110 jaar geleden verscheen het eerste nummer van de Pravda, de krant van de Communistische Partij van Rusland. De krant bestaat nu nog altijd, maar is nu niet meer zo belangrijk als in de periode 1918-1991. Hoe dan ook, tijd om even stil te blijven staan bij de geschiedenis van de journalistiek…



10-roddy-met-laatste-nieuwsIs er een standaard die bepaalt waar het volk in het algemeen en de Gentenaar in het bijzonder morgen het laatste nieuws zal halen? De tijd dat het belang van Limburg op het spel stond is volgens de Gazet van Antwerpen immers voorbij!
Sinds enkele jaren kennen we nu ook al “de dag van de krant”. Paradoxaal genoeg voelt men zich meestal genoodzaakt met dergelijke “dagen” uit te pakken als het niet goed gaat met iets (de secretaressen hoeven zich voorlopig nog geen zorgen te maken, want zij zijn slechts een alibi om de bloemenwinkels wat meer te laten “floreren”).
Gaat het dan niet goed met de krant? Nee, dus. Een CIM-studie (CIM is een bureau dat in dienst van de reclamewereld nagaat hoeveel de oplage van de kranten en weekbladen precies bedraagt) heeft uitgewezen dat in 1991 zowat alle Vlaamse kranten (met De Morgen op kop) lezers hebben moeten inleveren t.o.v. het jaar 1990. De uitzonderingen zijn de Financieel Ekonomische Tijd en, vooral, Het Laatste Nieuws dat met 5,5% vooruitgaat (van 684.000 lezers naar 722.000). In dezelfde mededeling kwamen we overigens ook te weten dat het weekblad Dag Allemaal van dezelfde persgroep voor het eerst het parochieblad Kerk en Leven voorbijsnelt met meer dan één miljoen lezers (een stijging met 27%). Nog uit dezelfde groep boeken Kwik en Blik resp. een winst van 52 en 30%. Een trend die weinigen zal verheugen, zeker als men ziet dat het aandeel van de jongeren daarin zeer aanzienlijk is. De lezers van Het Laatste Nieuws jonger dan 24 jaar zijn immers met 8% gestegen, wat dus meer is dan het algemene gemiddelde. Naast het vroegere voorstel-De Batselier (gratis kranten voor middelbare scholieren) nog een reden te meer dus om even na te gaan hoe het zit met het journalistieke leesgedrag van de jongeren. Maar eerst een beetje geschiedenis…
Het woord “gazeta” duikt voor het eerst op in Venetië in 1563 waar een gacetà de prijs was voor een ticket om op de Rialto-brug een verslag te horen over de oorlog tegen Turkije. Een andere vaak voorkomende benaming in een beginfase van de pers is de “Mercurius” (uiteraard omdat dit de bode van de goden was). Zo was er de “Mercurius Gallobelgicus” van 1588 tot 1638. Dat waren een soort van boeken met nieuws uit het buitenland. De eerste keer dat zo’n nieuwsbrief er min of meer als een krant uitziet, is in Straatsburg (“Relation”, 1609). Datzelfde jaar verscheen in Brunswick de “Avisa Relation oder Zeitung” en het is uiteraard deze laatste benaming die in Duitsland ingang heeft gevonden. In 1605 waren er in Antwerpen de “Nieuwe Tydhingen” van Abraham Verhoeven. Het oudst bewaarde exemplaar dateert echter pas van 1621 en slechts vanaf 1629 ziet het er echt uit als een krant. Verhoeven woonde in de Lombardenvest op het huidige nummer 6, waar George Blommaert het Krantenmuseum heeft gevestigd (*).
De benaming krant komt uit Amsterdam. In 1618 werd daar de “Courante uyt Italien, Duytsland & C” gedrukt (courantes, lopende nieuwtjes), weliswaar nog steeds als wekelijkse of zelfs tweewekelijkse “boeken”. Het procédé was echter zo populair dat de “Corantos” in 1621 reeds in Engelse vertaling verschenen in Londen. Dat de eerste kranten enkel over het buitenland berichtten, had niet zozeer met een soort van “exotische nieuwsgierigheid” te maken, dan wel met het gegeven dat binnenlandse berichtgeving verboden was. En dan nog… Zo verscheen in 1631 in Parijs “Nouvelles Ordinaires de Divers Endroits” van de boekhandelaars Louis Vendosme en Jean Martin, maar die werd meteen uit de handel gehaald en vervangen door “La Gazette” van Théophraste Renaudot (een marionet van kardinaal Richelieu). Als “La Gazette de France” zou het blad tot 1917 blijven verschijnen.
