160 jaar geleden legde Multatuli de laatste hand aan “Max Havelaar” op een zolderkamertje van het estaminet “Le Prince Belge” in de Rue de la Montagne in Brussel.

Kuypers en Petry over “Max Havelaar”: “In de Nederlandse Kamer verklaarde men dat ‘het boek een rilling door het land had doen gaan’ en hoewel er niet dadelijk verandering kwam in de koloniale politiek, was Multatuli de eerste die aandacht vroeg voor een probleem, dat na de Tweede Wereldoorlog tot zoveel conflicten zou leiden.”
Dat is wel waar, maar Douwes Dekker was op de eerste plaats uit op eerherstel, het rechtsherstel voor de Javanen kwam slechts op de tweede plaats. Het is zelfs zo dat hij aan de bevoegde minister schreef dat hij het boek niét zou publiceren indien hij een bevordering zou bekomen. De minister wilde hem echter enkel “in de West” (Antillen e.d.) plaatsen en vandaar…
Herman Dangez: “Ophefmakend was dit boek niet alleen door de felle aanval op kolonialisme en racisme – allicht de eerste van die aard in Europa, de Amerikaanse schrijfster Harriet Beecher Stowe had met haar werk ‘Uncle Tom’s Cabin’ (1852) geijverd voor de afschaffing van de slavernij en tegen de discriminatie van de negers. Mogelijk heeft dit toen ophefmakend boek enige invloed op Multatuli gehad, maar het is veel makker dan ‘Max Havelaar’ – maar alvast door zijn eigenaardige, voor die tijd wel zeer ongewone constructie.”
A.L.Soeteman stelt dat de roman eigenlijk uit drie afzonderlijke verhalen bestaat.
Het eerste verhaal is het kaderverhaal, dat is geschreven door Batavus Droogstoppel en de geschiedenis van het boek vertelt in een stijl die aanleunt bij Dickens of Beets. Het speelt zich af in Amsterdam na 1858.
Het tweede verhaal is het eigenlijke verhaal van Max Havelaar en wordt verteld door Ernest Stern. Het is geschreven in een romantisch-epische stijl, eigen aan de koloniale literatuur. Het speelt zich af in Indonesië tussen 1840 en 1858.
Het derde “verhaal” tenslotte is eerder een pamflet waarin de “schrijver” Multatuli de geschiedenis van de “ambtenaar” Edward Douwes Dekker (2/3/1820-19/2/1887) vertelt. Het is geschreven in een directe stijl en “speelt zich af” in Brussel in 1860.
Als we deze structuur plaatsen op de diverse hoofdstukken van “Max Havelaar” dan krijgen we volgend overzicht:
I. Zelfportret van Droogstoppel (Roman A)
II. Ontmoeting met Sjaalman (Roman A)
III-IV. Pak van Sjaalman/opdracht aan Stern (Roman A)
V-VII. Geschiedenis van Max Havelaar over de jaren 1840 tot en met 1858 wordt verteld door Ludwig Stern; afstand nog vergroot door ironische opmerkingen van Droogstoppel (Roman B)
VIII. Toespraak tot de hoofden van Lebak (Roman B)
IX-X. Parodie op Heine (Roman A)
XI. De Japanse steenhouwer (Roman B): steenhouwer – koning – zon – wolk/regen – steen – steenhouwer
XII-XVIa: vervolg van de geschiedenis van Max Havelaar (Roman B)
XVIb (Roman A)
XVII-XVIIIa: Saïdjah en Adinda (Roman B)
XVIIIb (Roman A)
XIX-XXa (Roman B)
XXb.Als Stern aan het punt komt dat de ontslagen Multatuli in Batavia tevergeefs een audiëntie bij de gouverneur tracht te verkrijgen, wordt het kaderverhaal abrupt afgebroken voor het pamflet “Ik zal gelezen worden!” (Roman C)
Dr.Amaat De Vos schreef onder het pseudoniem Wazenaar de roman “Een Vlaamse jongen” (1878), waarin hij duidelijk beïnvloed is door Multatuli (vooral zijn anti-clericalisme). Overigens stipt Bernard Kemp (B.F.Van Vlierden) aan dat “Max Havelaar” hét voorbeeld is van de zogenaamde schrijvers- of kunstenaarsroman: de auteur schrijft over zichzelf en meer bepaald over het feit dat hij een boek aan het schrijven is, wij zouden nu het postmodernistisch noemen…
Typisch zijn dan de ontdubbelingen:
Edward Douwes Dekker – Multatuli – Max Havelaar
Anton Bergmann – Tony – Ernest Staes
Amaat De Vos – Wazenaar – Constant Vliermans
Alfons de Ridder – Willem Elsschot – Laarmans
Maar bij Multatuli is het nóg complexer omdat er meerdere ik-personen zijn (Batavus Droogstoppel, Ernest Stern, Sjaalman…) al zijn deze uiteraard géén ontdubbeling van de auteur. Alhoewel…
Multatuli = Max Havelaar = Sjaalman (als hoofdpersoon)
Multatuli = Ludwig Stern (als schrijver)
Een samenvatting van deze problematiek vindt men het best bij prof.Janssens.

Referenties
Ronny De Schepper, Met hoop op volgend seizoen, De Rode Vaan nr.22 van 1987
Ronny De Schepper, Multatuli-herdenking, Het Laatste Nieuws, 17 oktober 1995
Freddy De Schutter, Multatuli en de roman, De Standaard der Letteren, 26 maart 1988.
Edgar Du Perron, De muze van Jan Compagnie, bloemlezing uit de koloniale literatuur tot 1880.
Rita Geys, Makelaar in dromen, De Standaard der Letteren, 17 augustus 1995.
Tristan Haan, Multatuli’s legioen van Insulinde, Amsterdam, Bas Lubberhuizen, 1995.
Hella Haasse, Multatuli en de vrouwen (in de reeks “Genie en wereld”).
Bettina Hubo, Sporen van Multatuli bijna uitgewist in Lebak, De Standaard 19 augustus 1995.
Prof.Janssens, Max Havelaar, de held van Lebak, 1970.
Herwig Leus, Multatuli open en bloot, Het Laatste Nieuws 15 juli 1995.
Lodewijk Prins, Multatuli en het spel van Koningen (Douwes Dekker was een verwoed schaakspeler).
Marc Reynebeau, Een afbreker en een godsloochenaar, Knack, 25 februari 1987.
A.L.Soeteman, De structuur van Max Havelaar, 1966.
Hans van den Bergh, De blijvende grootheid van Multatuli, Snoecks 87.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.