Naast de sportploegen (zie elders op deze blog) hadden wij ook nog enkele werkgroepen in de Germaanse (voor het maken van het blad Germaniak, een werkgroep Poëzie, een werkgroep Politiek, noem maar op). Ik was lid van àlle werkgroepen, dus ook van de Werkgroep Occulte Wetenschappen die om een of andere reden (de echte reden zijnde Lukas De Vos, op dat moment groot volksmenner en nu buitenlandmedewerker voor de VRT-radio) was opgericht. Op het einde van het jaar zouden we een soort jaarboek uitbrengen en ieder lid moest daarin een inbreng hebben. Zelf koos ik voor de invloed van occulte toestanden op rockmuziek (het was de tijd van Black Sabbath e.d.). Daarvan zou ik een soort “catalogus” opmaken en in het kader daarvan schreef ik naar Guido Cassiman (links op de foto) van Omroep Brabant opdat hij een oproep zou doen in één van zijn programma’s.

Hoe het allemaal in zijn werk is gegaan, weet ik ook niet meer precies maar toen ik samen met Johan de Belie aan de kust zat (o.a. om Linda R. te gaan bezoeken en dat was – helaas – niét Linda Ronstadt, maar een medestudente waarop ik tot over mijn oren verliefd was), kreeg ik plotseling een telefoon van mijn moeder die in alle staten was, want Cassiman had haar opgebeld met het bevel dat ik mij zo snel mogelijk naar het Flageyplein moest begeven voor een interview.
Ik weet nog goed dat ik mijn beste kostuum had aangetrokken (voor een radio-interview nota bene) maar vooral dat ik met mijn mond vol tanden stond op elke vraag die Cassiman stelde. Ja zeg, tenslotte was ik nog volop aan “’t catalogeren”, dus wist ik veel welke conclusies dat je daaruit dan kon trekken. Geen, zo bleek achteraf trouwens toen ik voor Germaniak toch nog een poging deed om een en ander te duiden. Gelukkig was het geen rechtstreeks interview, dus Cassiman besloot gewoon om het niet uit te zenden en dat was dat. Jammer alleen dat het wel op voorhand was aangekondigd, zodat een aantal mensen (meestal medestudenten) tevergeefs op het programma afstemden.
En ik kon het dus uitleggen natuurlijk! Dat deed ik o.a. ook aan wijlen Herman Vermeulen, die toen zowat mijn mentor was bij de Gentse Studentenbeweging (zeg maar Amada, ik blijf er trouwens bij dat ik dit letterwoord voor “alle macht aan de arbeiders” heb uitgevonden, maar ja, daar ben ik nu vet mee). Herman dwong me een brief te schrijven (“als gij ’t niet doet, dan doe ik het”) waarin ik alsnog geld vroeg voor het interview, op z’n minst toch voor mijn verplaatsingskosten. Nooit iets van gehoord, uiteraard. Jaja, ’t waren occulte tijden…
Dus dat artikel over de occulte invloeden op popmuziek heb ik niet meer in mijn bezit, maar wel nog een bijdrage voor Germaniak van februari-maart 1972 over een boekje dat ik tijdens de voorbije zomervakantie in Hastings had gekocht: “Black magic today”.
Deze bespreking van het werk van journaliste June Johns (verschenen bij Nel-paperbacks in mei 1971) is enigszins bedoeld als rechtzetting bij de documentaire film van Luigi Scattini “Toverij, magie… en zwarte missen” (oorspronkelijke titel: “Angeli bianci, angeli neri”) die begin oktober in cinema Savoy gedraaid werd. Het zal blijken dat Scattini in feite veel misbaar maakt over de seksuele praktijken die hij gefilmd heeft, maar dat deze eigenlijk slechts de aanloop zijn voor de werkelijke beestachtigheden die volgen. Ik kan begrijpen dat men zoiets niet kon filmen, maar hij zou op zijn minst toch een “hint” naar wat volgt kunnen hebben gegeven. Zoals het er nu uitziet, lijkt het nogal gek zwarte magie als duivels te beschouwen, gewoon omdat een paar mensen in hun blootje rond de tafel dansen!
Anderzijds wil ik geen commentaar geven op zijn ruime afbakening van het gegeven – tenslotte hebben wij dat ook gedaan voor ons jaarverslag – maar er Hare Krishna bij betrekken is toch wat overdreven. Informatief belangrijk vond ik wel de excessen van de heiligenverering in Zuid-Amerika en Italië, evenals de Zweedse religieuze sekte, die weigert geneesmiddelen te nemen bij ziekte, maar enkel bidt, en de bijdrage over het invriezen van doden, met de bedoeling ze later weer tot leven te wekken.