Vanaf de jaren veertig in diezelfde eeuw verloren de boeken hun kaft en gingen zo reeds meer op een krant lijken, zoals wij ze kennen. Bovendien liet de Licensing Act in Engeland in 1695 wat meer vrijheid toe. Zo ontstond de eerste echte Engelse krant: “The Daily Courant” (1702-35), twee jaar later reeds gevolgd door de eerste Amerikaanse krant (Noord-Amerika was toen immers nog een Engelse kolonie), “The Boston News-letter”. Let op: krant is nog altijd niet hetzelfde als dagblad, want deze Newsletter verscheen wekelijks. In datzelfde Boston was in 1690 reeds “Publick Occurrences Both Forreign and Domestic” verschenen. En wie denkt dat het feit dat er maar één nummer verschenen is te wijten is aan deze niet zo swingende titel, zit er flink naast: het was de goeverneur die het blad uit de handel nam. Maar ja, toen was het nog niet “the land of the free”. De eerste wet op de vrijheid van de pers komt wel uit Zweden (1766), al dient toegegeven dat het feit dat John Peter Zenger in 1735 een proces had gewonnen in New York dat hem door een politicus was aangedaan, een doorbraak was op dit vlak.
Ondertussen was in 1703 de publicatie van de “Wiener Zeitung” gestart en deze is nog steeds niet gestopt, wat het de oudste nog bestaande krant uit de geschiedenis maakt (het oudste nog verschijnende weekblad is overigens het Zweedse “Post-och inrikes tidningar” uit 1645).
In 1771 (of ‘77?) verschijnt het eerste Franse dagblad (“Le Journal de Paris”) en vanaf dat jaar mochten Engelse journalisten verslag uitbrengen van de parlementszittingen. Dat leidde tot het ontstaan van “The Times” (1785) en “The Observer” (1791). In Frankrijk werd het krantenlezen na de revolutie in 1789 een populair gebruik (rond die tijd waren er niet minder dan 350 kranten in Parijs alleen al, w.o. “Le Journal des Débats” dat tot de Tweede Wereldoorlog zal verschijnen), terwijl de persvrijheid in 1791 ook in de kakelverse Amerikaanse grondwet werd ingeschreven. Vanaf 1795 werd in Vlaanderen de pers systematisch verfranst.
De doorbraak van de krant als massamedium is echter te situeren in de 19de eeuw door technische innovaties als het mechanische letterzetten (1884) en de rotatiepers (1873), naast natuurlijk de uitvinding van de telegraaf en de spoorweg. Dagbladen (meestal partijgebonden) zijn nog beperkt tot de hogere klasse. Linkse bladen richten leeszalen voor arbeiders op (Newspaper societies). Goedkope familietijdschriften met “fatsoenlijke” inhoud kennen aanvankelijk een groot succes. “The Sun” (New York, 1833) was de eerste “tabloid”, wat oorspronkelijk vooral betekende dat deze krant veel goedkoper was dan de andere, zodat ze zich tot “gewone mensen” kon richten. De bijklank die dergelijke kranten nu hebben, is eerder afkomstig uit de krantenoorlog die op het einde van de negentiende eeuw werd uitgevochten tussen Joseph Pulitzer (“The World”, ontstaan in 1883) en William Randolph Hearst (“Journal American”, 1895). Ongetwijfeld moet “The World” de kwaliteitskrant van de twee geweest zijn, zodat The Pulitzer Prize hieraan blijft herinneren. Ook “The Daily Mail” (1896) was goedkoper dan andere kranten, maar dat dit ook een daling van het journalistieke peil kon meebrengen, werd in Engeland eerder bewezen met “The Daily Mirror” (1903). Dit blad was de eerste echte “tabloid”, wat betekent dat het formaat ongeveer de helft was van een “normale” krant. De eerste echte Amerikaanse tabloid was “The New York Daily News” (1919) van Joseph Medill Patterson, die ook expliciet de nadruk ging leggen op seks en sensatie.
