traditie van Millers muziek hoog te houden. In de film zien we overigens de Luchtmachtkapel onder leiding van Miller marcheren, waarbij Afro-Amerikanen zij aan zij marcheren met blanke muzikanten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er echter een strikte rassenscheiding in het Amerikaanse leger.

Het liefst had men de film een goede afloop willen geven (bijna een wet in Hollywood-producties, zeker in de jaren vijftig), maar dat was onmogelijk gezien het lot van de bandleider. Men is overigens nooit te weten gekomen wat er met het vliegtuigje is gebeurd. Recente bronnen gaan uit van de gruwelijke mogelijkheid dat Millers toestel werd getroffen door de bommen die een vlucht Britse bommenwerpers gedwongen moest uitwerpen boven het Kanaal na een afgebroken vlucht naar Berlijn. Het vliegtuigje werd te laat opgemerkt en stortte in zee. De film gaat overigens niet in op de verdwijning van Glenn Miller. 

Ronny De Schepper (op basis van Wikipedia)

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.