De eerste drie hoofdstukken van miss Johns’ verslag van haar belevenissen (want om dit boek te kunnen schrijven heeft zij zich laten inlijven bij verscheidene occulte genootschappen, die in Engeland zeer talrijk zijn) kan ik laten vallen, want dat is slechts een korte weergave van wat men in meer gespecialiseerde werken veel beter en uitgebreider kan vinden, namelijk “what is magic?”, “magic versus religion” en “black and white”. Dit laatste gaat uiteraard niet over rassenkwesties maar over zwarte en witte magie.
Haar hoofdaandacht gaat echter naar de “sexual aspects of magic” (hoofdstuk 4) met haar beschrijving van de “hidden temples” (hfdst.5) en wat er gebeurt “after the ball is over” (hfdst.6). Ze eindigt tenslotte in moralistische zin (“dangers of magic”) en met een korte psychologische benadering (“psychological aspects”). Als toemaatje dan nog een aantal krantenknipsels en een beknopte bibliografie. Ik zal mij dus beperken tot de hoofdstukken 4 tot en met 6, vooral omdat die een flagrante tegenstelling vormen met de “brave” film van Scattini.
Ten overstaan van seks vinden wij in de magie twee richtingen terug die ongeveer overeenkomen met het verschil tussen witte en zwarte magie. De eerste is een verering voor de maagdelijkheid (cfr. primitieve gemeenschappen, de Vestaalse maagden en het katholicisme); de tweede is de overtuiging dat het opperwezen gemeenschapsbetrekkingen onderhoudt met mensen, dieren en geesten. De tweede richting is degene die mij het meest interesseert (puur uit wetenschappelijk oogpunt natuurlijk). De volgorde, die bij zulke “erediensten” het meest gebruikelijk is, is de volgende:
1) Vooraf: overdadig eten en drinken. Vooral dit laatste (alcoholhoudende dranken wel te verstaan). De jongste jaren is het gebruik van verdovende middelen sterk toegenomen. Vooral LSD wegens de uitwerking die dit heeft op ons “derde” oog. De overgeërfde resten van dit oog zouden bij alle zoogdieren terug te vinden zijn. Het onze ligt tussen onze wenkbrauwen. Het kan worden geactiveerd door helle lichteffecten en drugs, cfr. de visioenen van toenmalige heiligen en hedendaagse hippies.
2) De eigenlijke ceremonie begint met een aanroeping van de duivel, waarbij de aanwezigen zich systematisch van hun klederen ontdoen. De ceremonie grijpt plaats in een verduisterde zaal met psychedelische lichteffecten. Bij voorkeur in een kerk, maar dit is niet gemakkelijk, tenzij men de pastoor omkoopt, die dan bovendien meestal nog de hogepriester van de sekte wordt. Als men het illegaal toch doet – in een kerk of op een kerkhof, rond een geopend graf – moet alles in versneld tempo gaan. Aanraders zijn verder Indische of dito popmuziek (de componist voor Scattini’s film, Piero Umiliani, had brutaal Iron Butterfly geplagieerd!), wierook en magische tekens (o.a. ook de swastika, dat oorspronkelijk een Sanskriet teken is dat “alles is goed” betekent en de vier windstreken en de vier seizoenen symboliseert.)
3) Men brengt offers aan de duivel: b.v. het slachten van een dier, elkanders bloed drinken of seksuele offers (groepseks, anale seks of sadomasochisme). De climax is meestal een algemene, gelijktijdige coïtus, terwijl ondertussen de hogepriester (die zich bij dit alles afzijdig moet houden) een betovering uitspreekt. Deze moet voorkomen dat er uit de geslachtsgemeenschap kinderen zouden voortkomen, maar wellicht zullen de meeste deelnemers wel het zekere boven het onzekere nemen.
Iets gelijkaardigs bestaat ook bij witte magie, maar daar heeft de betovering juist tot doel dat er wél kinderen zouden uit voortkomen. Dit procédé wordt nu nog steeds in primitieve gemeenschappen toegepast, wanneer een vrouw onvruchtbaar is. Sommigen geloven werkelijk in deze betovering, omdat ze dan wél tot orgasme kunnen komen bijvoorbeeld, terwijl dat anders niét het geval is. De wetenschap heeft echter uitgemaakt dat het aanschouwen van andere coïterende paren stimulerend werkt.
4) Tweede climax. Er wordt bijvoorbeeld een koningin van de dageraad verkozen en alle mannen van de sekte wedijveren onder elkaar om haar passies op te wekken. Mannen masturberen in de mond van vrouwen (overblijfsel uit primitieve tijden, waarin men geloofde dat men op die manier kinderen met bovennatuurlijke gaven kon verwekken; vooral in de middeleeuwen populair geworden wegens het gebruik van kuisheidsgordels). Een gehuurde prostituée masturbeert op het altaar. Flagellatie. Coïteren met het offerdier. Incest. Ontmaagding met een houten fallus (symbool van de godheid).