In 1864 ging William Thomas Stead (1849-1912) “Chinese Gordon” interviewen, de aanvoerder van de Engelse troepen die in China de Taiping-opstand ging neerslaan. Hij deed dit voor de Pall Mall Gazette, de eerste krant die aandacht ging besteden aan voor de lezers aantrekkelijke koppen e.d. Alhoewel de “conservatieve” pers een beetje voorbarig reageerde door de interviewtechniek als minderwaardig af te schilderen (het woord “interview” wordt overigens voor het eerst in 1869 gebruikt, meldt The Oxford Dictionary), toch moet men ook toegeven dat zelfs mijnheer Stead, die als de vader van het Britse New Journalism de geschiedenis is ingegaan, vlug afgleed naar sensatieberichtgeving. Zo schreef hij een twintigtal jaren later over Brussel als draaischijf voor een handel in blanke slavinnen en kinderprostitutie b.v. Hij was trouwens geobsedeerd door seks, zoals wordt beschreven in het boek van Ronald Pearsall, “The Worm in the Bud. The World of Victorian Sexuality”. Misschien hadden de rechters van destijds dus niet helemààl ongelijk toen ze hem niet wilden geloven dat hij “undercover” een kind had “gekocht” enkel en alleen omwille van zijn journalistieke arbeid en hem tot drie maanden cel veroordeelden.
Ook de zeden en gewoonten van de geïnterviewden waren al onmiddellijk dezelfde als nu. Zo wilde een liberaal politicus slechts door Stead worden geïnterviewd als hij (1) het uitgeschreven interview vooraf mocht lezen; (2) de lezer niet mocht geïnformeerd worden over het feit dàt hij het had gelezen! Stead kwam overigens om het leven tijdens de ramp met de Titanic (april 1912). Nochtans had zijn “medium” (want Stead was ook al gefascineerd door spiritisme) hem gewaarschuwd “dat hij zou omkomen door water”. Zesentwintig jaar eerder had Stead trouwens zelf reeds een waarschuwend artikel in die zin geschreven over boten die uitvaren met te weinig reddingsloepen aan boord.
Op 18 oktober 1896 verscheen in de New York Journal van William Randolph Hearst “The Yellow Kid” van Richard F.Outcault, door velen erkend als de eerste strip. “The Yellow Kid” bestond overigens al een jaar eerder, zij het met meer tekst dan tekening. De binding met een krant is echter essentieel, dat wordt bewezen door de strijd om via een bepaalde strip lezers aan te trekken. Zo werd Outcault na amper vier jaar reeds binnengehaald door Joseph Pulitzer bij zijn New York World. Het binden van lezers door middel van een feuilleton bestond natuurlijk ook al wat geschreven teksten aangaat. Alexandre Dumas wordt verondersteld de uitvinder te zijn van het zinnetje “La suite au prochain numéro”. Hoe dan ook, alleen al het publiceren van “Le Comte de Monte-Cristo” deed de abonnementen op het Parijse blad “Le Journal des Débats” met 4.000 eenheden stijgen op één jaar tijd.
Ook Honoré de Balzac, Emile Zola… ze schreven allemaal voor de krant, maar ook een feuilleton over “Jack the Ripper” in Het Laatste Nieuws van 1892 kan als voorbeeld gelden. De auteur was Raf Verhulst, een flamingantisch dichter en journalist, die tevens de geestelijke vader is van Robert en Bertrand. Vooruit publiceerde zelfs twéé feuilletons: één dat “politically correct” was en één dat echt voor de lezers was bedoeld en dat dan ook even smartlapperig was dan dat in Het Laatste Nieuws, waar Abraham Hans de voortrekker was van het feuilleton in Vlaanderen. Maar Vooruit onderscheidde zich wel van de “heiligenlevens” in Het Volk door meer nadruk op erotiek of beter gezegd: door het feit dat er erotiek in voorkwam, tout court. Dat was ook het geval voor het andere soort feuilleton, waarbij men b.v. vaak terugviel op vertalingen van Zola e.d. Anderzijds brachten ook de socialisten soms een geromantiseerd “heiligenleven”. Dan weliswaar wel van een “socialistische heilige”, zoals Emiel Moyson. Niemand minder dan Edward Anseele bespeelde dezelfde gevoelige snaren toen hij in 1881 “Voor het volk geofferd” (overigens het allereerste feuilleton in Vooruit) schreef, of beter: aan de zetkast zette, want Anseele, die zelf letterzetter was bij het socialistische weekblad “De Toekomst”, was meestal te laat met zijn kopij en improviseerde dus aan de zetkast zelf. Dat Moyson slechts 30 jaar oud werd, omdat zijn gestel ondermijnd was door overmatig gebruik van alcohol en opwekkende middelen, werd voor de gelegenheid dan maar achterwege gelaten, net als zijn seksuele activiteiten, die nochtans menigvuldig waren, o.m. dankzij zijn knap uiterlijk.
