Morgen zal het al 135 jaar geleden zijn dat de Nederlandse schrijver Eduard Douwes Dekker, misschien beter bekend als Multatuli, is overleden aan een astma-aanval in Ingelheim am Rhein. (Portret van de schrijver door César Mitkiewicz, 1864, via Wikipedia)

Hoe was hij daar terecht gekomen? In 1866 was hij – gegriefd en teleurgesteld in zijn hooggespannen verwachtingen – geëmigreerd naar Duitsland, waar hij de rest van zijn leven bleef wonen. De directe aanleiding voor zijn emigratie was een conflict in de Salon des Variétés in de Amsterdamse Nes op 1 december 1865, waar het café chantant-gezelschap van Hubert Sauvlet optrad. Douwes Dekker stoorde zich aan het onbeleefde gedrag van een paar toeschouwers, die zich vrolijk maakten over het uiterlijk van mevrouw Sauvlet-Zerr, de sopraan op het toneel. Hij riep de heren achter hem tot de orde en deelde daarbij een paar rake klappen uit. Deze heren, Jacob Jacobs en Jesaja de Vries, deden enkele dagen later, op 5 december, bij de politie aangifte van mishandeling. Bijgevolg ontving Douwes Dekker op 8 januari een dagvaarding om op de 18e van die maand op de arrondissementsrechtbank te verschijnen. De reis naar Duitsland was al in de planning, maar werd nog uitgesteld. Een rechtszitting met Multatuli zou immers veel belangstelling trekken. Toen hij ter zitting verscheen, stipt op het aangegeven tijdstip, moest hij evenwel wachten tot de zaak vóór hem was afgedaan. Daar had hij geen zin in en vertrok, waarna de zaak bij verstek werd behandeld. Het vonnis – “een gevangenisstraf van 15 dagen, in eenzame opsluiting te ondergaan, en tot betaling van twee geldboetes van acht guldens elk…” – vernam hij pas veel later in Duitsland. Hij was nu wel gedwongen om daar te blijven, want hij kon niet terug. Deze ballingschap zou ruim twee jaar duren: tot 3 maart 1868, toen de straf en het vonnis hem kwijtgescholden werden na onderhandelingen met de conservatieve regering van dat moment. Maar hij bleef wel in Duitsland wonen.

Na de omstreden “Max Havelaar”, waarover u elders op deze blog kunt lezen, was Douwes Dekker was een veelgelezen schrijver geworden wiens stilistische kwaliteiten alom erkend werden, onder andere door zijn Minnebrieven en zijn diverse bundels Ideën, waar zijn onvoltooide jeugd- en ideeënroman Woutertje Pieterse en Vorstenschool deel van uitmaken. Met name het toneelstuk Vorstenschool verscheen in 1873 als begin van IDEEN-IV. Deze uitgave was min of meer het begin van een zeer hartelijke relatie met de voor Multatuli nieuwe uitgever G.L.FunkeVorstenschool trok de aandacht van de Nederlandse feministevoordrachtskunstenaresschrijfsteractrice en zangeres Mina Kruseman (1839-1922), die graag de hoofdrol wilde spelen. De première in Utrecht, evenals de toejuichingen en de huldigingen die ermee gepaard gingen, vormden een hoogtepunt in Douwes Dekkers schrijversloopbaan. Het toneelstuk bleef in wisselende bezettingen nog lange tijd op het repertoire staan. Tot ver in de twintigste eeuw werd het met enige regelmaat uitgevoerd.

Wegens zijn compromisloze houding bleef Multatuli bij zijn tijdgenoten als persoon evenwel omstreden. Ook kampte hij voortdurend met geldgebrek. Dit werd in de hand gewerkt door zijn gokverslaving en de vele pogingen aan de speeltafel de bank te laten springen.

In september 1874 overleed zijn vrouw Tine van Wijnbergen (eigenlijk Everdina Huberta barones van Wijnbergen), met wie hij op Java was getrouwd en twee kinderen had. Op 1 april 1875 hertrouwde hij met Mimi Hamminck Schepel. Niet lang daarna, in 1877, besloot hij definitief met het schrijven van nieuw proza te stoppen. Dit had te maken met zijn slechte gezondheidstoestand, maar een nog belangrijker reden was dat hij zwaar teleurgesteld was in zijn lezers, bij wie hij zo bitter weinig verandering zag. Wel bleef hij betrokken bij de uitgave van herdrukken van zijn werk. Hij verzorgde de correctie van drukproeven, en veel noten en commentaar zijn nog van latere datum. Een voorbeeld hiervan is de zesde uitgave van de Max Havelaar uit 1880 bij Elsevier.

In 1887 overleed hij op bijna 67-jarige leeftijd tijdens een astma-aanval in zijn huis te Ingelheim am Rhein. Vier dagen later werd hij als eerste Nederlander gecremeerd, in het crematorium te Gotha. De urn met de as stond tot 1930 bij Hamminck Schepel, en kwam na haar overlijden in het Multatulimuseum (dat toen nog onderdeel was van de Bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam). Op 6 maart 1948 werden de urnen met de as van hemzelf en die van zijn weduwe in een monument voor Multatuli op de begraafplaats Westerveld te Driehuis geplaatst. Het monument was een initiatief van de Vereniging voor Facultatieve Lijkverbranding. De originele urn maakt deel uit van de permanente tentoonstelling in het Multatulimuseum, gevestigd in het geboortehuis van de schrijver aan de Korsjespoortsteeg in Amsterdam.

Na zijn dood ontfermde zijn weduwe zich – min of meer door geldnood gedwongen – over zijn omvangrijke nalatenschap aan brieven, waaruit zij in tien boekdelen veel publiceerde. Ze liet evenwel ook veel weg, en vernietigde tal van brieven, zodat veel tekstgedeelten definitief verloren zijn. (Wikipedia)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.