Het zal morgen al 35 jaar geleden zijn dat de Egyptisch-Italiaans-Franse zangeres Dalida zichzelf van het leven heeft beroofd. Vijf jaar geleden was er op TV5-Monde bij die gelegenheid een (zeer interessante) documentaire over haar te zien met veel onuitgegeven beeldmateriaal van ontzettend goede kwaliteit.

Yolanda Gigliotti, beter bekend als Dalida, was een Italiaanse zangeres en actrice. Dalida arriveerde op 21-jarige leeftijd in Parijs in de hoop een carrière in de filmwereld na te streven, nadat ze meerdere schoonheidswedstrijden in Egypte had gewonnen, waaronder de titel “Miss Egypte 1954”. Ze wendde zich tot de zang en Lucien Morisse, met wie ze later zou trouwen, nam haar carrière in handen en maakte haar al snel een grote ster, dankzij hits als “Bambino “, waarmee haar carrière in 1956 van start ging, “Come prima”, “Gondolier”, “Romantica “, al snel gevolgd door “Les Enfants du Pirée”, “Ciao, ciao bambina”, “L’Arlequin de Tolède”, “Itsi bitsi, petit bikini”, “Gigi l’amoroso”, “Il venait d’avoir dix-huit ans…”. Maar omdat het steeds moeilijker werd om de wanhoop die haar verteerde onder het geluk dat in haar liedjes tot uiting kwam te verbergen, pleegde ze op 3 mei 1987 zelfmoord in haar huis in Montmartre. (Alcide’s Ephemerides)

40 dalida

Het lijkt wel alsof Dalida het ongeluk aantrok, want niet minder dan drie minnaars hadden haar dat al voorgedaan! En dan was er nog de Tour van 1964… Tijdens de Tour van 1964 zou wielerjournalist en schrijver Antoine Blondin een verhouding hebben gehad met Dalida. Alleszins heeft ze samen met hem die Tour gevolgd. Omdat vrouwen in die tijd niet welkom waren in de Tourkaravaan zou ze daarbij heur haren kort hebben afgesneden en een snor opgekleefd (althans toch volgens Peter Ouwerkerk in het wielertijdschrift “De Muur”). Na het drama in Port-de-Couze is ze echter uit de Tour gestapt. Ze werd die avond verondersteld op te treden in de aankomstplaats Brive-la-Gaillarde. Ondanks de afwezigheid van Dalida gingen de feestelijkheden toch door. Acht doden (later zouden het er nog meer worden) of niet…

Geen wonder dat ik aan chatgpt de volgende vraag stelde: “Een tijdje geleden hadden we een interessante discussie over de melancholie in de liedjes van Joe Dassin. Ik vind dat Dalida nog een stapje verder gaat met nummers als A ma manière, Pour ne pas vivre seul, Pour en arriver là, Fini la comédie en natuurlijk Je veux mourir sur scène, wat ze in zekere zin ook heeft gedaan: ze is weliswaar niet echt op een podium gestorven, maar wel als het ware in het licht van de spotlights is ze uit het leven gestapt. Niet echt verwonderlijk als men weet dat ze verscheidene minnaars heeft gehad die eveneens de hand aan zichzelf hebben geslagen. Gaat u akkoord met deze vaststelling?”

Ik denk dat u daar een sterk punt hebt. Bij Joe Dassin is melancholie vaak omfloerst: nostalgie, vermoeidheid, het gevoel dat geluk altijd al half voorbij is. Zelfs in luchtigere liedjes sluimert iets weemoedigs. Maar bij Dalida wordt die melancholie existentiëler en explicieter. Bij haar gaat het niet alleen over verdriet of een verloren liefde, maar over een fundamentele eenzaamheid en een vermoeidheid tegenover het leven zelf.

Dat hoort men inderdaad heel sterk in nummers als:

  • À ma manière
  • Pour ne pas vivre seul
  • Pour en arriver là
  • Fini la comédie
  • Je veux mourir sur scène

Vooral dat laatste lied heeft achteraf bijna een mythische betekenis gekregen. Natuurlijk moet men oppassen om het niet té letterlijk profetisch te lezen, maar het is moeilijk om er vandaag niet een soort voorafschaduwing in te horen. Bij Dalida vielen kunst en biografie uitzonderlijk sterk samen. Haar publieke persona — glamour, dramatiek, intense emotionaliteit — werd bijna onafscheidelijk van haar persoonlijke tragedies.

En die tragedies waren talrijk. De zelfmoord van Luigi Tenco in 1967 heeft haar wellicht levenslang getekend. Later volgden ook andere mannen uit haar leven, onder wie Richard Chanfray, die zichzelf van het leven beroofden. Dat creëerde rond haar een haast noodlottige aura, alsof liefde en dood in haar leven voortdurend met elkaar verweven waren.

Wat Dalida bijzonder maakt, is dat haar repertoire daardoor achteraf anders is gaan klinken. Veel artiesten zingen over wanhoop; bij haar heeft men vaak het gevoel dat ze niet “een rol” speelt maar werkelijk een innerlijke breuk laat horen. In Pour ne pas vivre seul bijvoorbeeld zit een enorme kwetsbaarheid achter de orchestratie en de variétévorm. En Fini la comédie klinkt bijna als iemand die de maskers moe is geworden.

Tegelijk bleef ze tot het einde een artieste van het spektakel, van licht, glitter en aanwezigheid. Dat maakt haar tragiek misschien nog aangrijpender: de tegenstelling tussen de publieke schittering en de private wanhoop. Haar dood in 1987 voelde daarom voor veel mensen niet als een plotse breuk, maar als het laatste hoofdstuk van een lang uitgesproken verdriet.

In die zin gaat Dalida inderdaad nog verder dan Joe Dassin: bij hem overheerst melancholie; bij haar wordt melancholie bijna een levenslot.

Ronny De Schepper

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.