DE COMPUTER
Op het einde van de jaren zeventig maakte ik op de Rode Vaan nog het einde van het “zetten in lood” mee en de overschakeling naar het zetten met computers. Eerst nog door zetters, tien jaar later door de journalisten zelf. Nog tien jaar later zorgt het internet voor een nieuwe omwenteling die in the long run zelfs het bestaan van de krant zoals we ze kennen (gedrukt op papier dus) hypotheceert. In eerste instantie werd een “electronische” krant (Central Station of zoiets) door de journalistenbond wel de grond ingeboord. Maar net zoals de zetters niet konden tegenhouden dat de journalisten zelf gingen zetten, lijkt ook dit een achterhoedegevecht.
NOG WAT DATA:
1660 Leipziger Zeitung
1 januari 1667 Ghendtsche Post-Tydinghen, gedrukt bij Maximiliaen Graet in de Jan Breydelstraat (**)
In de op historische feiten gebaseerde roman “Het grote spel” van Claude Cueni lees ik (op p.67) dat de Greenwich Hospital News Letter rond 1693 de allereerste krant “in Europa” (***) zou zijn die lezersbrieven zou hebben gepubliceerd.
1723 de naam Ghendtsche Post-Tydinghen wordt veranderd in de Gazette van Ghendt
1780 Neue Zürcher Zeitung
1819 Stamp Act (dagbladtaks) in Engeland.
1828 Algemeen Handelsblad (tevens de eerste Nederlandse “echte” krant)
1829 Le Courrier de l’Escaut (de eerste “echte” Belgische krant)
1844 Nieuwe Rotterdamse Courant
1851 New York Times
1853 De Gazette van Ghendt komt in handen van de familie Vander Haeghen. De drukkerij is voortaan gevestigd in de Veldstraat (Hotel Vander Haeghen)
1855 The Daily Telegraph en The Guardian
1861 L’Osservatore Romano (Vatikaanstad)
1866 Le Figaro
1868 La Stampa
1876 Corriere della Sera
1877 Washington Post
1884 Vooruit en La Libre Belgique
1885 Le Peuple
1887 Le Soir en (in Parijs!) The International Herald Tribune
1888 Het Laatste Nieuws en The Financial Times
1891 De Gazet van Antwerpen en Het Volk (21 juni)
LE VELO (Frankrijk) verscheen als dagblad van 1/12/1892 tot 20/11/1904 en werd dan “Journal de l’automobilisme, du Cyclisme et de tous les sports” en dat verscheen van 21/11/1904 tot 31/7/1906
1893 De Telegraaf
9 december 1897: Marguerite Durand (1864-1936) founds the feminist daily newspaper, La Fronde, in Paris. Circulation for La Fronde briefly reached a peak of 50,000 but in September 1903, financial problems forced the paper to cut back to a monthly publication, and to close altogether in March 1905.
1898 Wall Street Journal
1904 L’Humanité
1906 La Dernière Heure
LE VELO (Belgie) verscheen als dagblad vanaf 26/3/1908 werd dan dagblad VELO SPORT vanaf 20/5/1911 tot augustus 1914. Verscheen opnieuw van 16/11/1918 tot 30/1/1924 kreeg dan de naam LES SPORTS van 2/2/1924 en dit tot 10/8/1977. LES SPORTS kwam vervolgens bij LA DERNIERE HEURE – LES SPORTS.
“Onze Kampioenen” verscheen als maandblad in 1909; 1910 en 1911 en als dagblad in 1912 en 1913.
Dan is er ook nog een blad geweest, genaamd SPORTVRIEND (uit Izegem) en dat verscheen vanaf 5/3/1909 (later ook in Gent en Brussel).
Mei 1912 Pravda
SPORTWERELD verscheen van 13/9/1912 tot 31/3/1930 werd dan Sportwereld en het Algemeen Nieuws van 1/4/1930 tot 3/6/1939. Werd dan overgenomen door het Het NIEUWSBLAD en werd van 4/9/1939 HET NIEUWSBLAD – SPORTWERELD.
December 1913: het eerste kruiswoordraadsel verschijnt in New York World.
1914 Volksgazet en De Standaard
1917 Izvestia
1919 La Wallonie
24 september 1921 De Rode Vaan
1 oktober 1921 Le Drapeau Rouge
1924 L’Unità (gesticht door Antonio Gramsci)
1927 Grenz-Echo
1929 Het Nieuwsblad
1933 Het Belang van Limburg
1940 De Waarheid
1941 Het Parool
1943 Trouw
1944 Le Monde en Le Parisien Libéré
1949 Frankfurter Allgemeine Zeitung
1952 Bild-Zeitung van Axel Caesar Springer
31 december 1958 De Rode Vaan verschijnt voor het laatst als krant
1964 The Sun
1968 De Financieel-Economische Tijd
1970 NRC Handelsblad (samenvoeging van de Nieuwe Rotterdamse Courant en het Algemeen Handelsblad)
1973 Libération
1974 Le Monde publiceert voor het eerst ook een strip (Asterix)
1976 El Pais
1978 De Morgen (samenvoegen van Vooruit en Volksgazet)
1986 The Independent
1990 De Waarheid opgedoekt
6 maart 1992 De Rode Vaan verschijnt voor de laatste maal.