Aan al deze activiteiten wordt door de deelnemers op het moment zelf vrijwillig deelgenomen, maar voor het geval dat iemand van gedacht zou veranderen en het zou willen gaan uitbazuinen, wordt alles gefilmd met een verborgen camera. Deze film wordt dan later als chantagemiddel aangewend.
De echte magiër is bij dit alles onbewogen gebleven en is tevreden met de gedachte dat hij heeft bijgedragen tot de vruchtbaarheidscultus. Aan seksuele voldoening denkt hij niet. Meestal zijn zij op een ceremonie voorbereid door 48 uur vasten en seksuele onthouding, inclusief een ritueel koud stortbad vóór de eredienst. De “slechte” hogepriester daarentegen eist zijn deel van de pret wanneer de mannen reeds pompaf zijn, maar de vrouwen op hun hoogtepunt. Dan neemt hij ze allemaal na elkaar of tot hij vermoeid is en het kopje laat hangen. Indien hij afwijkingen vertoont in zijn seksueel gedragspatroon, wordt hieraan voldaan. Zo vertelt miss Johns van een magiër die enkel maar tot orgasme komt, terwijl hij zijn ingewanden ledigt.
De meeste deelnemers zijn uit de hoge burgerij, want deze erediensten zijn heel duur: men moet een speciale zaal inrichten (meestal in landelijke villa’s), terwijl men ook spijs en drank moet voorzien, om nog te zwijgen van drugs, gouden en zilveren kelken, enz. Erger is dat ook de kinderen heel vlug bij deze “ceremonies” worden betrokken, soms zelfs al vanaf tien jaar!
Miss Johns verdeelt de deelnemers in vijf kategorieën:
1) jongeren die onervaren zijn;
2) seksueel geperverteerden;
3) psychisch of neurotisch gestoorden;
4) eenzamen;
5) carrieristen.
Dit laatste verdient wel enige toelichting. Voor velen die zich geroepen voelen zo hoog mogelijk op de maatschappelijke ladder te klimmen, biedt het beoefenen van magische praktijken hen de volgende kansen:
1) Effectief: hun baas is “hogepriester” en zoekt “dienaars” (dit komt uiteraard meestal neer op “seksuele partners”). Daarom belooft hij promotie, indien zij naar zijn zwarte missen komen.
2) Louter psychologisch: sommigen zijn reeds voldaan wanneer zij tijdens de zwarte missen geslachtsgemeenschap hebben met de vrouw van hun baas.
3) Een soort chantage: door zich in te schakelen in een magische sekte, waarin hun baas ook zit, “dwingen” zij hem als het ware promotie af in ruil voor hun stilzwijgen.
Een ander middel tot chantage is abortus (we spreken uiteraard nog over tijden waarin abortus illegaal moest gebeuren). Het is namelijk zo dat als een meisje haar voorzorgen niet heeft genomen, de betovering meestal weinig uitwerking heeft en zij zwanger wordt. Dan staat er een privé-chirurg klaar of betaalt de hogepriester de kosten van de ingreep. Weer worden van alles de nodige documenten bewaard, zodanig dat, wanneer het meisje de groep wil verlaten, men dreigt het gerecht op haar af te sturen.
Sociologisch zouden we kunnen zeggen dat zwarte magie niet inherent met een bepaalde maatschappijvorm verbonden is. Een “Victoriaanse” maatschappij wekt uiteraard de seksuele excessen in de hand, maar ook een “libertijnse”.
Ik zal met hetzelfde krantenknipsel eindigen als dat waarmee het boek zelf eindigt. Het komt uit The Sunday Times van 30 augustus 1970 en het verhaalt over een hippie, die een lift kreeg van een sociaal assistent, maar die deze onderweg doodde, zijn hart opat en er met de auto vandoor ging om zijn vriend op te pikken. Toen de politie de beweegreden tot de moord trachtte te achterhalen, antwoordde hij: “I have a problem, I am a cannibal.”
Blijkbaar wil miss Johns hiermee nog een vermanende vinger opsteken en ons op onheilspellende manier aanraden: neem nooit een liftende, harige en hongerige hippie mee, want hij zou u wel eens kunnen opeten. Smakelijk.
En nu maar knus in jullie warme nestjes en denk erom: oogjes dicht en snaveltjes toe!

Ronny De Schepper (met een bloemetje)

Nog een kleine begeleidende nota om alle misverstanden te voorkomen: “Mijnheer De Vos (en dit is geen personage uit de Fabeltjeskrant, maar hoofdredacteur Lukas De Vos), als er fouten instaan, verbeter ze dan, maar schrijf er geen pretentieuze commentaar bij.”
Waarvan akte; ik kommentarjeer liever de fouten dan ze pretensjeus te willen verbeteren. Wat is trouwens tans nog “verbeteren”?
(Lukas De Vos)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.