8 mei 1992 Het eerste nummer van Markant verschijnt.
Op 28 oktober 1994 verschijnt de laatste “Markant”. De vier redacteurs kregen immers hun ontslagbrief in de bus, aangezien de KP haar bijdrage van acht miljoen per jaar tot 40% wilde verminderen. Agalev wilde gedurende drie jaar een half miljoen in het blad pompen op voorwaarde dat er ook andere geldschieters werden gevonden, maar dat was niet het geval.
28 juli 2000 l’Unità verschijnt voor de laatste keer als krant (leeft enkel nog voort op het internet).
Het Laatste Nieuws is nog altijd de best verkopende krant in Vlaanderen. De verkoop ervan is – ondanks de recente schandalen (of misschien juist dankzij?) – zelfs nog is gestegen. Het Nieuwsblad daarentegen zou achteruit gaan, terwijl bij de VUM-groep De Standaard dan juist weer aan het stijgen zou zijn. De conclusie lijkt me voor de hand te liggen: het publiek verkiest altijd “the real thing”, zelfs al houdt dit dan in dat het pulp van de zuiverste soort is. Ik verklaar me nader: Het Nieuwsblad gaat de laatste tijd wel erg Het Laatste Nieuws achterna, maar dit resulteert dus in slechtere verkoopcijfers. Als de lezers van Het Nieuwsblad immers een krant als Het Laatste Nieuws zouden willen lezen, dan zouden ze immers wel degelijk Het Laatste Nieuws kópen en geen “light versie” ervan.
De stijging van de verkoop van De Standaard kan hier ook een gevolg van zijn. Trouwe Nieuwsblad-lezers die ontgoocheld zijn in de weg die hun krant is ingeslagen, haken af, maar blijven de VUM-groep trouw en schakelen daarom over op De Standaard. Ikzelf zou tot die kategorie kunnen behoren, ware het niet om twee redenen. Er is ten eerste het lokale nieuws (ik lees eigenlijk De Gentenaar en niét Het Nieuwsblad als zodanig), een punt dat ik nu niet verder ga behandelen. En ten tweede is er de sport. Of beter gezegd het bijna totale ontbreken ervan in De Standaard. In plaats van op een kwaliteitsvolle manier juist hierover duiding te brengen. Daarom blijf ik vooralsnog Het Nieuwsblad boven De Standaard verkiezen.

Ronny De Schepper

Voetnoten
(*) Enkel toegankelijk tijdens het weekend of na afspraak op het nr.03/233.32.99 of 03/887.01.78.
(**) Hoewel E. Voordeckers in zijn Bijdrage tot de geschiedenis van de Gentse pers. Repertorium (1667-1914) aangeeft dat het oudst bewaarde nummer in het Stadsarchief nr 69 van het jaar 1667 is, klopt dit momenteel niet met de werkelijkheid, toch niet voor zover ik momenteel weet (er zouden er twee moeten zijn, nr 69 en nr 70 van hetzelfde jaar 1667). Het oudst bewaarde integrale boekdeel waarover wij beschikken is dat van 1688-1689, waarvan we het oudste nummer (nr 1) als illustratie gebruikt hebben. (Mevr.Leen Charles, Adviseur Stadsarchivaris, De Zwarte Doos – Stadsarchief, Dulle-Grietlaan 12, 9050 Gentbrugge, 09/266 57 60, F 09/266 57 39)
(***) Die “in Europa” heb ik eraan toegevoegd omdat het zo in de tekst staat. Ik kan me echter niet voorstellen dat “in Europa” in die tijd (17de eeuw) niet tegelijkertijd “ter wereld” zou betekenen.

(Zeer) selectieve bibliografie
Ronny De Schepper, Geef ons heden onze dagelijkse krant, Graffiti, juni 1992.
Minnaert Lynn, Literatuur door een rode bril. Situering van het werk van Anseele, Zetternam en Bergmann in de feuilletonpolitiek van Vooruit, gecontrasteerd met de beeldvorming rond deze drie auteurs in de Vlaamse literaire tijdschriften. Universiteit Gent, 2001.

09-dochter-van-marleen-met-nieuwsblad

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.